Romy de Weert 08 maart 2021, 18:23

PvdD, GroenLinks, D66 en CU willen de vleesprijs verhogen met belasting: wat levert het op?

Een vleesbelasting staat al sinds de oprichting van de Partij voor de Dieren (PvdD) in 2002 op het programma en nu zijn ook GroenLinks, D66 en ChristenUnie (CU) om. Ze willen de belasting op vlees verhogen en daarmee de eiwittransitie versnellen. Wat levert een taks op voor de planeet? Hoe gezond is het voor de mens? En is het uitvoerbaar?

Meat 1030729 1920kopie De Partij voor de Dieren wil de belasting op vlees verhogen en daarmee de eiwittransitie versnellen. Foto: Pixabay

“Vlees is té goedkoop”, stelt Lammert van Raan, Tweede Kamerlid van de Partij voor de Dieren (PvdD). De maatschappelijke kosten, zoals milieuvervuiling, klimaatverandering en gezondheidseffecten worden nu niet meegerekend in de vleesprijs. ‘De vervuilers belasten’ is een veelbesproken thema in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen. Volgens PvdD is het belasten van vlees middels een zogenoemde slachttaks een goede manier om vervuilers te laten betalen. Change Inc. zoekt uit: wat levert belasting op vlees op?

De PvdD diende afgelopen vrijdag een initiatiefwet in die ervoor moet zorgen dat op het slachten van dieren belasting wordt geheven. De belasting wordt betaald op het moment dat een dier wordt afgevoerd naar het slachthuis. Hiermee wil de partij de eiwittransitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten stimuleren. “Een manier om dit te doen is door de externe kosten van vlees ook te beprijzen, zoals milieuschade”, licht Van Raan toe.

Eiwittransitie

De eiwittransitie is een verschuiving van het gebruik van dierlijke naar plantaardige eiwitten. Eiwitten zitten in ons voedsel en we krijgen ze vooral binnen via dierlijke producten, zoals vlees, vis, ei, melk en kaas. Om de groeiende wereldbevolking in de toekomst van eiwitten te kunnen voorzien, moeten we meer gebruik maken van alternatieve en plantaardige eiwitten, zoals peulvruchten, noten en paddenstoelen. Als vlees duurder wordt voor consumenten, wordt de stap naar plantaardige alternatieven zoals vegaburgers een stuk kleiner. 

​Lees meer: Een nieuwe week, een nieuwe economie: belasting op vlees om de eiwittransitie te versnellen

Naast de PvdD zijn ook GroenLinks, D66 en ChristenUnie (CU) voor maatregelen om vlees zwaarder te belasten. Ze willen de Nederlandse consumptie van dierlijke eiwitten verminderen door vlees duurder te maken. In die prijs willen ze de maatschappelijke kosten meenemen, zoals negatieve klimaat- en milieuschade. Op dit moment eten we 61 procent dierlijke eiwitten en 39 procent plantaardige eiwitten, stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In het Klimaatakkoord staat dat in 2050 de verhouding minstens omgedraaid moet zijn: 40 procent dierlijke en 60 procent plantaardige eiwitten.

Onze planeet

De Nederlandse vee-industrie is verantwoordelijk voor zo’n 7 procent van de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2 en methaan. Zo zorgen vooral koeien voor methaanuitstoot en is de bemesting van landbouwgrond verantwoordelijk voor circa 3 procent van de CO2-uitstoot.

In 2019 maakte het PBL doorrekeningen van het Klimaatakkoord en ook van de effecten van de eiwittransitie. De cijfers lieten zien dat een eiwittransitie in 2030 zo’n 5 megaton CO2-reductie kan opleveren. Ter vergelijking: de gebouwde omgeving moet in 2030 een vermindering van 3,4 megaton CO2 laten zien door van het aardgas af te gaan.

Gezondheidseffecten

Minder vlees is niet alleen beter voor de planeet, maar ook voor onze gezondheid. Wageningen University and Research (WUR) becijfert dat een volwassene iedere dag 0,8 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht nodig heeft. Iemand van 70 kilo heeft dus genoeg aan 56 gram eiwit per dag. Toch ligt de eiwitconsumptie een stuk hoger: we krijgen per dag wel 109 gram eiwitten binnen, waarvan 74 dierlijk en 35 gram plantaardig. Die overconsumptie van vlees – voornamelijk rood en bewerkt vlees, wordt in verband gebracht met beroertes, diabetes type 2 en dikke darmkanker.

Gezondheidswetenschapper Jaap Seidell sprak zich eerder uit over het belasten van vlees. Volgens Seidell is een voedingspatroon met meer lokaal en plantaardig voedsel een stuk duurzamer en gezonder dan de grote hoeveelheden vlees, zuivel en bewerkte producten die we nu eten. Een ander risico is het overmatig gebruik van antibiotica in de vee-industrie, wat kan leiden tot resistente bacteriën, al zijn de risico’s de afgelopen jaren door controle op antibioticagebruik sterk afgenomen, schrijft de WUR.

Andere koers

Hoe uitvoerbaar belasting op vlees is, verschilt per partijvoorstel. Volgens Van Raan maakt het een groot verschil wáár je de heffing plaatst in de keten. “In eerste instantie wilden we een heffing aan het eind van de keten, maar je stuit gelijk op ‘het pizzaprobleem’.” Moet een pizza met salami dan ook belast worden? En hoe zit het met een kant- en-klaar maaltijd met stukjes spek? “Door in gesprek te gaan met belastingexperts, wetenschappers en hun studenten weten we dat het belasten aan het eind van de keten nauwelijks haalbaar is”, vertelt Van Raan. “Bovendien is een groot deel van het vlees dan al geëxporteerd voor je het kunt belasten.”

Daarom koos de partij voor een andere koers door de belasting aan het begin van de keten te plaatsen, bij degene die de vervuiling veroorzaakt. ‘Op het moment dat het dier wordt onttrokken van de veestapel met als doel geslacht te worden’, staat nu in de initiatiefwet. Dit betekent dat de boer belasting betaalt op het moment dat het dier geslacht wordt. Voor een rund komt het bedrag uit op zo’n 340 euro en voor gevogelte is die prijs door de lagere impact op het milieu zo’n 12 eurocent. “Met deze insteek kan je de bestaande wetgeving gebruiken: de Wet belastingen op milieugrondslag en aansluiten bij bestaande systemen, waardoor je het wiel niet compleet opnieuw hoeft uit te vinden.”

Weglekeffect

Zoals met veel nieuwe beleidsvraagstukken liggen er ook gevaren op de loer: bedrijven kunnen belasting ontduiken, waardoor er een kans is dat de export van levende dieren en de import van geslachte dieren kan toenemen. “Met één belastingheffing dek je nooit de hele wereld”, weet Van Raan. “Je kan ook besluiten om importheffingen in te voeren, maar de ‘vervuiling’ – het besluit dat het dier uit de veestapel wordt gehaald voor slacht – heeft al ergens anders plaatsgevonden.”

Lees meer: Vleesconsumptie in Nederland stijgt opnieuw, vooral door horeca en toerisme

Volgens Van Raan is het daarom ook belangrijk dat meerdere landen meewerken met de nieuwe wet om het importprobleem aan te pakken. “Er is een grote beweging gaande naar echte prijzen, waar maatschappelijke kosten in worden mee-berekend.” Zo is Duitsland ook bezig met het ontwikkelen van een vleestaks. Van Raan: “Wij willen de eerste stap zetten naar een transparante en inclusieve prijs.”

Andere geluiden

Niet alleen PvdD wil vlees zwaarder belasten. Ook GroenLinks, CU en D66 noemen het in hun plannen. Zo wil GroenLinks het btw-tarief op vlees verhogen naar 21 procent. D66 wil een verbruikersbelasting invoeren (een heffing gebaseerd op het gewicht van een product) en CU wil een uniform btw-tarief van 18,5 procent op alle producten. Met uitzondering van voor groeten en fruit. Daarvoor wil de CU een btw van 5 procent invoeren. Daarnaast wil de partij een ‘doelheffing’ op vlees invoeren, een heffing waarvan de opbrengt naar boeren gaat om duurzame landbouw te steunen. Als vlees meer wordt belast, zal de vleesconsumptie afnemen, stelt PBL.

Komt er een vleestaks?

Ook de True Animal Protein Price (TAPP) Coalitie werkte afgelopen maanden aan de invoering van een eerlijke vleesprijs. “Of er veel weerstand is? Ja, alle begin is moeilijk. Vijftien jaar geleden was een suikertaks of een CO2-belasting ook ondenkbaar”, reageert directeur Jeroom Remmers. Net zoals bij de CO2-taks en de suikertaks ziet Remmers een enorme lobby van de industrie. “Logisch natuurlijk, maar er moét iets veranderen aan dit belastingsysteem. We hopen dat er afspraken worden gemaakt in het regeerakkoord en dat één van de partijen die een heffing op vlees wil, mee mag regeren en hun poot stijf houden.”

Lees meer: De SGP wil een autoloze zondag: hoe goed is dat voor het milieu?

Ingrid Faber over de rol van vrouwen in duurzaamheid: “Kom uit je stoel, ga iets doen!”

“Eerlijk gezegd wist ik niet dat het vandaag Internationale Vrouwendag is. En ik ben daar ook niet zo van. Want waarom is er geen Internationale Mannendag?” Zie daar de nuchtere kijk op het leven van directeur Ingrid Faber van Faber Halbertsma Groep. Uit onderzoek blijkt dat vrouwelijke leiders voor een meer duurzame economie zorgen dan mannelijke aanvoerders. Waarom is dat, denkt u?“Is dat werkelijk zo? Ik vraag me zeer af of een stijging van het aantal duurzame bedrijven te maken heeft met vrouwelijke of mannelijke leiders. Bedrijven die streven naar duurzaamheid, streven meestal ook naar diversiteit. Daardoor is de kans gewoon groter dat daar een vrouw aan de top staat. Ik geloof er heilig in dat het van belang is om een effectief en divers team te hebben, ook wat leeftijd en cultuur betreft. En ik vind het belangrijk dat je dan ook invoelende mensen in je team hebt, die verder kijken dan naar de winst alleen. Dat empathische zou je vrouwelijk kunnen noemen, maar ik zie ook vrouwen die dat helemaal niet in zich hebben. Maar om antwoord te geven op je vraag: ik denk niet dat als er een vrouw aan het hoofd van Shell staat, dat bedrijf meteen meer gaat verduurzamen.”Gezien de dag van vandaag, 8 maart, gaan we het er toch over hebben: vindt u het lastig om vrouwelijk leider genoemd te worden, of is dat juist nodig?“Ja, ik denk dus niet zo in verschillen tussen mannen en vrouwen. Ik heb vier kinderen, drie zoons en een dochter. En mijn dochter is juist heel fel hierop, dat zij dezelfde kansen krijgt als jongens. En waarom zou ze dat niet krijgen? Ik ben zelf ook van het slag: geen woorden maar daden. Je moet er wel voor werken, met een parttimebaan word je geen CEO. Dat geldt voor zowel mannen als vrouwen.”Waar komt uw motivatie vandaan om te werken aan een duurzame, nieuwe economie?“Ik was dit weekend aan het wandelen op de Veluwe, en dan komt het bij mij ineens hard binnen. Het is daar zo mooi, en we gaan er zo slecht mee om. Wat zijn we aan het doen met de aarde? Ik weet nou ook niet per se wat de beste weg is, maar ik kan wel kijken naar wat we kunnen doen met ons éigen bedrijf. We moeten de disbalans in CO2-uitstoot stevig aanpakken. Ik geloof daarom in het planten van nieuwe bomen. Daarmee lossen we het klimaatprobleem niet op, maar kunnen we wel op korte termijn een forse bijdrage leveren. Zo planten wij systematisch nieuwe bomen op een hoogvlakte in Spanje waar in de tijd van de Spaanse Armada bomen gekapt werden voor de productie van schepen. Dat is nu een kaalvlakte waar zonder hulp geen nieuwe bomen groeien. Daaraan bijdragen, dát heeft zin.”Wat is er volgens u voor nodig om echt duurzame stappen te zetten om de klimaatdoelstellingen te behalen?“Een deel van de oplossing ligt bij ons gedrag als consument. Als je twee keer per jaar met het vliegtuig op vakantie wilt blijven gaan, als je in december frambozen wilt eten die moeten worden ingevlogen uit Zuid-Afrika, dan gaat er niet veel veranderen.”Dus de consument is aan zet, zegt u?“Nee, het is de ene hand die de andere hand wast. Ik denk dat beide partijen een rol hebben. Het bedrijfsleven kan juist zorgen voor duurzame oplossingen voor de consument, maar beiden moeten dan wel de onbekende weg willen inslaan. Vaak wordt duurzaamheid als eerste geschrapt, als er onderaan de streep bezuinigd moet worden. Ik vind dat duurzaamheid nog net iets te vaak wordt ingezet als windowdressing.”Wat hebben we nodig om duurzaamheid een grondigere rol te geven?“We hebben feiten nodig, onafhankelijke berichtgeving: wat is nu eigenlijk echt duurzaam? Daarbij moet de volledige keten bekeken worden. We streven naar een circulaire economie, maar te vaak wordt de term “circulair” gebruikt in processen die in mijn beleving eigenlijk niet circulair zijn. Zo horen wij wel eens, zijn plastic pallets niet duurzamer dan hout? Nee. Het recyclen van grondstoffen is niet circulair als er niet zonder toevoeging hetzelfde product van kan worden gemaakt. Circulair is het oneindige hergebruik van producten. Ik denk daarom dat wij het enige een échte circulaire bedrijf zijn. Wij verhuren pallets en kisten, en repareren deze als er wat mee is. Het blijven pallets. En we zorgen dat we zo weinig mogelijk kilometers rijden met een lege pallet. Dat is duurzaam, maar meteen ook voor ons van economisch belang. Hoe minder kilometers, hoe meer winst we maken.”Dus dat is de echte crux om duurzaamheid door te voeren?“Businessmodellen opzetten waar duurzaamheid en winst hand in hand gaan.”Wat is uw boodschap voor zowel mannen als vrouwen in het bedrijfsleven?“Kom uit je stoel, ga iets doen! En plant bomen.”Aan wie zou u het stokje willen overdragen om volgende week iets te vertellen?“Werner Schouten van De Jonge Klimaatbeweging” De kijk- of leestip van Ingrid Faber: “Kijk eens dit filmpje van de NASA uit 2006, een jaar uit het leven van de aarde en haar CO2. Daar zie je dat de jaarlijkse CO2 uitstoot steeds groter is dan wat bomen en planten kunnen opnemen. Hierdoor neemt de CO2 concentratie toe. Op dit filmpje hier, wordt het heel goed in beeld gebracht.”Voor een van de onderzoeken over vrouwelijke CEO's en duurzaamheid, zie bijvoorbeeld hier en hier.