Hannah van der Korput
02 april 2024, 15:15

Dit plastic eindigt niet in de verbrandingsoven, maar in gietvloeren en tafels

Plastic, we gebruiken het veelvuldig én kortstondig. Zo’n 40 procent van al het plastic is binnen één maand afval. Omdat recyclen duurder is dan nieuw materiaal, eindigt het vaak in de verbrandingsoven. En dat terwijl er andere toepassingen voorhanden zijn.

60be2548bc66c355bc581f3e Nieuwsartikel marton Met zijn bedrijf Next Floors verwerkt Marton Panis plastic in gietvloeren. | Credits: Next Floors

Met zijn bedrijf Next Floors verwerkt Marton Panis plastic in gietvloeren. “Het gaat om afvalplastic dat anders naar de stort zou gaan. Nu krijgt het alsnog een bestemming.”

Die toepassingen voor gebruikt plastic zijn hard nodig, zegt Panis. “Waar oud, Europees plastic eerder op grote schaal werd verscheept naar Aziatische landen, is dat inmiddels geen optie meer. Brussel heeft de afvalexport naar landen buiten de Europese Unie onlangs verboden. Recycling is daar vaak niet mogelijk, wat leidt tot dumpingen in de natuur en illegale stortplaatsen. Ook Nederland deed hieraan mee: in 2021 exporteerde het meer dan 200 miljoen kilo afvalplastic, onder andere naar Indonesië en Vietnam. Nu dat aan banden is gelegd, zullen we zelf veel meer afvalplastic moeten gaan verwerken. Lokaal, dus in Nederland. Ik ben daar al mee bezig.”

Verzamelen

Het afvalplastic dat Panis gebruikt, komt overal vandaan. “Denk aan de sausemmers van horecagelegenheden en aan de enorme hoeveelheid plastic afkomstig uit ziekenhuizen. Ook hoveniersbedrijven zorgen voor de nodige aanwas. Alle bakken en treeën waar de planten in worden vervoerd, nemen we over om te verwerken.”

Verwerken

Het afvalplastic wordt gesorteerd, schoongemaakt en vervolgens vermalen. Hiervoor wordt samengewerkt met de Brabantse zorginstelling Amarant, waar dit deels tijdens de dagbesteding gebeurt. Wat overblijft, zijn kleine plastic flakes. Deze worden tot plaatmateriaal geperst, waarvan weer nieuwe producten worden gemaakt.

Diverse toepassingen

In Rijen verwerkt Next Floors het plastic in gietvloeren. | Credit: Next Floors Dat lijkt makkelijker dan het is. “Het is lastig om plastic te laten hechten aan ander materiaal. Door een speciale coating te ontwikkelen, hebben we dat probleem verholpen. Deze vinding maakt het mogelijk om plastic in gietvloeren, maar ook in andere toepassingen te verwerken.”

Panis doelt op tafels, bureaus en vensterbanken. Ook keukenbladen behoren tot de mogelijkheden. “We werken samen met circulaire keukenleverancier Chainable. Zij nemen de bladen bij ons af en verwerken ze in hun keukens. Op die manier kunnen we aardig wat plastic kwijt. Om een beeld te geven: in een blad van een vierkante meter en een centimeter dik, gaat 9,8 kilogram afvalplastic.”

Bovendien is het plastic in de meubels achteraf weer goed te recyclen. “Het is minimaal zeven keer recyclebaar. Daardoor gaat het zo’n 50 jaar mee”, aldus Panis.

In Rijen verwerkt Next Floors het plastic in gietvloeren. | Credit: Next Floors

Omslagpunt

Het concept slaat aan, ziet hij. “Het is tijdsintensiever om een gietvloer te maken met plastic erin dan een normale variant. Daardoor is het ook duurder. Maar ik zie dat klanten het er voor over hebben. Bedrijven en consumenten hebben een zeker omslagpunt bereikt. Sommige klanten kiezen de duurzamere optie omdat er een verhaal achter zit dat ze verder kunnen vertellen. Dat ze hun imago op willen krikken, speelt ook mee. Andere partijen doen het vanuit idealisme, weer andere worden in zeker zin gedwongen door wetgeving. Maar in het gros van de gevallen heeft het vooral met looks te maken. Veel mensen vinden een gietvloer met daarin plastic verwerkt gewoon mooier. Al maakt de reden waarom ze voor zo’n vloer kiezen voor mij in principe niet uit. Ik zie wel dat die duurzamere keuze vaker wordt gemaakt. Veel meer dan pak hem beet zes jaar geleden.”

Greenwashing

Panis ziet dat bedrijven dankbaar gebruikmaken van deze trend. Soms ten onrechte. “Dat vind ik wel lastig. Hoe weet je als consument nu dat het écht afvalplastic is dat in de producten is verwerkt? Voor producenten is het heel makkelijk om stiekem gewoon nieuw plastic te gebruiken. Dat scheelt heel wat stappen in het productieproces en is nog goedkoper ook. Bij ons mag iedereen langskomen om het proces zelf te zien. Waar we het oude plastic vandaan halen en hoe we het vervolgens verwerken. Ik wil daar transparant over zijn, juist omdat greenwashing op de loer ligt met zulke producten. Ons magazijn is open.”

Circulair in 2050

Nederland heeft als doel om in 2050 circulair te zijn. In 2030 moeten we al 50 procent minder grondstoffen gebruiken. Dat betekent dat we veel meer moeten recyclen. Willen we dat bereiken, dan moeten er veel meer initiatieven bijkomen. “En degene die er al zijn, moeten veel grootschaliger worden aangepakt. Ik ben daar nu druk mee bezig. Ik wil gaan samenwerken met veel meer partijen, zodat het oude plastic in meer producten kan worden verwerkt. De afgelopen jaren heb ik heel wat geïnvesteerd om de keten zo efficiënt mogelijk in te richten. Ik wil andere partijen daarin meenemen, zodat het nog veel groter wordt.”

Lees ook:

Bouw- en vastgoedsector, neem initiatief in natuurherstel

Deze gastbijdrage werd geschreven door Annemarie van Doorn, directeur van Dutch Green Building Council en Lodewijk Hoekstra, oprichter van NL Greenlabel. De Europese Natuurherstelwet heeft het op het laatste moment niet gered. 27 regeringen en het Europees Parlement hadden eind vorig jaar een akkoord bereikt over deze wet. Het parlement had met de wet ingestemd. Een laatste stem van de landen in de Europese Raad leek een formaliteit, maar werd de wet uiteindelijk fataal. Italië, Polen en Zweden waren al tegen. Toen ook Hongarije en Nederland lieten weten tegen te stemmen, besloot EU-voorzitter België de stemming van de agenda te schrappen.Natuurinclusief Een verspilling van jarenlange onderhandelingen en een slechte zaak voor de natuur. Een wet die lidstaten verplicht om de natuur te herstellen, had volgens ons veel positieve gevolgen kunnen hebben. Maar we houden moed. Zelfs zonder dwingende wetgeving vanuit Brussel werken intrinsiek gedreven gebiedsontwikkelaars, gemeenten en provincies al aan herstel van lokale ecosystemen. Dat is goed nieuws, maar het is niet genoeg. We roepen daarom de bouwsector op om deze koplopers te volgen en zelf aan de slag te gaan met natuurinclusieve projecten. Uiteindelijk kan zo de hele sector volgen. Dat levert iedereen meer op, zoals behoud en groei van biodiversiteit, gezonde lucht en een goede waterkwaliteit.Kampioen ruimtebeslag Het niet verslechteren van de natuur is wat ons betreft slechts een minimale eis voor elk bouwproject. Opdrachtgevers en projectontwikkelaars zouden altijd moeten nadenken over de impact van nieuwe bouw op de natuur, voordat een project überhaupt van start gaat. Door kritisch te kijken of een bouwproject echt nodig is (niet bouwen is ook een optie), en zo ja wáár, kunnen we voorkomen dat we steeds meer grond in beslag nemen. Nederland is immers al Europees kampioen Net Land Take (ruimtebeslag). Bovendien is Nederland nu het slechtste jongetje van de klas, want het biodiversiteitsverlies is hier enorm. Zo is de afgelopen vijftien jaar de helft van de vlinders verdwenen om maar een voorbeeld te noemen.Grauw en grijs Is een bouwproject echt nodig, dan is het van belang het op een natuurpositieve manier aan te pakken, zodat er meer natuur of ecologische waarde voor in de plaats komt dan er was. Op die manier draagt een project daadwerkelijk bij aan natuurherstel. Een groene wijk maak je voor bewoners en omwonenden. Vanuit omwonenden zal er meer draagvlak zijn voor een groen en natuurpositief plan dan voor een grauw en grijs plan. Dat komt een snel planproces ten goede. Ook zijn je kansen als ontwikkelaar groter bij tenders omdat je niet tegen de natuur werkt, maar juist in samenhang met de natuur.Leefbare steden Een onderdeel van de Natuurherstelwet was de doelstelling om de stedelijke leefomgeving te vergroenen. Meer groen en meer water in de stad kunnen ervoor zorgen dat het ecosysteem waarin de stad zich bevindt, zich weer kan herstellen. Nu lidstaten niet worden verplicht te zorgen voor een toename van groen stedelijk gebied, moeten gebiedsontwikkelaars de kans grijpen hier zelf mee aan de slag te gaan. Alleen op die manier houden we de steden leefbaar voor nu en in de toekomst. Nederland kan hierin gidsland zijn. Dus overheid, vastgoedontwikkelaars, bedrijfsleven, gebiedsontwikkelaars, architectenbureaus, banken en woningcorporaties, laat zien dat je om een gezonde en leefbare toekomst geeft en doe mee. Als iedereen meedoet, hebben we de Natuurherstelwet helemaal niet nodig om dit af te dwingen, maar doen we het van onderop. Lees ook: Greenwashing Shell verzakt van doortrapt en frustrerend naar ronduit gênantKlimaatoplossingen slagen pas als successen minstens zoveel aandacht krijgen als faillissementsdrama’sKunnen we stoppen met de tweestrijd tussen technologie en consuminderen?