Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 11 juni 2012, 13:27

Vleesalternatief scoort als beste in duurzame innovatie

Beeter, een duurzaam vleesalternatief van Ojah, komt als beste innovatieve uitvinding uit de bus bij de zevende MKB Top Innovatie Top 100.

Beeter1 small

Syntens Innovatiecentrum, NL octrooicentrum, Mercedes Benz en NRC Handelsblad hebben vorige week voor de zevende keer de MKB Innovatie Top 100 uitgebracht. Dit is een ranglijst met 100 concrete innovaties die het Nederlandse Midden- en Kleinbedrijf heeft gerealiseerd

Het vis- en vleesvervangende product Beeter van Ojah staat in deze ranglijst met stip op de eerste plaats. Volgens de jury van de MKB Innovatie Top 100 is het zelfs lastig voor experts om verschil te proeven tussen Beeter en echt vlees. Daarnaast is het een aantrekkelijk product voor zowel horecaondernemers als consumenten.

Beeter is een 100 procent plantaardige, eiwitrijke, glutenvrije, en vetarme Nederlandse productie van Ojah, een producent die zich richt op plantaardige alternatieven voor vlees.

Beeter

Beeter scoort drie tot tien keer beter dan groenteburgers en (Hollands) kippenvlees op relevante duurzaamheidcriteria. Zo worden grondstoffen minimaal bewerkt en zijn energie en waterverbruik laag.

De oprichters van Ojah, Frank Giezen, Jeroen Willemsen en Wouter Jansen bedachten Beeter in 2006. Zij creëerden een proces om plantaardig meel en water te mengen, kneden, koken en persen, vergelijkbaar met het maken van pasta. Het verschil met pasta is dat er bij Beeter een bijzondere eiwitstructuur ontstaat die vezelig is, net als vlees. Willemsen noemt Beeter daarom liever geen vleesvervanger, maar een eiwitvervanger.

Toekomst

Op dit moment verkoopt Ojah het product Beeter als ingrediënt aan industriële afnemers die eindproducten onder hun eigen merk in de markt zetten.

De onderscheiding van de MKB Top Innovatie Top 100 komt volgens Willemsen op een goed moment. Ojah is bezig om de stap te zetten om in grote volumes te produceren en hoopt over vijf jaar een tweede fabriek te hebben geopend.

Bron: Nuzakelijk.nl

Foto: Flickr.com, Louise Geertjes

Hoogleraren: Laat Europese probleemlanden betalen in wind en zon

nanciële en energiesectoren. De vijf Europese landen Griekenland, Portugal, Italië, Spanje en Ierland bezitten over zorgwekkende staatsschulden. De landen hebben echter een rijkdom aan ideale grond voor duurzame energieopwekking. In een opiniestuk in NRC pleiten vier hoogleraren, waaronder Sylvester Eijffinger en Herman Wijffels, alsmede Marco Witschge, directeur Nederland Krijgt Nieuwe Energie, om de verplichtingen van de probleemlanden op te lossen via hernieuwbare energie. De vijf zwaargewichten stellen voor dat de probleemlanden concessies verstrekken voor grootschalige investeringsprogramma’s in hernieuwbare energie. De concessies worden gegeven via het aanbieden van landoppervlak voor de bouw van energie-installaties. Door het bijdragen aan de grootschalige investeringen, in bijvoorbeeld windparken of geothermische centrales, behalen de Europese crisislanden op lange termijn financieel rendement. “Het rendement van de programma’s biedt naast schuldreductie, hoop en uitzicht op groei voor de euro-economieën,” stelt Sweder van Wijnbergen, hoogleraar economie aan de UvA. Schuldreductie Over een periode van 25 jaar kan een schuldreductie van 30 procent worden behaald. De berekening is gemaakt door het bij elkaar optellen van de jaarlijkse inflatie van 2,5 procent en het rendement van 1,5 eurocent per kWh tussen 2020 en 2045, op basis van de geschatte opbrengst van 70 gigawattuur elektriciteit per vierkante kilometer per jaar. Ierland, dat een schuld heeft van 40 miljard euro, zou een gebied van in totaal 550 vierkante kilometer in concessie moeten geven. Dat is nog geen procent van het totale landoppervlak – ter vergelijking: 11 procent van de provincie Gelderland. Voor Portugal (78 miljard euro schuld) is dat ruim 1.000 vierkante kilometer, ofwel 1,1 procent van zijn oppervlak. En Griekenland (210 miljard euro schuld) komt op 2.800 vierkante kilometer – 2,1 procent van het totale oppervlak. Lage rente groene investeringen De schuldeisers kunnen duurzame energie-investeringen tegen weinig rente financieren bij de Europese Investeringsbank. De lage rente zorgt voor een aantrekkelijke rendabiliteit van de te bouwen hernieuwbare energie-installaties, omdat de bouw gekenmerkt wordt door relatief hoge initiële investeringskosten en steeds lagere operationele kosten. De schuldeisers moeten wel akkoord gaan met een lange terugverdientijd van de duurzame investeringsprojecten. Win-win-win De terugverdientijd van duurzame energieopwekking is voor de schuldeisers stabieler dan in de huidige situatie, waarin zij hun belang wellicht nooit terug zullen krijgen. De probleemlanden lossen een groot deel van hun lasten af en bieden nieuwe werkgelegenheid met de bouw en onderhoud voor de installaties. Daarbovenop dragen de investeringen bij aan een duurzame toekomst voor Europa. Bron: Sylvester Eijffinger Foto: Mark Roberts