Romy de Weert 07 oktober 2021, 16:07

Start-up Wholy Greens: 'We worden de Tesla onder de pasta’s'

De consument meer groenten laten eten, voedselverspilling tegengaan door reststromen van boeren op te kopen en een transparante keten creëren. Dat is waar Walter Zantinge van Wholy Greens voor strijdt. “We maken pasta met Italiaans design, maar met Hollands vernuft.”

20210824 lifestyle website Wholy Greens 020 De pasta van Wholy Greens bestaat voor de helft uit pure groenten. | Credits: Wholy Greens

Geen pasta gemaakt van tarwe, maar van overgebleven groenten. Wereldwijd wordt er ieder jaar zo’n 1,6 miljard ton voedsel verspild. Daarvan bestaat zo’n 644 miljoen ton uit groenten en fruit. “En dat terwijl de gemiddelde Nederlander slechts 130 gram groenten per dag eet, terwijl de aanbevolen hoeveelheid 250 gram is”, zegt Walter Zantinge, mede-eigenaar van de start-up Wholy Greens. Om voedselverspilling tegen te gaan en consumenten meer groenten te laten eten kwam Zantinge samen met zijn compagnons met een idee: de overgebleven groenten verwerken in pasta.

Van bankenwereld naar start-up

Zantinge heeft tien jaar in de bankensector gewerkt, maar heeft zich altijd ingezet voor duurzaamheid en diversiteit. “Als 25-jarige wilde ik ook een bedrijfje opzetten om van oud afvalvet iets nieuws te maken. Daarnaast ben ik onderdeel geweest van de start van New Urban Collective, een beweging die zich inzet voor de Afro-Nederlandse gemeenschap. Die passie voor duurzaamheid en diversiteit kon ik uiteindelijk niet kwijt bij een bank.” Om écht impact te maken stapte hij over naar de start-up Wholy Greens.

Het afgelopen jaar heeft Wholy Greens zo’n tweeduizend kilo wortels gered van verspilling. “Onze pasta bestaat voor de helft uit pure groenten en daarnaast gebruiken we spelt en andere ingrediënten om de pasta te verrijken met de juiste voedingstoffen”, legt Zantinge uit. Het verschil met peulvruchtenpasta, gemaakt van bijvoorbeeld kikkererwten, zit hem volgens Zantinge in de substantie en de smaak. “Door het gebruik van groenten krijg je veel vitamines en mineralen binnen. Het zal natuurlijk nooit de tomaat of de komkommer zijn die je net van het land plukt, maar het komt wel dichtbij.”

Zelf de regie in handen hebben

De buitenbeentjes en groenten die uiteindelijk worden weggegooid koopt Wholy Greens via partners op. Uiteindelijk wil Zantinge zelf de regie in handen hebben in de inkoop van groenten. “Op die manier hebben we veel meer grip op de keten en kunnen we consumenten precies vertellen waar de groenten vandaan komen en hoe het met de bodemkwaliteit en biodiversiteit gesteld is.”

Want voedselverspilling tegengaan is één ding waar Zantinge zich voor inzet, maar dat moet samengaan met behoud van biodiversiteit en bodemkwaliteit. “Op termijn willen we dat al onze boeren met regeneratieve landbouw werken: geen monoculturen en chemicaliën maar juist strokencultuur of voedselbossen. Op die manier dragen we op een positieve manier bij aan het behoud van de planeet.” Binnen drie jaar wil Zantinge inzichtelijk hebben wat er bij iedere hap pasta met de planeet gebeurt. “Zo maak je de complete keten inzichtelijk en transparant.”

Betaalbaar betekent niet goedkoop

Dat brengt volgens Zantinge wel uitdagingen met zich mee. “We moeten goed letten op de prijs van het product, want Nederlanders zijn redelijk op de centen. We willen het product toegankelijk maken en uniek zodat consumenten het minimaal één keer in de week willen eten.”

Walter Zantinge (links) en Pieter van der Manden (rechts) zijn medeoprichter van Wholy Greens.

Volgens Zantinge betalen consumenten nu gemiddeld één euro voor een pak spaghetti. “We moeten toe naar hoge kwaliteit voedselproducten die betaalbaar zijn. Maar betaalbaar betekent niet per se dat het ook goedkoop moet zijn. We consumeren op dit moment te veel producten die van slechte kwaliteit en goedkoop zijn. Het aanbod in supermarkten moet veranderen.”

Psychologisch probleem

Met de groentepasta wil Zantinge voedsel dat anders verspild zou worden weer gebruiken, en zo een positieve bijdrage leveren aan de aarde. Maar het onderliggende probleem wordt daarmee volgens hem niet opgelost. “Op het probleem van klimaatverandering is onze primaire reactie dat we gebruik moeten maken van technologie. Dat kan helpen, maar het onderliggende probleem is psychologisch. We produceren en consumeren niet naar wat we nodig hebben, maar naar wat we wíllen hebben omdat we denken dat het meer geld oplevert.”

Inzichtelijk maken dat we ook met minder uit de voeten kunnen, ziet Zantinge als een van zijn uitdagingen bij Wholy Greens. “We willen op een speelse manier consumenten bewust maken hoe hun eten geproduceerd wordt en wat ons consumptiepatroon met de planeet doet. Als mensen daar meer bewust van zijn, kunnen ze ernaar handelen.”

Tot slot heeft Zantinge een wens voor de toekomst: “Ik zou heel blij zijn als supermarkten zelf geen eten meer mogen produceren. De eigen merken die zij verkopen zijn extreem goedkoop en niet per se duurzaam. Waarom draaien we het niet om? Supermarkten helpen producten die goed zijn voor de planeet met opschalen zodat ze goedkoper worden en zo toegankelijk zijn voor een breder publiek. Je gaat dan een partnership aan voor de lange termijn die veel verder gaat dan inkoop en verkoop.”

Groot worden en klein blijven

Voor de toekomst heeft Zantinge grootse plannen: “We willen heel graag internationaal gaan, maar daarbinnen willen we groot worden en klein blijven.” Dat lijkt tegenstrijdig, maar Zantinge heeft het helder voor ogen: “Je kunt bijvoorbeeld zeggen: we willen heel groot worden, in Nederland producten maken en die verschepen naar het buitenland. Maar je kunt het ook anders aanpakken: hoe bouwen we wat we hier hebben precies hetzelfde in andere landen zodat ze daar ook aan de slag kunnen?”

Wil je meer lezen over voeding en landbouw? Volg het dossier of meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Met een smak geld van banken hoopt Eteck meer duurzame warmte te leveren

De financiering komt van vier banken samen: ABN AMRO, Rabobank, ASN Bank en ING leveren allemaal een deel. Het was dan ook een hele klus om de financiering rond te krijgen, maar nu het zover is kan Eteck zich de volgende fase in. “Met dit geld kunnen we doorgroeien”, vertelt de kersverse CEO van Eteck, Michiel van den Berg, aan de telefoon. “We zitten in een markt die om veel kapitaal vraagt en hiermee kunnen we grotere projecten beginnen.” En dat is hard nodig, want het schiet niet op met de overgang naar duurzame warmte in Nederland. Hoewel ‘we’ het qua stroom goed doen (meer dan 25 procent is groen) valt dat bij warmte nog tegen: nog geen 8 procent was in 2020 duurzaam. En dat is een probleem, want mede daardoor haalt ons land de klimaatdoelen van Europa én de afspraken uit het klimaatakkoord niet. Lokale warmte voor thuis Partijen als Eteck helpen woningen om van het gas af te gaan, zodat de gebouwde omgeving minder fossiele brandstof nodig heeft. Het haalt die warmte uit de omgeving, waardoor elk project dat Eteck aanpakt uniek is. Soms komt de energie voor warmte- en koudeopslag uit een nabijgelegen waterplas, soms van een datacenter of supermarkt om de hoek, of van zonnepanelen op het dak De financiering helpt Eteck om grotere projecten aan te nemen. Het geld is niet per se bedoeld om meer te innoveren op het gebied van duurzame warmte. Van den Berg: “De innovatie zit hem deels in de technieken die we gebruiken en deels in de verandering van de markt. Projecten worden groter; waar we vroeger 500 huizen duurzaam verwarmden, zijn dat er nu 5000. Steeds meer gemeenten werken aan aanbestedingen voor steeds grotere gebieden. Met deze financiering kunnen wij het verschil maken bij die aanbestedingen.” Volwassen markt? Betekent dat de markt voor duurzame warmte volwassen is geworden, en we vanaf nu met zevenmijlslaarzen naar duurzame verwarming gaan? Zo ging het immers ook met duurzame stroom, die lang mondjesmaat groeide maar nu grote sprongen maakt doordat wind- en zonneparken betaalbaarder worden. “De warmtemarkt is nog niet volwassen”, zegt Van den Berg. “Het verduurzamen van bestaande bouw is voor iedereen nog onontgonnen gebied, we moeten het allemaal met elkaar uitvinden. Dat maakt het ook leuk. Ook voor geldschieters is het nieuw; de banken moesten een nieuwe vorm van financiering bedenken om ons geld te kunnen lenen.” Maar nu zo’n financiering er is, kunnen er zeker meer volgen. “Warmte is hot, dus er zullen steeds meer investeringen nodig zijn. En ik kan me voorstellen, nu er een schaap over de dam is, er meer van dit soort financieringen volgen.” Grote steden duurzaam verwarmen Voor Eteck zijn de honderden miljoenen genoeg om een paar jaar lang projecten te financieren. Daarna kan de markt er weer heel anders uitzien, bijvoorbeeld omdat warmtepompen betaalbaarder zijn geworden. En waar gaat de financiering heen? “Een deel gaat naar de herfinanciering van bestaande projecten en een ander deel naar de realisatie van huidige nieuwbouw- en renovatieprojecten. Tot slot is ook een deel gereserveerd als groei-investering voor toekomstige warmteprojecten in zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Bijvoorbeeld in gebiedsontwikkeling in de grote steden; daar is veel te doen om de huizen duurzaam te verwarmen.” Wil je op de hoogte blijven van onze verhalen? Schrijf je in voor onze nieuwbrief.