Kaz Schonebeek 09 november 2022, 15:22

Xander Meijer van The Farm Kitchen laat bedrijven een hectare gezonde landbouwgrond adopteren

The Farm Kitchen laat bedrijven een hectare regeneratieve landbouwgrond adopteren zodat hun werknemers kennismaken met duurzaam en lokaal geproduceerd voedsel. Oprichter Xander Meijer: “Een focus op dichtbij betekent een verrijking voor je voedselbeleving.”

Jonathan en Xander Jonathan Karpathios (l) en Xander Meijer (r) van The Farm Kitchen | Credits: The Farm Kitchen

Xander Meijer is ondernemer en staat aan de wieg van The Farm Kitchen. Het bedrijf biedt teambuilding kookworkshops en innovatieve catering voor bedrijven en evenementen aan. Ze koken met lokale, seizoensgebonden producten van regeneratieve boeren – een landbouwmethode die biodiversiteit herstelt en de bodem gezonder maakt. Samen met chef-kok Jonathan Karpathios zet hij zich in om plant-based, duurzaam en lokaal geproduceerd voedsel op de kaart te zetten.

Ben je altijd al met duurzaam voedsel bezig geweest?

“In het begin van mijn carrière heb ik voor grote bedrijven gewerkt zoals Unilever en Procter & Gamble. Eind twintig kwam ik erachter dat ik zelf ontzettend gevoelig ben voor chemicaliën. Mijn persoonlijke gezondheid heeft er enorm baat bij om conserveermiddel- en chemicaliënvrij te eten. Toen ik me daarin ging verdiepen, kwam ik vanzelf uit bij het landbouwsysteem. Dat kan er niet alleen voor zorgen dat de persoonlijke gezondheid van mensen verbetert, maar ook herstellend zijn voor de bodem, het milieu en de aarde als geheel.”

“Ik heb een belofte aan mezelf gemaakt om alleen nog maar voor bedrijven te werken die een positieve impact op het milieu maken. Ik ben onder andere directeur geweest van Ecover, Zonnatura en Natudis, een groothandel in natuurvoeding. Wat er daar in de jaren 90 gebeurde, was echt het pionieren voor wat wij nu duurzaam noemen. Er werd al heel vroeg nagedacht over kringlooplandbouw en gezonde bodems. Maar het was ook een beweging die zich buiten de maatschappij had neergezet. Als je in de biowinkel kwam, rook het bijvoorbeeld niet per se aantrekkelijk.”

Hoe ben je vanuit daar The Farm Kitchen begonnen?

“Ik ben er verbaasd over geraakt wat er allemaal van de Nederlandse bodem komt. Je kan er het hele jaar door van eten. En als je focust op wat van dichtbij is, betekent dat een enorme verrijking van je voedselbeleving. Je eet ineens allerlei lokale boontjes die bijna vergeten zijn – producten die je in normale supermarkten nooit tegenkomt.”

“In 2018 kwam ik Jonathan Karpathios tegen om hem te vragen voor een future proof voedselprogramma voor bedrijven. Hij had net zijn restaurant Vork en Mes, waar hij met zelfgekweekte groenten kookte, verkocht en wilde dat concept breder trekken. Hij zag in mij de partner die zoiets kan uitrollen. Ik zag in Jonathan de man die de smaakbeleving van duurzaam voedsel naar een hoger niveau kan tillen en wil experimenteren met wat er allemaal van het land kan komen. We vonden elkaar meteen. Twintig minuten na onze ontmoeting hebben we elkaar de hand geschud en zijn we The Farm Kitchen begonnen. We willen mensen en bedrijven laten ontdekken hoe gaaf het is om met verse producten van een lokale boer te werken.”

Waar lopen die lokale boeren tegenaan?

“Mijn ervaring is dat er een redelijk grote groep boeren is die wel de overstap naar regeneratieve landbouw wil maken, maar dit nu niet kan. Wij bieden hun steun, een afzetmarkt en een gezicht. Wij zorgen ervoor dat ze niet kopje onder gaan. Er is grote onzekerheid over de afnamezekerheid van producten en de prijs. Die zekerheid bieden wij. We garanderen een vaste afname en omdat we niet met tussenpersonen werken, kunnen we meer bieden dan de marktprijs.”

Hoe doen jullie dat precies?

“The Farm Kitchen biedt grote bedrijven aan om een hectare land te ‘adopteren’. Wij hebben contact met boeren uit de omgeving die bereid zijn een hectare zo te verbouwen dat de grond er gezonder van wordt – dat is de kern van regeneratieve landbouw. Het bedrijf krijgt de opbrengst van de hectare en wij zorgen ervoor dat het in de lunches van de werknemers terechtkomt. Ook neemt het programma werknemers mee naar de boer om de oogst te plukken. Met de kookworkshops ervaren werknemers de rijke smaak van die producten. Daarnaast cateren we er evenementen mee en krijgen werknemers groentepakketten mee naar huis. Het uiteindelijke doel is om mensen te inspireren milieubewust en lokaal voedsel te consumeren.”

Wat levert dat op voor jullie klanten?

“Ze zien wat een enorme overvloed er van het land komt. Van wortels, bonen en kolen maken we soepen en sauzen. Of we wekken ze in, zoals vroeger ook gebeurde. Het allerleukste is dat mensen zich realiseren wat een wintergerecht is, of een typisch herfstgerecht. Zelf venkel van de grond snijden, en bieten uit de grond trekken en daar een maaltijd van maken, is een rijke ervaring. Het is iets wat je raakt, graag doorvertelt en weer betrokken maakt met wat je kan eten en makkelijk duurzaam kan doen.”

Lees ook: Changemaker Jonathan Karpathios: “Absurd dat ik als kok vlees serveerde van uitstervend ras”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Proef! Plantaardige poederfrikandellen

De Duitse start-up Greenforce bestormde in januari met veel bombarie de Nederlandse markt. Het produceert poeder waar je met een scheut water plantaardige viskoekjes, gehaktballen of haverdrink van maakt. Dat is volgens de bedenkers beter voor het milieu omdat het lang houdbaar is (geen verspilling!) en niet gekoeld bewaard hoeft te worden. Dat leek mij wel wat, aangezien ik best een avontuurlijke eter ben en al erg gewend aan de smaken van vleesvervangers. Zo lang ik mij kan herinneren drinken we thuis sojamelk in de koffie – dat vond mijn moeder lekkerder – en ik probeer graag nieuwe producten uit. Sommige producten zijn blijvers (de vega filet americain van Smaeck) en anderen halen de ballotage niet (rode biet-cashewnotenspread). Toen ik las over de nieuwe frikandellen in poedervorm van Greenforce, was mijn interesse gewekt. Ik ben dol op een frikandel speciaal met een dikke klodder mayo, curry en ui. Maar hoe is het om je eigen frikandel van poeder te maken, en niet geheel onbelangrijk: hoe smaakt het?Proefpersoon: Eva SegaarDieetstatus: Probeert zo klimaatvriendelijk mogelijk te eten. Dus veel groente, geen rundvlees, wel af en toe kip. Vindt het moeilijk om kaas over te slaan. Guilty pleasures: Zo'n lekkere Franse loopkaas, denk aan Époisses of Vacherin Mont d'Or. Een frikandel gaat er ook wel in. Er komen geuren vrij die ik niet had verwacht Dus ging ik aan de slag in de testkeuken van Change Inc. Ik scheurde het zakje frikandellenpoeder open en deed het in een kom. Het poeder doet denken aan de inhoud van een kop Cup-a-Soup. En zo ruikt het ook: naar bouillon. Dan moet er ijskoud water bij en moet ik het geheel mixen. Opeens komen er geuren vrij die ik niet had verwacht. Iedereen op de redactie schreeuwt moord en brand: “GATVERDAMME WAT IS DAT?”, klinkt het. Een ander roept dat hij poep ruikt. Dat kan ik beamen. Koeienmest, daar ruikt het naar. Een penetrante, dierlijke geur. Moedig ga ik met mijn garde in de weer. Ik mix in de hoop dat de geur verdwijnt, maar niets is minder waar. Het gekke is dat als je dichtbij ruikt, het nog wel oké is, een beetje kruidig. Maar verder van het mengsel verwijderd is de geur niet te hárden. Snel dek ik de kom af met folie en zet ik het in de ijskast – daar moet het een half uur rusten.Redacteur Eva Segaar kijkt bedenkelijk bij het mixen van de frikandellen met ijskoud water.Citrusvezels en erwteneiwit In de tussentijd bedenk ik waar die beestachtige geur vandaan kan komen. Het frikandellenpoeder bestaat voornamelijk uit zonnebloempitten, een vulmiddel, citrusvezels, erwteneiwit en karamelpoeder – dat laatste is waarschijnlijk om het die zoetige smaak van een frikandel te geven. Voordeel is dat er geen soja en lactose inzitten, en het is ook nog eens glutenvrij. Iedereen met coeliakie kan dus aan deze poederfrikandellen. Maar of ze dat willen is de vraag. Een half uur later moet ik iets doen waar ik erg tegenop zie. Namelijk de mix met vochtige handen rollen tot het op een frikandel lijkt. Het geheel is plakkerig en doet denken aan ontbijtkoek met water dat je vroeger als grap in een surprise deed. De gerolde frikandellen bak ik vervolgens in een klein beetje zonnebloemolie. Na 15 minuten zijn de 'dellen' krokant gebakken en warm van binnen. Tijd om te proeven.De poederfrikandellen zien er niet uit. Hier serveerden we ze met mayonaise en barbecuesaus.De geur en smaak... Het geheel ziet er onsmakelijk uit, maar een echte frikandel is ook niet bepaald beeldschoon, dus dat zie ik door de vingers. De smaak is een beetje vlak. Er mist zout. Ze zijn ook melig en een stuk minder lekker dan het echte werk. Het bereiden van dit 'bruine fruit' helpt daar ook niet in mee: die dierlijke geur is niet meer aanwezig nu ze gebakken zijn, maar toch blijf ik het ruiken. Het zit helaas in mijn geheugen gegrift. Conclusie Eet je de poederfrikandellen met een flinke klodder mayo en curry dan is het prima te doen. Maar je moet wel erg donkergroen (lees: spartaans) zijn, wil je deze frikandellen vaker maken. Voor mij blijft het bij één keer en nooit weer. Cijfer: een 3. Lees ook het oordeel van hoofdredacteur Debby Nobel over de vegan oesterzwam-carpaccio van Fortuna en GROSchrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.