Hannah van der Korput
27 februari 2023, 15:15

Vegaburgers kunnen makkelijk gezonder

Gemaakt van soja, noten, bonen of groente: de vegaburger is er in veel verschillende uitvoeringen. De vleesvervangers zijn beter voor het dierenwelzijn en het klimaat, maar zijn ze ook goed voor de gezondheid?

Adobe Stock 129020679 "Door slechts een beetje minder zout toe te voegen, worden veel burgers al een stuk gezonder." | Credits: Adobe Stock

De Consumentenbond bekeek het aanbod vegaburgers bij Albert Heijn, Jumbo, Lidl, Plus, Aldi, Hoogvliet, Dirk en Ekoplaza. Bij alle 75 burgers was de hamvraag: hoe gezond zijn ze op basis van de voedingswaarde?

Te zout en te vet

De conclusie van het onderzoek is niet mals: de samenstelling van bijna twee derde van de vegaburgers is niet erg gezond. Zo is ruim de helft van de vegaburgers te zout. Al geeft de Consumentbond wel een belangrijke nuance. “Veel burgers zijn maar een beetje te zout. Juist daar is veel winst te behalen”, zegt een woordvoerder. “Door slechts een beetje minder zout toe te voegen, worden veel burgers al een stuk gezonder.” Er zijn ook uitschieters. Sommige vleesvervangers bevatten 2 gram zout per 100 gram. Dat is bijna net zo veel als een hamburger van rundvlees. De grens voor een gezonde vleesvervanger ligt op maximaal 1,1 gram zout per 100 gram.

Ook de hoeveelheid verzadigde vetten van de vegaburgers is aan de hoge kant. Het criterium vanuit het Voedingscentrum is 2,5 gram per 100 gram. Zo’n driekwart van de burgers voldoet hieraan, maar sommige producten overschrijden deze norm.

Pluspunten voor PLUS

Zowel supermarkten als A-merken kunnen de vegaburgers nog veel gezonder samenstellen. Zo hebben Vivera, Valess, De Vegetarische Slager en Lidl op dit moment geen burgers met een gezonde samenstelling. Van Albert Heijn zijn dat er maar 3 van de 10. Van Jumbo 4 van de 8 en van Garden Gourmet 2 van de 4. PLUS geeft met zijn 3 vegaburgers het goede voorbeeld. Geen enkele daarvan bevat te veel zout of te veel verzadigd vet. Elise van Ee, woordvoerder van PLUS, zegt dat er wordt gestreefd naar lekkere en gezonde producten. “We willen minder zout gebruiken en smaakvolle producten afleveren. Niet dat de consument een vleesvervanger proeft en denkt: ‘wat een flauwe hap’.”

Van Ee wijst ook naar de Nationale Aanpak Productverbetering (NAPV). Dit zijn criteria die de samenstelling van bewerkte voedingsmiddelen gezonder moeten maken. Van Ee: “Dat is ons uitgangspunt. We willen dat de producten van PLUS onder die percentages blijven.”

Strengere aanpak

Volgens de Consumentenbond mogen de richtlijnen van de NAPV nog veel ambitieuzer. Sandra Molenaar, directeur van de Consumentenbond: “De afgelopen jaren zagen we keer op keer in onze tests dat er weinig vooruitgang werd geboekt. Te zoute vegaburgers, erwtensoep en bouillonblokjes. Te zoete satésaus en maaltijdvervangers. En te vette lasagnes en diepvriespizza’s. Fabrikanten komen steeds met mooie beloftes, maar over de hele linie gebeurt er veel te weinig.” Volgens Molenaar is het hoog tijd dat de politiek doorpakt met strenge, wettelijke normen voor alle productgroepen. “En fabrikanten die niet voldoende meewerken, moeten stevig aangepakt worden. Dan wordt het voor consumenten eindelijk makkelijker om minder zout, suiker en verzadigd vet binnen te krijgen”, aldus Molenaar.

Vegaburger alsnog gezonder dan rundvleesburger

Onderaan de streep zijn vegaburgers alsnog gezonder dan rundvleesburgers. Molenaar: “Hoewel veel vegaburgers niet erg gezond zijn, zijn ze doorgaans gezonder dan hamburgers van rundvlees. Bovendien zijn vega varianten een stuk duurzamer. Niet alleen qua dierenwelzijn, maar ook door de veel kleinere impact op het klimaat. Met wat minder zout zijn ze nog gezonder ten opzichte van vlees, dus fabrikanten zijn aan zet.”

Meer artikelen over vegaburgers:

Rinke Zonneveld, CEO Invest-NL: "Een zak geld alleen scoort niet"

Rinke Zonneveld was niet van plan om zijn zelf-opgerichte regionale ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter te verlaten. Totdat de CEO-functie bij Invest-NL voorbijkwam. Vanuit zijn netwerk spoorden verschillende mensen hem aan om te reageren. Tegelijkertijd denkt hij dat zijn uiteindelijke overstap voor andere mensen als een verassing kwam. “Omdat ze wisten dat ik op sommige punten kritisch was op Invest-NL.” Wat was jouw kritiek? “Nu ik hierbinnen zit ben ik daar op sommige punten wel genuanceerder over. Invest-NL heeft best een lange aanlooptijd gehad. Het heeft heel lang geduurd voordat er een definitief politiek besluit viel over de oprichting van Invest-NL. Daarom ging ik ervan uit dat die organisatie gelijk vanaf dag één goed passende deals zou gaan doen, want je denkt dat die ongeveer allemaal al klaarstaan. Hit the ground running. Invest-NL kwam gewoon minder snel uit de startblokken dan veel mensen hadden gehoopt en dat gold ook voor mij. Nu heb ik daar meer begrip voor. Ze begonnen op 16 januari en half maart brak corona uit terwijl je een organisatie aan het bouwen bent.” Sinds september vorig jaar sta jij aan het roer. Wat heb je als eerste aangepakt? “In onze stukken stond het leitmotiv al: Financierbaar maken wat niet financierbaar lijkt. Dat heb ik er meteen uitgetild. Ik denk namelijk dat daar echt de essentie zit van wat wij moeten doen. We zijn met afstand de grootste impact investeerder van Nederland, maar dat doen we wel met publiek geld. Dat betekent dat wij andere risico’s kunnen nemen. Wij kunnen net even dat sluitstuk of dat ontbrekende puzzelstukje zijn om hele complexe financieringen rond te maken. Niet alleen als investeerder, maar ook als ontwikkelaar.”Invest-NL Als financieringsfonds investeert Invest-NL in Nederlandse bedrijven zoals Fairphone, Avantium en Elestor. Daarnaast heeft het ook een business development afdeling. Die ontwikkelt – vaak samen met Europese partners zoals het Europees Investeringsfonds - nieuwe financieringsinstrumenten om ervoor te zorgen dat er meer geld beschikbaar komt voor innovatieve bedrijven. Daarnaast voert het marktonderzoeken uit. Bijvoorbeeld om (internationale) waardeketens in kaart te brengen en belemmeringen te ontdekken die opschaling tegenhouden. Tot slot doet het aan propositiebegeleiding van bedrijven die volgens Invest-NL de mogelijkheid hebben om met hun doorbraak de weg voor andere te effenen. InnovationQuarter had ook die twee focuspunten: financiering en ontwikkeling. “Daar werd vaak ook meer naar de investeringstak gekeken. Maar uiteindelijk ben ik er daar diep van overtuigd geraakt dat die diepe kennis, een breed netwerk, een onafhankelijke positie, het continu schakelen, partijen bij elkaar brengen en nieuwe ideeën ontwikkelen zeker zo belangrijk is als die euro's.”“Een van de dingen waar Invest-NL best wel veel kritiek op kreeg is dat we veel investeringen in fondsen doen. Daar is gewoon een hele goede rationale voor en die moet je willen uitleggen. Dus dat heb ik gedaan in de Tweede Kamer en richting de pers. Tegelijkertijd ben ik het wel eens met de mensen die zeggen dat die verhouding tussen hoeveel geld we in fondsen en direct in bedrijven stoppen niet oké is. Die verhouding was toen ik binnenkwam ongeveer 70 procent aan fondsen en 30 procent aan bedrijven. Dat wordt de komende jaren andersom. Dat maakte al onderdeel uit van de strategie van Invest-NL, maar op een of andere manier durfde niemand dat verhaal naar buiten te brengen en ervoor te gaan staan. Dat ben ik gaan doen. Ook aan het cultuurtraject ben ik vanaf dag een gaan sleutelen door de teugels meer te laten vieren. Ik ben echt heel positief verrast over de mensen hier. Die zijn echt ongelooflijk slim en heel erg maatschappelijk gedreven. We hebben een paar hele mooie kernwaarden: durf, bevlogen, toekomstgericht. Maar die waren nog niet heel diep geïnternaliseerd. Ik wil intern ondernemerschap aanjagen door mensen aan te sporen hun visie meer te delen.” InnovationQuarter heb jij zelf opgezet. Nu kom je bij een bedrijf dat al jaren bestaat en waar al veel medewerkers werken. In hoeverre vraagt dat om ander leiderschap? “Dat vraagt zeker om ander leiderschap. InnovationQuarter is toch wel voor een deel vanuit mijn visie en filosofie gegroeid. Overigens moet je ook heel realistisch zijn, want toen ik wegging werkte er ongeveer 120 man. Dus je stempel neemt met de dag af. Maar toch blijft wat jij hebt ingebracht in de muren zitten. En hier kom ik binnen in een organisatie die al een opgebouwde cultuur en werkwijze heeft. Dat vergt dat je wat dienstbaarder moet zijn. Aan de andere kant is de verwachting ook dat ik de organisatie naar het volgende niveau til. Dat vergt meer van mijn sensitiviteit en ook ietsje meer bescheidenheid. Tegelijkertijd is het zeker die eerste paar maanden heel fijn om je frisse blik van buiten te projecteren op hoe de dingen binnen een organisatie gaan. Als je hem heel erg platslaat denk ik dat een organisatie bouwen makkelijker is dan een organisaties verbouwen.” Waar zit dat hem in? “Als je een organisatie gaat bouwen, dan kan je natuurlijk vanaf dag een zeggen hoe je het wil. Als ik nu iets zou willen veranderen, dan weet ik niet of iets een dragend muurtje is of niet. Ik kan wel zeggen dat een gordijnroede lelijk is, maar anderen hebben hem niet voor niets opgehangen. Om in de metafoor te blijven: Ik denk dat een van mijn belangrijkste rollen tot nu toe is geweest dat ik de tuindeuren wijd heb opengezet waardoor er een frisse wind van buiten naar binnenkomt. En dat ik mensen uitdaag om ook letterlijk meer naar buiten te gaan om ons verhaal te vertellen en te durven staan voor wat we doen. De goede besluiten en soms de minder goede besluiten die we hebben gedaan. Ik ben eigenlijk nauwelijks aan de muren van het huis gekomen en dat ben ik ook niet heel erg van plan. Ik heb vooral de tuindeuren opengezet.” Welke rol zie jij specifiek voor Invest-NL? “Als investeerder het lef hebben om te investeren in mooie proposities, private investeerders daarbij trekken en zorgen dat we sterke investeerdersconsortia vormen. Vanuit business development door bedrijven te begeleiden naar investeringsrijpheid: individueel of via versnellingsprogramma’s waar we als initiator of partner bij betrokken zijn. Bijvoorbeeld op het gebied van de circulaire economie, groene chemie, agrifood en waterstof. En tot slot door toch wel continu de vinger op de zere plek te durven leggen. Dat vergt ook voorbeeldgedrag van ons. Wij investeren bijvoorbeeld ook in recycling, maar als je nadenkt over circulariteit dan staat recycling eigenlijk wel laag op de circulariteitsladder. Dus we moeten nog meer gaan kijken naar up-cycling. We hebben gisteren in Byborre geïnvesteerd. Ik weet niet of je kunt zeggen dat Byborre een circulair bedrijf is, maar door hoe zij werken zorgen zij er wel voor dat het grondstoffengebruik afneemt. We moeten onszelf steeds uitdagen om op zoek te gaan naar de moeilijkere proposities hoger op de circulariteitsladder.” Bij die investering viel me op dat ook investeringsfamilie VP Capital en allerlei angel investors erin stapten. Was de investering van Invest-NL dan wel nodig? “Wij hebben samen met VP Capital de grootste ticket gepakt. Die familie komt natuurlijk deels uit de textiel. Dat is fijn, want die begrijpen de business nog beter dan wij en die zien ook welke transitie er nodig is. Als wij niet hadden meegedaan, dan was die ronde een stuk kleiner geweest.” Zie je hier nog een extra bijdrage behalve een groter geldbedrag? "In dit specifieke voorbeeld weet ik dat niet. Zoals ik net al zei, ben ik heel blij dat familie Van Puijenbroek hierin meedoet, omdat zij die textielwereld gewoon echt heel goed kennen. Zoals de beroemdste Nederlandse filosoof Johan Cruijff al zei: ‘Een zak geld alleen scoort niet.’ En dat is ook zo! Uiteindelijk gaat het er ook om of je voor die bedrijven de juiste sparringpartner bent. Kan je de juiste netwerken voor ze ontsluiten? Kan je ze op weg helpen naar vervolg-financiers? Durf je ze ook uit te dagen op hun duurzaamheidsprestaties? Het moment dat je een investering bekendmaakt, is eigenlijk de dag dat je met elkaar trouwt. Daarna begint het huwelijk pas.”’ In de beeldvorming wordt de overheid vaak als een slechte investeerder gezien. Hoe kijk jij daarnaar? “Mij is de afgelopen tien jaar opgevallen dat de overheidsinvesteringsinstanties - of het nou gaat om Invest-NL of regionale ontwikkelingsmaatschappijen - zeker net zo professioneel zijn als de privaten. Die overheidsfondsen zijn ook heel doelbewust op afstand van de overheid gezet. Bij ons heeft 95 procent van de mensen een private achtergrond. Deze mensen willen het verschil maken en zijn minder gedreven door geld. Hun eigen inkomsten en uiteindelijk ook het financieel rendement van het fonds zijn niet hun belangrijkste motivatie. Zij willen de mooiste bedrijven in versnelling brengen door erin te investeren. Impact is ons doel en financieel rendement is ons middel. Ik geloof ook echt in de filosofie van econoom Mariana Mazzucato: een ondernemende staat. Wat zij natuurlijk heel goed laat zien is dat achter het succes van heel veel private bedrijven vaak heel gerichte overheidssteun zit of allerlei innovaties zitten die met publiek geld zijn ontwikkeld. Zij neemt Apple als voorbeeld, maar in Nederland kan je net zo goed ASML zeggen. Het risico is dat je de risico's publiek maakt en de opbrengsten privaat. Public pain, private gain, noem je dat. Wat ik heel mooi vind bij ons: als iets waar wij geld in hebben gestopt succesvol wordt, dan vloeit een deel van die middelen terug naar de publieke kant. Daar kunnen we dan opnieuw mee investeren.” Lees ook: Toch doorstart voor Lightyear na financiële injectie van 8 miljoenNederlandse startup haalt miljoenen op voor onderwatervlieger die energie opwektProeffabriek Grassa helpt boer, natuur en klimaat met bioraffinage van gras