Chris Thijssen 08 november 2016, 07:26

Smartphone als meetapparaat voor veilig voedsel

Het Europese consortium FoodSmartphone onderzoekt de mogelijkheden om met een smartphone voedsel te controleren op aanwezigheid van schadelijke stoffen.

Photo 1472393365320 db77a5abbecc

Rikilt van Wageningen University & Research ontving onlangs bijna € 3 mln van het Europese wetenschapsministerie. Het bedrag is bedoeld om samen met vijf andere landen onderzoek te doen naar andere manieren om voedsel te controleren.

Momenteel worden in de voedselketen monsters verzameld, die worden verzonden naar laboratoria voor onderzoek op resten van bijvoorbeeld pesticiden, antibiotica, natuurlijke toxines en allergenen. Het kan vervolgens enkele dagen duren voordat een lab-uitslag beschikbaar is, terwijl er in de meeste gevallen niets aan de hand is met een product.

Meten met smartphone

Het Europese consortium FoodSmartphone verwacht dat een deel van deze metingen kan worden verplaatst en ter plekke kan worden uitgevoerd. Voedselinspecteurs met een smartphone zouden deze metingen kunnen uitvoeren. Dat bespaart tijd en geld, aldus het onderzoeksinstituut.

De aangesloten partners zeggen daarnaast dat het ‘heel goed voorstelbaar’ is dat op termijn ook consumenten zelf die metingen met behulp van een smartphone kunnen uitvoeren.

Duurzame voeding

Rikilt ontwikkelde eerder in samenwerking met Amerikaanse en Duitse partners een smartphone-hulpstuk en app voor het meten van een verboden hormoon in een druppel melk. Daarnaast maakte het onderzoeksinstituut een voedselscanner, waarmee consumenten in de toekomst zelf de herkomst, houdbaarheid en samenstelling van voeding kunnen meten.

Bron: Wageningen University & Research | Foto: Toronto Eaters, via Unsplash Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Eric Boonstra, Evoswitch: ‘Anders omgaan met data’

Doordat het gebruik van internet exponentieel toeneemt, neemt de hoeveelheid data in de wereld ook toe. Datacenters worden daarom steeds groter. Daarnaast neemt het aantal datacenters in de wereld drastisch toe. Boonstra: “We zitten in een bedrijfstak die ontzettend veel energie gebruikt. Momenteel is het vergelijkbaar met de gehele luchtvaartindustrie. Wat je ziet is dat steeds meer datacenters daarom groener en duurzamer worden.”Dat is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee, stelt Boonstra: “Een groot deel van onze kosten is stroom. Als je daarop kan verduurzamen, werkt dat kostenbesparend op de lange termijn. Daarnaast kiezen partijen voor ons juist omdat we duurzaam zijn.”Luister hier de volledige uitzending terug:Duurzame datacenters“Evoswitch is volledig CO2-neutraal. Dat streven we na vanaf dag één. We gebruiken duurzaamheid niet als marketinginstrument, maar we doen het uit volle overtuiging”, zegt Boonstra. Die uitspraak komt niet uit de lucht vallen. Boonstra ziet namelijk dat veel providers van datacenter-diensten zeggen dat ze duurzaam zijn, maar dat niet zijn. Boonstra: “Ik noem dat ‘greenwashing’.”Een voorbeeld is het dak van datacenters gebruiken voor zonnepanelen. Een mooi initiatief, stelt Boonstra, maar te verwaarlozen als je bedenkt dat een gemiddeld datacenter 10 tot 20 megawatt aan energie verbruikt. “Dan wordt het een marketinginstrument. Het initiatief is niet in verhouding met het energieverbruik van datacenters.”Hoe kunnen datacenters dan wel effectief verduurzamen? Volgens Boonstra zit de grote winst in de koeling: “Een datacenter is in principe een gigantische ruimte waar duizenden servers staan te werken. Die moeten gekoeld worden. Van oudsher gebruiken datacenters daar airconditioning voor: de stekker erin en koelen maar. Bij Evoswitch gebruiken we de buitenlucht. Waar nodig springen we bij door middel van waterkoeling. Daardoor gebruiken we veel minder stroom.”Toekomst van datacentersBoonstra verwacht dat het dataverbruik in de aankomende jaren alleen maar verder toeneemt, onder andere door Internet of Things (IoT). Dat betekent dat datacenters steeds groter zullen worden. Boonstra: “Servers worden in de toekomst weliswaar energie-efficiënter, waardoor we met minder apparatuur steeds meer data kunnen verwerken, maar het dataverbruik neemt ook steeds meer toe. Er komen in de aankomende jaren dus ongetwijfeld veel datacenters bij.” Ook Evoswitch heeft uitbreidingsplannen: “We kijken momenteel naar nieuwe locaties in Amsterdam en Frankfurt.”In de toekomst zullen consumenten ook anders om moeten springen met data. Boonstra: “Iemand die oude foto’s en e-mails in de cloud bewaart, moet zich gaan realiseren dat dit ergens op een server staat te draaien. Dat kost allemaal stroom.”Lees ook:Duurzame datacenters: 7 innovatieve oplossingen