CHANGE FOOD

“Samen werken we aan een toekomst met genoeg, gezond, duurzaam geproduceerd voedsel voor iedereen”

Wiebe Draijer, Rabobank

“Wij investeren in systeemveranderingen, die de dienstverlening aan individuele klanten overstijgt”  

Rabobank is van oudsher de bank voor de landbouw, een sector waar verduurzaming een grote opgave is. Maar topman Wiebe Draijer van Rabobank heeft er ideeën voor. Voor talloze andere maatschappelijke problemen overigens ook. “Ik vind het belangrijk om aan systeemveranderingen te werken die niet alleen goed zijn voor de bank, maar voor de maatschappij als geheel.” 

“Weet je wat het kost om je eigen jaarlijkse CO2-uitstoot te compenseren?”, vraagt Rabobank-CEO Wiebe Draijer aan de interviewer. “Nee? Net zoveel als je Netflix-account, vijftien euro per maand. Het klimaatprobleem lijkt onbevattelijk groot, maar je kunt het klein maken. Het is toch fantastisch als je kunt zeggen: kijk in dat bos, daar heb ik mijn CO2 opgeslagen.” 

Doorbraken met een collectief karakter 

Grote maatschappelijke problemen hanteerbaar maken, zodat het gemakkelijker is om oplossingen te bedenken, dát is wat Draijer drijft. “Die compensatie is geen aflaat of zo, maar ik hoop dat het mensen bewuster maakt en de verduurzaming van de economie en de maatschappij vooruithelpt.” 

Draijer omschrijft de missie van Rabobank als “samen zorgen voor een betere leefomgeving”. De bank kijkt bij de uitvoering van die missie naar maatschappelijke problemen op het gebied van de voedselvoorziening, energie, woningmarkt en financiële zelfredzaamheid. “Op al die fronten is duurzaamheid in de brede zin van het woord belangrijk. Het vraagt om systeemveranderingen, waarbij wij als bank een rol kunnen spelen.” 

De grote transities vragen volgens Draijer om doorbraken, die een collectief karakter hebben. Doorbraken die de economische ontwikkeling zuurstof toedient. “Dat past bij de coöperatieve oorsprong van Rabobank. Rijke boeren beseften dat het systeem als geheel beter zou worden als ze kwetsbare collega’s zouden helpen. Onze missie schurkt heel dicht aan tegen dat gedachtegoed. Ik vind het belangrijk om aan systeemveranderingen te werken, die niet alleen goed zijn voor de bank, maar voor de maatschappij als geheel.” 

Krapte op de woningmarkt  

De woningmarkt is daar een voorbeeld van. Voor veel starters op de woningmarkt is het te duur om een huis te kopen. Daardoor hapert de doorstroming op de huurmarkt, en ontstaat er een tekort aan woningen in met name het middensegment. “Met Bouwfonds Property Development hebben wij een woningontwikkelaar in huis. We bedachten: als wij de huizen, die we ontwikkelen niet meteen doorverkopen, maar in portefeuille houden. En als we in ruil voor lagere gemeentetarieven nou eens maatschappelijke huurtarieven vragen, dan kunnen we een rol spelen in het vlottrekken van de woningmarkt.” 

Rabobank en ontwikkelaar BPD richtten een huurwoningfonds op en gaan de komende tien jaar 15.000 energiezuinige huurwoningen bouwen met een maandelijkse huurprijs van 650 euro tot 1.250 euro. Het woningfonds vergt een investering van vijf miljard euro, waarvan Rabobank één miljard euro voor haar rekening neemt. “Dit is een voorbeeld van een systeemoplossing, die de dienstverlening aan individuele klanten van de bank overstijgt”, zegt Draijer.  

Agri3-fonds 

Het Agri3-fonds is een ander voorbeeld. Het fonds is een initiatief van de Verenigde Naties en Rabobank, waarin verder ook het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken in heeft geïnvesteerd. “Het fonds wordt ingezet in bosrijke gebieden in Zuid-Amerika en China. We stimuleren er duurzame landbouwpraktijken mee en gaan ontbossing tegen”, legt Draijer uit. “Boeren die overstappen op duurzame landbouw moeten hun bedrijf omturnen en stoppen met het kappen van bos voor nieuwe landbouwgrond. Dat brengt onzekerheid en risico’s met zich mee. We weten uit ervaring dat boeren, die overstappen op duurzame landbouw, drie jaar een onzekere oogst hebben. Daar moeten we die boeren financieel mee helpen. Als dat lukt, dan vormen deze boeren de stop op de ontbossing van bijvoorbeeld de Amazone.” Het fonds heeft een omvang van één miljard euro.   

Intensieve landbouw  

Ook in Nederland is de intensieve landbouw onderwerp van de klimaatdiscussie. “Boeren weten dat ze moeten veranderen, en dat willen ze ook. Maar ze voelen zich door een ondankbare maatschappij in de hoek gedrukt. Boeren kunnen eigenlijk niet goed meer ondernemen. We hebben een ‘carbon bank’ nodig, als instrument waarmee verduurzaming ook echt iets oplevert voor de boer.” 

Met een carbon bank bedoelt Draijer een systeem waarbij boeren verhandelbare CO2-rechten kunnen verdienen als ze de uitstoot verminderen. “Met satellieten kun je tegenwoordig vaststellen wat de daadwerkelijke CO2-opslag op een bepaalde plek is. Boeren, die hun CO2-uitstoot reduceren of opslaan, kun je certificaten geven, die ze kunnen verkopen aan bedrijven die er nog niet in slagen hun uitstoot in te perken.” 

Het huidige Europese emissiehandelssysteem is volgens Draijer ‘te complex’ geworden. Daarom wil Rabobank inzetten op een vrijwillige markt. “Een carbon bank maakt het heel schaalbaar.” 

Nederland moet zich volgens Draijer realiseren dat de landbouw goed en efficiënt georganiseerd is. “Kijk naar de documentaire van bioloog David Attenborough. Hij vertelt waarom hij hoop heeft. Hij wijst naar de Nederlandse agrarische sector, die een ongekende ontwikkeling heeft doorgemaakt. De CO2-uitstoot per kilo product is heel klein. Maar de winst- en verliesrekening van boeren is klein, dus hebben ze hulp nodig bij de transitie naar duurzaamheid. Ja, we moeten toe naar minder intensieve landbouw en een kleinere veestapel. Maar om die stap te zetten is niet alleen schaalverkleining, maar ook schaalvergroting nodig.” 

In december pleitte Draijer in het FD al voor de oprichting van een fonds om dit mogelijk te maken. “Boeren, provincies en natuurorganisaties moeten de handen ineenslaan. Laten we kijken of we natuurgebieden en landbouwgronden kunnen uitruilen. Je kunt een ruilverkaveling organiseren met boeren die willen stoppen. Dan kun je natuurherstel combineren met minder intensieve landbouw én met efficiency.”   

Coronacrisis: tijd voor verandering 

Misschien is de coronacrisis wel dé gelegenheid om veranderingen van de grond te krijgen. “Veel van systeemveranderingen in de wereld zijn bedacht in de nasleep van een oorlog of crisis. Het Marshallplan, waarmee de Amerikanen na 1945 de Europese economieën weer op de been brachten, kon alleen na de oorlog ontstaan.” 

“Mijn oproep is dan ook: bedenk nú de nieuwe institutionele kaders voor onderwijs, woningmarkt en pensioen. Bijna alles loopt tegen een infarct aan. Deze crisis biedt een kans. Laten we de pauzestand gebruiken om los te komen van de rat race van alle dag. De SER heeft hier al een denktank voor opgezet. Er is geen individuele partij, die de verduurzaming van de woningmarkt kan organiseren. Dat gaat niet individueel, dat moet met duizenden huizen tegelijk. Anders halen we de doelstellingen, die we in Parijs hebben afgesproken, niet.”  

Draijer wijst erop dat het kan. “Nadat we in Groningen op aardgas bleken te zitten, zijn we erin geslaagd om in vijf jaar tijd alle huizen een gasaansluiting te geven. Dat werd centralistisch aangepakt, wijk voor wijk, en stad voor stad werden aangesloten. Dat hebben we nu ook nodig, want we moeten alle woningen klimaatneutraal maken.”  

Actieve overheid  

Voor zulke grote programma’s is een actieve overheid nodig. “Den Haag moet naar mijn idee starten met een verkenning naar hoe de economische knelpunten van Nederland opgelost kunnen worden. Hoe kunnen we dingen structureel veranderen? Zet wetenschappers, economen, ambtenaren en ondernemers bij elkaar aan tafel. De uitkomst van die verkenning kan ook weer dienen voor de verkiezingsprogramma’s. Waar willen partijen op inzetten? Mobiliteit, woningmarkt, landbouw, energie; er zijn veel dossiers die om een herstart vragen.”  


CHANGE Makers

Morgen wordt vandaag bedacht. De Change Community is een beweging van koplopers en toekomstmakers die samen de nieuwe economie vormgeven.