Hannah van der Korput
16 oktober 2023, 12:01

Online boodschappen doen in de lift: is dat duurzaam of juist niet?

Online boodschappen doen wordt steeds populairder. Het aantal klanten dat zijn boodschappen online doet, is in vijf jaar tijd bijna verviervoudigd. Is dat vanuit duurzaamheidsoogpunt goed of slecht nieuws?

00 Jumbo breidt assortiment uit speciaal voor zakelijke markt scaled Fysieke supermarkten stoten door de verlichting, de koeling, de diepvries en de ovens van de bakkerij CO2 uit. | Credits: Jumbo

Volgens onderzoek van de Rabobank heeft de coronapandemie digitaal boodschappen doen een boost gegeven. De nieuwe klanten die destijds brood, pindakaas en wc-papier online kochten, zijn deels blijven hangen. Maar de groei van online winkelen gaat ook na corona door. Sinds de laatste lockdown is het aantal klanten gegroeid met meer dan 10 procent.

Duurzaam?

Is boodschappen laten bezorgen duurzamer dan een uitje naar de supermarkt? Wel als het gaat om verse producten zoals groente, fruit en brood, zei expert duurzaam transport en logistiek Walther Ploos van Amstel eerder tegen Change Inc. “Versproducten worden vanuit distributiecentra naar de supermarkten vervoerd. Vervolgens komen ze in de schappen terecht en worden ze verkocht. Online bestellingen worden vanuit lokale bezorgcentra direct naar de consument gebracht. Wanneer de hele schakel van de winkel ertussenuit wordt gehaald, win je in tijd en dus in versheid.”

Qua voedselverspilling winnen distributiecentra het van supermarkten. “Supermarkten hebben per dag zo’n 600 tot 1.000 klanten. Door die grote marge is het lastig inschatten welke hoeveelheid producten per dag nodig is. Dat maakt dat er nogal eens wat overblijft en wordt weggegooid. Dat levert ook de nodige uitstoot van broeikasgassen op.”

Hoe doe je boodschappen?

De vraag hoe je boodschappen doet, is ook relevant. Ploos van Amstel wijst naar een recent onderzoek in Frankrijk over het verschil tussen supermarkten in de binnensteden en de buitenwijken. “In de buitenwijken doet zo’n 60 tot 80 procent de boodschappen met de auto. Lang niet iedereen rijdt elektrisch, wat zorgt voor de nodige uitstoot. Het is ook niet duurzaam dat iedereen apart met de auto naar de winkel komt. Een elektrische bestelbus kan die beweging dan beter in één keer maken. In buitenwijken verliest de winkel het dus van het online bestellen.”

In de binnenstad is dat een ander verhaal. “Mensen stappen op de fiets of gaan lopend naar de supermarkt. Uitstoot voor het ritje naar de supermarkt is er niet. In dat geval is online bestellen net zo duurzaam als boodschappen doen in de winkel”, aldus Ploos van Amstel.

Ook zit er veel verschil tussen de kleine bezorgbusjes die aan huis leveren en de grote vrachtwagens die naar de supermarkten rijden. “Bijna alle bezorgbusjes rijden elektrisch en hebben geen uitstoot. Dat is wel anders voor de vrachtwagens die aan de winkels leveren. Die zijn veel zwaarder, waardoor ze lastiger te elektrificeren zijn. Het gaat nog wel even duren voordat elektrisch rijden voor vrachtwagens de norm is.”

Nog meer uitstoot

Daar
komt bij dat fysieke winkels CO2-uitstoters zijn, stipt hij aan. “Denk maar aan de
verlichting, de koeling, de diepvries, de ovens van de bakkerij. Dan zijn de
online magazijnen toch veel efficiënter ingericht en zijn ze zuiniger.”

Wat is onderaan de streep duurzamer?

De mening van Ploos van Amstel luidt als volgt: “Je hoeft je zeker niet te schamen als je boodschappen bestelt. Vooral niet als je anders de auto zou nemen naar de supermarkt. Wat ook scheelt, is dat veel supermarkten die bezorgen een minimale ordergrootte hebben. Ze rijden dus niet alleen voor een pak rijst.”

Lees ook:

‘Eiwittransitie levert miljarden op’

Wageningen Economic Research zocht het uit in opdracht van de Transitiecoalitie Voedsel. Het onderzoek richt zich op verschillende scenario’s. Van alle eiwitten die Nederlanders op dit moment binnen krijgen, heeft 39 procent een plantaardige oorsprong, tegen 61 procent dierlijke oorsprong. De wetenschappers van Wageningen onderzochten wat de impact op verschillende factoren zou worden als deze verhouding verschuift. Zo wordt in 2020 een basisscenario met 43 procent plantaardig en 57 procent dierlijke eiwitten geschetst. Er is ook gekeken naar de gevolgen wanneer we 60 procent plantaardige en 40 procent dierlijke eiwitten eten. Natuurlijk kan het ook zijn dat we in plaats van meer, minder plantaardige eiwitten binnenkrijgen in de toekomst. Welke maatschappelijke impact dat heeft, werd ook uitgezocht. Door op dezelfde voet In het basisscenario wordt de trend van ons huidige dieet voortgezet. Omdat de eiwittransitie al aan de gang is, wordt verwacht dat dit zo zal blijven. Er is berekend dat de consumptie van vlees in 2030 zal dalen met 18 procent en die van zuivel met 15 procent. Daarentegen stijgt de consumptie van vlees- en zuivelvervangers met 50 procent. De geschatte verhouding is 43 procent plantaardige tegenover 57 procent dierlijke eiwitten in 2030. Dit leidt onder andere tot minder vee in Nederland. Het aantal melkkoeien, varkens en pluimvee in Nederland vermindert in 2030 met 19 procent, 38 procent en 29 procent. Hierdoor daalt de Nederlandse vlees- en melkproductiereductie fors met zo’n 40 en 17 procent. Dit heeft ook invloed op het grondgebruik. In 2020 werd bijna de helft van de Nederlandse akkerbouwproductie gebruikt als veevoer, maar door de inkrimping van de dierstapel daalt dat aandeel tot ongeveer een derde. Zo komt er meer ruimte om plantaardige producten te verbouwen zoals aardappelen en peulvruchten. De milieu-impact zal in dit scenario afnemen met 18 tot 28 procent tussen 2020 en 2030. Wanneer de veestapel inkrimpt, is dat ook goed nieuws voor het dierenwelzijn. De WUR schat in dat de maatschappelijke kosten voor dierenwelzijn dalen met 3 miljard euro. 40 procent dierlijk tegenover 60 procent plantaardig Om tot de verhouding 40 procent dierlijke en 60 procent plantaardige eiwitten te komen, moeten we ons dieet fors veranderen. Maar wanneer dat lukt, daalt de milieu-impact nog verder. De afname van milieuschade levert een welvaartsgroei op van 8 miljard euro. Ook voor dierenwelzijn valt nog meer winst te behalen, omdat bijvoorbeeld de zuivelproductie daalt. De eiwittransitie heeft ook voordelen voor de menselijke gezondheid. Door plantaardig te eten, neemt de consumptie van groente en fruit met ruim 50 procent fors toe. De consumptie van rood en verwerkt vlees neemt in 2030 sterk af. De verwachting is dat door een gezonder eetpatroon de zorgkosten zullen gaan dalen, wat zorgt voor besparingen voor de maatschappij. Eiwittransitie stokt Het kan ook zo zijn dat we na verloop van tijd in plaats van meer, minder plantaardige eiwitten zullen gaan eten. Wanneer de afname beperkt blijft, geldt hetzelfde voor de gevolgen. Maar wanneer we veel meer dierlijke producten gaan eten, zal dat op termijn ook weer negatieve gevolgen hebben voor dierenwelzijn en milieu-effecten. Transitiecoalitie Voedsel Met het rapport pleit Transitiecoalitie Voedsel voor een extra stimulans voor de eiwittransitie: het levert de samenleving namelijk veel op. De coalitie wijst onder andere naar de rol van supermarkten en horeca binnen de eiwittransitie. Ook zien ze een rol weggelegd voor 'true pricing'. Producten met nadelige effecten voor milieu, mens en dier moeten in de prijs extra belast worden. Mensen kunnen zo worden verleid tot een duurzamere keuze, is het idee. Lees ook: Vlees- en vegaburgers worden bij Duitse Lidl even duurGaat AI de perfecte vlees- en visvervangers maken?Bedrijfscateraar Albron: ‘Verduurzamen is ook een kwestie van puzzelen’