André Oerlemans
10 januari 2025, 10:00

Grote, oude stalen bruggen kun je ook recyclen: zo gaat Rijkswaterstaat dat doen

Rijkswaterstaat moet de komende dertig jaar tientallen verouderde bruggen, viaducten en wegen vervangen of renoveren. Het materiaal hoeft niet weggegooid te worden, want 80 procent ervan is herbruikbaar. Om grote onderdelen te kunnen recyclen, worden die vanaf 2026 tijdelijk opgeslagen en opgeknapt op een schiereiland in de Zeehaven van Dordrecht. “Zo kunnen circulaire treintjes ontstaan.”

Spijkenisserbrug links en keizersveerbrug rechts rws Delen van de Keizersveerbrug (rechts) kunnen hergebruikt worden voor de Spijkenisserbrug (links). | Credits: Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat heeft een vergunning
gekregen voor een zogeheten circulaire werf op het Duivelseiland, waar de dienst een groot braakliggend terrein bezit. Daar worden de stalen brugdelen en betonnen leggers de komende decennia tijdelijk gestald en opgeknapt voor hergebruik. Sommige delen zijn wel dertig meter hoog.

Circulair in 2030

Rijkswaterstaat wil in 2030 volledig circulair
werken. Dat betekent: werken zonder afval met hergebruik van grondstoffen. Het uiteindelijke doel is een klimaatneutrale en duurzame infrastructuur. Veel bruggen en viaducten zijn gebouwd met staal en beton. Dat heeft veel impact op het klimaat. De staalindustrie is wereldwijd verantwoordelijk voor 9 procent van alle CO2-uitstoot. De betonindustrie voor 8 procent. Staal en beton van bruggen en wegen hergebruiken kan dus veel CO2-uitstoot voorkomen.

Nationale Bruggenbank

Dat is wat Rijkswaterstaat de komende 35 jaar dan ook wil gaan doen. Om bruggen een tweede leven te geven heeft Rijkswaterstaat in 2021 de Nationale Bruggenbank gelanceerd. Daar komen vraag en aanbod van overheden samen, om hergebruik zo makkelijk mogelijk te maken. De komende jaren worden veel verouderde bruggen, tunnels en wegen uit de jaren zestig en zeventig vervangen of gerenoveerd. Alleen al in Zuid-Holland gaat het om dertien bruggen, acht tunnels en dertien wegen. Veel onderdelen kunnen opgeknapt en gerecycled worden. Maar omdat niet alle projecten tegelijk lopen, is een eigen werfterrein nodig om die tijdelijk op te slaan en te renoveren, voordat ze hergebruikt worden. Dat werfterrein is nu gevonden in Dordrecht. “Zo kunnen er circulaire treintjes ontstaan die het hergebruik van materialen en onderdelen mogelijk maken”, stelt Rijkswaterstaat.

Stalen brugdelen hergebruiken

De grote stalen brugdelen die in 2028 vrijkomen bij de vervanging van de Keizersveerbrug op de A27 bij Raamsdonksveer kunnen bijvoorbeeld hergebruikt worden bij de renovatie van de Spijkenisserbrug bij Spijkenisse na 2030. Die delen worden tijdelijk in Dordrecht opgeslagen, net als de betonnen liggers van de viaducten van de A9 bij Badhoevedorp en de ringweg Groningen. Verder doet Rijkswaterstaat onderzoek naar het hergebruik van stalen brugdelen van diverse bruggen in het zuidwesten van Nederland.

“Dat is wat we willen vanuit duurzaamheidsperspectief. Om de aarde te sparen, zullen we zuiniger om moeten gaan met onze grondstoffen. Dit werfterrein is een belangrijke randvoorwaarde om circulariteit en hergebruik mogelijk te maken en vooral te intensiveren”, stelt Rijkswaterstaat.

Duivelseiland in Dordrecht. | Credit: Rijkswaterstaat / Joop van Houdt

Geluidsoverlast voorkomen

Het werfterrein ligt straks aan de Oude Maas. Om de zware bodemvervuiling van voormalige bedrijven op het schiereiland af te dekken, wordt het hele terrein verhard. De werf dient tegelijkertijd als werkplaats om brugdelen te gritstralen, lassen, gutsen, slijpen, hakken, hameren en zagen. Om het lawaai daarvan in te perken, moet Rijkswaterstaat geluidsisolerende tentzeilen om de werf plaatsen en moet bij het gritstralen een kap op de straalkop gezet worden. Zo moet geluidsoverlast voor omwonenden voorkomen worden. De herinrichting van het schiereiland begint dit jaar. Eind 2026 wordt het terrein in gebruik genomen.

Beton gerecycled

Het recyclen van bruggen en betonnen leggers is niet de enige manier waarop Rijkswaterstaat volledig circulair wil worden. Ook betonnen liggers van viaducten krijgen een tweede leven. Zo worden de liggers die vrijkomen bij de verbreding van de A9 tussen Badhoevedorp en Holendrecht gebruikt voor het vervangen van de Kaagbrug in de A44, een van de oudste snelwegen in Nederland. Ook de 40.000 ton betonpuin die vrijkomt uit de sloop van twee viaducten op de A9 wordt hergebruikt. Renewi heeft een geavanceerd recyclingproces ontwikkeld dat gecertificeerd betongranulaat en betonzand kan maken van dit puin. Daardoor kan het gebruikt worden in nieuw beton, in plaats van in ophoogmateriaal of wegfunderingen. Door dit soort innovaties kan de bouwsector het doel uit het nationale Betonakkoord
halen om in 2030 alle betonreststromen volledig circulair toe te passen.

Lees ook:

Gemengde reacties op Klimaatplan overheid: ‘Goede elementen, maar weinig nieuwe maatregelen’

Om de Nederlandse klimaatdoelen te halen – waaronder 55 procent CO2-reductie in 2030 – heeft de overheid afgesproken elke vijf jaar een Klimaatplan te presenteren. Het Klimaatplan is een pakket van aandachtspunten en maatregelen voor de komende tien jaar. Het vorige plan stamde uit 2020, het nieuwe plan is opgesteld voor de periode 2025-2035. Het kabinet legt in haar Klimaatplan een duidelijke focus op de sociale en economische kant van de duurzame transitie. Principes als ‘rechtvaardigheid’, ‘economisch perspectief’ en ‘ruimte voor maatschappelijke initiatieven’ moeten centraal staan bij het meerjarig klimaatbeleid van de overheid. Dat betekent dat het kabinet gaat inzetten op een eerlijke verdeling van de ‘lusten en lasten’ van het klimaatbeleid, door te zorgen dat wetten en regels voor iedereen betaalbaar en haalbaar blijven, en dat verduurzaming voor ondernemers en bedrijven aantrekkelijk is. Klimaatdoelen In lijn met de Europese Unie wil het kabinet nog steeds streven naar klimaatneutraliteit in 2050. Dat wil zeggen dat Nederland in 2050 netto geen broeikasgasuitstoot meer op zijn naam heeft staan. Ter sprake ligt ook een tussendoel voor 2040 in aanloop naar die klimaatneutraliteit. Hoewel het kabinet expliciet vermeldt geen specifiek reductiegetal te willen koppelen aan het jaar 2040, spreekt het steun uit voor het tussendoel dat de Europese Commissie heeft voorgesteld: 90 procent reductie in 2040. Het doel zal alleen niet opgenomen worden in de Nederlandse Klimaatwet. CCS Essentieel om klimaatneutraliteit te bereiken, meent het kabinet, is koolstofverwijdering. Dat wordt ook wel Carbon Capture and Storage (CCS) genoemd, en is een verzamelnaam voor technieken om CO2 uit de atmosfeer te filteren en tijdelijk of permanent op te slaan. Hoewel er volgens het kabinet nog veel onzeker is over de kosten en capaciteit van CCS, is de methode onmisbaar bij het terugdringen van CO2-emissies. Daarom is het plan om de CCS-capaciteit de komende jaren op te schalen, parallel aan de inspanningen om de CO2-uitstoot in Nederland terug te brengen. Minder regels Dat laatste moet volgens het kabinet gebeuren met een gebalanceerde ‘beleidsmix’ van subsidies, beprijzing en normerende regels (bijvoorbeeld het verbieden van niet-duurzame activiteiten). Op dit moment is die mix onvoldoende in balans. In het plan wordt gesteld dat er relatief veel subsidies zijn, maar onvoldoende normerende regels en beprijzing in sectoren met veel uitstoot. Zonder normering en beprijzing hebben subsidies niet altijd zin, en daarom wil het kabinet ‘bezien’ hoe de balans in de komende jaren kan worden hersteld. De vraag is in hoeverre dit ook daadwerkelijk zal gebeuren. Het is namelijk vooral het huidige kabinet dat besloten heeft niet verder te normeren als het om klimaatbeleid gaat. Bovendien gaven de coalitiepartijen in het hoofdlijnenakkoord aan ‘geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid’ te willen zetten. De overheid streeft naar een CO2-vrij elektriciteitssysteem in 2035, waarvoor het de komende jaren concretere maatregelen wil gaan opstellen. Die zullen onder meer de modernisering van het elektriciteitsnet moeten gaan versnellen. Ook wil het kabinet het aandeel van kernenergie in de energiemix gaan vergroten door verder te bouwen aan twee kerncentrales en in te zetten op twee extra centrales. Ook moet de productie van waterstof gestimuleerd worden door de elektrolysecapaciteit in Nederland te vergroten. Gestreefd wordt naar een capaciteit van 4 gigawatt in 2030. Gemengde reacties Officieel is het Klimaatplan een conceptdocument dat open staat voor aanpassingen. Individuen en organisaties kunnen tot en met februari reageren op de maatregelen. Meerdere grote organisaties hebben al van die gelegenheid gebruik gemaakt. De reacties geven een gemengd beeld. De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) is grotendeels tevreden met de richting van het kabinet. Zo zegt de NVDE blij te zijn met het streven om de elektriciteitssector CO2-neutraal te maken in 2035, de uitgesproken steun voor het Europese 2040-doel en de intensivering van CCS-capaciteit. Wel vindt de NVDE dat het tussendoel van 2040 in nationale wetgeving opgenomen moet worden, aangezien het bedrijfsleven daarmee geholpen is. Klimaatneutraliteit vergt grote investeringen en bedrijven hebben daarbij baat bij duidelijkheid vanuit de overheid. Het verankeren van het tussendoel zou hen het vertrouwen geven om die investeringen te doen. Ook benadrukt de NVDE dat het Klimaatplan een goed startpunt is, maar weinig concrete, nieuwe beleidsmaatregelen bevat die het reductiedoel van 2030 in zicht brengen, laat staan klimaatactie versnellen richting het jaar 2040. Geen middel voor compensatie De actiegroep Milieudefensie deelt deze kritiek, en gaat een stap verder door te stellen dat het plan laat zien hoe ambitieloos het huidige kabinet is. Volgens Milieudefensie zou Nederland klimaatneutraliteit moeten nastreven voor het jaar 2040 in plaats van 2050, moet het kabinet een einde maken aan fossiele subsidies en moet er meer aandacht komen voor de eiwittransitie in de landbouw. Ook vindt de milieuorganisatie dat CCS geen middel moet zijn om huidige emissies te compenseren, maar juist om negatieve emissies te creëren. Het klimaatbeleid zou zich er dus op moeten richten om de absolute CO2-uitstoot terug te dringen naar nul, zonder het gebruik van CCS. Pas als die uitstoot nul is, moet CCS gebruikt worden om de nog aanwezige hoeveelheid CO2 in de atmosfeer te verwijderen. Geen zwabberend beleid Ook vanuit brancheverenigingen komen er reacties binnen, bijvoorbeeld van Transport en Logistiek Nederland (TLN). TLN erkent de waarde van een rechtvaardige transitie waarbij haalbaarheid en betaalbaarheid voorop staan, maar benadrukt wel het belang om voor nationale CO2-doelen te blijven knokken. Ook zegt de brancheorganisatie dat stabiel en consistent meerjarig beleid essentieel is, en dat mensen hinder ondervinden van zwabberend beleid. Als voorbeeld noemt TLN het politieke tumult rondom zero-emissiezones, dat bij ondernemers voor veel onzekerheid heeft gezorgd. De Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) erkent ook de urgentie van het terugdringen van de CO2-uitstoot, en geeft aan dat de agrarische sector daar een belangrijke bijdrage aan wil leveren. Maar het Klimaatplan bevat onvoldoende concrete aanknopingspunten om landbouwbedrijven daarbij te helpen, stelt LTO. De organisatie stelt dat er vanuit het nationale Klimaatfonds financiering (8 miljard euro) moet komen voor boeren en tuinders om hun bedrijven te verduurzamen. Lees ook: Biden voert in laatste weken flink wat klimaatactie door, wat blijft daar onder Trump van over?Vooral jonge boeren verkopen vaker op het eigen erfRegio’s produceren genoeg zon- en windenergie om het doel van 2030 te halen, de vraag is wat er daarna gebeurt