Hannah van der Korput
11 april 2024, 13:00

Tobias Leenaert (ProVeg) ging van 'echte vleeseter' naar oprichter van een veganistische beweging

Van vleeseter naar mede-oprichter van een internationale, veganistische beweging. Schrijver en dierenrechtenactivist Tobias Leenaert heeft zijn eetgewoonten volledig omgegooid en hoopt dat velen zijn voorbeeld zullen volgen. “Als ik het kan, kan iedereen het.”

Tobias foto Volgens Leenaert heeft de veganistische beweging een flinke dosis pragmatisme nodig. | Credits: Lode Greven

Leenaert omschrijft het eten van vlees en andere dierlijke producten als het perfecte probleem. “Ik ken geen ander issue dat zó veel dingen raakt: milieubelasting, dierenwelzijn, onze eigen gezondheid. Als we dit oplossen, kunnen we superveel verbeteren.”

Tien jaar

Dierenwelzijn trok hem over de streep om te stoppen met vlees, zuivel en eieren. “Ik ben met dieren opgegroeid en heb er altijd compassie voor gevoeld. Toch heb ik heel lang dierlijke producten gegeten. Maar op een bepaald punt kon ik voor mezelf niet meer verklaren waarom we onze huisdieren zo radicaal anders behandelen dan kippen of koeien die in de bio-industrie leven.”

Het duurde tien jaar om zijn eetgewoontes aan te passen. “Ik was echt een vleesliefhebber en at het simpelweg heel graag. Stoppen was niet eenvoudig. Vergelijk het met een roker die zegt dat dit écht het laatste sigaretje is. Inmiddels is het dankzij alle alternatieven en hulpmiddelen veel makkelijker geworden om plantaardig te eten. Al weet ik goed hoe lastig het is om een dieet aan te passen. Ik eet nu 25 jaar veganistisch. Daar ga ik niet dramatisch in zijn, want inmiddels kost het me geen moeite meer. Maar dat heeft jaren geduurd.”

Pragmatisch

Volgens Leenaert heeft de veganistische beweging een flinke dosis pragmatisme nodig. Dat beschrijft hij in zijn boek Naar een vegan wereld. “Veganisten vragen vaak om hier en nu te stoppen met het eten van vlees. Iemand die pragmatisch is, kan mensen vragen minder vlees te eten in plaats van er helemaal mee te stoppen. De eerste boodschap komt voort uit idealisme. De tweede boodschap strookt misschien niet helemaal met het ideaal, maar kan wel effectiever en dus beter zijn.”

Een ander voorbeeld zijn fastfoodketens met plantaardige burgers op het menu. “Een afweging kan zijn om deze snacks niet te kopen, want het aanbod van Burger King en McDonald’s bestaat grotendeels uit vlees en daar is dierenleed mee gemoeid. De pragmatische benadering is om het wél te kopen. Hoe meer plantaardige producten zo’n keten verkoopt, hoe groter het assortiment wordt. Het is toch een kwestie van follow the money. De verhouding dierlijk-plantaardig verschuift dan richting plantaardig.”

ProVeg

Dat pragmatisme implementeert hij ook bij ProVeg: een partij die zich inzet voor meer plantaardige voeding. Tegen het jaar 2040 wil ProVeg de wereldwijde consumptie van dieren met 50 procent hebben verminderd. Dit doet de partij onder andere door recepten, verhalen en rapporten te publiceren. Zo bracht ProVeg recent een onderzoek uit waaruit blijkt dat plantaardige producten bij veel supermarkten goedkoper zijn dan hun dierlijke evenbeeld. “We proberen het plantaardige dieet aantrekkelijker te maken. Om dat te bereiken, communiceren we over de thema’s die mensen interesseren. Of dat nu gezondheid, dierenwelzijn, milieu-impact of de portemonnee is, maakt niet uit.”

De organisatie werkt internationaal. “Eerder waren er veel landelijke initiatieven onder verschillende namen. Door de krachten te bundelen, willen we gebruikmaken van de synergie. We hebben nu één naam. Die gebruiken we internationaal in de hoop dat het meer bekendheid creëert. We willen de Greenpeace van plantaardige voeding zijn.”

Beweging

Het percentage veganisten klimt vooralsnog niet snel. Dat wil niet zeggen dat er geen beweging gaande is, zegt Leenaert. “De consumptie van vleesvervangers is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Het aantal flexitariërs groeit. Dat toont aan waar we naartoe gaan, beter dan het aantal mensen dat nu veganistisch is. Ik denk dat veel mensen zien dat de impact van vlees hoog is en het dierenwelzijn in het geding. Die groep zou het prima vinden om vlees duurder te maken en vaker vegetarisch te eten. Al zijn dat niet per se de mensen die nu al 100 procent vegan zijn.”

Moed tonen

“Alleen door moed te tonen krijgen we meer mensen aan het plantaardige dieet. De overheid kan de transitie stimuleren door middel van wetgeving. Al moet het bedrijfsleven zeker niet wachten op verplichtingen van hogerhand. Onlangs maakte cateringgigant Sodexo bekend dat plantaardige maaltijden de norm worden op vierhonderd Amerikaanse onderwijsinstellingen. Van dat soort berichten word ik blij.”

Moed is ook nodig bij het tegengaan van misinformatie. “Het verhaal dat milieu- en veganistische bewegingen willen vertellen, wordt tegengewerkt door lobbyisten van de vlees- en zuivelindustrie. Ik vind dat bijna misdadig. Het frustrerende is dat veel mensen dat verhaal graag willen horen, want dan hoeven ze niet te veranderen. Die stroom aan misinformatie moet stoppen. Het liefst zo snel mogelijk, want de Europese verkiezingen komen dichterbij.”

Omslagpunt

Wanneer maken we die dappere keuze en gooien we als samenleving het roer om? Dat is een kwestie van tijd, zegt Leenaert. “Vooralsnog doen mensen vooral hun best om weg te kijken. Vaak zien we het dier niet meer achter het product. Beelden van slachthuizen bekijken we liever niet, terwijl het de harde realiteit is. Ik denk dat het, naarmate we meer alternatieven creëren, makkelijker wordt om onze ogen en hart te openen. Zolang je denkt dat je iets gaat verliezen, wil je er niet aan. Mensen willen niet met dierenleed geconfronteerd worden, omdat verandering zich dan opdringt. Toch denk ik dat we binnenkort een omslagpunt bereiken, zoals destijds ook gebeurde met de slavernij. Nu denken we: hoe konden we mensen van vlees en bloed bezitten en verhandelen? Wat was er aan de hand met ons? Als ik optimistisch ben, gebeurt dat in de nabije toekomst ook met dieren.”

Lees ook:

Plant FWD 2024

Tobias Leenaert is een van de sprekers op Plant FWD 2024, dat plaatsvindt op 23 & 24 april in Theater Amsterdam. Het event heeft als missie om de eiwittransitie te versnellen naar 60 procent in 2030 en brengt changemakers van start-ups, investeerders, food retailers, corporates, overheden en toekomstige talenten samen om dit te bereiken.

Het thema is dit jaar ‘Welcome to the Plant Forward Revolution’ en andere sprekers zijn onder meer Emile van der Staak, executive chef van restaurant de Nieuwe Winkel, Romain Jolivet, CMO en oprichter van LaVie en Tracye McQuirter, bekend van de Netflix documentaire You Are What You Eat. Klik hier voor meer informatie over het evenement en om je met €100 korting aan te melden via Change Inc.

Onkruid wiedende robots helpen boeren van de gifspuit af

Onkruid concurreert met gewassen op het land. Vaak wint het onkruid, dus willen boeren dat zo vroeg mogelijk verwijderen. Biologische boeren wieden dat met de hand. Dat is zwaar werk. Traditionele boeren gebruiken chemische gewasbeschermingsmiddelen, oftewel herbiciden. Gif dat het onkruid doodt, maar gewassen spaart. Robotarmen plukken onkruid De robots van Odd.Bot maken zowel de gifspuit als handmatig wieden overbodig. De karretjes rijden zelfstandig 24 uur per dag heen en weer over de akkers. In die karretjes zit een robotarm met vingers en daarvoor een 3D-camera. De camera kan met behulp van kunstmatige intelligentie (AI) zien welke plantjes onkruid zijn en welke niet. Vervolgens plukt de robotarm het onkruid uit de grond. “Het lijkt op hand wieden zoals je in je tuin doet of zoals in de bioteelt wordt gedaan. Deze robotarmen worden aan de lopende band gebruikt om dingen in te pakken. Wij draaien het om. We trekken die arm over het veld en in plaats van iets inpakken, halen we iets weg”, zegt CEO en oprichter Martijn Lukaart van Odd.Bot. “Het is onze missie om op deze manier de transitie naar een meer duurzame akkerbouw te versnellen.” TU Delft Odd.Bot is in 2018 ontstaan uit een samenwerking van Lukaart met de TU Delft. Hij is zelf geen techneut, maar econoom en ontwikkelaar van concepten. Een team van zes studenten werkte toen vijf maanden in zijn opdracht aan robottoepassingen in de landbouw. “Ik ben dat gestart omdat ik daarvoor grote kansen zie. Robotica in de akkerbouw is de toekomst”, stelt hij.CEO en oprichter Martijn Lukaart van Odd.Bot.Biotelers eerst Odd.Bot werkt van begin af aan samen met Wageningen Universiteit en Research (WUR). Voor de ontwikkeling van zijn eerste robot kreeg de start-up financiering van het zogeheten Proof of Concept Fonds en later ook via crowdfunding en een lening van privé-investeerders. Het bedrijf streek neer in Lelystad. “Omdat daar in de polder de meeste biotelers zitten”, legt Lukaart uit. “Het vinden van handjes die de hele dag onkruid willen plukken is voor hun een steeds grotere uitdaging.” Worteltjes, uien en witlof Na diverse prototypes en aanpassingen was er het eerste model: de ‘Weed Whacko’. Een robot met drie wielen. Die is bij vijf telers met succes getest bij gewassen als worteltjes, uien en witlof. Eentje in Zeeland, eentje in Duitsland en drie in Flevoland. “De robot identificeert elk onkruidje en kan die er zelfs bij gewassen met een hogere dichtheid tussenuit vissen. Dat doen we beter, sneller en goedkoper dan met hand wieden, al kunnen we nog niet concurreren met chemische middelen. Het is heel effectief om op het hele veld alles dood te spuiten, behalve je genetisch gemodificeerde zaden die resistent zijn gemaakt tegen dat landbouwgif”, zegt Lukaart. “Al krijgen ook gewassen daar wel een tik van. Als boeren zouden stoppen met chemische middelen, is 10 procent meer opbrengst mogelijk. Daarin zit ook een deel van onze businesscase. Daarnaast kunnen onze robots dag en nacht doorwerken.” Een ander voordeel is volgens hem dat er geen zware voertuigen nodig zijn die de bodem platdrukken. Kijk hier hoe de robot van Odd.Bot op het land werkt:Gifspuit onder vuur Lukaart wil niet alleen meer biotelers overhalen om robots te gaan gebruiken, maar ook de akkerbouwers die nu nog chemische middelen gebruiken. Eerst in Nederland en dan daarbuiten. In Duitsland en Frankrijk zijn de eerste telers al gevonden. “Het gebruik van chemische middelen ligt steeds meer onder vuur. Wat boeren mogen gebruiken wordt steeds meer aan banden gelegd. Het onkruid wordt steeds resistenter tegen deze middelen. En er zijn steeds meer discussies of we al die chemische middelen wel in ons voedsel willen hebben,” somt hij op.Geen halvering bestrijdingsmiddelen Het gebruik van gewasbescherming onder Nederlandse akkerbouwers daalt al jaren. In 2020 gebruikten boeren 5 miljoen kilo chemische bestrijdingsmiddelen, 11 procent minder dan in 2016, liet het CBS in 2022 weten. In 2021 werd 9,4 miljoen kilo aan bestrijdingsmiddelen verkocht. Dat was 5 procent minder dan een jaar eerder. Met de natuurherstelwet wilde de EU boeren dwingen het gebruik van chemische middelen in 2030 te halveren. Dit om de natuur en biodiversiteit van landbouwgronden te herstellen en te verbeteren. Het Europees Parlement nam die wet in februari aan, maar daarna stemden diverse landen zoals Nederland tegen, zodat de wet in een la verdween. Eind vorig jaar besloot de Europese Commissie om het gebruik van het omstreden onkruidverdelgingsmiddel glyfosaat nog tien jaar lang toe te staan in EU. Ondanks alle bezwaren van milieu- en natuurorganisaties. Wetenschappelijke onderzoeken brengen dit middel in verband met de ziekte van Parkinson en andere aandoeningen. Ook zijn er zorgen over de gevolgen voor natuur en insecten, zoals bijen.Legertje robots Sinds kort heeft Odd.Bot een nieuw model: de Maverick. Een robot op vier wielen. Die kan alle soorten akkers aan. Handig in een tijd van groeiende personeelstekorten - vooral gebrek aan handjes in de landbouw - en toenemend verzet tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen door consumenten. Lukaart: “Deze robots kunnen een duurzaam alternatief zijn voor de chemische bestrijding. Wat ik voor me zie, is dat we straks een heel legertje van deze robots hebben die effectief samenwerken om het land schoon te houden.” Tijdens het event Upstream 2024 op 28 en 29 mei zal de Maverick van Odd.Bot live te zien zijn voor het publiek. Nieuwe investeerders Naast een vestiging in Lelystad heeft Odd.Bot sinds kort ook een vestiging in Rotterdam. Door een samenwerking met Rabobank, een partnerschap met Microsoft en een samenwerking met de City of Rotterdam wist het bedrijf snel te groeien. Inmiddels werken er tien mensen. Recent is het ook een samenwerking met supermarktketen Lidl aangegaan, via een van diens telers. Om de Maverick in de markt te zetten zoekt Odd.Bot nieuwe investeerders. Het bedrijf krijgt 1 miljoen euro van de Europese Investeringsbank (EIB), op voorwaarde dat een of meerdere investeerders ook een miljoen inleggen. Die kunnen vanaf een bedrag van 50.000 euro instappen. “Daar zijn we dus naar op zoek”, zegt Lukaart. Lees ook: Nederlandse boeren gebruiken minder bestrijdingsmiddelen en meer natuurvriendelijke alternatievenHoe zelfrijdende trekkers de boer én de bodem kunnen ontlastenBedrijven zien nut in van Europese Natuurherstelwet: ‘We hebben veerkrachtige ecosystemen nodig voor onze economische activiteiten’Bouwboeren oogsten eerste 18 huizen van het land