Hannah van der Korput
18 april 2024, 11:45

Proeverij en miljoeneninvestering voor Nederlands kweekvlees

Doorbraken voor twee Nederlandse kweekvleesbedrijven deze week: Meatable organiseert zijn eerste proeverij en Mosa Meat haalt 40 miljoen euro aan nieuwe investeringen op.

Mosa Burger2022 Hero Mosa Meat, dat zich richt op het kweken van rundvlees voor hamburgers, haalde 40 miljoen euro op. | Credits: Mosa Meat

Het zijn belangrijke opstekers voor de binnenlandse kweekvleesindustrie. Waar het eten van gecultiveerd vlees in Singapore, Amerika en Israël is toegestaan, geldt dat niet voor Nederland. Het mag hier geproduceerd worden, maar de toelatingsprocedure om het ook daadwerkelijk voor consumenten beschikbaar te maken, is streng. Het eindproduct moet uitvoerig worden getest voordat het op de markt mag komen. Kweekvleesproducenten zoals Meatable en Mosa Meat hebben alleen nog geen eindproduct, omdat er nog wordt gesleuteld aan het productieproces en de technologie. Daardoor laten de aanvraag en de goedkeuring nog even op zich wachten.

Proeverij

Wat inmiddels wel mag, is een proeverij organiseren. Lang was dat niet toegestaan, maar nu mocht een select groepje eindelijk een vork komen prikken. Dat gebeurde deze week in Leiden. Daar mochten de aanwezigen braadworstjes proeven die voor 30 procent uit gekweekt varkensvlees bestaan. De stamcellen van levende varkens worden afgenomen en opgekweekt in een bioreactor, waardoor het natuurlijke groeiproces wordt nagebootst. Bij dit proces hoeven dus geen dieren te sterven. De andere 70 procent bestaat uit plantaardige ingrediënten zoals soja, erwten en kikkererwten. Een hoger percentage kweekvlees maakt de worst duurder, een lager percentage gaat ten koste van de smaak. Een percentage van 30 procent is volgens de kweekvleesproducent precies goed.

Dan de hamvraag: hoe smaakt het gekweekte worstje? NRC schrijft dat het vooral smaakt naar… worst. Ook volgens chef-kok Ron Blaauw had het ‘absoluut de textuur van een kwalitatief worstje’. Voor Meatable is het belangrijk om te weten of zijn product in de smaak valt voordat het bedrijf de aanvraag indient om het op de Europese markt te brengen.

Miljoeneninvestering

Ander nieuws deze week komt van Mosa Meat uit Maastricht. Dat maakt bekend dat het 40 miljoen euro aan nieuw kapitaal heeft opgehaald. De totale investeringen zijn nu goed voor bijna 140 miljoen euro sinds 2016. Mosa Meat richt zich op het kweken van rundvlees voor hamburgers. Het geld zal worden gebruikt om de productieprocessen op te schalen, de productiekosten terug te dringen en ter voorbereiding op marktintroductie. Ook de Maastrichtse vleeskweker bereidt de eerste proeverijen van zijn rundvlees voor.

De investeerders zijn onder andere het Amerikaanse durfkapitaalbedrijf LowerCarbon Capital, aandeelhouder M Ventures, staatsimpactinvesteerder Invest-NL, de Europese Commissie en een paar regionale partijen. Opvallend is dat ook bedrijven uit de conventionele vleessector zich meldden. Een voorbeeld is de PHW Group, een van Europa’s grootste pluimveeproducenten.

Over de samenwerking zegt Mosa Meat-CEO Maarten Bosch het volgende: “We zijn nederig en vereerd om zowel publieke partijen als conventionele vleesproducenten te mogen verwelkomen om deel te nemen aan deze cruciale reis. In een omgeving die steeds meer gepolariseerd raakt, kiezen we ervoor om verbinding te maken en samen te werken, waarbij we werken aan een toekomst waarin gecultiveerd rundvlees een echte keuze is voor consumenten en een aanvullende oplossing in de gereedschapskist om de klimaatcrisis, het verlies aan biodiversiteit en voedselonzekerheid te bestrijden. Heroverwegen hoe we goed voedsel kunnen produceren voor een groeiende planeet zonder deze te vernietigen is een behoorlijk lastige taak en het zal veel mensen en organisaties vergen om dezelfde kant op te gaan.”

Is kweekvlees duurzaam?

Duurzaamheidonderzoeker CE Delft berekende dat de CO2-voetafdruk voor kweekvlees op termijn vergelijkbaar is met die van kip, en lager dan die van varken en rund. Voor de productie moet dan wel duurzame energie worden gebruikt. Verwacht wordt dat de uitstoot per kilo kweekvlees dankzij efficiëntere technieken nog verder zal afnemen. Een goede levenscyclusanalyse voor kweekvlees is pas mogelijk als het op de markt wordt gebracht.

Lees meer over kweekvlees:

Hoe een telecombedrijf als Odido de klimaatdoelen van Parijs gaat halen

“Ieder bedrijf heeft uitstoot. Als je een groot bedrijf bent, dan heb je automatisch de verplichting om je uitstoot te verminderen en daar serieus mee bezig te zijn. Dat geldt ook voor ons”, zegt Fidel van Kempen, duurzaamheidsmanager bij Odido. 170 gigawatt stroom De uitstoot van het telecombedrijf zit vooral in de 170 gigawatt elektriciteit die het jaarlijks in Nederland verbruikt. “En dat is alleen wat wij zelf gebruiken. Voornamelijk via onze vijfduizend antennepunten. Wij moeten een signaal zenden om een telefoon te bereiken en dat kost elektriciteit”, zegt hij. Ook de materialen die Odido koopt om netwerken te bouwen en de telefoons die het inkoopt en weer verkoopt aan klanten tellen mee in de klimaatfootprint. Verder gebruikt het telecombedrijf datacenters die energie gebruiken, worden kantoren en winkels verwarmd en rijden medewerkers in auto's. Eyeopener Duurzaamheidsconsultant ERM (Environmental Resources Management) helpt Odido om zijn gehele uitstoot te verminderen. De uitkomst van de eerste nulmeting in 2022 was verrassend. Niet de zendmasten of de productie van mobiele telefoons en routers stond bovenaan de lijst met grootste uitstoters van CO2, maar de modems en de tv-boxen bij mensen thuis. “Dat gaat om honderdduizenden apparaten die dag en nacht aan staan. Dat bleek bij alle categorieën bovenaan het lijstje te staan. Dat was meteen een eyeopener”, zegt Van Kempen. ERM hielp Odido daarop om doelen voor emissiereductie op te stellen. Dat gebeurt op basis van science based targets. Doelen volgens Parijsakkoord Een science based target (SBT) is een doel dat in lijn is met de afspraken die tijdens de klimaattop in Parijs in 2015 zijn gemaakt. Daar spraken landen af om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. Om dat te halen moet de uitstoot van broeikasgassen als CO2 en methaan in 2030 zijn gehalveerd en in 2050 tot nul zijn teruggebracht. Alle gestelde doelen en benodigde maatregelen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Wat dat betekent voor bedrijven qua reductie en maatregelen, dat heeft het Science Based Targets initiative (SBTi) uitgerekend. Dat is een initiatief van de VN en verschillende ngo’s, waar zich inmiddels bijna achtduizend bedrijven over de hele wereld bij hebben aangesloten. Van ruim vijfduizend bedrijven zijn de klimaatdoelen gevalideerd. Alle doelen en maatregelen van de deelnemende bedrijven zijn openbaar te zien en te verifiëren via het dashboard op de SBTi-website. Ook die van Odido. Sneeuwbaleffect Eneco was in 2017 het eerste Nederlandse bedrijf dat werd toegelaten tot het initiatief en zijn doelen goedgekeurd zag. Daarna volgden grote bedrijven als Philips, DSM, Signify, KPN, PostNL en BAM. “Dit werkt als een sneeuwbal. Als een grote partij als Odido of Ahold Delhaize meegaat, dan moeten al hun leveranciers ook mee. Zo werkt het door in de hele keten. Daardoor is het groot geworden. Toen Eneco, Philips, Signify en DSM als eerste gingen, zaten daar zulke grote ketens achter, dat de rest daarin werd meegezogen”, zegt Misha Elkerbout, partner bij ERM. Bedrijven die net zero emissiedoelen stellen, maar te weinig doen om die te halen worden van de website gehaald. Dat gebeurde onlangs met bedrijven als Walmart, Microsoft, Procter & Gamble en Unilever. “Dat was drie jaar geleden ondenkbaar. Als je niet doorkomt, dan moet je eruit”, zegt hij.Misha Elkerbout, partner bij ERMOp juiste knoppen drukken Odido heette voorheen T-Mobile Nederland en staat sinds 2021 op eigen benen. Al vrij snel besloot het bedrijf te gaan voldoen aan de klimaatafspraken van Parijs. ERM helpt dergelijke bedrijven de juiste doelen stellen en behalen. “Wij helpen organisaties hun emissies in kaart te brengen conform de systematiek, zodat je de juiste footprint voor ogen hebt en weet waar je naar moet kijken. Dat hebben we ook bij Odido gedaan. Vervolgens helpen we ze om hun doelen stellen, hoe ze daar moeten komen en te begrijpen op welke knoppen ze moeten drukken. Ook met analyseren of iets haalbaar is”, legt Elkerbout uit. Scope 1, 2 en 3 Tot het SBT-initiatief keken bedrijven vooral naar hun eigen uitstoot, zoals het verminderen van hun eigen energieverbruik en de uitstoot tijdens hun productie. Dat noemen we scope 1 en 2. Daar zijn veel bedrijven al heel ver mee. Tegenwoordig kijken ze ook naar de uitstoot waar ze zelf minder controle op hebben. Bijvoorbeeld van leveranciers of de klanten die hun producten of apparatuur gebruiken. Dus in de hele keten van productie tot gebruik en ook daarna in de afvalfase. Dat noemen we scope 3. Bij Odido zit daar een groot deel van de CO2-uitstoot die het bedrijf veroorzaakt. Doel is de eigen emissies in scope 1 en 2 in 2028 te verminderen met 95 procent ten opzichte van 2019. De emissies in scope 3 gaat Odido tot 2040 met 90 procent terugdringen ten opzichte van 2022. In dat jaar wil het ook klimaatneutraal zijn door de resterende uitstoot compenseren. Druk wordt groter Volgens Elkerbout wordt de druk op bedrijven als Odido om te verduurzamen steeds groter. Hun klanten eisen het, hun medewerkers, maar ook hun opdrachtgevers. Zo won Odido een aanbesteding van de overheid, mede vanwege zijn klimaatambities. ERM zag al snel dat de klimaatfootprint van Odido lag bij het enorme elektriciteitsverbruik van datacenters, servers, zendmasten en kastjes bij klanten thuis. Die laatste verbruiken honderden kilowattuur per jaar. Niet onderschatten Daar zit voor Odido de impact in scope 3. Maar ook in productie van de telefoons die het bedrijf verkoopt. In scope 1 en 2 draait het vooral om brandstof voor leaseauto’s, verwarming van winkels en kantoren en de stroom voor zendmasten en datacenters. ERM heeft eerst de totale footprint voor Odido berekend en in kaart gebracht. Wat doen die kastjes thuis? Al die mobieltjes? Al die datacenters? Hoeveel stroom gebruikt dat? Hoeveel gas? Waar zit de CO2-emissie? Daarna stelde Odido zichzelf ambitieuze reductiedoelen. ERM gaf daarbij voorzetten over concrete maatregelen om die te halen. “Veel organisaties denken: als ik een doel heb gezet, dan ben ik er. Maar dat is pas het begin”, zegt Elkerbout. “Bedrijven onderschatten wel eens wat de implicaties zijn. Dan maak je goede sier en PR met je doelen, maar als die niet haalbaar zijn, ga je later alsnog onderuit omdat je het niet goed intern hebt georganiseerd.” 2028 is dichtbij Het jaar 2028 is al dichtbij. Daarom is Odido allerlei maatregelen aan het nemen. Voor de zendmasten koopt het nu al 100 procent groene stroom in, voornamelijk Europese windenergie. Daarin gaat het nog een stapje verder door bijvoorbeeld alle stroom uit een nieuw Nederlands windpark in Zeeland op te kopen. Verder wordt de komende jaren het hele wagenpark elektrisch en worden alle winkels omgebouwd en geïsoleerd, zodat ze van het gas af kunnen. Binnen scope 3 werkt Odido aan de ontwikkeling van een modem die minder stroom verbruikt. Met leveranciers praat het bedrijf over minder uitstoot bij de productie van telefoontoestellen en netwerkapparatuur.Fidel van Kempen, duurzaamheidsmanager bij OdidoContinuïteit garanderen Volgens Van Kempen is het belangrijk om in het hele proces de methodiek van science based targets te volgen. “Het formele en openbare karakter van een SBTi-commitment zorgt ervoor dat deze toezegging blijft staan, ook als er andere mensen komen werken bij Odido of wanneer ons bestuur verandert”, stelt hij. “Dit commitment staat en kan niet zomaar meer worden aangepast.” Doelen technisch invullen De animo onder bedrijven om mee te doen aan dit soort trajecten is de laatste jaren enorm toegenomen. Elkerbout: “Drie jaar geleden gingen wij er echt heen en zetten we bij wijze van spreken onze voet tussen de deur. Doordat overheden en bedrijven dit meer opleggen bellen ze nu vaker ons dan dat wij hen hoeven te bellen.” Volgens Elkerbout heeft ERM veel technische mensen in dienst, die oprecht begrijpen hoe iets werkt. Van hernieuwbare energie tot mensenrechten. “We begrijpen het corporate deel van doelen stellen, maar kunnen ook technisch invullen hoe je daar moet komen”, zegt Elkerbout. De consultant helpt tal van bedrijven op deze manier. Van supermarkten tot energiebedrijven, van banken tot andere telecombedrijven. Vraagbaak Voor Odido is ERM een vraagbaak die het bedrijf altijd kan raadplegen. “Als bedrijf doe je heel veel dingen voor de eerste keer. Dan is het fijn als je iemand hebt die de expertise al heeft”, zegt Van Kempen. “Als duurzaamheidsmanager kom ik allerlei vraagstukken voor het eerst tegen. Dan is het lekker dat ik een vraagbaak heb waar ik al die vragen kan neerleggen en van wie ik binnen een paar dagen een antwoord krijg, waarvan ik weet dat het goed is.” Lees ook: Het Parijs-akkoord kan de EU duizenden miljarden euro’s besparenOnderzoek: klimaatdoelstellingen van tientallen grote bedrijven niet ambitieus genoegWat is de ‘Just Energy Transition’ en welke rol spelen bedrijven in deze transitie?Wat de Corporate Sustainability Due Diligence Directive inhoudt en voor bedrijven gaat betekenenDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner ERM. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.