Joyce de Thouars 16 januari 2019, 16:06

Circulaire start-up wordt succesvolle scale-up: “Wij willen niet bekend staan om duurzaamheid”

Sinds november verwerkt een recyclinginstallatie in het Brabantse Son zo’n 25 ton citrusschillen per dag. Alles ligt op schema voor de circulaire start-up PeelPioneers om binnenkort op volle capaciteit (40 ton schillen per dag) te draaien. Daar stopt het niet: meer schillen, een hogere verwaarding en uitbreiding naar het buitenland staan op het programma.

4321802338 4df78dac70 o

Het is tot nu toe allemaal best snel gegaan voor de start-up, die in 2016 door drie jonge ondernemers werd opgestart. Het idee van Sytze van Stempvoort om iets te doen met de grondstoffen in citrusschillen wordt samen met mede-oprichters Bas van Wieringen en Lindy Hensen omgebouwd tot een businessmodel. Het bedrijfsleven ziet kansen in de circulaire oplossing en twee jaar later, in 2018, haalt PeelPioneers ruim € 1 mln aan investeringen op voor de bouw van een recyclinginstallatie op het terrein van partner Renewi. Van Stempvoort blikt terug op de eerste jaren.

Is het verwerken van citrusschillen een ideologische missie of gewoon een slim businessmodel om geld te verdienen aan de circulaire economie? “Het klinkt misschien als een politiek correct antwoord, maar het is allebei. Tijdens mijn studie leerde ik hoeveel waardevolle grondstoffen er in sinaasappelschillen zitten. Deze grondstoffen kunnen worden gebruikt om nieuwe producten van te maken. De etherische oliën zijn bijvoorbeeld geschikt voor voeding en de citruspulp voor diervoeding. Het is dus zonde om al deze schillen, elk jaar 250 miljoen kilo in Nederland, zomaar weg te gooien.”

Sterke businesscase

De businesscase om deze citrusschillen te verwerken is ook sterk. “De teruggewonnen grondstoffen kunnen namelijk grondstoffen vervangen die nu nog uit andere continenten geïmporteerd worden. Ook is de recycling van de schillen in veel gevallen goedkoper, of in ieder geval niet duurder, dan verbranding en vergisting. Daar komt nog bij dat de afvalstoffenbelasting sinds dit jaar omhoog is gegaan”, licht Van Stempvoort toe. Hij voegt er stellig aan toe: “Wij willen niet alleen maar bekend staan om duurzaamheid. Dan kan je alleen maar zaken doen met early adopters. Om écht impact te maken, moet je een oplossing kunnen bieden aan de hele markt."

Tot nu toe lijkt dat prima te gaan. De start-up heeft een strategische samenwerking met recyclingbedrijf Renewi en retailer Jumbo is de eerste van een reeks bedrijven, die zijn overgebleven citrusschillen laat aanleveren. Toch kwamen er op weg naar dit succes ook de nodige uitdagingen op het pad van PeelPioneers. Een daarvan was wet- en regelgeving, een veelgehoord obstakel onder circulaire start-ups. “Dat was best een lastig proces. De overheid wil circulair worden, maar de huidige afvalwetgeving over wat wel en niet mag met afval kan dat in de weg staan. Wij hebben toen een rechtsoordeel voor de einde-afvalstatus aangevraagd. Al met al duurde dit vijf maanden. Dat was langer dan wij anticipeerden”, vertelt Van Stempvoort.

Circulaire producten

Er waren ook positieve verrassingen. Eén daarvan was de vraag van partijen naar producten gemaakt van de grondstoffen uit sinaasappelschillen. Zo kunnen zij ook aan hun klanten laten zien wat er met de citrusschillen gebeurt, en hoe zij bijdragen aan een circulaire economie. “Wij hebben bijvoorbeeld een samenwerking met een cateraar waarbij we schillen afnemen en schoonmaakmiddelen met de etherische olie erin terug leveren. Dit en andere circulaire reinigingsmiddelen worden gemaakt door onze partner TriStar Industries”, noemt Van Stempvoort als voorbeeld. “We willen graag met meer partijen op deze manier samenwerken. Bedrijven die citrusschillen hebben, kunnen samen met ons  kijken wat zij nog meer met deze afvalstroom kunnen doen.”

Nieuwe fabrieken

De ambities van PeelPioneers reiken ver: meer citrusschillen verwerken, meer hoogwaardige producten maken en nieuwe fabrieken bouwen in het buitenland. Om onderzoek te doen naar een hogere verwaarding van de citrusschillen heeft de onderneming een subsidie van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gekregen. Het onderzoek moet uitwijzen of er tegen minimale verwerkingskosten meer grondstoffen, naast de oliën en de pulp, uit de schil gehaald kunnen worden. Denk aan cellulose (een grondstof voor bijvoorbeeld papier), pectine (een verdikkingsmiddel voor bijvoorbeeld jam) en flavonoïde (een antioxidant voor dranken en voedingssupplementen). In 2020 wil PeelPioneers de technologie klaar hebben voor commercialisering. “En als we zover zijn is het bouwen van nieuwe fabrieken een fluitje van een cent. Er moet dan wel een nieuwe investeringsronde plaatsvinden maar er zijn al verschillende bedrijven in Europa die willen samenwerken.”

Heeft Van Stempvoort nog een advies voor andere circulaire start-ups? “Het is meer een advies voor ondernemen in het algemeen: houd focus. Dat is enorm belangrijk, want je komt in een woud van mogelijkheden terecht. Overal zijn kansen en ondernemers zijn natuurlijk types die het liefst op elke kans willen springen. Raak niet afgeleid en houd je aandacht bij wat kritisch is voor het businessmodel.”

Foto: Adobe Stock

“Wil jij op je geweten hebben dat je het wist, maar niets hebt gedaan?”

Volgens Van Arkel begint het allemaal bij het besef dat je kunt leren van de natuur. Op die manier begon tapijttegelfabrikant Interface in de jaren ‘90 van de vorige eeuw met het werken aan duurzaamheid. En nu wordt het bedrijf wereldwijd gezien als toonaangevend op het gebied van duurzame innovatie en inclusieve circulaire businessmodellen. Van Arkel spreekt van een verschuiving van het herstellen van de natuur naar bijdragen aan regeneratie van de natuur. En om dat bereiken benoemt Van Arkel 7 fronten: “We werken zonder afval, met gezonde materialen, met hernieuwbare energie, met gesloten cirkels, gebruikmakend van wat lokaal aanwezig is, betrekken iedereen en werken aan nieuwe partnerschappen en businessmodellen.”Woorden en dadenMet die instelling werkt Van Arkel ook aan een betere wereld bij Interface: “We willen een bedrijf zijn dat van toegevoegde waarde is voor de maatschappij. Dan moet je je focussen op het hebben van positieve impact, en om bij te zorgen dat je bijdrage herstellend wordt, moet je je negatieve impact elimineren. Onze deadline daarvoor is 2020.” En dat het niet alleen bij woorden blijft, maar vooral gaat om daden, blijkt als de MVO-manager van het Jaar de resultaten van die instelling opsomt: “Onze CO2-footprint in productie ligt nu al 96% lager dan eerst. Dat is nagenoeg klimaatneutraal. De footprint van een gemiddelde Interface tapijttegel ligt 66% lager dan in 1996. Wereldwijd draait 88% van onze sites op hernieuwbare energie. 58 procent van onze grondstoffen is gerecycled of biobased. En we kunnen tapijttegels maken met 100% gerecycled nylon of met 67% biobased garen. De rug bestaat al grotendeels uit gerecycled kalk, we hebben een rug ontwikkeld waarin gebruikt is maakt van een biobased plastic, en we hebben een lijmvrije installatiemethode ontwikkeld. Dus we zijn continu aan het kijken hoe we het gedachtegoed uit de jaren ‘90 - leren uit de natuur - in de praktijk te brengen. En nu merken we gelukkig ook dat door de populariteit van circulaire economie steeds meer mensen met circulaire businessmodellen aan de slag gaan, waarin duurzaamheid een grote rol speelt.”Het gaat verderMaar dat is nog niet genoeg. Interface wil verder, daarbij geïnspireerd door Paul Hawken, die bekend werd van het boek de Ecology of Commerce, maar de afgelopen jaren aan Project Drawdown werkte, waarin hij 100 klimaatoplossingen doorrekende. Van Arkel vertelt wat haar daarbij zo inspireert: “Er is veel dat we als individu kunnen doen, en dat hebben we op ook op ons bedrijf toegepast. We hebben een plan gecreëerd, waarbij de basis het radicaal terugbrengen van onze carbon foorprint is, door resource efficiënt te zijn én circulair te ondernemen. We hebben een prototype ontwikkeld van een biobased tapijttegel die CO2 opslaat, met een negatieve carbon-footprint dus, en een deel van de lessen die we daarmee geleerd hebben, zijn nu al verwerkt in andere tapijttegels van ons. Nu is de vraag of we onze fabrieken ook zo kunnen maken dat ze bijdragen aan een beter buitenklimaat: lucht zuiveren, water vasthouden, habitat creëren. Het beeld van een fabriek als een bos, dat triggert me.”KiezenDat veel het veel organisaties niet goed genoeg lukt om de slag naar circulaire businessmodellen of duurzaamheid te maken, komt omdat ze niet duidelijk kiezen, zegt Van Arkel. “Wij hebben er consequent voor gekozen om te investeren in duurzame innovatie. Veel bedrijven doen dat niet, want de perceptie is dat duurzaamheid geld kost. Maar innovatie kost ook sowieso geld. Daarom kun je maar beter duurzaam innoveren, want daar werk je meteen aan de toekomstbestendigheid van je bedrijf. Het is natuurlijk logisch dat onze garenfabrikant die veel heeft geïnvesteerd om de productie duurzamer te maken, nu wat meer vraagt om die investering terug te verdienen, maar dat heeft niks met het duurzame karakter te maken, maar met de investering. Maar wij hebben dat toen opgelost door het innovatieve garen te verwerken in een product met 50% minder garen, waardoor de extra kosten van het garen wegviel. En we hebben ook hele bijzondere designproducten ontwikkeld met dit gerecyclede garen, dat klanten het zo mooi vinden dat ze juist bewust voor deze tapijttegels kiezen. Je hebt altijd keus, in welke prijsklasse je ook een duurzame oplossing zoekt en dat draagt natuurlijk bij aan een positieve reputatie.”De tijd dat duurzaamheid iets vrijblijvends was, is wel voorbij. Het is een must volgens Van Arkel. Als afsluiting geeft ze misschien wel haar belangrijkste boodschap: “We moeten wel. Want met dat klimaat: wil jij het op je geweten hebben dat je het wist, en dat je er niks aan hebt gedaan?”Lees het complete interview met Van Arkel op Management Impact.Collegereeks Circulaire EconomieWil je meer inspirerende praktijkverhalen horen? Neem dan deel aan deze reeks van 5 colleges en een slot-seminar. Sprekers zijn onder andere Niels Faber, Hans Stegeman en Derk Loorbach. Op 13 maart start de collegereeks Circulaire Economie met hoogleraar duurzaam ondernemen Jan Jonker.