Teun Schröder
09 september 2022, 12:25

Circulaire bouwers krijgen per 2023 voorrang van het Rijksvastgoedbedrijf

Per 2023 stelt het Rijksvastgoedbedrijf, verantwoordelijk voor het beheer van vastgoed in gebruik van de Nederlandse staat, strengere eisen voor het gebruik van circulaire materialen bij de aanbesteding van renovatie- en bouwprojecten.

Adobe Stock 199434985 Gebouwen onder het beheer van het Rijksvastgoedbedrijf zijn onder meer ministeries, rechtbanken, gevangenissen, vliegvelden, havens, belastingkantoren, monumenten, musea en paleizen. | Credits: Adobe Stock

Het Rijksvastgoedbedrijf gaat bij aanbestedingen projectontwikkelaars belonen die voor bouw en renovatie zo min mogelijk nieuwe materialen gebruiken. In de praktijk betekent dit dat bouwmaterialen waarmee veel CO2-uitstoot gemoeid is – zoals staal, beton en baksteen – plaats gaan maken voor hernieuwbare grondstoffen. Hout bijvoorbeeld. Ook krijgen bouwers voorrang op renovatie- en sloopprojecten als ze een nieuwe bestemming vinden voor materialen die uit het te renoveren pand vrij komen.

Lees ook: Mega-verduurzamingsproject: honderden Amsterdamse woningen van label E naar A

Nederland circulair in 2050

De nieuwe eisen zijn onderdeel van de ambitie om in 2030 de helft minder grondstoffen te gebruiken. Uiteindelijk moet de economie in 2050 volledig circulair zijn. “Aanbiedingen voor nieuwbouw, renovatie, sloop of beheeropdrachten waar circulariteit geen deel van uitmaakt, komen er vanaf 2023 niet meer in”, zegt Sander de Iongh, expert duurzaam aanbesteden van het Rijksvastgoedbedrijf.

Verder wil het Rijksvastgoedbedrijf onderscheid gaan maken tussen downcycling en upcycling. Als een bouwbedrijf oud beton wil vermalen tot gruis levert dat minder punten op dan wanneer het beton in dezelfde vorm direct hergebruikt wordt.

Lees ook: Dit ontwerp kan alle verouderde portiekflats verduurzamen én levert extra woningen op

Modulair bouwen

Naast de eisen voor materiaalgebruik gaat het Rijksvastgoedbedrijf in zijn aanbestedingen ook letten op de ‘losmaakbaarheid’ van gebouwontwerpen. Dit betekent dat het voor projectontwikkelaars belangrijk wordt om gebouwonderdelen – zoals daken, gevels en draagbalken – te maken die makkelijk uit elkaar te halen zijn. Dit biedt de mogelijkheid om ze ergens anders opnieuw te gebruiken. Ook moeten ‘natte verbindingen’ zoals vloeren en wanden die gelijmd worden, plaatsmaken voor ‘droge verbindingen’, bijvoorbeeld met schroeven die je kunt losmaken.

Lees ook: Wetenschappers maken beton van rubberen autobanden

Duurzaamheidsscore gebouwen

Hoe groot de milieubelasting van de materialen in een gebouw is wordt uitgedrukt in een MPG-score (MilieuPrestatie Gebouwen). Voor de sector schrijft het Bouwbesluit nu een MPG van 0,9 voor. Maar volgens De Iongh wordt deze score nu relatief makkelijk gehaald. Daarom wil het Rijksvastgoedbedrijf ‘de lat geleidelijk hoger leggen’. De nieuwe plannen zijn een duidelijk signaal naar de bouwsector dat duurzaamheid de norm wordt.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Omarm de chaos en treedt naar buiten als CEO

‘Het kabinet bereidt de bevolking te weinig voor op de mogelijke disruptieve gevolgen van de Oekraïne-crisis voor de energie- en voedselzekerheid en de vluchtelingenstromen’, zegt de voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) Corien Prins in NRC. In de onlangs verschenen rapportage ‘Coronascenario’s doordacht: de handreiking voor noodzakelijke keuzes’ waarschuwt de WRR ervoor dat de politiek te weinig scenario’s doordenkt en daardoor van crisis naar crisis holt. Daardoor laat de politiek ‘zich te vaak overvallen door gebeurtenissen.’ De studie gaat over corona, maar is volgens Prins in NRC toepasbaar op veel crises waar Nederland mee te maken heeft. De kritiek van de WRR is niet mals. ‘De WRR vindt dat beleidsmakers te veel gericht zijn op de korte termijn en te vaak geneigd zijn te denken dat alles bij het oude blijft. Daardoor is er te weinig aandacht voor scenariodenken en strategische langetermijnkeuzes, Dat leidt er toe dat politiek en samenleving zich telkens opnieuw laten verrassen door ontwikkelingen, dat beleidskeuzes daardoor ad hoc tot stand komen en dat het maatschappelijke vertrouwen in noodzakelijke maatregelen op de proef wordt gesteld.’ Dat het vertrouwen in de overheid in rap tempo daalt wordt ook bevestigd door de Edelman Trust Barometer 2022, het jaarlijkse onderzoek van het gerenommeerde communicatiebureau dat wereldwijd het vertrouwen in regeringen, ngo’s, media en bedrijven meet. Vertrouwen in regeringen neemt af (vooral in Nederland en Duitsland). Het vertrouwen in de ceo van het eigen bedrijf is het grootst. De teneur is dat ceo’s zaken voor elkaar krijgen en de staat als zwak wordt gezien. Het leidt tot een opmerkelijke conclusie van Marcia Luyten in de Volkskrant, een krant die doorgaans niet op de hand van het bedrijfsleven is. ‘Het bonte palet aan crises op het bord van de regering raakt intussen ook de toekomst van grote bedrijven. En de beste ceo’s kijken langer dan vier jaar vooruit. Daarmee vallen maatschappelijk belang en bedrijfsbelang steeds meer samen.’ Na wat aarzelende terzijdes schrijft ze ook: ‘Toch voelen de bedrijfsbaronnen steeds meer dat adel misschien verplicht, maar dat het vooral in hun eigenbelang is dat ze voorop gaan.’ Als ik met ceo’s off the record praat, delen ze vaak deze analyse, maar is angst voor afbreukrisico en reputatieverlies de grootste sta in de weg om de media-arena te betreden. Heel begrijpelijk, maar tijden veranderen, Ter aansporing helpt wellicht een citaat dat hoogleraar transitiekunde en duurzaamheid Jan Rotmans in zijn nieuwste boek Omarm de chaos aanhaalt. Een citaat van zijn favoriete Amerikaanse president Theodore Roosevelt: ‘Het is niet de criticus die telt. De eer komt toe aan de man/vrouw die daadwerkelijk in de arena staat, zijn/haar gezicht besmeurd met stof, zweet en bloed; die zich kranig weert; die fouten maakt en keer op keer tekortschiet, maar desondanks toch probeert iets te bereiken. Die groot enthousiasme en grote toewijding kent; die zich helemaal geeft voor de goede zaak. Die, als het meezit, uiteindelijk de triomf van een grootse verrichting proeft, en die, als het tegenzit en als hij/zij faalt, in elk geval grote moed heeft getoond.’ Wie pakt de handschoen op?