Marc Seijlhouwer 11 augustus 2021, 14:03

Varkens zijn met insecten net zo gezond als met soja

Duurzamer veevoer kan een belangrijke rol spelen in een houdbare, gebalanceerde veehouderij. Maar boeren zijn vaak bang voor gevolgen; worden de dieren niet ongezonder, of komen ze minder snel aan? Onderzoek van de WUR laat zien dat varkens die gevoed worden met lokaal verbouwde larven van vliegen net zulke gezonde, of zelfs gezondere darmen hebben, dan varkens die soja eten.

Biggetje stal varken change inc adobe stock Misschien eten over tien jaar varkens nog alleen maar insecten | Beeld: AdobeStock

De bevindingen verschijnen in een paper in het tijdschrift Nature Scientific Reports. De WUR, onder leiding van Soumya Kar, bekeek twee groepen varkens die verschillend voer kregen. Daarbij werd speciaal gelet op de darmflora van de dieren. Zaten er dezelfde (goede) bacteriën in de darmen? En hoe zat het met andere stoffen die horen bij een gezond dier? De resultaten waren positief: varkens die maden kregen vertoonden dezelfde of nog betere waarden dan varkens die soja kregen.

Het onderzoek komt op een goed moment, want als onderdeel van het nieuwe, duurzamere landbouwbeleid staat de EU sinds kort insecten toe als dierenvoer. Nu er ook wetenschappelijk bewijs ligt dat de larven een geschikte voedselbron zijn, staat niks varkensboeren meer in de weg om over te stappen.

Insecten eten in Nederland

En dat kan zomaar belangrijk zijn voor het klimaat. Want hoewel de dieren zelf met hun uitwerpselen veel (lokale) vervuiling veroorzaken, is het het voer dat vooral voor CO2-uitstoot zorgt. Soja voor dierenvoer komt vaak uit gebieden waar regenwoud gekapt wordt om een sojaboerderij aan te leggen. Insecten hebben daarentegen maar weinig ruimte en voedsel nodig. Daardoor zijn ze duurzamer en, misschien nog belangrijker: je kunt ze lokaal verbouwen, in de buurt van veehouderij. Het Nederlandse Protix heeft bijvoorbeeld een insectenfabriek in Bergen op Zoom.

De WUR verwacht dat de industrie waar Protix in zit, mede dankzij de beslissing van de EU, nu snel zal groeien. Een vertienvoudiging in tien jaar, waardoor insecten in 2025 4,1 miljard euro waard zijn. Of dat gaat gebeuren, hangt voor een belangrijk deel ook af van wat (varkens)boeren gaan doen. Met strenge eisen aan CO2-uitstoot en eventuele heffingen op die uitstoot kunnen zij sneller overtuigd worden om nieuw voer te proberen. 

Wat zet je op tafel als je zo duurzaam mogelijk wilt eten?

De milieubewuste consument zal zich moeten verdiepen in de seizoenen, in de herkomst van groente en fruit, hij zal verpakkingen moeten controleren op ingrediënten en landen van herkomst.  En dan moet het ook nog gezond zijn. Geen eenvoudige opgave, zeker voor wie snel iets op tafel wil zetten. Toch zijn er volgens Marije Seves keuzes die altijd goed zijn. Seves is als expert duurzaam eten verbonden aan het Voedingscentrum. Naast de Schijf van Vijf ontwikkelde zij met haar collega’s de 7 stappen duurzamer eten. “In de basis bevat een duurzamer voedingspatroon veel groente, fruit, peulvruchten en ongezouten noten, volkoren granen, gezonde vetten. En niet teveel extraatjes zoals snacks, frisdrank en alcohol.” Ook staat er weinig vlees op het menu. “Het eten van vlees heeft een forse impact op het milieu. Op het totaal aan broeikasgassen komt 34 procent van de productie -  inclusief verpakking en transport - en consumptie van eten. Daarbinnen hebben vlees en zuivel de grootste impact”, zegt Seves. “We hebben berekend dat als je al het vlees in de Schijf van Vijf vervangt door vegetarische producten zoals peulvruchten en noten, je de CO2-footprint van je voeding met eenderde kunt terugbrengen.”Toch is helemaal stoppen met het eten van vlees ook niet het meest duurzaam, zegt Toine Timmermans. Hij is als programmamanager duurzame voedselketens verbonden aan Wageningen University & Research. “Want als iedereen dat doet, krijgen we een opeenhoping van reststromen. Dieren hebben de unieke eigenschap dat ze voedsel kunnen eten dat voor ons onverteerbaar is. De bijproducten die overblijven na de productie van brood en bier bijvoorbeeld, gaan naar koeien, varkens en kippen.” Belangrijke uitzondering daarop is rundvlees. “Runderen en andere herkauwers hebben meer voer nodig voor een kilo vlees dan bijvoorbeeld kippen, maar vragen ook om meer ruimte én stoten meer broeikasgassen uit.”Zet niet teveel op tafelWat je ook op tafel zet, zorg dat het niet teveel is. Dat is ongezond en zonde. “Een gemiddelde Nederlander heeft aan 2.000 kilocalorieën per dag genoeg”, zegt Timmermans. “Maar we produceren wereldwijd elke dag 4.500 a 5.000 kilocalorieën per persoon.” Maar liefst eenderde van het voedsel dat we produceren, gooien we weg en 60 procent geven we aan dieren. “Als we met elkaar produceren wat we nodig hebben, minder verspillen en alleen de dierlijke eiwitten eten die we echt nodig hebben, dan doen we het beste voor het behoud van biodiversiteit en het klimaat”, zegt Timmermans.Eet lokaalEn hoe weet je eigenlijk of iets wel of niet duurzaam is. Veel producten komen uit verre oorden. En hoe verder weg, hoe mistiger het zicht op de manier waarop het wordt gemaakt. “Aan een product kun je niet zien of er regenwoud voor is gekapt, of dat er kinderarbeid aan te pas is gekomen”, zegt oprichter Jan Willem van der Schans van Taskforce Korte Keten. Als expert korte en ultrakorte ketens verdiept hij zich onder andere in voedselproductie dicht bij huis. Wat hem betreft kan de keten niet kort genoeg zijn en kopen we het liefst direct bij de boer. “Het mooie van locol for local is dat je op de fiets kan stappen en zelf kunt kijken hoe het gaat. En je kunt met de boer in gesprek. Die transparantie is een enorm voordeel.”Toch is de vraag of het duurzamer is om lokaal te kopen niet eenduidig te beantwoorden. Want een aardbei die lokaal in een op gas gestookte kas in het Westland is geproduceerd, legt het qua CO2-uitstoot af tegen eenzelfde aardbei die onder de Spaanse zon is gerijpt en met een vrachtauto naar Nederland is vervoerd. Dat wordt anders als de kas met behulp van geothermie verwarmd wordt natuurlijk, maar dat zie je nou net niet op de verpakking terug.Kijk verder dan de verpakkingDie onduidelijkheid over de productie, verbergt een wereld aan misstanden. Birgit de Vos, senior onderzoeker bij de WUR houdt zich al vele jaren bezig met mensenrechten in voedselketens. “Mensen worden wereldwijd structureel uitgebuit voor de producten die wij dagelijks in ons winkelmandje gooien.” Alledaagse boodschappen zoals koffie, chocolade, rijst en rietsuiker zijn volgens De Vos op dit moment nauwelijks duurzaam aan te schaffen. “Daar spelen issues zoals kinderarbeid, moderne slavernij, discriminatie, onderbetaling, vakbondsrecht, gezondheid van arbeiders. En er is weinig interesse van grote voedselbedrijven om hier verandering in te brengen.”Dat is een trieste boodschap die verteld moet worden, vindt De Vos. Dus wat doe je als je niet wilt bijdragen aan dit soort praktijken? Bieden keurmerken dan geen soelaas? “Keurmerken doen hun best maar hebben maar beperkt impact”, zegt De Vos. Door de overvloed aan reclames en duurzaamheidsclaims die bedrijven zelf op hun verpakkingen en websites zetten, wordt bovendien het zicht vertroebeld op wat wél duurzaam is. “Er zijn wel bedrijven die het goed doen. Maar die vind je door het marketingoerwoud niet terug.”Alle vergezichten van de experts meegenomen, houdt het dus in dat het systeem waarmee we de wereld op dit moment voeden, de boer uitbuit, de consument misleidt en het milieu vervuilt voor een overschot aan voedsel waar we sneller ziek van worden en waarvan we eenderde weggooien. Als individuele consument is daar weinig aan te doen, denkt De Vos. “Het wordt ons aangepraat dat we als consument de wereld kunnen veranderen.” Maar die invloed is beperkt en begint met transparantie in de keten en eerlijke informatie op de verpakkingen.