Henk-Jan de Meer 05 december 2022, 12:00

Sappigere vleesvervangers dankzij suikerbiet

Droge groenteburgers of vleesvervangers met bijsmaken kunnen binnenkort verleden tijd zijn. Cosun Beet Company heeft een nieuw 100 procent plantaardig voedingsingrediënt ontwikkeld: Fidesse. Het wordt gemaakt van suikerbietenpulp, een reststroom van de lokale suikerbietenproductie.

Adobe Stock 223596448 Uit suikerbiet wordt meer gehaald dan alleen suiker. | Credits: Adobe Stock

Volgens Cosun Beet Company, het vroegere Suiker Unie, geeft het voedingsingrediënt textuur en sappigheid aan plantaardige voeding. Daarmee ondervangt het de uitdaging voor vleesvervangers, want sappigheid creëren blijft voor vele producten een ingewikkeld gebeuren. Omdat Fidesse tevens een neutrale smaak en kleur heeft, kan het in veel verschillende producten worden toegepast.

“Wanneer een plantaardige vleesvervanger wordt samengesteld, dan voegt men meestal daar ook kleurstoffen en smaakmakers aan toe voor de juiste kleur en smaak. Alleen kunnen andere ingrediënten zorgen voor een bijsmaak of overheersende kleur”, vertelt Fabian Griens, technical support specialist bij Cosun Beet Company.

Neutraal

“Met Fidesse is daar geen sprake meer van, doordat het een neutrale smaak en kleur heeft. Het is een blanco bouwsteen die gemakkelijk de smaken opneemt die eraan worden toegevoegd. Daardoor behoudt het de gewenste smaak en kleur van de plantaardige vleesvervanger.”

Volgens Griens is Fidesse dan ook ideaal voor vegetarische en veganistisch producten die meer structuur en sappigheid kunnen gebruiken. Ook omdat het rijk is aan voedingsvezels en het weinig vet bevat. Cosun Beet Company presenteert het voedingsingrediënt begin december op de beurs Food Ingredients Europe in Parijs.

Duurzame toekomst

De introductie van Fidesse past binnen de strategie van Cosun Beet Company om alle reststromen van de suikerbiet optimaal te benutten. Hun doel is om de suikerbiet volledig circulair te maken.

Lees ook: De oneindige mogelijkheden van de suikerbiet

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Drijvende ‘piramide’ windmolen van 5 megawatt gaat in 2024 de Franse zee op

De windmolen van Eolink heeft een uniek ontwerp. De turbine rust tussen vier verticale masten die bevestigd zijn aan een vierkante frame dat op het water drijft. Hoewel het ontwerp uit meer onderdelen bestaat dan de klassieke staande windmolen, claimt Eolink dat voor de totale constructie 30 procent minder staal nodig is. Verder is de turbine modulair opgebouwd, zodat onderdelen relatief eenvoudig te onderhouden en vervangen zijn. Lees ook: Opmerkelijk: Windparken beïnvloeden het weer Het voordeel van drijvende windmolens is dat er geen staal en beton nodig is om het apparaat aan de zeebodem te verankeren. Dat zorgt voor een minder grote CO2-voetafdruk en heeft een minder negatief effect op het zeeleven. Ook kunnen drijvende turbines makkelijk meedraaien met de wind, zodat ze zonder extra machinerie altijd de meeste wind vangen. Een uitdaging van windmolens op zee, en specifiek van drijvende windmolens die ver van de kust liggen, is de opgewekte stroom van de windmolens naar land halen. Hoe verder de windmolens in zee liggen, hoe langer de kabels moeten zijn die het park met het land verbinden. Drijvende windmolen Eolink kon hun definitief investeringsbesluit (totaal 22 miljoen euro) nemen dankzij een kapitaalinjectie van het Spaanse Accociana Energy en energieprojectontwikkelaar Valorem. Met het geld kan Eolink een drijvende windmolen bouwen met een vermogen van 5 megawatt. De te bouwen windmolen rust op een stalen vierkant van 52 bij 52 meter en heeft wieken met een diameter van 143 meter. Het geheel weegt zo’n 1.100 ton. De piramidemolen krijgt een plekje in het SEM-REV-gebied, een zone in de Frans Atlantische oceaan waar uitgebreid getest wordt met nieuwe windmolens op zee. Groot, groter, grootst Eerder ontving Eolink al een subsidie van 6 miljoen euro van de Franse overheid voor de bouw van een turbine met een vermogen van 20 megawatt. Dat is flink groter dan de 16 megawatt recordhouder turbine van het Chinese MingYang Smart Energy. Het 20 megawattproject van Eolink wordt waarschijnlijk in 2026 opgeleverd. Het Noorse World Wide Wind heeft zelfs een nog grotere turbine op de planning staan. Zij streven naar een drijvende windmolen van 40 megawatt Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.