Romy de Weert 12 februari 2021, 13:10

Deens consortium onderzoekt grootschalig hergebruik composiet uit windturbines

Het recyclen van afgedankte wieken van windturbines gebeurt nu nog weinig door het moeilijk recyclebare bestandsdeel composiet. Het Deense project DecomBlades, een consortium van tien bedrijven, gaat daar verandering in brengen. De bedrijven onderzoeken hoe rotorbladen op grote schaal tóch hergebruikt kunnen worden.

Adobestock windmolens Adobe Stock

Windenergie is een booming business en de sector is vol in ontwikkeling. Windturbines worden steeds groter en kunnen steeds meer energie opwekken. De gemiddelde windturbine gaat zo’n 20 jaar mee en het grootste gedeelte van de turbine kan weer opnieuw gebruikt worden. Maar voor de rotorbladen van de windmolen geldt dat niet: omdat de wieken uit composiet bestaan zijn ze lastig te recyclen.

Volledig duurzaam

De windmolenindustrie zorgt al voor veel minder composietafval in vergelijking met andere industrieën, zoals de bouw-, transport-, en scheepvaartindustrie. Toch vinden de tien bedrijven in het consortium het belangrijk om voor alle onderdelen van de windmolen een duurzame recycleoplossing te vinden. “Naarmate de windenergie-industrie groeit, wordt die verantwoordelijkheid nóg groter”, schrijft Siemens Gamesa Renewable Energy in een persbericht.

Lees meer: Windmolens slopen: slimme manier om hout in turbinebladen opnieuw te gebruiken

In het nieuwe samenwerkingsverband DecomBlades gaan tien projectpartners opzoek naar oplossingen om het composietmateriaal uit de windturbines te recyclen. In het onderzoek kijken de bedrijven naar drie mogelijke oplossingen. Allereerst kijken ze of de rotorbladen versnipperd kunnen worden, zodat het materiaal hergebruikt kan worden. Het versnipperde materiaal kan vervolgens gebruikt worden bij de productie van cement. Tot slot kijken de bedrijven naar een manier om het composietmateriaal onder hoge temperaturen te scheiden, zoals met pyrolyse.

De wieken van een windturbine bestaan plastic en composiet: koolstof- of glasvezels, hars en eventueel schuim of hout. Zonder composiet kunnen windturbines niet doen wat ze doen. Het maakt de bladen – die tot wel 100 meter lang kunnen zijn – licht van gewicht en heel sterk. Omdat composiet uit versmolten materialen bestaat, is het terugwinnen van losse vezels zoals hars en glasvezels een enorme uitdaging. Composiet is daarom nu nog alleen in zijn geheel te recyclen.

Stoeptegels en tafelbladen

In Nederland wordt ook volop geëxperimenteerd met het recyclen van de rotorbladen van windturbines. Zo maakte afvalspecialist Suez stoeptegels van de afgedankte rotorbladen van windturbines. Ook Hogeschool Windesheim experimenteert met composiet uit windmolens en maakte er een keukenblok van met een tafelblad van composiet. Omdat de industrie groeit is het belangrijk dat er op grote schaal een oplossing komt voor het recyclen van de windturbines, iets wat het consortium hoopt te bereiken.

Lees meer: Windmolens moeten circulair worden om echt klimaatvriendelijk te zijn

Scania bouwt vrachtwagen van de toekomst: duurzaam, efficiënt en data-gedreven

Steeds meer grote bedrijven zoals DSM Philips en Microsoft stellen hun duurzaamheidsdoelstellingen op aan de hand van Science Based Targets. In de praktijk betekent dit dat bedrijven om tafel gaan met klimaatwetenschappers om de emissiereducties zo te definiëren dat ze bijdragen aan het doel om de opwarming van de aarde tot 1,5 °C te beperken. “Het topmanagement, en daarmee ons hele bedrijf, bindt zich volledig aan het klimaatakkoord van Parijs”, vertelt Hans Binnendijk productmanager e-mobility en sustainable transport bij Scania. “Je gaat deze verbintenis aan met instituten die met argusogen naar je voortgang kijken. Dit vraagt om volledige toewijding en uit de pas lopen zit er niet in.”Lees ook: Samenwerken voor het ultieme doel: een volledig recyclebare vrachtwagenData-gedreven transportOm verdere sturing te geven aan deze ambitieuze doelen richt Scania zich op drie pijlers: energie-efficiëntie, alternatieve brandstoffen & elektrificatie, en slimmer & veiliger transport. “Met die laatste pijler doelen we op data-gedreven optimalisatie; een cruciaal onderdeel om onze reductiedoelstellingen te halen”, vertelt Binnendijk. Op het moment rijden er wereldwijd 500.000 Scania’s op de weg die via het internet aangesloten zijn op het Fleet Management systeem. Hierdoor wordt rijgedrag verzameld, geanalyseerd en uiteindelijk geoptimaliseerd. “Uiteindelijk ligt slechts 5 procent van de CO2-uitstoot van een vrachtwagen bij de productie”, vertelt Binnendijk. “De overige 95 procent zit in het gebruik tijdens de totale levensduur van het voertuig. Hier kunnen we dus veel winst behalen. Uiteindelijk zal connectiviteit de toekomst van mobiliteit gaan bepalen.”Lees ook: Welke elektrische auto’s zien we in 2021 op de markt?CO2-winst bij rijgedragScania traint chauffeurs vanaf het eerst moment om het voertuig te leren kennen. Zo kunnen vervoerders direct brandstof besparen door onder andere te letten op remmen, schakelen, en optrekken. Binnendijk: “Met deze kennis op zak, realiseren we direct een brandstofreductie van 10 tot 15 procent. Verder geeft de Scania driver support voortdurend feedback over het rem- en rijgedrag om brandstofverbruik te optimaliseren."Geen silver bullet voor de transportsectorScania wil uiteindelijk dat fossiele brandstoffen plaats gaan maken voor aandrijving uit hernieuwbare bronnen. Hiertoe ontwikkelt het een breed scala aan voertuigen dat rijdt op alternatieve brandstoffen zoals biogas, HVO (hydrotreated vegetable oil), plug-in hybride, elektriciteit en in de toekomst mogelijk waterstof. “We geloven niet dat er één silver bullet is voor de transportsector”, zegt Binnendijk. “Elektrificatie voor zwaar transport blijft een uitdaging, maar voor het stedelijk gebied – waar de afstanden kort zijn – biedt het absoluut een uitkomst.”Overheidsbeleid hard nodigBovendien kunnen alle Scania motoren rijden op HVO, een biobrandstof met vergelijkbare prestaties als diesel. De vraag is waarom niet alle vrachtwagens al op biobrandstof rijden. “Voor grootschalig gebruik van HVO, maar ook andere biobrandstoffen zoals bioLNG en bioCNG is de politiek aan zet”, zegt Binnendijk. “Wat nodig is, is consistent beleid en eerlijk belastingbeleid van brandstoffen.” Nu is rijden op diesel nog altijd goedkoper voor de logistieke sector dan transport op biobrandstoffen. “Voor HVO heb je geen nieuwe speciale infrastructuur nodig en er zijn ook al leveranciers die de brandstof kunnen leveren. Onze vrachtwagens zijn er in ieder geval klaar voor. Ons kan het niet snel genoeg gaan.”