Hannah van der Korput
08 oktober 2024, 14:38

Wel minder vlees, niet minder smaak: ‘Mensen merken het niet’

Het idee voor gezondere snacks werd geboren in de coronatijd, vertelt Tessa Rijn. “Coronakilo’s werden een begrip. We zaten maar binnen, vaak met iets lekkers erbij. Kan dat lekkers niet wat gezonder, vroeg ik me af.”

LW pitch SNX Snackfuture 5campagne burger Rijn (rechts) ontwikkelde gehakt, gehaktballen en hamburgers die voor minder dan de helft uit vlees bestaan. | Credits: lin Woldendorp

Ze begon het snackmerk SNX. “De focus ligt op gezondheid. Hoe kun je populaire snacks gezonder maken zonder in te leveren op smaak? Die vraag stelde ik aan voedingsdeskundigen, chef-koks en andere kenners.”

Naast gezondere was er ook de wens om duurzamere snacks te produceren. “Het idee was om mensen minder vlees te laten eten zonder dat ze daar de nadelen van ondervinden. Inmiddels kan ik zeggen dat dat gelukt is.”

Hybride gehakt(ballen) en burgers

Rijn ontwikkelde gehakt, gehaktballen en hamburgers die voor minder dan de helft uit vlees bestaan. “Het aandeel vlees is minder dan 50 procent. Een nog lager percentage zou ten koste gaan van de smaak en structuur. Dat wil ik niet. Mijn uitgangspunt is juist dat hybride producten zo min mogelijk afwijken van pure vleesproducten en net zo lekker moeten zijn. In de toekomst willen we dit percentage nog verder naar beneden brengen, mits de smaak op peil blijft.”

Het productieproces van hybride vlees is complexer dan dat van conventioneel vlees, vindt ze. “Het combineren van dierlijke en plantaardige ingrediënten is lastig. Het is dan verleidelijk om E-nummers en poeders toe te voegen, maar dat gaat ten koste van het gezondheidsaspect. Ik wil wegblijven van toegevoegde vetten, smaakstoffen en andere kunstmatige additieven. Het was een lange zoektocht om de juiste structuur te krijgen zonder onnodige aanvullingen. Uiteindelijk hebben we plantaardige vezels en proteïnen gebruikt om de binding goed te krijgen.”

Sport- en bedrijfskantines

De hybride producten worden inmiddels verkocht bij de voetbalclub FC Utrecht. Ook worden ze geserveerd in de bedrijfsrestaurants van Rabobank. “We werken samen met diverse bistro’s en golfbanen, maar bijvoorbeeld ook met een speelparadijs in Maastricht. Het plan is om naar de retail te gaan. Nu verkopen we direct aan consumenten via de webshop, maar er lopen gesprekken met Ahold en Plus. Liggen we daar, dan wordt de afzetmarkt flink vergroot.”

Opschalen

Die opschaling kan de start-up best aan, zegt Rijn. “Ik wilde het vanaf het begin af aan goed aanpakken en heb meteen gezocht naar een grote producent die, als het moest, meer kon leveren. Ik hoop met de producten een inspiratie te zijn voor de gevestigde snackmerken. Het kan gezonder en duurzamer. En nee, dat hoeft niet ten koste te gaan van de smaak en de marge. Dat wil ik laten zien. Ik hoop dat grote producenten dat opmerken en daar wat mee doen.”

Lees ook:

Arbeidsmarkt komt groene vaardigheden tekort: soft skills cruciaal om duurzaamheidsdoelen te halen

We hebben te maken met een 'green skills gap'. De vraag naar werknemers met vaardigheden die bijdragen aan de duurzame transitie stijgt harder dan het aanbod, bleek onlangs nog uit een onderzoek van LinkedIn. Volgens Peter van der Reijden, oprichter van het kersverse trainingsbureau We Are Robin, bestaat die green skills gap uit verschillende factoren. “In de eerste plaats moeten mensen het besef hebben dat er iets moet veranderen. Duurzaamheid heeft namelijk een bepaalde urgentie. Ten tweede is het de vraag of iemand specifieke duurzaamheidskennis heeft. Begrijpt iemand bijvoorbeeld wat circulaire businessmodellen zijn of weet hij of zij wat de CSRD is? De derde vaardigheid die mensen moeten hebben om verandering tot stand te brengen gaat veel meer over soft skills. Is iemand in staat om de mensen om zich heen te beïnvloeden en om te gaan met weerstand?” Urgentie en kennis In de praktijk ziet Van der Reijden dat er bij de green skills gap vaak aandacht uit gaat naar die eerste twee punten, terwijl die derde nu vaak vergeten wordt. Daarom richt We Are Robin zich op het bijbrengen van deze soft skills bij mensen die werken aan het verduurzamen van hun organisatie. “Duurzaamheidsprofessionals hebben een loodzware baan. Bij hen heerst de urgentie en zij weten vaak al heel goed welke acht dingen ze kunnen doen om hun bedrijf te verduurzamen. Maar de uitdaging is om die veranderingen daadwerkelijk uit te voeren met de mensen binnen een organisatie. Dan wordt het taai.”Volgens Van der Reijden komt het geregeld voor dat duurzaamheidsmanagers binnen hun organisatie stuiten op weerstand. “Nog maar al te vaak is duurzaamheid ‘die afdeling’ op een bedrijf, die de rest moet zien mee te krijgen. Dan helpt het ook niet dat duurzaamheid nog wel eens wordt geassocieerd met drammerig en prekerig.” Meestribbelaars In duurzaamheidstrajecten hebben mvo-managers dan ook nog eens te maken met wat hij ‘meestribbelaars’ noemt. “Aan het begin van een proces is iedereen nog enthousiast: iedereen wil iets met duurzaamheid en denkt dat het belangrijk is. Aan plannen en energie geen gebrek. Maar daarna wordt het interessant. Want als mensen daadwerkelijk moeten veranderen, gaan de hakken in het zand. Of blijkt het hogere management het eigenlijk toch niet zo belangrijk te vinden. Dat levert een uniek soort weerstand op.”Voor duurzaamheidsprofessionals is dan ook vaak de grootste uitdaging hoe ze de juiste mensen mee kunnen krijgen. Van der Reijden: “Het is cruciaal om de juiste stakeholders aan boord te krijgen en die enthousiast te maken voor verandering. Als je niet kunt overtuigen of om kunt gaan met weerstand, is het heel moeilijk om een transitie te maken.” Marathon, geen sprint Met We Are Robin – een knipoog naar de trouwe hulp van Batman – wil Van der Reijden precies die vaardigheden bijbrengen. Elke opleiding begint met een gedegen theoretische basis. Maar daarnaast gaan cursisten ook aan de slag met acteurs die verschillende vormen van weerstand binnen een organisatie kunnen vertolken. “Ook hebben we gemerkt dat het vasthouden van motivatie een belangrijk aspect is”, zegt Van der Reijden. “Het is vrij normaal dat je in een duurzaamheidstraject soms in een dip komt. Veel mensen voelen de druk en urgentie, maar hebben tegelijkertijd te maken met frustraties in hun werk. Terwijl het behouden van een positieve mindset cruciaal is. Het besef dat duurzaamheid een marathon is en geen sprint, is belangrijk. Ook gaat aandacht uit naar sustainable storytelling en duurzaam verandermanagement." Daarbij omschrijft Van der Reijden het opleidingsprogramma als ‘anti-saai’. “Kandidaten gaan niet passief luisteren naar een docent. Op trainingsdagen ga je actief aan de slag met prikkelende oefeningen, rollenspellen, discussies en games.” Community van duurzaamheidsmanagers Uiteindelijk hoopt Van der Reijden dat We Are Robin meer wordt dan alleen een trainingscentrum en ziet hij ongelofelijk veel meerwaarde als er een community ontstaat van de duurzaamheidprofessionals die de opleiding hebben volbracht. “Op de korte termijn zullen we verschillende bijeenkomsten regisseren waarop deze mensen samenkomen, bijvoorbeeld door ervaringen uit te wisselen en interessante sprekers uit te nodigen. Maar als ik echt mag dromen, regelen deze mensen dat straks zelf en zijn wij slechts facilitator. Het mooie is ook dat er in duurzaamheidstrajecten weinig concurrentiegevoelige informatie ligt. De spanning zit vooral in hoe open je durft te zijn over hoe belangrijk duurzaamheid is. Een collega zei laatst dat het soms lijkt alsof iedereen bezig is zijn eigen vleesvervanger uit te vinden. Terwijl er zoveel potentie ligt in samenwerking. Bovendien maakt dat het werk ook veel leuker.” Iedereen krijgt ermee te maken Maar als we de green skills gap echt volledig willen overbruggen, moet er nog veel meer gebeuren, zegt Van der Reijden. “Ten eerste moeten er nog veel meer duurzaamheidsprofessionals bij komen. Maar zelfs dan gaan we het nog niet redden, want zelfs als iedere afgestudeerde kiest voor een baan in duurzaamheid komen we tekort. De echte stappen worden pas gezet als ‘de rest van ons’ ook groene vaardigheden krijgen. Er is een moment geweest dat iedereen moest leren Word en Excel te gebruiken. Zo zal het ook gaan met groene vaardigheden: in iedere baan krijg je ermee te maken.” STAP-budget voor duurzaamheid Volgens Van der Reijden is het belangrijk dat werkgevers veel meer geld en tijd beschikbaar maken voor bijscholen. En daarnaast is het belangrijk duurzaamheidsmanagers te blijven bijscholen en hen de ruimte te geven om hun missie in de organisatie uit te dragen. “Ook kan de overheid meer doen om bij- en omscholing te bevorderen.” Nog niet zo lang geleden had de overheid zo’n instrument in handen met het STAP-budget. Hiermee konden burgers voor een bedrag van maximaal 1.000 euro trainingen volgen om hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren. Sinds dit jaar bestaat dit budget niet meer. “Het afschaffen van het STAP-budget is in mijn ogen een fout geweest. Daarvoor is niets in de plaats gekomen. Bied bij wijze van spreken dan een groen STAP-budget aan en maak duurzaamheid onderdeel van het curriculum van scholen. Tot slot moeten opleiders, inclusief wijzelf, beter worden in mensen verleiden met green skills aan de slag te gaan. Het is carrière-technisch namelijk een bijzonder slimme move om te gaan voor een baan in duurzaamheid.” Lees ook:Changemaker Elisah Pals (Zero Waste Nederland): ‘Het is waanzin om te denken dat je alles tegelijk kunt aanpakken’ Van demonstraties naar dialogen: oud-Greenpeace boegbeeld helpt nu multinationals verduurzamen Netcongestie in Groningen? Novar bouwt gewoon zijn eigen elektriciteitsnetDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner We Are Robin. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.