Marc Seijlhouwer 02 juni 2021, 13:00

Geen plastic soep meer: plastic eet zichzelf op dankzij Duitse uitvinding

Het Duitse Fraunhofer Gesellschaft vond een manier om enzymen, die plastic kunnen repareren of afbreken, te verwerken ín het plastic zelf. Dat is een doorbraak, waardoor wegwerpplastics mogelijk veel duurzamer worden. Als een plastic zichzelf vernietigt of repareert, is de milieudruk door verbranding bij een vuilstort veel lager.

Iap enzymes embedded in plastics pic 1 Duitse onderzoekers maakten plastic met enzymen dat zichzelf verteert. | Beeld: Fraunhofer IAP

Wegwerpplastics zijn een doorn in het oog van overheden en bedrijven. Hoewel we ze massaal gebruiken (denk aan tasjes en rietjes) zijn ze nauwelijks te recyclen, waardoor ze vaak op de brandstapel eindigen. Daarmee komt veel CO2 in de atmosfeer. Niet voor niets zijn er serieuze plannen om wegwerpplastics in de ban te doen, bijvoorbeeld via het Plastic Pact.

Enzymen eten plastic, of repareren het

Maar het Duitse Fraunhofer laat zien dat er een andere optie is: met technologische innovatie kunnen plastics zichzelf vernietigen of repareren. Dat gebeurt met enzymen: eiwitten die de moleculen van plastic kunnen breken en het zo 'verteren'. Afhankelijk van het enzym wordt het plastic zo teruggebracht tot stukjes die makkelijk vergaan in de natuur, of repareert het plastic zichzelf als het scheurt of breekt.

Dit soort enzymen bestaan al langer, maar toepassing ervan was lastig. Bij de productie van plastic zijn namelijk hoge temperaturen nodig, en de enzymen gaan stuk als je ze toevoegt bij het productieproces, omdat ze niet tegen hitte kunnen. Om dat te voorkomen stopte het Fraunhofer-instituut de enzymen in een soort hittebestendige jasjes, gemaakt van inorganische materialen (die geen koolstof bevatten). Deze materialen beschermen tegen grote druk en temperaturen, waardoor het enzym beschermd is. Bovendien ‘vreet’ het enzym niet aan inorganische materialen, maar alleen aan het (organische) plastic.

Werkt het op grotere schaal?

De drager deed zijn werk goed in de labs van het Fraunhofer. Of dat op grote schaal in de plasticfabriek ook zo is, weten we pas over een paar jaar; eerst moet de techniek buiten het lab, op kleine schaal toegepast worden. Daarna is het de vraag of de techniek betaalbaar genoeg is. Maar de technische doorbraak laat wel een pad zien naar naar duurzamer plastic, zonder dat we daarvoor hoeven over te stappen op andere materialen.

De onderzoekers zeggen dat het zelfreparerende en zelfvernietigende plastic nog maar het begin is. Tegenwoordig kunnen wetenschappers een heleboel enzymen maken die allemaal specifieke eigenschappen hebben. Zo kan je in theorie antischimmelplastic maken, of plastic dat zichzelf schoonmaakt. Maar elk enzym is anders, en vraagt daarom om een andere drager. Helaas is het ‘jasje’ dat de onderzoekers voor het plastic-etende enzym maakte niet hetzelfde als voor andere enzymen.

Ondanks dit soort technologische innovatie gaat het nog niet goed met het recyclen van plastic. Uit onderzoek bleek laatst dat maar een kwart van het plastic recyclebaar is!

Lidl gaat eco-score testen in de Nederlandse supermarkt

De eco-score laat zien wat de impact van een product op het milieu is. Groen betekent weinig impact, rood veel. Lidl gaat in Nederland in zeven Gelderse filialen expirimenteren met het label. Op het prijskaartje van de koffie en theeproducten komt dan een score van 0 tot 100, met daarbij de kleuren. Het werkt net als de nutriscore, maar dan op basis van de duurzame impact in plaats van op voedingsstoffen. Lidl wil met de eco-score een duurzame levensstijl betaalbaar en toegankelijk maken. Waarom wordt het niet meteen op alle producten ingevoerd? "De eco-score is relatief nieuw, dus we willen het graag eerst goed testen", zegt de persvoorlichter desgevraagd. "Gedurende de pilot zal Lidl via een klantenonderzoek nagaan of de score helpt om klanten op een eenvoudige manier te informeren over de ecologische impact van het product." Lidl werkt de laatste jaren hard aan haar duurzame imago. Zo opende het dit jaar nog een nieuwe duurzame supermarkt. België heeft al een eco-scoreIn België voerde supermarktketen Colruyt dit jaar al de eco-score in op alle producten van het huismerk. De supermarktketen doet dat om zichzelf te dwingen het assortiment verder te verduurzamen, en de consument te helpen om bewust duurzamere keuzes te maken. De score wordt berekend op basis van de levenssyclus van het product. Daarnaast kan het bonuspunten verdienen als het bepaalde certificaten heeft (denk aan biologisch of fairtrade) en of het is verpakt in een milieuvriendelijke verpakking. Die score komt uit tussen de nul en honderd, en wordt vervolgens langs de stoplichtenmeetlat gelegd: nul is een donkergroene A, honderd is een dieprode E. De Colruyt hoopt dat het instellen van het label op de producten ook tot meer transparantie van de gehele keten leidt. Ook in Berlijn aan het tesenIn Berlijn is Lidl deze week al gestart met testen van de score op producten. Het is volgens de persvoorlichter nog te vroeg om daarover iets te kunnen zeggen. In Nederland loopt de pilot tot en met 31 oktober: daarna moet aan de hand van het klantonderzoek duidelijk worden of we het label straks op veel meer producten gaan zien. De Kipstereieren die Lidl verkoopt, scoren vast goed, gezien dit een klimaatvriendelijk ei is. Lees er hier meer over.