Marc Seijlhouwer 21 januari 2021, 10:32

Circulaire economie is nog lang geen realiteit in Nederland

De circulaire economie ligt niet op schema. Het doel om in 2050 volledig circulair te zijn, en in 2030 het grondstofgebruik te halveren, wordt niet gehaald als we op de huidige voet doorgaan. De overheid moet bedrijven meer verplichten en niet meer alles vrijwillig maken, zegt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Verboden vuil circulair adobe stock

Deze bevindingen staan in de eerste ‘Integrale Circulaire Economie Rapportage’ van het PBL, die vanaf nu elke twee jaar zal verschijnen. De conclusies van het rapport liegen er niet om: na tien jaar zijn we nauwelijks verder gekomen in de circulaire economie. Het aandeel circulaire bedrijven daalde zelfs, doordat er meer niet-circulaire bedrijven bijkwamen. En de circulaire bedrijven die er zijn, bestonden vaak al heel lang: denk aan garages of fietsenmakers. Deze repareren auto’s of fietsen, wat officieel als circulair telt. Voor nieuwere producten, vooral elektronica, is zo’n reparatiecultuur er niet of nauwelijks.

Lees ook: Hoe gaat het in Nederland met de circulaire economie?

Verplichtingen voor bedrijven

De regering wil dat Nederland in 2050 een circulaire economie heeft, en dat we in 2030 de helft minder ‘nieuwe’ grondstoffen gebruiken. Om dat te halen moet er een hoop veranderen, ziet het PBL. “Dit soort grote transities gaat nooit alleen op vrijwillige basis, zoals de regering circulariteit nu insteekt”, vertelde onderzoeker Aldert Hanemaaijer bij een persbriefing over het rapport. Er moeten dus meer dwingende maatregelen komen, die bedrijven bijvoorbeeld verplichten om een bepaald aandeel gerecycled materiaal te gebruiken. Ook het verplicht repareerbaar maken van producten (inclusief openbare ‘handleidingen’ met reparatieinstructies, zoals die in de auto-industrie al heel lang bestaan) kan helpen.

Het PBL ziet dat de circulaire economie nu op het punt is waar de energietransitie jaren geleden was. “Vijftien jaar geleden was de energietransitie ook nog vooral vrijwillig. Inmiddels is die geïnstitutionaliseerd, terwijl de circulaire economie nog zoekende is: wat werkt, wat is mogelijk? Dat komt onder andere omdat circulair veel ingewikkelder is. Je hebt niet, zoals bij de energietransitie, één maatstaf om alles aan te meten (de CO2-uitstoot)”, vertelt Frank Dietz van het PBL. “Je moet dus voor elk deel van het bedrijfsleven aparte doelen formuleren. Dat kost tijd en je moet er onderzoek naar doen.”

Circulaire businessmodellen

Tijd alleen is niet genoeg om de economie circulair te maken. Er is bijvoorbeeld meer onderzoek nodig naar circulaire businessmodellen; nu richten wetenschappers zich meer op circulaire technieken, bijvoorbeeld om recycling beter te maken. Maar om echt de lineaire economie vaarwel te zeggen moeten ondernemers zien dat circulaire modellen winstgevend kunnen zijn. Denk aan het leasen van elektrische apparaten, in plaats van kopen, zodat de producent verantwoordelijk is voor een goed tweede leven van het apparaat. Ook de mindset van de consument moet veranderen, want hoewel een meerderheid zegt dat het kopen van refurbished apparaten een goed idee is, blijkt een minderheid ook echt een tweedehandsje aan te schaffen.

Het rapport laat dus zien dat de circulaire economie nog verre van volwassen is. Wel legt het huidige beleid een goede basis voor de toekomst. Het zal aan het volgende kabinet zijn om meer verplichtingen voor bedrijven in te voeren en te laten zien hoe een circulaire economie eruit kan zien. Alleen dan kan het concept volwassen worden en kunnen we over dertig jaar echt circulair zijn als Nederland.

Lees ook: Waarde van grondstoffen in gebouw meegenomen in taxatie

Beeld: Adobe Stock

Groene waterstof concurreert in 2030 met aardgas

Waterstof zal tot 2030 goedkoper worden, terwijl aardgas steeds duurder wordt door de heffingen die het kabinet in wil voeren én de toenemenende prijs voor het uitstoten van CO2 in de EU. Die combinatie zorgt ervoor dat aardgas in 2030 1,78 euro kost, terwijl waterstof dan 2,19 euro kost. Dat is een aanzienlijk kleiner verschil dan nu.Elektrolyzers worden beterHet rapport van ABN AMRO gaat ervan uit dat de technieken om groene waterstof te maken beter en goedkoper worden. “Er zijn nu al technieken die in het lab werken, waarmee je bijna 100 procent van de stroom omzet in waterstof. Dat maakt het veel aantrekkelijker dan bij de commerciële elektrolyzers van nu, die een verlies van 30 tot 40 procent hebben”, vertelt Shanawaz Bhimji, Senior Credit Strategist bij de bank. Daarnaast daalt de prijs van duurzame stroom verder. Als het lukt om een waterstoftransportsysteem te maken door Nederland, zullen de kosten voor transport ook dalen.Het is een optimistisch scenario, maar Bhimji denkt dat waterstof een goede kans van slagen heeft. “De EU zet er op in, de aandelen van elektrolyzer-bedrijven stijgen, en CO2 uitstoten zal steeds duurder worden. Ook werkt het taxonomie-systeem van de EU groen ondernemen in de hand, en je kan alleen duurzaam zijn als je bedrijf of je investeringsportfolio groene waterstof gebruikt.” Uiteindelijk is het zelfs mogelijk dat waterstof in 2030 al even duur of goedkoper is als gas.Lees ook: Taxonomie zorgt ervoor dat greenwashing verleden tijd isIndustrie stoot veel CO2 uitDe berekening richt zich op de energie-intensieve industrie, die het grootste deel van de CO2-uitstoot in Nederland (31 procent) veroorzaakt. Veel processen in die industrie vragen om hoge temperaturen die je met elektriciteit niet kan bereiken. Nu gebruikt men daarvoor (aard)gas. Maar als de industrie groene waterstof gaat verbranden voor de warmteprocessen, bespaart dat gigantische hoeveelheden CO2. Daarmee komen de doelen uit het klimaatakkoord een stuk dichterbij.Tot 2030 kan de industrie echter niet op zijn handen zitten. “Blauwe waterstof, die je maakt met aardgas maar waar je de vrijgekomen CO2 ondergronds opslaat, is tot die tijd onmisbaar. Alleen dan kunnen de doelen voor 2030 gehaald worden. Daarna kan groene waterstof concurrerend zijn met aardgas”, denkt Bhimji.Goede investeringUiteindelijk zal groene waterstof niet alleen goed zijn voor het milieu, maar ook voor de portomonnee. “Een project als North2, waar Shell heel veel windturbines op zee plaatst en die gebruikt om groene waterstof te maken, dat is een heel stabiele investering: een project van 10 of 20 jaar, met vaste afnemers van de waterstof. Dat is bijna een obligatie, zo betrouwbaar.” Wel zal subsidie van de overheid onmisbaar blijven. Deels zal die subsidie komen van het geld dat door de CO2-heffing bij de overheid binnenkomt, en deels door subsidies zoals de SDE++.Lees ook: Het grootste groene waterstofproject van Nederland Beeld: Adobe Stock