Romy de Weert 19 november 2021, 10:21

Nieuwe pasteurisatie techniek die CO2 en waterverbruik reduceert komt naar Nederland

Het Deense bedrijf Lyras heeft een alternatief bedacht voor pasteurisatie – het doden van schadelijke bacteriën in producten zoals melk en wijn, waardoor ze langer houdbaar zijn. Voor deze nieuwe techniek is veel minder energie en water nodig.

Lyras CEO Rasmus Mortensen 1 standing w machine Rasmus Mortensen, CEO en oprichter van Lyras.

Bij de traditionele vorm van pasteurisatie wordt melk minstens 15 seconden op minimaal 72 graden verhit om schadelijke bacteriën te doden. Maar daar is veel energie en water voor nodig. Het Deense Lyras ontwikkelde een technologie waardoor bacteriën met behulp van uv-licht onschadelijk worden gemaakt. Hiervoor is een tiende van de energie en een derde van het waterverbruik nodig in vergelijking met traditionele pasteurisatie. De nieuwe techniek, ook wel raslysatie genoemd, is ook te gebruiken bij sap, wijn en bier, wat volgens de eigenaren een revolutie binnen de productie van vloeibare voedingsmiddelen kan betekenen.

Hoe werkt raslysatie?

De nieuwe techniek maakt gebruik van een lichtfilter dat slechts één bepaalde golflengte uv-licht doorlaat. Melk en vloeistoffen worden met een gecontroleerde beweging langs dit licht geleid, waardoor alle bacteriën en sporen worden gedood. De technologie kan bij de meeste vloeibare voedingsmiddelen worden toegepast en bespaart veel energie en schoon water. Bovendien behoudt de melk, het sap of het bier zijn natuurlijke eigenschappen en structuur, omdat er geen sprake is van opwarming.

“Als de wereldwijde zuivelbranche zou overstappen naar onze technologie, is per jaar een hoeveelheid CO2 te besparen die gelijk is aan minstens 40 miljoen vaten ruwe olie. Daarnaast zouden we hiermee genoeg drinkwater besparen om elk jaar de behoefte van 45 miljoen mensen te dekken – nog afgezien van alle buizen, tanks en schoonmaakmiddelen die dan niet meer nodig zijn”, zegt Rasmus Mortensen, CEO en oprichter van Lyras. “Bovendien bestrijdt de technologie voedselverspilling omdat producten hiermee veel langer houdbaar blijven bij de consument in de koelkast dan bij normale pasteurisatie.”

Technologie in Nederland

Het Deense Lyras verkocht de eerste installaties aan Denemarken, Zweden, de Verenigde Staten, Australië en Spanje, en nu dus ook aan Nederland. “Het is onze ambitie om een wezenlijk verschil te maken en een aanzienlijke CO2-reductie te creëren”, zegt Mortensen. “Wij slagen pas als in de Corporate Social Responsibility-rapporten van de voedingsmiddelenindustrie te lezen is dat het energie-, water- en chemicaliënverbruik dramatisch is teruggebracht dankzij onze technologie. En hoe meer wij groeien, hoe groener de transitie wordt die wij creëren.”

Meer lezen over trends in de voedingsindustrie? Volg dit dossier.

Deelauto’s een flop? Niet als we autorijden eerlijk zouden regelen

Het is waar: de massa is nog niet bereikt met de deelauto. Maar als ik Erik Rutten, CEO van Snappcar, vraag of het de goede kant op gaat antwoordt hij resoluut ja. “Kijk naar de groei in de grote steden, daar is het concept een groot succes. Omdat zelf een auto hebben daar veel minder loont, en mensen minder vaak een eigen auto nodig hebben”. Dat moet meer gebeuren. Rutten vindt het niet logisch dat er wel subsidie is voor autobezit, maar niet voor de deelauto. “Er is een aanschafsubsidie, maar je mag vaak ook gratis parkeren met een elektrische auto, of met korting. Voor deelauto’s zijn dat soort voordelen er niet, terwijl het voor het milieu én voor de drukte op de weg veel kan opleveren. Het verhaal is nu: de elektrische auto is de duurzame optie. Dat moet worden: minder auto’s op de weg is de duurzame optie.” Lees hier meer over de duurzaamheid van deelauto's Minder auto's op de weg Rutten heeft een duidelijk statement voor duurzaamheid: een miljoen auto’s minder. Dat kan genoeg zijn om de meeste problemen met files op te lossen - dat blijkt ook tijdens de pseudo-lockdowns waar we tijdens covid doorheen gingen. Het levert meer plek op voor speeltuinen, parken of andere dingen omdat er minder parkeerplekken nodig zijn. En het scheelt potentieel veel CO2, omdat mensen die deelauto’s pakken dit lang niet voor al hun verplaatsingen doen. Terwijl autobezitters wel snel de auto pakken voor dingen waar ook het OV een optie is. Maar een miljoen auto’s op een wagenpark van negen miljoen, dat is veel. Het betekent dat een belangrijk deel van de mensen bezit en gemak op moeten geven. En meer moeten betalen als ze een auto nodig hebben. Rutten ziet het niet zo. “Snappcar heeft in 93 procent van de postcodes een deelauto staan. En er zijn nog een heleboel andere bedrijven die auto’s aanbieden. Er is dus bijna altijd wel een auto beschikbaar. En het dure imago van deelauto’s is ook niet terecht, als je kijkt naar wat je allemaal betaalt voor autobezit.” Autodelen is gedoe En toch. Het rapport liegt niet: veel mensen zien weinig in de deelauto. Rutten snapt het wel. “Je moet voor elke dienst een andere app hebben, veel inloggen, niet alles werkt soepel. De user experience kan beter. Maar zó ingewikkeld is het nou ook weer niet.” De deelauto is niet voor iedereen, erkent Rutten. Forens je elke dag, dan is autodelen duur en onpraktisch. “Maar vele mensen pakken de auto alleen in het weekend. Zij kunnen in plaats daarvan de deelauto pakken. Zelfs als zo’n wagen een tweede auto vervangt, is dat enorme duurzaamheidswinst. Je hebt immers geen nieuwe productie nodig. En dat is helemaal waar als delen een elektrische auto vervangt.” Elektrische auto’s produceren kost namelijk flink wat CO2 door het accupakket. Een batterij-elektrische auto zorgt voor 13,6 ton CO2-uitstoot, een benzineauto voor 8 ton. De terugverdientijd van zo’n batterijauto ligt op een paar jaar. Een auto níet kopen levert meteen klimaatwinst op. Twee soorten deelauto'sSnappcar is een deelautobedrijf in de puurste zin van het woord. Je kunt bij het bedrijf je eigen auto inschrijven, waarna je hem kunt delen met anderen. Met installatie van een speciaal kastje kunnen mensen er zonder sleutel in, Snappcar regelt alles en krijgt een klein bedrag. De rest is voor de eigenaar van de auto. Daarmee verschilt het van veel andere deelauto’s, zoals Greenwheels. Die bedrijven hebben zelf een wagenpark dat mensen kunnen reserveren. Deze auto’s hebben speciale parkeerplekken in steden en dorpen.Maar Rutten weet ook dat minder consumeren lastig is. Hij vergelijkt het met vlees eten. “We weten dat dat minder moet voor het milieu. Nu zijn er steeds betere vleesvervangers, waardoor we onze speklap kunnen vervangen. Maar minder eten, in plaats van evenveel van andere producten, dat is heel lastig te realiseren.” Rutten grossiert in vergelijkingen met andere sectoren. Want hij gelooft niet dat het onmogelijk is om ‘consuminderen’ populair te maken. “Spotify zorgt ervoor dat steeds minder mensen een platencollectie hebben. Toch is het razend populair, omdat het betaalbaar en makkelijk is. Dat kan met autodelen ook.” Bedrijven en autodelen Autodelen is, zeker bij Snappcar, iets van particulieren. Je huurt zelf een auto voor eigen gebruik. Maar het bedrijfsleven kan ook meer doen om autodelen populair te maken. “Sowieso moeten bedrijven nadenken of ze nog wel leaseauto’s willen geven. Ik was consultant vroeger, en toen was het lastig om geen auto van de zaak te krijgen. Dat moet veranderen. Een mobiliteitsbudget in plaats van een leaseauto maakt al veel verschil. En als bedrijven het helemaal goed willen doen, kunnen ze kijken of ze de auto’s die ze hebben, kunnen inzetten als deelauto als werknemers er niet in rijden.” Maar autodelen populairder maken is uiteindelijk vooral aan de overheid. Want hoewel er bedrijven zijn die een prima boterham verdienen met autodelen, kan het alleen groot worden met hulp. “En dat is niet kapitaalintensief, zoals de subsidie voor elektrisch rijden dat wel is. Met een beetje goedkoper parkeren voor de deelauto en eventueel subsidie om een kastje in de auto te bouwen zodat autodelen mogelijk wordt, kom je een heel eind.”