Teun Schröder
24 juni 2021, 15:09

Bieden hoge grondstofprijzen kansen voor gerecyclede bouwmaterialen?

De prijzen van grondstoffen zoals aardolie, hout en metaal zijn ongekend hoog nu de wereldeconomie weer langzaam opgang komt. Dit biedt kansen voor gerecyclede materialen die qua prijs ineens concurrerend worden, merken ook tweedehands bouwmarkten. Een positieve ontwikkeling voor de circulaire economie. Maar zet de trend voort?

14329312300 34acf3e5d9 k Jan Koolhaas over bouwmaterialen: “Wij maken de gebruikte materialen schoon, halen de spijkers eruit en schuren ze op, zodat ze weer een tweede leven kunnen krijgen” | Beeld: Adobe Stock

'Er is geen Europees land dat beter presteert qua circulair materiaalgebruik', becijferde ING eerder deze week over de staat van de circulaire economie in Nederland. Maar de bank concludeerde ook dat de groei eruit is. Na 2019 werd nauwelijks vooruitgang geboekt. Wel springt er al jaren een sector bovenuit die het op het gebied van circulariteit goed doet: de bouw. Deze materialen lenen zich uitstekend voor hergebruik doordat ze over het algemeen eenvoudig zijn samengesteld: denk aan houten balken, gipsplaten en leidingen.

Gerecyclede bouwmaterialen

“Wij maken de gebruikte materialen schoon, halen de spijkers eruit en schuren ze op, zodat ze weer een tweede leven kunnen krijgen”, vertelt Jan Koolhaas, inkoper bij 2e Kans Bouwmaterialen aan de telefoon. Dit is een depot voor gebruikte materialen, afkomstig uit de bouw en sloop. Ook helpt de organisatie mensen aan een tweede kans in de maatschappij. “Zo krijgen niet alleen de materialen een tweede kans, maar ook onze mensen”, vertelt Koolhaas.

De naam is duidelijk: 2e Kans Bouwmaterialen is onderdeel van de Korevaar bedrijvengroep in de afvalverwerkende industrie. Zo werkt het samen met één van haar zusterondernemingen die gespecialiseerd is in asbestsanering en sloop. Doordat de lijntjes kort zijn, ontvangt 2e Kans Bouwmaterialen oude kozijnen, dwarsbalken, stenen platen en ijzerwaren vlak voordat een gebouw tegen de grond gaat.

Slopen goedkoper dan strippen

Hoewel het depot inmiddels goed is gevuld, denkt Koolhaas – ‘een handelaar in hart en nieren’ – dat er zowel aan de aanbod- als aan de vraagkant nog veel te winnen is. Hij is voortdurend op zoek naar bouwmaterialen om het depot te vullen. “Er wordt nog steeds verschrikkelijk veel weggegooid in de bouw”, vertelt Koolhaas. “Slopen is vaak goedkoper dan een gebouw strippen en de herbruikbare materialen demonteren, verzamelen en opknappen. Idealiter wil je voor elke sloop met een team van experts een rondje door een gebouw lopen om alles van nut eruit te halen.”

Circulaire inkoop

Tegelijkertijd ziet Koolhaas ook dat de vraag naar gebruikt bouwmateriaal achterblijft. “We moeten het op dit moment vooral hebben van de consumentenmarkt. Maar ik denk dat er een wereld te winnen is als ook overheden meer aandacht besteden aan circulaire inkoop.” Nu wijzen gemeenten de gebruikte materialen nog vaak af, omdat deze een andere certificering hebben dan nieuw materiaal. “Zonde”, zegt Koolhaas. “De overheid kan juist het goede voorbeeld geven door gebruikt materiaal ook te accepteren.”

Twee offertes

Of de consumentenvraag naar secundaire materialen stand houdt, is ook nog maar de vraag. Om gerecyclede materialen financieel aantrekkelijk te houden, moeten de prijsstijgingen stand houden die primaire grondstoffen de afgelopen maanden hebben doorgemaakt.

Toch constateert Koolhaas dat de vraag van de consument aan het veranderen is. “Duurzame en circulaire materialen zijn hip en mensen besteden steeds meer aandacht aan het onderwerp. Het liefst zie ik dat aannemers hier nog meer op in spelen. Zodat je in de toekomst twee offertes krijgt aangeboden: één berekend met nieuwe grondstoffen, en de ander met gebruikte materialen.”

Waterstof wordt veel goedkoper dankzij nieuwe methode uit Japan

De twee bedrijven werken volgens Nikkei Asia aan een manier om methylcyclehexane of MCH te maken in een waterstoffabriek. Hierbij binden ze de waterstof, gemaakt uit water en elektriciteit, direct aan een tolueen-molecuul. Het MCH dat zo ontstaat kan vervolgens op locatie - bijvoorbeeld bij een waterstoftankstation of een industriële installatie - omgevormd worden in waterstof en tolueen.Makkelijk te transporteren waterstofDat klinkt allemaal erg omslachtig, maar er is een groot voordeel aan MCH ten opzichte van waterstof: het is vloeibaar bij kamertemperatuur, net als olie. Daardoor kun je het veel makkelijk transporteren met olietankers, vrachtwagens of pijpleidingen dan waterstofgas. Dat neemt namelijk veel ruimte in, en om het compact te vervoeren moet je hogedruktanks gebruiken (die gevaarlijk kunnen zijn) of het waterstof koelen tot -253 graden Celcius, een proces dat veel energie kost.Omdat de fabriek van de bedrijven Eneos en Chiyoda het waterstof direct bindt aan het tolueen zijn de kosten voor de fabriek lager dan als je dit proces apart uit zou voeren. Dat, in combinatie met het goedkopere transport, moet groene waterstof uiteindelijk tweederde goedkoper maken dan het nu is. Groene waterstof moet dan 3 dollar per kilo gaan kosten.Nog steeds duurder dan aardgasLet wel: dat is nog steeds een hoge prijs in vergelijking met de kosten van waterstof gemaakt met fossiele brandstoffen. Dat kost, afhankelijk van de olieprijs, 0,70 tot 2,20 dollar. Zonder subsidie kan de groene waterstof van Eneos dus nog niet concurreren. Maar de prijs van 3 dollar per kilo is wel het doel van de Japanse regering, die vol inzet op waterstof. In 2030 moet de groene waterstof de 3 dollar-grens bereiken, om daarna te dalen tot 2 dollar per kilo.Ondertussen zal de prijs van grijze waterstof geleidelijk toenemen, bijvoorbeeld door CO2-heffingen. De prijs van groene waterstof kan nog verder dalen, door technieken te verfijnen én door de almaar dalende kosten van groene stroom. Eneos en Chiyoda halen hun groene stroom voor de waterstoffabriek, die een capaciteit heeft van 500 kilowatt en in 2025 klaar moet zijn, uit Australië. Zonnestroom is daar heel goedkoop, en Eneos investeerde onlangs voor het eerst in een zonneboerderij.Geen infrastructuurMet een vermogen van 500 kilowatt is deze fabriek klein. Maar het gaat dan ook om een experimentele techniek. Als deze zijn waarde kan bewijzen, zou Japan veel minder infrastructuur nodig hebben voor waterstof door in te zetten op MCH. En dat zou miljarden euro’s (of yens) schelen.