Redactie Change Inc. 02 september 2024, 14:43

Recyclers: een nieuwe, vitale industrie op de rand van de afgrond

Het is nog maar enkele weken tot Prinsjesdag. Nederland wacht in spanning af hoe het Kabinet-Schoof in het eerste jaar de budgetten gaat verdelen. Er zijn veel prioriteiten die de aandacht van de politiek vereisen, maar met het oog op de ecologische transitie, en een circulair Nederland in 2050, zijn er een aantal noodzaken. Eén daarvan is de recyclingindustrie

Getty Images 1796508587 1 'De bedrijven kunnen hun recyclaat niet kwijt, waardoor recyclers dreigen om te vallen.' | Credits: Getty Images

Dit opiniestuk werd geschreven door Jan Lenstra, CEO van Veolia Nederland.

Afgelopen maanden is het maar al te duidelijk geworden dat plasticrecycling in zwaar weer verkeert. Veel bedrijven in de industrie – van specialisten gericht op voedselverpakkingen tot algemene plastic recyclers – hebben steeds meer moeite om te kunnen concurreren met de goedkope, nieuwe plastics die Nederland importeert uit Azië en de VS. Door de stijgende energiekosten, de gestegen kosten voor arbeid en de kosten voor het sorteren van plastic uit ons afval is het een lastige dan wel onmogelijke opgave voor de recycle-industrie om de prijzen op korte termijn dusdanig te drukken dat de prijs van recyclaat zich kan meten aan de lage prijs van nieuwe plastics. Het gevolg: recyclaat vormt geen alternatief meer voor virgin plastic. De bedrijven kunnen hun recyclaat niet kwijt, waardoor recyclers – actief in een industrie die enorm belangrijk is voor de verduurzaming van onze toekomst – dreigen om te vallen.

Kamervragen

Voor de politiek is het geen onbekend probleem. Eerder dit jaar beantwoordde voormalig staatssecretaris Vivianne Heijnen een aantal kamervragen over de slechte economische situatie voor plasticrecycling, waarbij ze de hele situatie als ‘zeer onwenselijk’ beschreef. Ook de branchevereniging roept nu het kabinet op om recyclaars van plastic en pvc te ondersteunen.

Eerdere vrijblijvende oproepen aan bedrijfsleven vanuit de politiek om meer recyclaat te gebruiken zijn echter niet effectief. Heijnen verwees naar de Nationale Circulaire Plastic Norm, een wet die waarschijnlijk pas in 2027 ingaat en die producenten van plastic producten oplegt om naar verwachting 15 procent gerecycled plastic te gebruiken in hun producten, wat oploopt tot 25-30 procent in 2030. Maar de tijd dringt. Actie is nú vereist, niet pas over een aantal jaar. Gezien de huidige felle concurrentie is er zelfs een reële kans dat recyclingbedrijven het niet eens volhouden tot die tijd. De kans is zelfs groot dat gerecyclede plastics, bij faillissementen, alsnog in een verbrandingsoven verdwijnen.

Europese samenwerking

Het kabinet kan nationale wetgeving doorvoeren die recyclers ondersteunt, door bijvoorbeeld de bijmengverplichting nog verder naar voren te halen. Dit heeft alleen wel gevolgen voor onze Nederlandse concurrentiepositie, wat onwenselijk is. De overheid moet daarom juist de samenwerking met de EU intensiveren om op korte termijn strengere maatregelen te treffen die recyclaat aantrekkelijker maken ten opzichte van nieuw plastic. Dat kan bijvoorbeeld door nieuwe plastics op Europees niveau hoger te belasten op basis van hun milieu-impact, zoals bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk of Spanje doen. Hoe meer nieuw plastic je gebruikt, hoe meer belasting je betaalt. Dat maakt het speelveld voor gerecycled plastic eerlijker.

Het invoeren van dergelijke wetgeving is wel een proces van lange adem. Die tijd hebben we niet! Ook op korte termijn is actie vereist om de recyclers, die op de rand van de afgrond staan, te ondersteunen en staande te houden. Hierbij kan de overheid denken aan het verlagen van de prijs van recyclaat met een subsidieprogramma, mogelijk uitgevoerd door de RVO.

Nationale subsidies

Door op nationaal niveau subsidies te leveren aan recyclers, kunnen zij hun prijzen verlagen tot het niveau van nieuwe plastics, dan wel lager. Dit stimuleert de vraag en leidt niet alleen de Nederlandse, maar ook de Europese industrie naar een duurzamere toekomst.

We staan op een belangrijk punt in de geschiedenis, waarbij het kabinet snel in actie moet komen om een industrie, die vitaal is om de duurzaamheidsdoelen van 2030 en 2050 te behalen, van de ondergang te redden. Aanstaande Prinsjesdag wordt daarbij een cruciaal moment. Gaan we de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs halen, of zien we deze langzaam uit het zicht verdwijnen?

Lees ook:

Onbenutte groene stroom augustus was genoeg voor 500.000 elektrische auto’s

Dat blijkt uit de maandcijfers van Energieopwek.nl, een samenwerking van het Nationaal Klimaat Platform met EnTranCe/Hanzehogeschool Groningen, Tennet en Gasunie. Veel zon In augustus was 57 procent van alle opgewekte elektriciteit duurzaam. Vorig jaar was dat nog 49 procent. Zonder het afschakelen van wind- en zonneparken was het aandeel de afgelopen maand zelfs 65 procent geweest. Zonnepanelen leverden een derde van alle stroom, windturbines slechts een vijfde, omdat het minder waaide. Toch was het aandeel wind hoger dan vorig jaar, vooral omdat er meer windparken op zee zijn bijgekomen. Stroomprijs vaker negatief Windturbines en zonnepanelen worden uitgeschakeld als er te veel groene stroom is en de prijs negatief wordt. Dan moeten exploitanten betalen voor de geleverde elektriciteit. Dit jaar was de prijs van stroom al 532 uur negatief. Dat is meer dan de 445 uur over heel 2023. Door het afschakelen van zon- en windproductie, bleef de afgelopen maand 15 procent van de groene stroomproductie onbenut.Virtuele groene waterstof Van die overtollige groene stroom had een elektrolyser zeer goedkoop groene waterstof kunnen maken. EnTranCe berekent via een virtuele elektrolyser hoe vaak dat had kunnen gebeuren. In augustus was dat 180 uur. Daarmee komt het totaal dit jaar uit op 1111 uur. Dat is al bijna net zoveel als de 1137 uur in heel 2023. De cijfers illustreren volgens het klimaatplatform het groeiend belang van uitbreiding van opslagmogelijkheden van hernieuwbare energie. Als de productiegroei zich zo doorzet zou een elektrolyser van 1 gigawatt dit jaar met de overschotten al zo’n 4 Petajoule groene waterstof hebben kunnen maken. Met die hoeveelheid energie kunnen twee donkere, windstille winterse dagen overbrugd worden zonder kolen- en gascentrales in te zetten. Energieopwek.nl benadrukt steeds dat slechts 20 procent van alle gebruikte energie in Nederland uit elektriciteit bestaat. Warmte (55 procent) en brandstoffen voor transport (25 procent) slokken het grootste deel op. Lees ook:Weggegooide groene stroom kan groene waterstof goedkoper maken dan grijzeNederland had in tweede kwartaal 6 dagen kunnen draaien op weggegooide groene stroomNederland exporteert overschot aan groene stroom steeds vaker naar het buitenlandSteeds slimmer laden: hoe de bidirectionele auto een succes kan worden