Hannah van der Korput
16 augustus 2023, 11:00

Waarom het kleine Singapore groots is in voedselinnovaties

Kweekvlees is er al lang verkrijgbaar en voedsel wordt verbouwd op daken midden in de stad. Singapore heeft zich razendsnel ontwikkeld tot thuisland van voedselinnovaties. Hoe is dat zo gekomen? En wat gebeurt er allemaal in deze bruisende metropool?

Adobe Stock 53245452 Singapore heeft een doel gesteld: in 2030 wil het voor 30 procent in de eigen voedselbehoefte voorzien. | Credits: Adobe Stock

Singapore is uitgegroeid tot het boegbeeld van de moderne voedselvoorziening. Al is de eilandstaat, opgericht in 1965, nog jong en heeft het nauwelijks eigen voedselvoorzieningen. Zo’n 90 procent van al het voedsel wordt geïmporteerd, wat Singapore erg afhankelijk maakt van andere landen. Maar het land heeft een doel gesteld: in 2030 wil het voor 30 procent in de eigen voedselbehoefte voorzien. En dat werkt voedselinnovaties in de hand.

Urban farming

Meer voedsel van eigen bodem is een uitdaging in het dichtbevolkte gebied. De metropool telt 25.000 inwoners per vierkante kilometer (Nederland iets meer dan 500). Maar één procent van het beschikbare landoppervlak wordt gebruikt voor de landbouw. En dus moet het land creatief zijn. Singapore teelt niet in de breedte, maar in de hoogte. Er wordt ondergronds en bovenop de daken geteeld. Zo worden gebouwen omgetoverd tot voedselfabrieken. Een voorbeeld hiervan is Citiponics: een daktuin bovenop een grote parkeergarage.

Kweekvlees

Singapore loopt voorop met kweekvlees. Eind 2020 gaf de eilandstaat als eerste land ter wereld toestemming voor de verkoop. Het vlees komt niet van geslachte dieren, maar is opgekweekt in een bioreactor. Kweekvlees wordt gezien als een oplossing voor milieuproblemen en dierenleed. Ook is er veel minder ruimte nodig om kweekvlees te produceren in vergelijking met de traditionele vleesindustrie. In het dichtbevolkte Singapore is dat erg voordelig.

De gekweekte kip van het bedrijf Eat Just mag in Singapore gegeten worden. | Credit: Eat Just

Regelgeving

Dat de overheid voedselinnovaties stimuleert, is ook goed terug te zien in de wetgeving. De wetten en regels om nieuwe producten op de markt te brengen zijn in Singapore soepeler dan andere plekken op de wereld. Zo komt het dat de ontwikkelingen in de Aziatische eilandstaat relatief snel gaan.

Samenwerken

Ook werken de Singaporese overheid, het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen nauw met elkaar samen. In het kleine land weten alle instellingen elkaar goed te vinden. Daaruit ontstaan mooie initiatieven. De eerste universitaire opleiding alternatieve eiwitten werd geïntroduceerd op de Nanyang Technological University (NTU) in Singapore. Het lesprogramma is samengesteld met de non-profit organisatie The Good Food Institute Asia-Pacific en behandelt de wetenschap achter drie van de belangrijkste alternatieve eiwittechnologieën: plantaardig eiwit, kweekvlees en fermentatie.

De samenwerking gaat ook de grens over. Zo heeft de Singaporese overheid samenwerkingsovereenkomsten met Nederland, zoals Wageningen Universiteit en Research (WUR).

Financiering

Dit alles maakt Singapore een aantrekkelijke plek voor start-ups in de voedingsindustrie. Een extra stimulans om naar de Aziatische metropool te trekken, zijn de vele financieringsmogelijkheden. Beginnende bedrijven kunnen onder andere aanspraak maken op het Singaporese staatsinvesteringsfonds Temasek voor ondersteuning bij productontwikkeling, markttoegang, opschaling en distributie.

Naast beginnende bedrijven zijn er ook talloze multinationals gevestigd in Singapore. Verschillende organisaties tuigen programma’s op waarin gevestigde voedselproducenten de start-ups helpen en begeleiden in hun opschalingsproces. Ook investeert het bedrijfsleven fors in nieuwe technieken en plantaardige producten.

Lees ook:

Dit merk maakt romige roomboter zonder koe

Faber vormt samen met zijn vrienden Maarten en Igor Mister Kitchen. Ze kennen elkaar al vanaf hun studententijd in Groningen. Het drietal schrijft recepten, bedenkt foodconcepten en organiseert het foodfestival Rollende Keukens. En dan ontwikkelen ze ook nog nieuwe producten. “Eigenlijk maken wij alles waarvan we vinden dat het beter kan”, vertelt Faber. Gemaakt van cacaoboter De plantaardige roomboter is ontstaan vanuit een opdracht van Cargill, een van de grootste cacaoleveranciers ter wereld. Faber: “De vraag naar cacao wordt steeds groter. Een bijproduct van de cacaoproductie is cacaoboter. Wanneer er meer cacao wordt gemaakt, stijgt die berg cacaoboter dus ook. Cargill vroeg ons wat er allemaal mogelijk is met dit waardevolle bijproduct. Zo zijn we aan de slag gegaan.” Cacaoboter wordt al gebruikt in vleesvervangers, chocolade en gebak. Maar het blijkt ook het perfecte ingrediënt om roomboter van te maken. “Cacaoboter heeft al dezelfde soort structuur als roomboter en het is lekker romig. Daarnaast bleek het ook de perfecte smelttemperatuur te hebben. Na twee jaar prutsen en proeven hadden we het perfecte recept voor plantaardige roomboter in handen.” David en Goliath Zuivelvrije roomboter maken was geen makkelijke opgave, zegt Faber. “Het heeft de nodige tijd en moeite gekost. Omdat het voor ons een opdracht was, hadden we die tijd gelukkig ook. Nu het recept eenmaal klaar is, gaan we het alternatief voor roomboter ook echt verkopen. Het helpt enorm dat we samenwerken met zo’n grote partij als Cargill. Wij zijn immers maar een driemansbedrijfje. Het voelt echt een beetje als mini-David en Goliath die samen optrekken.” Al vindt het bescheiden merk Mister Kitchen prima zijn weg in de voedingssector. “We hebben vaker samengewerkt met partijen zoals de Albert Heijn. Je kent elkaar, en daardoor ontstaat toch een bepaalde gunfactor. Onze zuivelvrije boter ligt landelijk in 400 Albert Heijn-winkels. Op termijn volgen 300 Jumbo’s.”De zuivelvrije boter ligt landelijk in 400 Albert Heijn-winkels. Op termijn volgen 300 Jumbo’s.Duurzamer Dat de plantaardige roomboter duurzamer is, noemt Faber een no-brainer. “Door de koe uit het proces te halen, is de impact enorm.” Wat die impact precies is, kan hij niet precies vertellen. “We hebben dat nog niet zo uitgerekend en het staat ook niet expliciet op de verpakking. Dat lijkt me ook wel lastig. Plantaardig versus dierlijk scheelt enorm in CO2 en waterverbruik. Anderzijds komt de cacao niet uit Nederland, maar we maken wel optimaal gebruik van een bijproduct. Hoe neem je dat goed mee in zo’n berekening?” Wat Faber wel weet, is dat zijn zuivelvrije roomboter een goed alternatief is voor de ‘real deal’. “Anders hadden we het niet op de markt gebracht. We werken nu ook aan een variant om mee te bakken en te braden. Daar is een iets andere verhouding voor nodig, maar ook daar komen we wel uit. De basis hebben we nu, en die is perfect. Toen we het proefden, leek het wel een droom. Vandaar dat onze plantaardige roomboter de naam Droomboter heeft gekregen.” Lees ook:De Nieuwe Keuken: 'Voor ons voldeden de huidige vleesvervangers gewoon niet'IJsmaker Nice: 'Ik wil geen ingrediëntenlijst met dingen waarvan ik niet eens weet wat het zijn'Hoe voedselproblemen worden opgelost in frisdranksiroop