Chris Thijssen 07 augustus 2015, 09:48

Via HiveLend huren boeren gemakkelijk bijenvolken van imkers

Het online platform HiveLend verbindt hobby-imkers met lokale landbouwbedrijven. Zo kunnen zij de bestuiving van gewassen op een efficiëntere manier organiseren.

16425740545 17f29b0bb5 o

Landbouwers zijn voor de teelt van veel gewassen afhankelijk van bijenbestuiving. Verschillende hobby-imkers bieden hun bijenvolken hiervoor tegen een vergoeding aan. Het nieuwe platform HiveLend koppelt imkers en boeren in de Verenigde Staten aan elkaar.

Het platform werkt met een speciaal algoritme, waarmee boeren en imkers uit de buurt elkaar kunnen vinden. Vervolgens stroomlijnt het platform het onderhandelingsproces. Contracten worden eenvoudig opgemaakt, wat beide kanten tijd bespaart. Transacties worden via PayPal uitgevoerd.

$ 660 mln.

HiveLend is opgericht door Nicholas Zajciw, een amateurimker die zijn bijenkorven wilde verhuren aan lokale gewasverbouwers. Het kostte hem echter veel moeite om geïnteresseerde boeren te vinden. Met HiveLend wist hij dit proces te vereenvoudigen.

Volgens Zajciw zijn meer dan honderd verschillende gewassen in de Verenigde Staten voor hun groei afhankelijk van bijenbestuiving. Hij schat dat de markt voor commerciële bestuiving daar meer dan $ 660 mln. bedraagt.

Kortere reisafstanden

Omdat het aantal wilde bijenvolken volgens Zajciw gestaag afneemt door de wereldwijde bijenverdwijnziekte (colony collapse disorder/CCD), zijn boeren meer dan ooit tevoren afhankelijk van commerciële bestuivers. Commerciële imkers rijden met honderden tot duizenden bijenvolken in een vrachtwagen door het land, op zoek naar boeren aan wie ze hun bijen kunnen verhuren.

Verschillende onderzoekers noemen voortdurend reizen met bijenvolken als een van de oorzaken voor de verdwijnziekte. Door imkers en boeren op basis van locatie met elkaar te verbinden, wil Zajciw de reisafstanden verkorten. Hiermee hoopt hij de bijenvolken gezonder te houden.

Bron: HiveLend | Foto: Yuki Hirano, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Detector spoort zware metalen in voeding nauwkeuriger op

Met de technologie is het mogelijk kleinere deeltjes te traceren dan met andere detectiemethoden. De onderzoekers ontwikkelden hiervoor een magnetische metaalcontaminanten-detector. De detector maakt gebruik van drie Squid-sensoren. Dit zijn zeer gevoelige, magnetische sensoren. Metaaldeeltjes in het voedsel, worden door sterke magneten gemagnetiseerd. De sensoren kunnen de aanwezigheid van die deeltjes daarna vaststellen.Onder zware metalen vallen metalen als cadmium, kwik, lood en tin. Deze kunnen voorkomen in voedsel en vervolgens terechtkomen in het lichaam. Voedingsmiddelen als schaal- en schelpdieren en plantaardige producten uit de vollegrond, zoals aardappelen en peulvruchten, kunnen een verhoogd gehalte zware metalen bevatten.Een te veel aan deze metalen kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Volgens de onderzoekers kan de nieuwe detectiemethode dan ook een grote bijdrage leveren aan de voedselveiligheid.Stalen balletjesIn het experiment werd de technologie getest met stalen balletjes. Het lukte de detector om balletjes tot een minimale grote van 0,3 millimeter te detecteren. Het systeem werd volgens de onderzoekers niet beïnvloed door elektromagnetische straling van mobiele telefoons of stalen objecten in de onderzoeksruimte.Met de nieuwe methode kunnen metaaldeeltjes worden opgespoord die kleiner dan 1 millimeter zijn. Daarnaast kan de methode worden toegepast op voedsel met melkzuur. Bij bijvoorbeeld detectie met röntgenstraling is dat niet mogelijk, omdat dan ionisatie optreedt.Bron: Toyahashi University of Technology, via VMT | Foto: jamonation, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)