Maaike Kooijman
03 september 2026, 14:59

Een duurzame modesector volgens Remake Society: 'In een circulaire economie zorg je goed voor materialen én voor mensen'

Bij Remake Society in Rotterdam-Zuid krijgt kleding een tweede leven – en mensen ook. Mensen die het vak van kleermaken in hun thuisland leerden, kunnen dat hier eindelijk weer inzetten. Oprichter Esther Smit: ‘Voor mij is integratie wederkerig.’

Ondernemer Esther Smit van Remake Society Ondernemer Esther Smit: 'We hebben zo veel afval. Waarom zouden we dat dan niet gebruiken om er iets nieuws van te maken?' | Credits: Victoria Druetta

‘Kijk dit waren ooit mannenoverhemden.’ Esther Smit laat haar hand door een kledingrek vol vrouwenblousejes gaan. ‘En dit’ – ze wijst naar een korte broek – ‘was eerst een lange spijkerbroek.’

Smit geeft een rondleiding door het atelier van Remake Society in Rotterdam-Zuid. Er liggen stukken stof die tot toilettas moeten worden gemaakt, en oude zeilen die tassen worden. Een doos vol emblemen van een beveiligingsbedrijf moet op jassen worden genaaid. Her en der zit iemand achter een naaimachine.

Remake Society: sociaal en duurzaam ondernemen

Remake Society repareert en upcyclet kleding in opdracht van klanten – en dat zijn zeker de minste niet. Onder meer Jeans Centre, Garcia, Van Tilburg en Groenendijk Bedrijfskleding komen bij de sociale onderneming over de vloer.

Achter de naaimachine zitten veelal mensen die voorheen in de bijstand zaten. Mensen die het vak van kleermaken in hun thuisland leerden en dat hier eindelijk weer kunnen inzetten. Er lopen liefst veertien verschillende nationaliteiten rond. Duurzaam en sociaal ondernemen gaan volgens directeur Smit vanzelfsprekend samen. ‘In een circulaire economie zorg je niet alleen goed voor je materialen, maar ook voor je mensen.’

Uit oude kleding worden stukken stof geknipt die straks een toilettas worden. | Credits: Maaike Kooijman

Medewerkers komen bij Remake Society via de gemeente, het coa of hun eigen Rotterdamse netwerk. Ze starten met een proefperiode, waarin ze nog een uitkering krijgen. Daarna krijgen ze een halfjaar- en vervolgens een jaarcontract aangeboden, inclusief jobcoaching. Na een paar jaar stromen ze uit – bijvoorbeeld om als zelfstandig kleermaker te gaan werken – of krijgen ze een vast contract.

Dat betekent veel voor mensen, weet Smit. ‘Teamleider Zainab was de eerste die een vast contract kreeg. Ik weet nog dat ze met tranen in haar ogen zei: “Na 18 jaar hier voel ik me voor het eerst echt Nederlander.” Ze kon eindelijk een hypotheek krijgen. Dat is het soort dingen waarvoor ik mijn bed uitkom. Textiel is het middel.’

Geen verdienmodel in upcycling

Toch is dat ‘middel’ voor Smit niet uit de lucht gegrepen. Ze groeide op met textiel: haar oma was coupeuse en ook haar moeder naaide haar eigen kleding. Als kind bracht ze uren door op de markt in Rotterdam, op zoek naar stoffen en ritsen.

In 2014 begon ze Oxious, dat hamamdoeken verkoopt die deels uit gerecycled textiel bestaan. Die worden gemaakt door lokale vrouwen in Turkije, die boven het minimumloon betaald krijgen en zich sociaal en professioneel kunnen ontwikkelen. In 2023 kwam daar Oxious Talent Factory bij, anderhalf jaar later omgedoopt tot Remake Society. Het leverde Smit in 2024 de titel Rotterdamse Zakenvrouw van het Jaar op.

Destijds was het bedrijf vooral gericht op upcycling. Oude kleding en ander textiel werden ‘opgewaardeerd’ tot een nieuw item. Zo maakte Remake Society eens 14.000 festivaloutfits van oude bedrijfskleding van Zeeman, van bodywarmers tot heuptasjes. Smit: ‘We hebben zo veel afval. Waarom zouden we dat dan niet gebruiken om er iets nieuws van te maken?’

Maar upcycling is zeer arbeidsintensief, de marges zijn dun. ‘Daar bouw je geen gezond bedrijf op’, zegt Smit. Daarom richt Remake Society zich steeds meer op dienstverlening. Upcycling in opdracht gebeurt nog steeds – kijk maar naar de ‘nieuwe’ blousejes van Van Tilburg – maar verder zijn het vooral andere opdrachten. Zo repareert het bedrijf kapotte broeken van Jeans Centre, die vervolgens als ‘tweede kans’ in de winkel komen te hangen. En voor Groenendijk maakt het allerlei kleding op maat.

Remake Society repareert oude kleding van Jeans Centre, die als ‘tweede kans’ in de winkel komt te hangen. | Credits: Maaike Kooijman

‘Dienstverlening is commercieel interessanter’, zegt Smit. ‘We doen nog wel wat upcycling, maar vooral voor bedrijven die ons meer naamsbekendheid kunnen geven. Dan is het niet erg als de marges wat lager zijn.’

Wetgeving biedt perspectief

Remake Society groeit, en wil dat voorlopig blijven doen. Het helpt dat er steeds meer vraag is naar de diensten van Remake Society in Nederland, zegt Smit. ‘Eerder werd kleding voor reparatie vaak naar het buitenland gestuurd. Nu de lonen daar hoger zijn en de benzine heel duur, biedt dat weinig financiële voordelen meer. En hoe leuk is het dat de klant nu gewoon op bezoek kan op de plek waar het gebeurt?’

Kiezen voor circulariteit is voor kledingmerken bovendien geen vrijblijvendheid meer, maar noodzaak. Sinds half juli is het voor grote Europese bedrijven verboden om hun onverkochte voorraden en retouren simpelweg weg te gooien of te verbranden. Ze moeten die recyclen of opnieuw verkopen. ‘Dat helpt ons verdienmodel natuurlijk’, zegt Smit. ‘Toen we drie jaar geleden begonnen, zag ik al dat er wetgeving aankwam die ons perspectief bood.’

Toch gaat de noodzaak tot circulariteit verder dan wetgeving alleen, ziet ze. Grondstoffen worden immers steeds schaarser. ‘En bovendien: wie zegt dat je ze nog hier krijgt met alle oorlogen en drooggevallen rivieren? Circulariteit is strategisch gewoon slimmer.’

Financieel voert de boventoon

Bedrijven hebben ook nog een andere strategische reden om met Remake Society in zee te gaan. Het bedrijf heeft een PSO-keurmerk: Prestatieladder Socialer Ondernemen. Dat is een Nederlands keurmerk voor sociaal werkgeverschap. Bedrijven die aan een overheidsinstelling leveren, kunnen daarmee de zogenoemde social return on investment aantonen.

Bedrijfskleding wordt vermaakt in opdracht van Groenenveld. | Credits: Maaike Kooijman

Sociaal ondernemen heeft daarmee maatschappelijke én bedrijfsvoordelen. Maar dat betekent niet dat het makkelijk is. Niet iedereen kan de prestaties van het bedrijf goed op waarde schatten, zegt Smit. ‘Ik kom over het algemeen in contact met de csr-manager van bedrijven. Zij zijn vaak enthousiast. Maar zodra ze een plan voorleggen aan de directie – de Peters, Jannen en Kezen van deze wereld – is de eerste vraag toch: wat levert het onder de streep op? Sociale en duurzame waarden worden onderschat.’

Ook heeft het bedrijf fikse moeite moeten doen om de financiering rond te krijgen. Bij grote banken krijg je pas een lening als je veel omzet draait, weet Smit. ‘En investeerders zien ook wel dat we in een lastige markt zitten. Vorig jaar gingen duurzame merken i-did en New Optimist failliet, vlak voor wij aan onze tweede financieringsronde begonnen.’

‘Integratie is wederkerig’

Financiering kreeg het bedrijf uiteindelijk van onder andere de Rabo Foundation en het Social Impact Fonds Rotterdam. Remake Society draait dit jaar voor het eerst breakeven. Volgend jaar wil het zijn omzet verdubbelen, de jaren daarna ook. Smit: ‘Ik wil niet de sociale troetelbeer zijn, maar laten zien dat we maatschappelijke uitdagingen ondernemend kunnen oplossen.’

Nu werken er zo’n twintig mensen bij Remake Society, over een paar jaar moeten dat er honderd zijn. Smit kijkt nu al naar uit naar de impact die dat kan maken – op haar medewerkers én haarzelf. ‘Zij leren van mij, maar ik leer ook van hen’, legt ze uit.

‘We vinden vaak dat nieuwkomers zich maar aan ons moeten aanpassen. We stoppen ze allemaal samen in Rotterdam-Zuid, waar ze weinig worden gestimuleerd om de Nederlandse taal te leren. Maar voor mij is integratie wederkerig. Als we ervoor openstaan, kunnen andere culturen ons veel brengen.’

Lees ook:

Faiza Oulahsen ging van Greenpeace naar KPMG: 'Het is veel moeilijker geworden om duurzaamheid intern te verkopen'

Faiza Oulahsen heeft stipt tot 17.00 uur voor het gesprek. Goed, nog een paar minuten dan, maar daarna moet ze echt door, want haar volgende afspraak wacht. Met een klant, namen mag ze niet noemen, een financiële instelling die haar volledige portefeuille wil toetsen op natuur- en biodiversiteitsrisico’s.Als directeur duurzaamheid bij accountants- en advieskantoor KPMG begeleidt Oulahsen het bedrijf daarbij. Haar leven wordt tegenwoordig meer bepaald door de klok dan vroeger, lacht ze. ‘Ik ben nu consultant, hè? We zijn dienstverleners: heel servicegericht.’Het is een van de ‘vele keukens’ waar de voormalige activist – voor haar overstap was ze hoofd klimaat en energie bij Greenpeace – heeft mogen binnenkijken sinds ze in september 2024 bij KPMG begon. Die twee jaar hebben haar blik op het bedrijfsleven flink veranderd.‘Vroeger vond ik: een bedrijf moest gewoon een goede doelstelling en een geloofwaardig plan om daar te komen hebben, en dan gaan rennen. Hoe ze die doelen zouden realiseren, was hun pakkie-an. Ik keek van buiten naar binnen. Wat er ín een organisatie gebeurde, was voor mij een black box. Nu heb ik dat inzicht wel.’ Complex organisatievraagstuk De duurzame transitie is voor bedrijven niet alleen een politiek en financieel vraagstuk, maar ook een complex organisatievraagstuk, weet ze nu. Als activist en lobbyist richtte ze zich op de politieke en economische randvoorwaarden: strenger overheidsbeleid, meer financiële prikkels.Zo pleitte ze tijdens de onderhandelingen over het Klimaatakkoord van 2019 voor een nationale CO2-heffing voor de industrie. Die kwam er, al staat de heffing nu ter discussie.Maar actie van buitenaf afdwingen is iets anders dan verandering van binnenuit realiseren. ‘Grote bedrijven zijn bureaucratieën. Dat wist ik ergens al, Greenpeace was ook niet bepaald een kleine organisatie, maar nu zie ik nog veel scherper: als je een strategie formuleert en wil implementeren, kost dat gewoon tijd. Transformaties kosten tijd. Dat is best ingewikkeld – en al helemaal in de onzekere tijden waarin we nu zitten, waarin soms moeilijk te zien is welke kant het opgaat.’Bij haar komst bij KPMG, in september 2024, zag de wereld er heel anders uit dan nu. Er was momentum: verduurzaming stond bij vrijwel alle bedrijven stevig op de agenda. En toen werd Donald Trump in Amerika herkozen als president. Twijfel in de boardroom Zijn agressieve anti-ESG-agenda (environmental, social, governance, red.) heeft ook aan onze kant van de oceaan invloed, ziet Oulahsen. ‘Duurzaamheid is opnieuw onderwerp van discussie geworden. Het gaat niet om de vraag óf we moeten verduurzamen, dat besef is wel degelijk doorgedrongen. Het gaat nu vooral over het hoe – en hoe snel.’Die twijfel is ook de boardroom binnengeslopen. ‘Uit onze surveys blijkt dat een flinke minderheid – 30 tot 40 procent – zijn duurzaamheidsdoelen heeft herijkt. Ik spreek duurzaamheidsdirecteuren die me vertellen dat het veel moeilijker is geworden om duurzaamheid intern te verkopen, omdat raden van bestuur zich afvragen of het nog wel belangrijk is.’Daar staat tegenover dat de meerderheid van de bedrijven, tweederde ongeveer, er wél aan vasthoudt omdat ze duurzaamheid als strategisch onderwerp zien. Oulahsen: ‘Trunps anti-ESG-beleid is niet de enige complicerende factor. De importheffingen en de invloed die ze hebben op de economie, het toenemende aantal conflicten in de wereld. Dat zuigt allemaal energie weg.’ Faiza Oulahsen op Springtij Faiza Oulahsen is een van de plenaire sprekers tijdens het Springtij Forum, dat plaatsvindt van 23 t/m 25 september 2026 op Terschelling. Hier werken beleidsmakers, ondernemers, bestuurders, wetenschappers en ngo’s samen aan de complexe duurzaamheidsvraagstukken van morgen. Check het volledige programma.Geen opdracht hetzelfde Dat bedrijven worstelen met de duurzame transitie, merkt ze ook aan de opdrachten die ze als consultant krijgt. ‘Werkelijk geen één uitvraag is hetzelfde.’Ze onderscheidt grofweg drie categorieën. Allereerst zijn er bedrijven die door alle duurzaamheidswetten de bomen in het bos niet meer zien en hulp nodig hebben om op tijd compliant te worden. Dan zijn er organisaties die strategisch al behoorlijk ver zijn, maar moeite hebben om alle verschillende aspecten van verduurzaming – een thema dat je in honderden stukjes kunt opknippen – een plek te geven in de dagelijkse bedrijfsvoering.En tot slot noemt ze pioniers die bezig zijn met dingen waar nog geen wet, standaard of raamwerk voor is. ‘Zoals de dame van de financiële instelling die ik zo ga bellen. Er is nog geen methode om te toetsen op natuur- en biodiversiteitsrisico’s. Wij helpen om die te ontwikkelen.’ In een Russische cel Haar rol als consultant staat ver af van het beeld dat veel mensen van Oulahsen hebben. Het grote publiek kent haar vooral als de activist die in Rusland gevangen zat. Dat was in 2013, toen ze voor Greenpeace in het Noordpoolgebied actie voerde tegen Gazprom. Samen met de 29 andere opvarenden van het Greenpeace-actieschip Arctic Sunrise probeerde ze een boorplatform van het Russische staatsoliebedrijf te enteren en tijdelijk stil te leggen.‘Piraterij’ en ‘hooliganisme’, oordeelden de Russische autoriteiten. De actievoerders werden gearresteerd. Aanvankelijk hing hen een celstraf van vijftien jaar boven het hoofd. Uiteindelijk kregen ze amnestie, en werden ze na twee maanden vrijgelaten.[caption id="attachment_185288" align="alignright" width="300"] Credits: KPMG[/caption]Oulahsen was toen 26 en nog geen twee jaar in dienst bij Greenpeace. Ieder ander had toen misschien gedacht: bekijk het maar, dit nooit meer. Bij haar wakkerde het haar strijdlust juist aan. Aan stoppen heeft ze geen moment gedacht – niet toen ze opgesloten zat, niet toen ze weer op vrije voeten was.‘Waarschijnlijk had ik er anders over gedacht als ik nu nog had vastgezeten’, zegt ze. ‘Maar als je wordt vastgezet vanwege je principes, maakt dat je ook trots. Wij demonstreerden met open vizier, niets was in het geheim of stiekem. Wat ik wél realiseerde toen ik in de bak zat, is dat ik onvoldoende had genoten van mijn leven als vrij mens. Mijn familie en vrienden zien, een terrasje pakken, een wandeling in het bos. In die extreme situatie werd ineens glashelder wat er wel en niet toe doet.’ Bekende Activist Naast dat inzicht bracht de tijd in de Russische cel haar nog iets anders: een podium. ‘Het ging niet om mij’, zegt ze. ‘Het ging nooit om mij. Maar ik kon mijn verhaal wel gebruiken om aandacht te vestigen op datgene waartegen wij actie voerden: de olieboringen in het Noordpoolgebied. Ik ben niet op alle interviewverzoeken ingegaan, maar wel op veel.’Ineens was ze een Bekende Activist. Dat bleef ze – en toch heeft de massale aandacht voor haar carrièreswitch Oulahsen verrast. ‘Ik had gedacht dat er één krant zou bellen en ik misschien nog ergens in een radio-programma zou aanschuiven. Maar meer niet.’Er belden zeven kranten, en ze deed meerdere radio-interviews. En dan waren er nog de appjes, smsjes, mails en dm’s. ‘Ik denk dat ik wel duizend reacties heb gehad. Vrijwel iedereen was positief, en een enkeling was negatief. Maar ze waren allemaal verbaasd.’ Achteraf gezien snapt ze het. ‘Ik heb toch een bepaalde sticker op mijn voorhoofd.’ ‘Enorm gefocust’ op macht De vraag die Oulahsen zichzelf doorlopend stelt: kan ik invloed uitoefenen? ‘Ik ben enorm gefocust op macht’, zegt ze. ‘Ik ben een wereldverbeteraar, daar kom ik ruiterlijk voor uit. En als je de wereld een stukje beter wilt maken, moet je verder kijken dan je eigen morele kompas en wat de wetenschap zegt. Je zult moeten denken in macht en machtsstructuren, en hoe je die structuren kunt beïnvloeden.’Dat deed ze bij Greenpeace via acties en lobby, maar ook via het recht. Begin dit jaar oordeelde de rechter dat de Nederlandse staat niet genoeg doet om de inwoners van Bonaire te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering, in een klimaatzaak die de milieuorganisatie samen met de bevolking had aangespannen. Oulahsen stond aan de wieg van die zaak.Maar zeker de laatste anderhalf jaar werd het gevoel steeds sterker dat ze ook eens buiten Greenpeace moest kijken. Zaken eens vanuit een ander perspectief bekijken: niet door een activistische, maar door een corporate bril. ‘Ik dacht: volgens mij moet ik echt een keer in het bedrijfsleven gaan werken.’ Best een stretch Als je macht wilt, adviseerde oud-bankier Rijkman Groenink haar ooit in NRC, moet je naar Shell. Of naar een andere grote vervuiler. Ze zou de eerste niet zijn. Zita Schellekens, ook een ex-activist, werd in 2023 chief sustainability officer bij KLM. En voormalig Milieudefensie-directeur Donald Pols zou in juni 2026 starten als hoofd duurzaamheid en corporate communicatie bij Tata Steel, maar struikelde over onthullingen over zijn extreemrechtse verleden.‘Ik kan niet voor Zita of Donald spreken’, zegt Oulahsen. ‘Maar zelf denk ik niet dat zo’n stap bij me past. Ik kan je nu een politiek correct, verbloemd antwoord geven, maar het eerlijke verhaal is dat het ook gewoon goed moet voelen. Ik moet wél het idee hebben: kan ik ergens het verschil maken op een manier die mij voldoening geeft? En ik denk dat de kloof in dit geval te groot was geweest.’De stap van activist naar consultant is al best wel een stretch, vervolgt ze. Hoe dat ging? ‘Via-via. Ik ken iemand die in de raad van commissarissen van KPMG zit. Die wist van mijn zoektocht en suggereerde: heb je weleens over ons nagedacht? Mijn eerste reactie was: wat zou ik daar dan moeten doen, jullie zijn toch accountants? Ik had geen idee dat KPMG ook een adviestak had. Ik ben gaan praten, en het klikte.’ Uitdagen en terugduwen Ze geeft de voorzet zelf al: een consultant geeft advies, en gaat dan weer weg. Welke invloed heb je in die rol? ‘Om te beginnen kom ik nu niet ongevraagd, maar op uitnodiging bij bedrijven binnen. Die probeer ik met mijn advies net dat extra zetje te geven. Ik wil ze stimuleren om niet van A naar B, maar van A naar C te gaan. Consultans zijn van nature servicegericht, maar zelf heb ik er geen moeite mee om klanten uit te dagen of terug te duwen.’Haar activistische profiel helpt daarbij. ‘Klanten verwachten het ook een beetje van me. Ik durf radicaler te denken en en merk dat ze dat waarderen. Terwijl ik in het begin juist dacht: oei, durven bedrijven wel met me in zee te gaan?’Dit artikel verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout. Lees ook:Wordt Shell een grijsgroen muurbloempje in Nederland? Dit kan er gebeuren in een krimpscenario Milieubeweging woest op Donald Pols om overstap, maar voor Tata Steel was hij altijd al meer gesprekspartner dan luis in de pels De erfenis van Urgenda: hoe één klimaatzaak honderden nieuwe ontketende