Romy de Weert 03 mei 2023, 16:16

Proef! Vegan Parmezaanse kaas van cashewnoten

Elke week onderwerpt Change Inc. een nieuw vegetarisch of veganistisch product aan een smaaktest. Dit keer bovenop de pasta van Romy de Weert: de vegan Parmezaanse kaas van Willicroft.

PROEF Rubriek 1440x822 002

Parmezaan, in het Italiaans: Parmigiano Reggiano, is een harde kaassoort uit de Italiaanse omgeving Parma. Échte Parmezaan komt van een van de 512 kleine kaasmakerijen die worden beheerd door het consortium ‘Formaggio Parmigiano Reggiano’. Per jaar leveren zij 2,9 miljoen kazen af.

Om één kilo Parmezaanse kaas te maken is ongeveer 16 liter koemelk nodig. Gemiddeld weegt een hele kaas zo’n 40 kilo. Daar is dus ruim 600 liter melk voor nodig. En melk heeft natuurlijk geen schoon imago als het gaat om de milieu-impact. Is de Parmigiano Reggiano zonder koelmelk een goed alternatief?

Proefpersoon: Romy de Weert
Dieetstatus: Nu één jaar pescotariër
Guilty pleasures: Geitenkaas. Nu ik meer weet over de productie van geitenkaas, wil ik het liever niet meer eten. Maar het is helaas té lekker.

Net op het moment dat Italië de nationale keuken op de Unesco Werelderfgoedlijst wil hebben, stapt de Italiaanse voedselprofessor Alberto Grandi met schokkende nieuws naar de Financial Times. Parmezaanse kaas zou voor het eerst in het jaar 1254 genoemd zijn, en niet in 1300, zoals in de Italiaanse geschiedenisboeken staat. En volgens Grandi bestaat de klassieke versie zoals die toen werd gemaakt niet meer in Italië, maar alleen nog in het Amerikaanse Wisconsin. Daar bestaat, dankzij Italiaanse migranten, de Parmezaanse kaas zoals het vroeger was.

Hoe harder de kaas, hoe meer melk

Waar het product oorspronkelijk dan ook vandaan mag komen, de Italianen zijn trots op hun Parmigiano Reggiano. Maar de milieu impact van kaas is niet mals. Om kaas te maken, heb je melk nodig. En daar vindt de grootste bijdrage aan de milieu impact van kaas plaats. De meeste melk wordt gemaakt van koeien (81 procent). Daarna volgen buffels (15 procent) en geiten, schapen en kamelen (samen 4 procent). Al deze dieren stoten het gas methaan uit, dat bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Hoe harder en ouder de kaas, hoe meer melk ervoor nodig is.

Italian Aged van Willicroft

Steeds meer bedrijven komen daarom met plantaardige alternatieven. Of het net zo lekker is als échte kaas, daar valt over twisten. Maar de milieu-impact is in ieder geval wel een stuk beter. De Amsterdamse plantaardige kaasmaker Willicroft maakt kazen uit bonen, peulvruchten en noten en breidt zijn assortiment steeds verder uit. Naast plantaardige feta, fondue en tal van andere kazen, heeft het ook een vegan Parmezaan in het assortiment.

Wat zit erin?

Willicroft maakt het de consument (en zichzelf) makkelijk: de plantaardige Parmezaan zit voorgeraspt in een zakje. Een stuk plantaardige Parmezaan heeft Willicroft nog niet in het assortiment. De ingrediëntenlijst ziet er niet verkeerd uit. De kaas bestaat uit cashewnoten, maïszetmeel, gedroogde gist, zout, knoflookpoeder en natuurlijke aroma. De geur is redelijk neutraal.

Bij het uitstrooien van de kaas zie ik dat het wat brokkeliger uitziet dan echte Parmezaanse kaas. Maar dat mag de pret zeker niet drukken. De smaak van de losse stukjes is bijzonder. Knoflookpoeder is duidelijk erg overheersend. Het mondgevoel is wat melig, alsof je wat oude deegstukjes van een appeltaart eet. Mijn enthousiasme ebt iets weg.

De smaaktest

De smaak van eerste hap is erg positief. Ik strooi nog wat bij, om zo veel mogelijk plantaardige Parmezaan te proeven naast de pasta. De in eerste instantie melige structuur is nu helemaal niet vervelend. Bovenop de pasta evenaart de plantaardige kaas de structuur van de echte Parmezaan. De smaak is lastig te vergelijken, maar de knoflook is (bijna) altijd een goede toevoeging aan een gerecht.

Voor mensen die geen zuivel eten is de plantaardige Parmezaan van Willicroft een smakelijk alternatief.

Cijfer: 8

Meer lezen?

In april kreeg je 27 uur lang geld terug als je stroom gebruikte

Dat blijkt uit cijfers die het Nationaal Klimaat Platform samen met EnTranCe bijhoudt op Energieopwek.nl. Op dagen dat de zon scheen en het hard waaide, was het aanbod aan stroom groter dan de vraag. Dat leidde tot een negatieve stroomprijs. Met de 27 uur van april erbij opgeteld gebeurde dat dit jaar al 56 uur. In heel 2022 was er 85 uur lang een negatieve stroomprijs. In coronajaar 2020, toen de vraag naar elektriciteit inzakte, zelfs 100 uur. Geld verdienen Op die momenten kunnen mensen met een dynamisch energiecontract geld verdienen. Als ze bij een negatieve stroomprijs - meestal overdag of in het weekeinde - hun huishoudelijke apparaten aanzetten of de elektrische auto opladen, krijgen ze geld toe. Hebben ze een thuisbatterij, dan kunnen ze die bijna gratis opladen en die stroom met winst verkopen als de prijs ’s avonds weer stijgt. Volgens cijfers van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft inmiddels 1 procent van de Nederlandse consumenten zo’n dynamisch contract, bijna 133.000 huishoudens. Daarbij wisselt het tarief per uur. Uit een panelenquête die energiebedrijf van Zonneplan liet uitvoeren blijkt dat de helft van de Nederlanders overweegt om een dynamisch energiecontract te nemen als ze willen overstappen. De meeste mensen denken hierdoor te kunnen besparen op hun energierekening. Het gevaar is echter dat ze bij stijgende energieprijzen juist meer geld kwijt zijn. Nieuw record Een negatief effect van een overaanbod aan groene stroom is dat wind- en zonneparken op die momenten worden stilgezet. Anders moeten producenten betalen voor hun groene stroom. Als ze batterijen naast een zonnepark hebben staan – iets wat het kabinet binnenkort wil verplichten – kunnen ze de stroom daar tijdelijk in opslaan. Omdat het aanbod van zonne- en windenergie blijft groeien was in april 58 procent van de opgewekte stroom hernieuwbaar. Een toename van 7 procent vergeleken met vorig jaar en een nieuw record. Zonnepanelen waren goed voor een kwart, windturbines op land en zee wekten een derde van alle stroom op. Het klimaatplatform stipt bij deze cijfers steeds aan dat het om elektriciteit gaat en niet om alle energie. Stroom maakt slechts 20 procent uit van het totale energieverbruik in Nederland. Door elektrificatie van industrie, elektrisch rijden en verwarmen via warmtepompen zal dat aandeel volgens het PBL in 2030 groeien tot 24 procent van het energieverbruik. Op schema met wind Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gaat ervan uit dat in 2030 ruim 85 procent van de stroom uit hernieuwbare bronnen komt. Een deel daarvan zal dan ook geëxporteerd worden. Uit marktonderzoek van RVO bleek onlangs dat Nederland zijn doelstellingen voor windenergie op zee dit jaar ruimschoots gaat halen. Aan het eind van 2023 staat er voor 4,7 gigawatt aan vermogen in windparken op zee. Dat is meer dan de geplande 4,5 gigawatt. Die windturbines wekken bijna 16 procent van alle benodigde elektriciteit in Nederland op. In 2030 moet er al 21 gigawatt aan vermogen staan. Lees ook: Geld verdienen met je thuisbatterij; Nederlandse start-up maakt het mogelijkMeer zonnepanelen dan ooit, maar deze winter toch 12 procent minder opwek groene stroom: hoe kan dat?Nederlanders gaan vaker geld verdienen met AI, zonnepanelen en batterij2022 was recordjaar voor opwekken groene stroom