Romy de Weert 08 juni 2022, 10:41

Om de biodiversiteitscrisis te stoppen moeten we 44 procent van het land beschermen

Om dier- en plantsoorten te beschermen tegen uitsterven, moeten we 44 procent van het wereldwijde landoppervlak conserveren. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. En dat terwijl beleidsmakers in een nieuw biodiversiteitsverdrag mikken op 30 procent.

Adobe Stock 307657351 De Amazone is een van de meest biodiverse gebieden op aarde. | Credits: Adobe Stock

Biodiversiteit is essentieel voor het voortbestaan van het leven op aarde. Als plant- en diersoorten verdwijnen, worden ecosystemen waar wij als mens van afhankelijk zijn verstoord.

Om zo veel mogelijk plant- en diersoorten te beschermen tegen uitsterven, moeten we grond conserveren. Wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) gebruikten geavanceerde algoritmen om over de hele wereld de optimale gebieden voor het behoud van soorten en ecosystemen in kaart te brengen.

Gebied groter dan Zuid-Afrika

Volgens hoofdonderzoeker James Allan zal er in 2030 1,3 miljoen vierkante kilometer aarde omgezet zijn voor menselijk gebruik. Dat is een gebied dat groter is dan Zuid-Afrika. “Dat zou verwoestend zijn voor wilde dieren.”

Natuurmonumenten waarschuwde recent: ‘Watercrisis lijkt onvermijdelijk’

“Onze studie is momenteel de beste schatting van hoeveel land we in stand moeten houden om de biodiversiteitscrisis te stoppen”, zegt Allan tegen Nature Today. “Het is in wezen een behoudsplan voor de planeet en we moeten nu snel handelen.”

Biodiversiteitscrisis stoppen

Genoeg redenen om daar iets aan te doen. Beleidsmakers van landen binnen de Verenigde Naties onderhandelen over biodiversiteitsdoelen die later dit jaar moeten ingaan. Een van de doelen is om in 2030 30 procent van het landoppervlak te beschermen. Maar dat zou volgens het recente onderzoek van de UvA niet voldoende zijn om de biodiversiteitscrisis te stoppen.

Bekijk onze Changemakers die biodiversiteit willen herstellen.

Wat moet er gebeuren?

De onderzoekers hopen dat het wetenschappelijk bewijs van invloed is op het beleid. Daarnaast levert het onderzoek belangrijke informatie op voor de planning van natuurbehoud en ontwikkeling.

De onderzoekers merken op dat het al geïdentificeerde land niet moet worden aangewezen als beschermd gebied, maar dat natuurgebieden beter moeten worden beheerd. Door verschillende strategieën toe te passen kunnen ecosystemen worden beschermd. Daar hoort volgens de onderzoekers ook een doeltreffend beleid voor duurzaam landgebruik bij.

Meer lezen over biodiversiteit? Bekijk dit dossier.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Hoe de EU de wereld wil dwingen te verduurzamen

“We leven samen op één planeet. Dus waar we ook produceren, van de CO2 uitstoot hebben we allemaal last”, zegt Mohammed Chahim. De afgelopen maanden werkte hij als rapporteur aan de EU-grensbelasting. Hij scherpte de plannen aan, en de huidige versie van het voorstel zal woensdag in stemming gaan. “We moeten zorgen dat we niet alleen binnen Europa zo snel mogelijk vergroenen, maar ook andere landen buiten Europa helpen en motiveren om te verduurzamen. En het enige instrument dat we daarvoor hebben is die CO2 grensbelasting, CBAM.” Vrije rechten afschaffen Die grensbelasting moet op termijn het emissiehandelssysteem (ETS) vervangen. Op dit moment moeten industrieën die onder de ETS vallen (zoals de chemie en de staalindustrie) rechten kopen voor elke ton CO2 die ze uitstoten. Die rechten kosten nu ruim 80 euro per ton. De EU wil het aantal rechten dat in omloop is snel verminderen. Ook wil het af van de vrije rechten die nog steeds worden uitgegeven. “Er gaan jaarlijks nog heel veel subsidies naar fossiel”, zegt Chahim. “Die moeten we zo snel mogelijk ombuigen naar groene producenten. We hebben in Europa veel bedrijven die voorop lopen en duurzaam, maar kleinschaligproduceren. Zij willen opschalen, maar worden door wetgeving of oneerlijke concurrentie tegengehouden.” Zo profiteren fossiele staalbedrijven op dit moment zelfs van het systeem van vrije rechten. “Ze krijgen er meer dan ze nodig hebben om te produceren. Ze kunnen die rechten dus ook nog eens verkopen. Die rechten moeten dus snel afgebouwd worden.” Concurreren op de wereldmarkt Met het afbouwen van deze vrije rechten zullen bedrijven steeds meer betalen voor de CO2 die ze uitstoten. Maar elders in de wereld gelden deze regels niet, waardoor het gevaar dreigt dat de Europese industrie niet meer kan concurreren op de wereldmarkt. Om dat te voorkomen wil de EU een CO2-belasting heffen aan de grens. De CO2-uitstoot van producten van buiten de EU wordt daarmee alsnog belast. Producten van buiten de EU die niet duurzaam zijn geproduceerd worden daardoor ook duurder. Dat geldt ook voor zonnepanelen en windmolen,s die overwegend in China worden geproduceerd. De vraag is of de opschaling van duurzame energieproductie in Europa zal vertragen doordat de noodzakelijke materialen daarvoor duurder worden. Volgens Chahim valt die prijsstijging door de grensbelasting op CO2 wel mee. “Duurder is een ingewikkeld begrip. Het is onderzocht dat het effect van vergroeningsmaatregelen zoals de CBAM op de prijs van vrijwel alle consumentenproducten minder dan 1 procent is. Een gemiddelde auto zal 150 euro duurder worden als hij met groen staal is gemaakt. Op een aanschafprijs van zeg 10.000 euro is dat niet veel. Maar wereldwijd kunnen we met deze maatregel bijna 10 procent van de CO2 uitstoot reduceren.” Effectieve maatregel Volgens Chahim is het heffen van een grensbelasting een heel effectieve manier om verduurzaming te versnellen. “Individuele maatregelen vind ik super nobel. Gedragsverandering, bewust leven, niet vliegen, geen vlees eten. Dat is heel goed. Maar het zijn druppels op een gloeiende plaat. Ik wil de vlam onder die plaat uitzetten.” En dat kan door te zorgen voor groen staal en duurzame luchtvaart Door te zorgen dat er alternatieven zijn voor dierlijke eiwitten, en door het vergroenen van onze voedselproductie. “Ik denk dat we het moeten doen via strakke wetgeving, zodat bedrijven weten waar ze aan toe zijn. Dat men weet dat investeringen in duurzaam gaan lonen. Op die manier wordt de bewuste keuze de goedkoopste,gemakkelijkste en meest logische keuze.” De-industrialisatie Tijdens de debatten in het Europese Parlement waarschuwden tegenstanders dat bedrijven Europa de rug toe zullen keren. Maar volgens Chahim zal het zo’n vaart niet lopen. En als bedrijven willen weggaan om elders vervuilend te produceren moeten ze dat zelf weten. “Prima, maar er wordt dan wel afgerekend aan de grens.” Daarbij komt dat Europa de op een na grootste consumentenmarkt van de wereld is. En andere grote landen overwegen hetzelfde te doen. “Ik ben intensief in gesprek met de Amerikanen. Als we dit samen doen hebben we al tweederde van de wereldeconomie te pakken. Canadezen denken er ook over en China is al begonnen.” Voorsprong Dat is ook de reden waarom Chahim niet bang is dat Europese producenten zichzelf uit de markt prijzen met hun dure, maar duurzame producten. “Hoe sneller wij die duurzame productie kunnen opschalen, hoe goedkoper het wordt. En andere landen beginnen CO2 ook te beprijzen. Als wij al groen produceren, dan zijn we binnen tien of twintig jaar goedkoper vanwege onze voorsprong.” Tot die tijd is Chahim er voorstander van om binnen de WHO te kijken of we exportafhankelijke producenten in Europa kunnen helpen om hun positie op de wereldmarkt te behouden. Bijvoorbeeld met behulp van zogenaamde export rebates: de vrije rechten voor de tien procent best presterende bedrijven als het gaat om CO2 reductie. Internationale klimaatfinanciering Chahim verwacht dat het CBAM de EU tussen de 1 en 2 miljard zal opleveren. Over de besteding daarvan is al nagedacht: “Dat gaan we voor een deel gebruiken voor het terugbetalen van de schuld die we gemeenschappelijk als EU hebben genomen. Maar het is ook belangrijk dat we het inzetten voor internationale klimaatfinanciering. We moeten armere landen helpen te verduurzamen. Dat hebben we ook in Parijs afgesproken.”