Chris Thijssen 10 november 2016, 07:47

‘Ruim driekwart veevoergrondstoffen komt uit Europa’

Ruim driekwart van de grondstoffen die de Nederlandse diervoederindustrie gebruikt, is afkomstig uit Nederland en Europa. Een kwart komt uit landen buiten Europa.

5378114980 d712f65e90 o

Dat zegt Nevedi, de brancheorganisatie van de Nederlandse veevoederindustrie, in reactie op een rapport van Milieudefensie. In dit rapport, dat de organisatie dinsdag publiceerde, stelt Milieudefensie dat de import van soja voor de Nederlandse veestapel het afgelopen jaar met 15 procent is gestegen. Dat zou haaks staan op de belofte van de veevoedersector en supermarkten om de import juist terug te dringen.

Volgens Nevedi schetst de milieuorganisatie hiermee echter een onvolledig beeld. Zo zijn vrijwel alle granen, waaronder mais, tarwe en gerst, en co-producten uit de levensmiddelenindustrie afkomstig uit Europa, stelt de brancheorganisatie. Van de eiwitrijke grondstoffen zou daarnaast 61 procent een Europese herkomst hebben.

Duurzame veehouderij

In combinatie met de eiwitten uit ruwvoer en gras loopt dit percentage zelfs op tot 70 procent, aldus Nevedi. Daarmee is de Nederlandse diervoederindustrie de ambitie voor een aandeel van 50 procent regionaal eiwit volgens de brancheorganisatie al voorbij gestreefd. Deze ambitie werd in 2011 vastgelegd door verschillende partijen in de productieketen van dierlijke producten in het Verbond van Den Bosch, een convenant over de verduurzaming van de veehouderij.

Daarnaast wordt bij de import van de grondstoffen van buiten Europa, zoals sojabonen, sojaschroot en palmolieproducten, ook ingezet op duurzaamheid, benadrukt Nevedi. Zo worden de grondstoffen onder een gegarandeerd duurzaamheidsniveau aangekocht, zoals soja die is geproduceerd volgens de Fefac Soy Sourcing Guidelines en palmolie volgens de regels van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO).

Circulaire economie

Verder zegt Nevedi dat de Nederlandse diervoederindustrie zich ook inzet voor de ontwikkeling van alternatieve grondstoffen. Voorbeelden daarvan zijn het gebruik van gries, dat ontstaat bij de productie van broodmeel en pasta en bierbostel, dat overblijft bij het bierbrouwproces.

Deze grondstoffen krijgen in de diervoederketen een hoogwaardige bestemming, aldus Nevedi. Door het gebruik van deze grondstoffen draagt de diervoederindustrie volgens de organisatie actief bij aan het sluiten van kringlopen en daarmee aan een circulaire economie.

Bron: Nevedi, Milieudefensie | Foto: Steffen Zahn, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

‘Betalen voor schade als gevolg van klimaatverandering’

Naar aanleiding van de Klimaatconferentie COP22, die van 7 tot 18 november in Marrakesh plaatsvindt, is het onderzoek Financing options for loss and damage: a review and roadmap uitgevoerd. Het wereldwijd terugdringen van broeikasgasemissies zou klimaatverandering effectief kunnen tegengaan. Toch worden duurzame innovaties en maatregelen, die de uitstoot van broeikasgassen verminderen, niet snel genoeg toegepast, stellen de onderzoekers.“De vermindering van broeikasgassen is te langzaam van de grond gekomen”, zegt J. Timmons Roberts, wetenschapper aan de Brown University, in een persbericht. “En nu zijn er een aantal gevolgen die niet meer kunnen worden voorkomen. Dat heet ‘schade en verlies’, een verwijzing naar de veelgebruikte juridische term.”Daarom zien de wetenschappers kansen voor nieuwe financieringsmiddelen om schade en verlies als gevolg van klimaatverandering aan te pakken. Ze noemen een aantal financieringsmiddelen die de catastrofale gevolgen van klimaatverandering moeten compenseren:  Catastrofe risicoverzekeringDe wetenschappers van Brown University zien kansen om risicoverzekering op te zetten voor catastrofes die waarschijnlijk niet zullen plaatsvinden, maar wel hoge kosten met zich meebrengen. Deze methode zou effectief zijn wanneer de kosten van schade, die zowel individuen als gemeenschappen hebben geleden, worden gedekt door de risicoverzekering. Er ligt echter nog een uitdaging voor verschillende landen om voldoende geld in te zamelen voor deze methode.De financieringsinstrumenten voor een risicoverzekering tegen catastrofale gevolgen van klimaatverandering zouden vooral in Aziatische landen veel kansen bieden, blijkt uit de analyse van Brown University. Heffingen op vluchten en maritiem transportDaarnaast stellen de onderzoekers dat de opbrengsten van heffingen die passagiers van internationale vluchten moeten betalen, kunnen worden ingezameld voor het opzetten van een specifiek fonds. Dat fonds moet de kosten van schade door natuurrampen dekken. Verder zou de zogeheten solidariteitsheffing op reizen met het vliegtuig breder ingezet kunnen worden. Door een dergelijke heffing te betalen, dragen vliegtuigpassagiers bij aan verschillende duurzame initiatieven tegen armoede en klimaatverandering.Op dit moment zijn er volgens Brown University negen landen die de solidariteitsheffing verplichten. Naast heffingen op passagiersvluchten, zou ook het gebruik van fossiele brandstoffen in de luchtvaart en in het maritiem transport kunnen worden onderworpen aan heffingen. Tussen 1990 en 2010 is de uitstoot van broeikasgassen in de luchtvaart en het maritiem transport met 70 procent toegenomen, stelt Brown University. Wereldwijde emissiehandelDe onderzoekers stellen verder dat de wereldwijde emissiehandel effectief kan bijdragen aan de strijd tegen klimaatverandering. Hierbij kunnen bedrijven en instellingen hun rechten verhandelen, om een ton CO2 of een ton van een ander broeikasgas uit te stoten. Uit een onlangs gepubliceerd onderzoek van de Wereldbank blijkt dat de kosten voor maatregelen tegen klimaatverandering met 32 procent verlaagd kunnen worden in 2030. Dit wordt mogelijk gemaakt door een nauwe samenwerking tussen landen en bedrijven die CO2-emissierechten verhandelen. Bron: Brown University | Foto: William Bossen via Unsplash.com, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)