Teun Schröder
07 juli 2021, 09:53

Gemeente Apeldoorn lanceert database en marktplaats voor circulaire materialen

De gemeente Apeldoorn lanceert dit najaar een koppeling tussen haar database met alle bestaande bouwmaterialen in de openbare ruimte en een digitale marktplaats. Hierdoor wordt het mogelijk om vrijgekomen materialen te verhandelen zodat ze elders opnieuw gebruikt kunnen worden. Apeldoorn is de eerste gemeente die op deze manier op lokaal en regionaal niveau stappen zet in de circulaire economie.

Troy mortier tq3ay5tkqze unsplash Vanuit het aanbod op het handelsplatform wordt er voor de gemeente gezocht naar een match met een andere partij die weer gebruik kan maken van deze secundaire materialen. | Beeld: Unsplash

Gemeenten moeten om de zoveel tijd verhardingen in de openbare ruimte vervangen, zo ook de bestrating van de wijk Griffiersveld in Apeldoorn. In het traditionele proces wordt de oude straat eruit gesloopt en naar de afvalverwerker gebracht, waarna een aannemer de nieuwe straat erin legt. Dat moet meer circulair kunnen, dacht Sander Lubberhuizen, projectleider circulaire economie van de gemeente Apeldoorn. Financieel ondersteund door een innovatiesubsidie van Binnenlandse Zaken bedacht hij daarom een grondstoffenboekhouding voor alle materialen in de openbare ruimte aangesloten op een handelsplatform.

Circulair bouwen

“Het werkt als volgt”, begint Lubberhuizen die digitaal zijn verhaal doet. “Speciale auto’s – vergelijkbaar met de auto’s van Google – scannen met verschillende technieken de openbare ruimte. Zo verzamelen ze informatie over het materiaal waarover en waarlangs ze rijden, denk aan type steen, dikte van de steenlaag of hoogte van het trottoir en kleur. Deze informatie wordt gecombineerd met gegevens uit de gemeentelijke basis informatie (GBI).” De GBI is een database waarover elke gemeente beschikt en waar informatie te vinden is over aangekochte materialen. “Vervolgens koppelen we deze gegevens aan een online marktplaats. Eigenlijk een soort datingsite voor materialen. Vanuit het aanbod op het handelsplatform wordt er voor de gemeente gezocht naar een match met een andere partij, zoals een gemeente of aannemer, die weer gebruik kan maken van deze secundaire materialen. Zo faciliteren we circulair bouwen.”

De online marktplaats werd gebouwd door Excess Materials Exchange, een bedrijf dat eerder werd uitgelicht door ons.

Mensenprobleem

Lubberhuizen werd in de ontwikkeling bijgestaan door Koos Service Design, een ontwerpbureau gespecialiseerd in procesbegeleiding. Service design is een werkmethode die uitgaat van de behoefte van de gebruiker, vertelt Joost van Leeuwen van het bedrijf. “In dit project betekent het dat we om de tafel zijn gegaan met alle belanghebbenden, zoals gemeente, bouwers, ontwerpers en planologen. We brengen duidelijk en visueel onderlinge transacties in kaart en maken bespreekbaar wat partijen van elkaar nodig hebben.”

Volgens Van Leeuwen ligt de crux van vergroening ook juist bij deze interacties. “De transitie naar een duurzame maatschappij is geen technologisch probleem, het is een mensenprobleem. Door de juiste mensen bij elkaar te zetten en gezamenlijk oplossingen te verkennen, kun je een systeem veranderen.”

Meer partijen zijn bezig met platformen voor circulaire materialen. Dit bedrijf wil de Amazon worden van de circulaire economie.

Voorbeeldrol overheid

Volgens Lubberhuizen moeten gemeenten en andere overheden kartrekker zijn in dit soort systeemveranderingen. “Gemeenten kunnen dit risico dragen, het bedrijfsleven minder”, zegt Lubberhuizen. Als wij als launching customer onze nek uitsteken en laten zien dat het werkt, zullen andere partijen ook aanhaken.”

Na een succesvolle testfase, denkt Lubberhuizen dat de eerste match op de marktplaats eind dit jaar is gemaakt. Daarnaast is gemeente Ede betrokken bij dit project. Lubberhuizen: “Ik verwacht dat we in de toekomst steeds meer de waarde gaan inzien van de materialen die we als gemeente bezitten in de openbare ruimte. Als gemeente heb je al eens geïnvesteerd in de openbare ruimte, dus is het zonde om daar zomaar afstand van te doen. Gecombineerd met de grondstoffenboekhouding van de GBI en de marktplaats kunnen partijen bij nieuwe aanbestedingen rekening houden met materialen die beschikbaar zijn of dat binnenkort worden.”

Ook hoopt Lubberhuizen dat gemeenten onderling meer materialen gaan uitwisselen. “Er zijn 350 gemeenten in Nederland met allemaal personen zoals ik en we kennen elkaar niet eens. Met deze toepassing hoeft het wiel niet steeds opnieuw te worden uitgevonden. En volgens mij is dat belangrijk als we zo snel mogelijk ketens willen sluiten op weg naar een circulaire economie.”

Nieuw duurzaam label voor hypotheken Triodos Bank, helpt dit de woningmarkt vergroenen?

Een hypothecaire lening kan het label krijgen wanneer de gefinancierde woning aan de wettelijke Europese voorschriften voldoet óf deze overtreft. Dat betekent dat nieuwbouw tot de beste 10 procent moet behoren in de lokale markt, zoals Nederlandse woningen die bijna energieneutraal zijn of net zo veel energie verbruiken als zij opwekken. Ook hypotheken voor bestaande bouw kunnen onder het label vallen als de huizen minimaal 30 procent zijn verbeterd door verduurzamingsmaatregelen.Juist het onderscheid tussen bestaande bouw en nieuwbouw maakt het label interessant zegt Jeroen Pels, directeur hypotheken en private banking bij Triodos Bank. "Duurzame hypotheken bij nieuwbouw zijn al veel meer de norm, maar ligt voor de hand. Triodos Bank stuurt daarbovenop met name op het verhogen van de doelstellingen in de richting van (bio-based) materialengebruik en biodiversiteit." Duidelijke definitie "Mogelijk nog belangrijker is dat er definities bepaald worden voor het waarderen van de energieprestaties van bestaande gebouwen", zegt Pels. Het label is een initiatief vanuit de markt. Het moet ervoor zorgen dat consumenten, kredietverstrekkers en investeerders hypotheken die bijdragen aan duurzamere woningen beter kunnen herkennen. "Triodos beoogt met dit label met name ook om een objectieve norm te hanteren voor verduurzaamd bestaand bezit."Dit sluit aan bij ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving in de Europese Unie. Zo presenteerde de Europese Unie als onderdeel van de Green Deal plannen om de financiële sector te vergroenen. Europa wil verduurzaming aanjagen door de introductie van regels die financiële instellingen verplicht te bewijzen wat hun fondsen groen maakt. En de lancering van een classificatiesysteem moet helpen om te bepalen wat groen is. Wat dat betreft sluit het EEML aan bij de ambities van de Europese Unie: het biedt een duidelijke definitie van een ‘groene hypotheek’. Meer weten over wat een duurzame hypotheek is? Lees dan over de uitkomst van een rondgang langs hypotheekexperts: Wat maakt een hypotheek duurzaam; de herkomst of de bestemming van het kapitaal? Niet alleen focussen op nieuwbouwPels hoopt dat financiële instellingen verantwoordelijkheid nemen door hun portefeuille niet te vergroenen door zoveel mogelijk nieuwbouwwoningen toe te voegen, maar zich ook in te zetten voor de verduurzaming van bestaand vastgoed. "Ik zou er groot voorstander van zijn dat partijen op basis van de huidige portefeuilles progressiedoelstellingen formuleren en dus actief bijdragen aan verduurzaming. Dat betekent dus dat voor bestaand bezit het doel moet zijn om een bepaald aantal label-stappen (of equivalenten) te verduurzamen in plaats van de ouderwetse ‘uitpond-aanpak’; minder bestaand bezit en meer nieuwbouw. Zo word je onder de streep snel groener maar niet duurzamer.”Volgens Pels helpt het label Triodos om de eigen progressie te meten. "We willen ons focussen op echt duurzame nieuwbouw (boven de norm) en aantoonbare positieve impact in de bestaande markt, daar moet je wel volgbare spelregels voor hanteren."Groene woningmarkt?Pels denkt dat het label kan bijdragen aan de verduurzaming van de woningmarkt doordat het waardering toekent aan verduurzaamd bestaand bezit. Daarnaast maken gelijke spelregels de prestaties van financiële instellingen vergelijkbaar."Kernpunt is hoe banken hier zelf op gaan sturen. Iemand die alle kans heeft om te investeren en daarin ruim gefaciliteerd wordt maar dat nalaat mag zich ook beseffen dat dit op termijn een financieel risico vormt. Juist vanuit consumentenbescherming is dat besef belangrijk. Aan de sector is het om te zorgen dat zoveel mogelijk mensen dat zien, handelen en we ook de label-stappen in bestaande bouw in plaats van nieuwbouw stimuleren."Maar wat als mensen geen geld hebben voor een (aanvullende) duurzame hypotheek of geen spaargeld hebben om verduurzamingsoplossingen voor te schieten? Zo becijferde Vereniging Eigen Huis in 2020 dat minstens twee miljoen huiseigenaren onvoldoende financiële middelen hebben om de verduurzaming van hun huis te betalen. “Er is een hele grote groep mensen die niet kan lenen: niet bij Triodos Bank of bij een andere bank, omdat ze daarvoor onvoldoende inkomen hebben”, reageert een woordvoerder van Vereniging Eigen Huis. Voor die mensen wil de overheid een lening via een warmtefonds aanbieden. Dat vindt Vereniging Eigen Huis krom, omdat de overheid op die manier mensen een lening aansmeert die soms al nauwelijk rondkomen. Banken wijzen die mensen niet voor niets af.Een andere aanpakVereniging Eigen Huis pleit voor aan andere aanpak: financiering vanuit een fonds dat wordt terugbetaald uit de maandelijkse energielasten. “Stel je betaalt nu 200 euro per maand aan gas en elektra in je slecht geïsoleerde woning. Als dat huis helemaal is verduurzaamd halveert dat bedrag naar 100 euro. Houd dan dat maandbedrag op 200 euro, en gebruik die 100 euro die je overhebt om die lening terug te betalen. Dan ben je constructief bezig." Volgens Vereniging Eigen Huis is de overheid op de hoogte van dit idee. "Daar wordt over gesproken, maar nog niet over besloten." Pas na de formatie verwacht de belangenorganisatie dat politiek Den Haag zich weer zal buigen over dit soort verduurzamingsplannen.Op deze manier duurzaamheid betaalbaar maken? Dit bedrijf doet het voor sociale huurwoningen.