Teun Schröder
20 januari 2023, 11:54

108 miljoen uit EU-fonds voor Limburgse fabrieken die van afval waterstof maken

Het Innovatiefonds van de Europese Unie kent 108 miljoen euro toe aan project FUREC, onderdeel van energiebedrijf RWE, dat van huishoudelijk afval waterstof wil maken. Met het geld kunnen de eerste stappen gezet worden voor de bouw van twee fabrieken in Limburg. Uiteindelijk moet FUREC jaarlijks 54.000 ton waterstof produceren.

Adobe stock waterstof productie tanks Met de waterstof van FUREC kan het jaarlijkse aardgasverbruik van Chemelot met meer dan 280 miljoen kuub verminderd worden | Credits: Adobe Stock

Huishoudelijk afval dat na inzameling en sortering niet wordt gerecycled belandt nog vaak in de verbrandingsoven. Energiebedrijf RWE hoopt met project FUREC (Fuse, Reuse, Recycle) een deel van dit niet-recyclebaar huishoudelijk afval te gebruiken voor de productie van waterstof. Daarvoor ontving het gisteren 108 miljoen euro uit het Europese Innovatiefonds.

Huishoudelijk afval worden pellets

FUREC bestaat uit twee installaties. De eerste moet gebouwd worden in het Limburgse Zevenellen. In deze ‘voorbehandelingsinstallatie’ moet straks jaarlijks 700.000 ton niet-recyclebaar huishoudelijk afval worden omgezet in brandstofpellets. Dit zijn samengeperste en gedroogde korrels ter grootte van een vinger.

CO2 afvangen

Deze pellets worden vervolgens vervoerd naar de tweede fabriek, die gebouwd zal worden op het Limburgse industrieterrein Chemelot. Daar worden de pellets onder langdurige en extreme hitte vergast, waardoor de moleculenstructuur wordt afgebroken; een vorm van chemische recycling. Wat overblijft zijn koolstof atomen en waterstof.

De CO2 die bij het proces vrijkomt wil FUREC afvangen en opslaan. Op den duur ziet het ook mogelijkheden om deze CO2 weer opnieuw te gebruiken als grondstof voor de industrie.

Wat is chemische recycling?

Chemische recycling is een verzamelnaam voor verschillende technologieën die het mogelijk maken om plastic, maar ook gemixt afval tot de oorspronkelijke bouwstenen (polymeren, monomeren of atomen) af te breken. Dit kan bijvoorbeeld door het afval bloot te stellen aan extreme hitte (vergassing of pyrolyse) of chemische oplosmiddelen (depolymerisatie). Wat overblijft is een homogene massa die je opnieuw kunt inzetten als grondstoffen voor plastic.

Waterstof voor de industrie

FUREC verwacht jaarlijks zo’n 54.000 ton waterstof te produceren. Een deel hiervan zal gebruikt worden om industriële processen op Chemelot te verduurzamen. Hiermee kan het aardgasverbruik van Chemelot met meer dan 280 miljoen kuub verminderd worden. Dit komt overeen met de helft van het jaarlijkse binnenlandse gasverbruik in Limburg en staat gelijk aan een CO2-reductie van 400.000 ton per jaar. Daarnaast zal de waterstof worden getransporteerd naar industriële bedrijven in Rotterdam en het Ruhrgebied.

Investeringsbesluit in 2024

“De komende periode zullen we ons vooral focussen op het aanvragen van de juiste vergunningen”, laat Marjanne van Ginkel-Vroom, woordvoering van de RWE weten. “Ook zullen we gesprekken voeren met de afnemers van de waterstof en praten we met afvalwerkers die ons het afval moeten leveren. Begin 2024 wordt dan het definitieve investeringsbesluit genomen.”

In de achtertuin

Bij de bouw en het ontwerp van de fabrieken wil RWE nadrukkelijk af van het ‘not in my backyard’ principe. “We bouwen geen pretpark of Louvre, want het blijft een fabriek. Maar wel een fabriek die in balans is met de omgeving. Verder is alles erop gericht om geur en overlast tot een minimum te beperken”, zegt Van Ginkel-Vroom. “We willen de fabrieken zodanig ontwerpen dat mensen het ook op eigen gelegenheid kunnen bezoeken, zodat ze kunnen zien hoe het proces in zijn werk gaat. De gedachte is dat je dit zonder overlast in je eigen achtertuin zou kunnen zetten.”

Voor FUREC is in totaal een investering van 600 miljoen euro nodig. De komende periode moet blijken of RWE het project kan bouwen. Mochten alle seinen op groen blijven staan, dan wordt op zijn vroegst rond 2026 of 2027 de eerste waterstof geproduceerd.

Lees meer over van afval waterstof maken

Het beslissende belang van kunstmatige intelligentie voor het klimaat

De Amerikaan Martin Ford schreef in 2015 de internationale bestseller Rise of the Robots. De oprichter van een softwarebedrijf in Silicon Valley maakte twee jaar later een tournee door Nederland, waar ik hem uitgebreid sprak op een terras in het centrum van Haarlem, naast zijn hotel. Zijn waarschuwing dat door de digitale revolutie veel banen zouden verdwijnen waar geen nieuw werk tegenover staat, is nog altijd springlevend. Al gaat het lang niet zo snel als hij voorspelde. Ford hekelde de critici die hem cynisme verweten. Hij zou een toekomst voorspellen waar we ons te pletter vervelen, maar Ford wees erop dat een baan een bundel van taken is. We kunnen ons meer gaan toeleggen op de interessante taken en de rest aan robots overlaten. Kwaliteit van leven en van werk zou juist toenemen. Ook nu, in tijden van arbeidskrapte, blijft investeren in robots hard nodig om al het werk aan te kunnen. Nagenietend van zijn verkoopsucces wilde Ford ook wel verklappen waar zijn volgende boek over zou gaan. Over AI (Artificial Intelligence), want kunstmatige intelligentie gaat ons leven domineren, is zijn stellige overtuiging. De titel van zijn boek dat twee jaar later werd gepubliceerd: ‘AI. Architects of Intelligence.’ In totaal 23 interviews over AI als onlosmakelijk deel van ons leven: over de voor- en nadelen, over hoe we ermee om kunnen gaan en over de oneindige technologische mogelijkheden die het biedt. Tijdens de Consumer Electronics Show (CES) in Las Vegas deze maand presenteerde Nederland zeventig innovatieve groeibedrijven, die met AI-technologie niet alleen oplossingen bieden voor databeveiliging en medicijnontwikkeling, maar ook voor klimaatverandering. Een grote verzameling start-ups, maar deze keer net zoveel scale-ups. Met namen om te onthouden, als Greener Power Solutions, GSES, Hydralool, iTapToo, QuiX Quantum en LeydenJar. Dat Nederland met ASML en ASMI een grote speler is in deze wereld, wordt voor een groter publiek duidelijk door de publiciteit over mogelijke exportbeperking van ASML naar China. En door de injectie van 87 miljoen voor AI-onderzoek in Amsterdam, waarmee zeventien laboratoria worden opgezet waar universiteiten, hogescholen en bedrijfsleven gaan samenwerken. De labs zullen, uniek in de wereld, niet alleen bijdragen aan economische en technologische doelen, maar ook aan de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN. Dat ook het klimaat gebaat is bij AI bleef lang onderbelicht. Eind 2020 verscheen het rapport ‘Climate AI: How artificial intelligence can power your climate action strategy.’ Een onderzoek van het Capgemini Research Institute, in samenwerking met Climate Change Start Up. De conclusie van het rapport: om Parijs te halen, de CO2-uitstoot versneld te realiseren en de energie-efficiëntie te verbeteren zijn AI-ondersteunde bedrijven aanzienlijk in het voordeel. De talloze voorbeelden in het rapport zijn ontnuchterend vergeleken met de bombastische, bijna sacrale, teksten die voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen in Davos uitsprak: ‘De komende decennia zijn we getuige van de grootste industriële omwenteling van onze tijd, misschien zelfs van alle tijden.’ Het laat onverlet dat het verstandig is in Europa fors door te pakken op ‘clean technology.’ Kwesties als wet- en regelgeving, snel vergunningen verstrekken en belastingvoordelen moeten dan in hoog tempo geregeld worden. En de inzet op draagvlak zal eindelijk serieus genomen moeten worden. Dat betekent: transparantie, onbevooroordeeld kritische discussies aangaan en onvermoeibaar met veel herhaling duidelijk maken waarom iedereen er beter van wordt. De politiek is vooral gebaat bij behendig opererende leiders, die ons langs geopolitieke mijnenvelden manoeuvreren, met als doel Europa het centrum van de clean-tech te maken.