Romy de Weert 30 juni 2021, 15:03

Hoe de grootste modemerken plasticvervuiling en het klimaatprobleem in stand houden

Bijna 60 procent van de Europese en Britse modemerken maakt misleidende duurzaamheidclaims, blijkt uit onderzoek van Changing Market Foundation. H&M, ASOS en M&S scoren het laagst. Ook maken modemerken geen aanstalten om afstand te nemen van synthetische stoffen als polyester – gemaakt uit fossiele brandstoffen. Volgens het onderzoek houden modeketens op deze manier plasticvervuiling en het klimaatprobleem in stand.

Adobestock 311967555 editorial use only Bijna 60 procent van de Europese en Britse modemerken maakt misleidende duurzaamheidclaims. Beeld: Adobe Stock

Het onderzoek van Changing Markets Foundation – een organisatie die verandering in de richting van een duurzamere economie stimuleert, laat zien dat modemerken nog niet zo duurzaam zijn als ze zich vaak  voordoen. De onderzoekers analyseerden vijftig grote modemerken op het gebruik van synthetische stoffen – gemaakt uit fossiele energie, en misleidende duurzaamheidsclaims. Dat laat partner van de organisatie Plastic Soup Foundation weten.  

Synthetische stoffen: CO2 en microplastics

Zo’n 70 procent van onze kleding bestaat uit synthetische stoffen, zoals polyester. Die hebben een behoorlijke CO2-voetafdruk, omdat het gemaakt wordt uit fossiele brandstoffen. Bovendien laat polyester bij het gebruik en tijdens wasbeurten microplastics los die in de oceaan belanden. Tijd om af te stappen van deze vorm van textiel, zou je denken. Hoewel sommige merken toezeggingen doen om er afstand van te nemen, ontbreekt een concreet plan. Bij het grootste deel van de modemerken is helemaal geen plan om af te stappen van synthetische stoffen.

Wat merken wél doen is een deel van het polyester vervangen door gedowncyclede plastic flessen. Maar om vezels sterk genoeg te maken is er toch vaak alsnog nieuwe polyester nodig. Bovendien is dit volgens het onderzoek een ‘valse oplossing’ omdat plastic petflessen veel makkelijker weer te recyclen zijn naar flessen, waardoor er uiteindelijk minder nieuwe flessen geproduceerd hoeven worden. 

Uit het onderzoek blijkt dat het bij de slechtst presterende modemerken schort aan transparantie over het gebruik van synthetische stoffen. Primark, Boohoo, Burberry en Nike staan onderaan de lijst. Ook Patagonia bungelt onderaan, hoewel het merk juist bekend staat om de focus op duurzaamheid. “Patagonia weigerde te reageren op de beoordeling en onthult geen informatie op haar website over het gebruik van synthetische stoffen, de afhankelijkheid en de vermindering ervan”, staat in het onderzoek.

59 procent van duurzame claims is misleidend

Naast het onderzoek naar de afhankelijkheid van synthetische stoffen namen de onderzoekers zo’n vierduizend producten van twaalf merken onder de loep over duurzame claims. Wat blijkt? Zo’n 59 procent van die claims wordt in twijfel getrokken door de organisatie, omdat de beweringen niet kloppen of er bewijs ontbreekt. De grootste overtreders zijn H&M (96 procent), het Britse ASOS (89 procent) en M&S (88 procent). De Conscious Collection van H&M – producten die gemaakt zijn 'met extra aandacht voor de planeet', bleek zelfs een hoger aandeel synthetische stoffen te bevatten dan de reguliere collectie, respectievelijk 72 procent en 61 procent. Aan de andere kant van het spectrum staan Zara en Gucci die de minst misleidende claims maken.

ACM geeft boete voor misleidende claims  

Begin mei kondigde de Autoriteit Consument en Markt (ACM) aan om duurzaamheidsclaims te onderzoeken in de sectoren energie, zuivel en kleding. Aan 170 bedrijven in de sector is toen gevraagd om hun duurzaamheidsclaims te controleren op juistheid. Tot half juni hadden bedrijven de tijd om hun claims aan te scherpen. “We zijn nu druk bezig met het controleren van die claims”, licht Saskia Bierling, woordvoerder consumentenbescherming van ACM toe. Voor voorlopige resultaten is het volgens Bierling te vroeg. In september verwacht de ACM resultaten te kunnen delen over de controle van duurzame claims.

Wil je meer weten over duurzaamheid in de kleding- en textielsector? Professor Jan Mahy vertelt hoe een duurzame kledingsector haalbaar is: 'het vereist een complete systeemverandering'. 

Vanaf 1 juli betaal je statiegeld voor kleine flesjes. Wat is het effect, en kunnen we nog meer doen?

Met 700 miljoen kleine flesjes per jaar draagt alle cola, water en ijsthee enorm bij aan de afvalberg in Nederland. En dat is vervelend, want al dat zwerfplastic laat zich lastig recyclen: het is vaak vervuild, en schoonmaken en daarna netjes hergebruiken is duur. Door vijftien cent statiegeld te heffen moeten meer mensen hun flesjes gaan inleveren, waardoor fabrikanten ze makkelijker hergebruiken.Hoe ontstond het idee voor statiegeld?Voor grote flessen bestaat er al heel lang een heffing van 25 cent statiegeld. En hoewel de drankindustrie dit systeem een paar jaar geleden wilde afschaffen, is het heel succesvol: 95 procent van de flessen komt terug bij de fabrikant en kan hergebruikt worden.De verwachting is dat de heffing voor kleine flesjes een soortgelijk effect gaat hebben. Nu zijn die flesjes een belangrijk onderdeel van het zwerfafval. En in tegenstelling tot papier doet het er jaren over om in de natuur te vergaan. Bovendien vervuilt het de grond. Consultancybureau CE Delft berekende in 2017 al dat een heffing 70 tot 90 procent minder flesjes op straat zou opleveren. En dat is nodig, want Stichting de Noordzee zag bijvoorbeeld dat 73 procent van alle doppen op het strand afkomstig is van kleine (water)flesjes. Het zorgt dus niet alleen voor vervuiling van het land, maar ook van de zee - tot de plasticsoep aan toe.Wat zijn de nadelen?Er zijn ook kritische stemmen over een statiegeldsysteem voor kleine flesjes. In 2017 woedde de discussie over statiegeld in de Tweede Kamer. Wieger Droogh (CEO van Suez, dat tegenwoordig PreZero heet) zei toen tegen Change Inc.: “Zwerfafval bestaat maar voor een deel uit kunststofverpakkingen zoals flesjes en blikjes, maar vooral uit andere stromen zoals wikkels van snoep en dergelijke.”Mede door zulke protesten mocht de industrie het van de minister zelf oplossen: de sector moest vanaf 2018 het aantal flesjes in het milieu met 70 tot 90 procent doen dalen. Dat heeft de sector niet gehaald, met de statiegeldregel als gevolg.Hoe groot is het probleem?Kleine flesjes mogen dan een klein deel van het zwerfafval zijn, het is nog steeds heel veel. In Nederland kopen we jaarlijks 900 miljoen kleine flesjes: dat zijn er bijna 53 per Nederlander. Het grootste deel, 800 miljoen, belandt netjes in de afvalbak. De andere 100 miljoen worden achtergelaten in parken, op het strand of langs de snelweg.De verwachting van de overheid is dat 90 procent van alle verkochte flesjes met het nieuwe systeem ingeleverd wordt. Dat betekent dat er dan nog steeds 90 miljoen flessen in het milieu belanden of bij het restafval worden gegooid.Wat nu? Statiegeld op blik!De discussie over statiegeld op flesjes duurt al twintig jaar. Nu afval een steeds zichtbaarder probleem wordt (mede dankzij de publiciteit rond de plasticsoep) wil de minister doorpakken. Daarom komt er vanaf volgend jaar ook een heffing voor blikjes. Blik is heel goed en oneindig recyclebaar, dus is het goed om ze in te leveren. Aan de andere kant is blik met magneten ook makkelijk uit restafval te scheiden. Er zal de komende maanden ongetwijfeld discussie losbarsten over deze nieuwe regel.Meer weten over plasticvervuiling en andere duurzame ontwikkelingen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte.