Eva Segaar 01 augustus 2022, 17:00

Vleesvervangers vaak gezonder dan echt vlees, blijkt uit onderzoek

Plantaardige alternatieven zijn vaak beter voor het milieu én de gezondheid dan het dierlijke vlees of melkproduct dat zij moeten vervangen. Dat blijkt uit een studie van de universiteit van Bath.

Adobe Stock 477867138 Editorial Use Only Beyond Meat is een van de grootste spelers op het gebied van vleesvervangers. | Credits: AdobeStock

Het artikel is gepubliceerd in Future Foods. Uit het onderzoek dat eraan vooraf ging blijkt ook dat de speciaal-gemaakte alternatieven ervoor zorgen dat mensen vaker melk en vlees laten staan. Dat komt omdat de vervangers daarin vaker worden gebruikt omdat ze qua smaak, structuur en geur sterk doen denken aan ‘echt’ vlees en melk.

Volgens de onderzoekers is het daarom effectiever om mensen over te laten stappen op de alternatieven en daarmee de vraag naar vlees en zuivel te verminderen, dan ze aansporen om helemaal vegetarisch te koken. Waarschijnlijk omdat het meer creativiteit van de kok vraagt – en daar moet je maar net zin in hebben na een lange werkdag.

Lees ook: Eiwit uit schimmels als alternatief voor biefstuk.

Waardige vervangers

De psychologen van de Britse universiteit bekeken 43 verschillende onderzoeken. Deze gingen allemaal over de gezondheids- en milieueffecten van plantaardig voedsel, en over hoe consumenten daarop reageren. Zij kwamen daarbij tot de conclusie dat plantaardige producten die dezelfde textuur, smaak en prijs hebben als bewerkt vlees de beste kans maken om dat product ook echt te vervangen.

Ook kwamen zij tot de conclusie dat de plantaardige alternatieven voor een stuk minder CO2-uitstoot zorgen dan de dierlijke producten die ermee worden vervangen. Daarin ligt het er natuurlijk wel aan welk plantaardig ingrediënt ter vervanging wordt gekozen. Ter illustratie: als de totale Duitse vleesconsumptie wordt vervangen door proteïne uit bonen scheelt dat bijna acht miljoen ton CO2 per jaar. Bovendien hebben bonen en andere groenten een stuk minder land en water nodig om te kunnen groeien: ook een voordeel voor het milieu.

Vleesvervangers zijn gezonder

De grootste verrassing van het onderzoek is misschien wel dat plantaardige producten meer voedingsstoffen bevatten dan dierlijke producten. In een artikel stond zelfs dat 40 procent van de conventionele vleesproducten minder gezond is dan de plantaardige alternatieven waarmee ze zijn vergeleken – slechts 14 procent van het Britse aanbod aan vervangers.

Veel verstokte vleeseters dragen vaak als argument aan dat ze vlees blijven eten omdat het meer voedingsstoffen bevat, maar dat lijkt nu niet meer op te gaan. Uit een ander onderzoek dat wordt aangehaald in het gepubliceerde artikel blijkt namelijk ook dat de melk- en vleesvervangers ook beter zijn als je spieren wilt opbouwen of juist af wilt vallen. In de toekomst wordt dat waarschijnlijk nog beter, omdat er andere ingrediënten aan de vervangers kunnen worden toegevoegd. Denk aan micro-algen of eetbare schimmels die de aminozuren, vitamines en antioxidanten in de vervangers kunnen opkrikken.

Veel potentie

“Ondanks de grote stappen die producenten van vleesvervangers al hebben gezet de laatste jaren, zit er nog veel potentie in het verbeteren van de smaak, textuur en de manier om ze te koken”, zegt een van de onderzoekers. “En er zit ook nog veel potentie in het innoveren van ingrediënten en de processen om de voedingswaarden te verhogen. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van de vitaminen.”

Volgens Dr. Bryant, een van de auteurs, is er meer onderzoek nodig naar hoe deze verbeteringen realiteit kunnen worden. Want op die manier kunnen vleesvervanger-producenten hun producten verbeteren, waardoor de vraag naar echt vlees in de toekomst nog meer kan dalen.”

Lees ook: Onderzoek wijst uit: mensen in rijke landen moeten 75 procent minder vlees eten om de klimaatdoelen te halen

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

'Ontbossingvrij' veevoer een stap dichterbij, menen Agrifirm en FrieslandCampina

Soja – sojaschroot, eigenlijk – is belangrijk krachtvoer voor koeien in de veeteelt. De eerste scheepsladingen ontbossingsvrije soja, geschikt voor de veemarkt, zijn inmiddels in Drachten gearriveerd per schip. Tot dat moment komen was niet eenvoudig, zeggen Agrifirm en FrieslandCampina in een gezamenlijk persbericht. Volgens de bedrijven is soja namelijk ‘een fysiek gesloten’ keten. "Het maakt de keten minder transparant en daarmee moeilijker om ontbossingsvrije sojateelt te kunnen garanderen", zegt een woordvoerder van FrieslandCampina. De soja die de coöperaties gebruiken is momenteel RTRS-gecertificeerd, een duurzaamheidskeurmerk bedoeld om onder andere ontbossing tegen te gaan. “Bij het vervoeren van de soja - van kleine en grote landbouwbedrijven en sojaleveranciers - kunnen verschillende ladingen samenkomen”, schrijven de bedrijven. Daardoor is het niet meer helder of de soja die uiteindelijk in Nederland wordt gebruikt wel voldoet aan de gestelde eisen. In 2021 klonk er nog felle kritiek op het keurmerk door onder andere WNF in Zembla, nota bene één van de initiatiefnemers van het certificaat. De natuurorganisatie stelde dat het geen vertrouwen meer heeft in het RTRS-keurmerk. Uit satellietbeelden bleek in 2020 nog dat leveranciers van RTRS-soja zich schuldig maakten aan ontbossing. Fysiek gescheiden inkopen Deze ‘100 procent ontbossingsvrije’ soja voor veevoer moet daar verandering in brengen. Zodra verschillende stromen aan soja eenmaal gemengd zijn, zijn ze niet meer te herleiden naar de bron van oorsprong. “We willen heel graag uitsluiten dat de soja komt uit recent ontboste gebieden”, zegt Guus van Laarhoven, senior manager regenerative farming bij FrieslandCampina. Agrifirm en FrieslandCampina willen dat het proces transparanter en traceerbaarder wordt: de partijen soja worden fysiek gescheiden ingekocht. Daarmee kan ‘gegarandeerd worden’ dat deze niet uit ‘recent ontbost gebied’ komt. “Toen we van start gingen was de ambitie om samen te werken met enkele grote soja-coöperaties in Zuid-Amerika, die aantoonbaar al jaren verbouwen in dezelfde gebieden”, zegt Ruud Tijssens, director public & cooperative affairs bij Agrifarms. “Waarvan we onder meer met satellietbeelden en onafhankelijke controleurs weten: het landschap of de bossen zijn hier niet recent aangepast naar landbouwgrond voor soja.” In een bijgevoegde video in het persbericht benadrukt Tijssens dat het gaat om ‘recent ontboste’ gebieden. "Daarmee doelen we op gebieden waar nog steeds ontbossing plaats kan vinden, in tegenstelling tot gebieden waar al heel lang geen bossen meer zijn", laat een woordvoerder van FrieslandCampina desgevraagd weten. "Het gaat er ons niet alleen om of er nu iets ontbost gaat worden door een nieuwe soja oogst; we willen het ook met terugwerkende kracht kunnen indammen en dat is waarom je kijkt naar of een paar jaar geleden een gebied is ontbost en omgezet voor landbouw."