Teun Schröder
16 oktober 2024, 10:00

Changemaker Léon van Bossum maakt bio-LNG van etensresten: ‘We willen een nieuwe markt in beweging krijgen en daar horen ook tegenslagen bij’

Van etensresten, gft-afval en over-de-datum producten brandstof maken; het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Het bedrijf Nordsol, onder leiding van Changemaker Léon van Bossum, ontwikkelde een geavanceerde technologie om bio-LNG te maken. Inmiddels worden hun installaties in verschillende landen uitgerold. “Soms is het alsof je je met een kapmes door een oerwoud moet banen.”

Léon van Bossum "Bio-LNG is een brandstof die we vandaag al kunnen produceren en gebruiken.”

Kun je kort uitleggen wat Nordsol precies doet?

“Nordsol heeft een eigen techniek ontwikkeld waarmee we economisch rendabel biogas kunnen omzetten naar bio-LNG. Wij geloven dat deze vloeibare biobrandstof vandaag de dag de beste manier is om het zware langeafstandstransport met trucks en schepen te verduurzamen. Biogas wordt geproduceerd uit verschillende soorten feedstock, zoals organische resten die niet meer geschikt zijn voor mens of dier. Wij kunnen deze resten inzetten als hernieuwbare energiebron.

Biogas bestaat uit vooral CO2 en biomethaan, samen met andere componenten. Al die componenten kunnen we van elkaar scheiden, zodat we alleen het biomethaan overhouden. Het biomethaan maken we zo puur dat we het kunnen afkoelen naar -160 graden Celsius waardoor het vloeibaar wordt en we het bio-LNG kunnen noemen. De CO2 vangen we af en maken we ook vloeibaar. Dat kan vervolgens gebruikt worden in de glastuinbouw, de voedingsindustrie of voor de productie van droogijs. Op die manier drukken we ook weer de vraag naar fossiele CO2.”

Wat is volgens jou de potentie van bio-LNG?

“Een belangrijke factor is dat de infrastructuur voor bio-LNG al grotendeels aanwezig is. In Europa staan al twintigduizend biogasinstallaties en dat worden er steeds meer. LNG-vrachtwagens zijn ook volop in ontwikkeling. Die zijn al minstens net zo sterk als dieselvrachtwagens en kunnen afstanden van 1.600 km afleggen op een tank. En er is al een heel netwerk van tankstations waar je LNG kunt tanken. De moleculen van bio-LNG zijn exact hetzelfde, dus je kunt het van 0 tot 100 procent bijmengen. Omdat bio-LNG wordt gewonnen uit organische resten zijn de emissies – van de productie ervan tot en met de verbranding in de motor van de truck – veel lager dan van fossiele diesel.

Bio-LNG is in het bijzonder goed geschikt voor zwaar transport, zowel op de weg als op het water, bij voertuigen die je lastig volledig elektrisch kunt maken. Batterijen kunnen lange afstanden en zware vrachten nog niet aan en batterijen nemen te veel ruimte in beslag. Bio-LNG is een brandstof die we vandaag al kunnen produceren en gebruiken.”

Hoe is het om met een bedrijf mee te groeien tot directeur van een scale-up?

“Voor mij was het een heel bewuste keuze om impact te maken in de duurzame sector. Ik krijg veel energie van het opbouwen van een team en het gezamenlijk werken aan een duurzaam doel. Ons team bestaat nu uit ongeveer 35 mensen. Het is belangrijk om mensen te vinden die dezelfde visie delen en bereid zijn uitdagingen aan te gaan. Ik omschrijf het soms alsof je je met een kapmes door een oerwoud baant. Als je bezig bent, weet je niet precies wat je gaat tegenkomen. Dan is het belangrijk dat je als team er samen voor gaat.”

Wat zijn de grootste verschillen tussen het zijn van een CEO van een start-up of van een scale-up?

“In het begin waren we met z’n vieren. Dan is iedereen bezig met alle details. Als je gaat groeien moet je leren loslaten. Nu leg ik veel meer taken bij talentvolle mensen om me heen. Daarnaast geloof ik heel erg in flexibiliteit. Ook voor corona vonden we hybride werken belangrijk. Zelfredzaamheid is belangrijk. Tegelijkertijd moet je als CEO een team bij elkaar houden. Nu houd ik me meer met de hoofdzaken bezig en steek ik tijd in het bouwen aan onze cultuur.”

Wat typeert jouw stijl van leiderschap?

“Ik vind het belangrijk dat we alles wat er gebeurt kunnen benoemen, zowel de positieve als mindere dingen. Als bedrijf spelen we een verbindende rol, bijvoorbeeld tussen de afvalmarkt en de transportsector. We willen een nieuwe markt in beweging krijgen en daar horen ook tegenslagen bij. Die moet je op tafel kunnen leggen.”

Heb je daar een voorbeeld van?

“Toen we onze eerste installatie opende in Amsterdam zaten er her en der nog kinderziektes in. Binnen een bedrijf heb je ervaren mensen die daar rekening mee houden en je hebt jonge honden die gelijk door willen draaien. Dan is het belangrijk dat je een team bij elkaar houdt en de neuzen dezelfde kant op krijgt. Het is een complexe installatie en die krijg je niet direct werkend. Daar zijn we heel open in geweest. Daarna hebben we vijf maanden keihard met z’n allen gewerkt om de installatie werkend te krijgen.”

Zijn er andere dingen die je onderschat hebt bij de ontwikkeling van Nordsol?

“Dingen duren altijd langer dan je denkt. We hebben te maken met een onvolwassen markt, een nieuwe technologie en ontzettend veel stakeholders in verschillende landen. Vergunningen, financiering, kinderziektes; alles duurt langer dan gepland. Dan is het wel belangrijk dat je een bepaald optimisme behoudt en vasthoudt aan een realistisch plan.”

Heeft een onzeker kabinetsbeleid op het gebied van duurzaamheid nog invloed op wat jullie doen?

“Als bedrijf moet je altijd uit gaan van je eigen kracht, zeker als je net opstart. Dan ben je helemaal niet bezig met beleid. De focus ligt dan op een bedrijf opzetten, processen inregelen, klanten winnen en goede mensen aantrekken. Maar als ik nu uitzoom, zie ik wel dat regelgeving, zowel in Nederland als Europa, veel impact heeft op wat we doen. Soms denk ik, moeten we niet meer energie steken in lobby om bio-LNG meer op de kaart te zetten. Maar dat kost ook weer tijd en geld. We proberen wel in contact te komen met Den Haag en de juiste instanties. Maar als je als bedrijf echt volledig afhankelijk zou zijn van politiek beleid, zal dat je flink wat slapeloze nachten opleveren.”

Hoe zie je de toekomst van Nordsol voor je?

“Momenteel zitten we in een opschalingsfase, waarbij we technologieën in het veld zetten. Op de lange termijn willen we dat bio-LNG mainstream wordt. Stel dat je in Europa om de 100 kilometer een bio-LNG plant hebt – dat zijn grofweg vierhonderd fabrieken – dan kun je tot aan 2030-35 voor minstens de helft van de behoefte aan LNG in de transportsector voorzien. Dat is ons vergezicht. Naast de huidige projecten in Nederland zijn we bezig in Portugal, Engeland, Zwitserland, Scandinavië, Spanje, en Italië. We hopen zoveel mogelijk installaties te openen.”

Met wie zou je nog graag willen samenwerken?

“We zijn best wel een uniek bedrijf. We zijn in Nederland eigenlijk het enige technologiebedrijf die dit doet. Ik zou heel graag samenwerken met andere partijen in de keten die dezelfde visie over bio-LNG delen als wij. Dat we als het ware een coalitie kunnen vormen om ook beleidsmakers en eindgebruikers ervan te overtuigen om bio-LNG als duurzame brandstof die nu beschikbaar is echt groot te maken. Uiteindelijk sta je samen sterker.”

Lees ook:

Vlaanderen gidsland: één loket voor plastic recyclen maakt het niet altijd gemakkelijker

In Nederland verdwalen recyclingbedrijven vaak in een woud van bureaucratie en regels om een zogeheten ‘einde-afvalstatus’ aan te vragen. Die hebben ze nodig om recyclaat als grondstof te mogen verkopen. Ze moeten zelf kunnen aantonen dat hun afval verwerkt kan worden in veilige producten. Maar zelfs als ze zo’n status krijgen, heeft dat nog geen juridische basis en biedt die geen zekerheid. Anders maar niet makkelijker In Vlaanderen heet zoiets een ‘grondstofverklaring’. “Het is in Vlaanderen anders, maar het is zeker niet gemakkelijker om hier een grondstofverklaring aan te vragen”, zegt Caroline Van der Perre, directeur en mede-eigenaar van het snel groeiende Vlaamse recyclingbedrijf RAFF Plastics en bestuurslid van Denuo, de Belgische federatie van de afval- en recyclagesector. Het is volgens haar echt niet zo dat je met een paar klikken op een website een verklaring kunt aanvragen. Vlaanderen is strenger RAFF Plastics verwerkt plastic afval tot korrels waarmee klanten wasmanden, emmers of bloempotten maken. Ook zamelt het maskers, zakken en slangen in bij ziekenhuizen, waar na verwerking nieuwe wandbekleding voor ziekenhuizen van gemaakt wordt. Het bedrijf vroeg zijn eerste grondstofverklaring pas aan na een milieucontrole. Daarbij bleek dat het maalgoed dat het bedrijf transporteerde, kleine schilfers plastic, onder een verkeerde code was vervoerd en eigenlijk onder afval viel. RAFF Plastics kreeg een proces-verbaal en moest een grondstoffenverklaring aanvragen bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffen Maatschappij (OVAM). Dat is het centrale loket in Vlaanderen voor duurzaam afval- en materialenbeheer. Daar liep ze vast. “Alles begint bij de vraag: wat is afval? Dat moet op Europees niveau duidelijker gedefinieerd worden”, zegt Van der Perre. “Nu telt bij die beoordeling de wetgeving van het strengste land. Vlaanderen is strenger dan Nederland. Daarom is het hier niet gemakkelijker.”Van der Perre en haar team.Nederlandse status telt niet in België Haar bedrijf koopt plastic afval van koelkasten van het Nederlandse recyclingbedrijf Coolrec, onderdeel van Renewi. Dat heeft hiervoor een einde-afvalstatus gekregen. “Wij maken daar via mechanische recycling korrels van, maken het schoner, voegen niets toe, maar we kunnen dit maalgoed niet automatisch gebruiken als grondstof. Het is namelijk niet zo dat de einde-afvalstatus uit Nederland ook telt in België,” zegt Van der Perre. Voor de polystyreen korrels van Coolrec heeft RAFF Plastics uiteindelijk een grondstofverklaring gekregen. Daarvoor moest het nieuwe testen laten doen. Nu kan van deze korrels nieuw plastic gemaakt worden, maar het mag niet gebruikt worden voor de verpakking van voeding. Zoektocht en leerproces Inmiddels heeft het bedrijf acht stromen met een grondstofverklaring, waarvan het de stalen steeds bij hetzelfde bureau laat testen. “Uiteindelijk hebben we daar twee jaar over gedaan. Dit was voor ons echt een zoektocht en voor OVAM een leerproces”, zegt ze. “In het begin verliep onze samenwerking moeizaam omdat OVAM nog niet veel ervaring had met grondstofverklaringen voor plastics en wij ook niet goed wisten hoe we dit moesten aanpakken. Tijdens een bedrijfsbezoek van de OVAM aan RAFF Plastics hebben we hen onze productie, afvalstromen en laboratoria kunnen tonen. Dit heeft onze samenwerking versterkt.” Campagne voor recycling In België krijgt recyclaat de status van grondstof als het meteen inzetbaar is voor het maken van eindproducten. Behalve grondstofverklaringen heeft RAFF Plastics een afvalvergunning. Zonder zo’n vergunning kan een recyclingbedrijf geen afval in ontvangst nemen om te verwerken tot recyclaat. Daarnaast meet het alle partijen afval die binnenkomen zelf op vervuiling. Het bedrijf doet nu mee met de OVAM-campagne ‘Vlaanderen Recyclagehub’, om de hoogwaardige recyclingsector in de schijnwerpers te zetten. Daarin deelt RAFF Plastics zijn expertise met de markt en met collega-bedrijven. Kijk hier voor meer informatie over de campagne van OVAM: Over deze serie Het Nederlandse platform Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE) streeft naar een circulaire chemie met innovatieve technologieën, zonder fossiele brand- en grondstoffen en zonder CO2-uitstoot in 2050. Daarin speelt recycling van plastic een belangrijke rol. Te vaak wordt recyclaat echter als afval bestempeld. Omdat het vaak een beetje vervuild is, mag het ook niet voor voedseltoepassingen gebruikt worden. In Nederland moeten recyclingbedrijven zich bij een of meerdere van de 28 omgevingsdiensten melden om een ‘einde-afvalstatus’ te krijgen. Daarnaast voert de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) controles uit. In Vlaanderen is er slechts één loket, de OVAM, dat een ‘grondstofverklaring’ afgeeft. Volgens GCNE is een paradigmashift nodig: ga ervan uit dat alles een grondstof is, tot op grond van een beslisboom in het kader van de zelfbeoordeling blijkt dat het toch als afvalstof beschouwd moet worden. Voor die zelfbeoordeling zou er een uniforme aanpak voor de hele EU moeten komen, gebaseerd op internationale ISO-standaarden. In elk land zou er dan één loket voor grondstofverklaringen moeten komen.Uniforme regels Van der Perre steunt de oproep van GCNE. Haar bedrijf stuit nu nog vaak op verschil in regels bij transport over de grenzen. Zo mag er in België 6 procent vervuiling in recyclaat zitten en in Nederland slechts 2 procent. “Zo zijn er nog 101 andere voorbeelden. Iedere lidstaat heeft zijn eigen regels. Probeer dan maar eens het juiste te doen als recyclingbedrijf. Daarom begint het bij uniforme regels”, stelt ze. “Als een Nederlands bedrijf een einde-afvalstatus krijgt voor zijn maalgoed, dan moeten we dat toch ook in België kunnen gebruiken? Toch is dat nu niet zo.” Faillissementen Ook RAFF Plastics heeft momenteel te maken met concurrentie van met goedkope olie gemaakt nieuw plastic uit China en de VS. Met die lage prijs kan gerecycled plastic niet concurreren. In Nederland zijn hierdoor diverse bedrijven failliet gegaan, met Umincorp als bekendste voorbeeld. “Dat is bij mij hard binnengekomen. Vroeger gingen de cowboys failliet, maar nu gaan ook bedrijven als Umincorp failliet”, zegt ze. Nederland wil in 2027 een bijmengverplichting van gerecycled plastic invoeren, België pas in 2030. “We hebben het zwaar te verduren. We trappen allemaal op de rem, gaan niet meer investeren en proberen te overleven tot 2030”, zegt Van der Perre. “Daardoor blijft er veel te veel afval op de markt. Zonder hulp verliezen we in Europa de voorsprong die we hadden. Bedrijven als het onze krijgen EU-subsidies om te investeren. Als je een circulair continent wil zijn, waarom laat je dat dan allemaal kapot gaan door goedkoop nieuw plastic te laten binnenkomen in Europa.” Recyclaat uit Azië controleren Behalve goedkoop nieuw plastic importeert de EU ook goedkoop recyclaat uit Azië. Daar is nauwelijks controle op. Van der Perre: “De grondstoffenverklaringen maken onze sector professioneel. Daarom vind ik die belangrijk, ook voor de volksgezondheid. Maar de EU moet het recyclaat uit Azië dan ook even streng controleren als wij gecontroleerd worden. Dat is nu niet zo. Daarom wordt het steeds moeilijker om plastic te recyclen. Dat is jammer, want het alternatief is verbranden.” Lees ook: Kabinet wil noodlijdende plastic recyclingbedrijven helpen, maar gaat het ook subsidie geven?Chemie kan veel meer gerecycled plastic gebruiken als het geen afval meer isDrama voor Nederlandse plasticrecycling: Umincorp failliet en andere bedrijven in noodGroene chemie schiet uit de startblokken, maar heeft lange weg te gaanDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Groene Chemie Nieuwe Economie. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.