Willemijn van Benthem 08 maart 2021, 14:50

Ingrid Faber over de rol van vrouwen in duurzaamheid: “Kom uit je stoel, ga iets doen!”

Ingrid Faber staat sinds 2006 aan het roer van Faber Halbertsma, een familiebedrijf met een portfolio van duurzame pallet- en poolingdiensten en producten. Duurzaamheid en de rol van vrouwelijke CEO’s is het onderwerp van gesprek, omdat uit verschillende onderzoeken blijkt dat vrouwen duurzamer gedrag vertonen dan mannen. Gezien de huidige roep om meer vrouwen aan de top, zou een groei daarvan voor een versnellende werking kunnen zorgen op een uiteindelijk positief klimaat. De week van Ingrid Faber.

3712 fbn ingrid faber 3325def

“Eerlijk gezegd wist ik niet dat het vandaag Internationale Vrouwendag is. En ik ben daar ook niet zo van. Want waarom is er geen Internationale Mannendag?” Zie daar de nuchtere kijk op het leven van directeur Ingrid Faber van Faber Halbertsma Groep. 

Uit onderzoek blijkt dat vrouwelijke leiders voor een meer duurzame economie zorgen dan mannelijke aanvoerders. Waarom is dat, denkt u?

“Is dat werkelijk zo? Ik vraag me zeer af of een stijging van het aantal duurzame bedrijven te maken heeft met vrouwelijke of mannelijke leiders. Bedrijven die streven naar duurzaamheid, streven meestal ook naar diversiteit. Daardoor is de kans gewoon groter dat daar een vrouw aan de top staat. Ik geloof er heilig in dat het van belang is om een effectief en divers team te hebben, ook wat leeftijd en cultuur betreft. En ik vind het belangrijk dat je dan ook invoelende mensen in je team hebt, die verder kijken dan naar de winst alleen. Dat empathische zou je vrouwelijk kunnen noemen, maar ik zie ook vrouwen die dat helemaal niet in zich hebben. Maar om antwoord te geven op je vraag: ik denk niet dat als er een vrouw aan het hoofd van Shell staat, dat bedrijf meteen meer gaat verduurzamen.”

Gezien de dag van vandaag, 8 maart, gaan we het er toch over hebben: vindt u het lastig om vrouwelijk leider genoemd te worden, of is dat juist nodig?

“Ja, ik denk dus niet zo in verschillen tussen mannen en vrouwen. Ik heb vier kinderen, drie zoons en een dochter. En mijn dochter is juist heel fel hierop, dat zij dezelfde kansen krijgt als jongens. En waarom zou ze dat niet krijgen? Ik ben zelf ook van het slag: geen woorden maar daden. Je moet er wel voor werken, met een parttimebaan word je geen CEO. Dat geldt voor zowel mannen als vrouwen.”

Waar komt uw motivatie vandaan om te werken aan een duurzame, nieuwe economie?

“Ik was dit weekend aan het wandelen op de Veluwe, en dan komt het bij mij ineens hard binnen. Het is daar zo mooi, en we gaan er zo slecht mee om. Wat zijn we aan het doen met de aarde? Ik weet nou ook niet per se wat de beste weg is, maar ik kan wel kijken naar wat we kunnen doen met ons éigen bedrijf. We moeten de disbalans in CO2-uitstoot stevig aanpakken. Ik geloof daarom in het planten van nieuwe bomen. Daarmee lossen we het klimaatprobleem niet op, maar kunnen we wel op korte termijn een forse bijdrage leveren. Zo planten wij systematisch nieuwe bomen op een hoogvlakte in Spanje waar in de tijd van de Spaanse Armada bomen gekapt werden voor de productie van schepen. Dat is nu een kaalvlakte waar zonder hulp geen nieuwe bomen groeien. Daaraan bijdragen, dát heeft zin.”

Wat is er volgens u voor nodig om echt duurzame stappen te zetten om de klimaatdoelstellingen te behalen?

“Een deel van de oplossing ligt bij ons gedrag als consument. Als je twee keer per jaar met het vliegtuig op vakantie wilt blijven gaan, als je in december frambozen wilt eten die moeten worden ingevlogen uit Zuid-Afrika, dan gaat er niet veel veranderen.”

Dus de consument is aan zet, zegt u?

“Nee, het is de ene hand die de andere hand wast. Ik denk dat beide partijen een rol hebben. Het bedrijfsleven kan juist zorgen voor duurzame oplossingen voor de consument, maar beiden moeten dan wel de onbekende weg willen inslaan. Vaak wordt duurzaamheid als eerste geschrapt, als er onderaan de streep bezuinigd moet worden. Ik vind dat duurzaamheid nog net iets te vaak wordt ingezet als windowdressing.”

Wat hebben we nodig om duurzaamheid een grondigere rol te geven?

“We hebben feiten nodig, onafhankelijke berichtgeving: wat is nu eigenlijk echt duurzaam? Daarbij moet de volledige keten bekeken worden. We streven naar een circulaire economie, maar te vaak wordt de term “circulair” gebruikt in processen die in mijn beleving eigenlijk niet circulair zijn. Zo horen wij wel eens, zijn plastic pallets niet duurzamer dan hout? Nee. Het recyclen van grondstoffen is niet circulair als er niet zonder toevoeging hetzelfde product van kan worden gemaakt. Circulair is het oneindige hergebruik van producten. Ik denk daarom dat wij het enige een échte circulaire bedrijf zijn. Wij verhuren pallets en kisten, en repareren deze als er wat mee is. Het blijven pallets. En we zorgen dat we zo weinig mogelijk kilometers rijden met een lege pallet. Dat is duurzaam, maar meteen ook voor ons van economisch belang. Hoe minder kilometers, hoe meer winst we maken.”

Dus dat is de echte crux om duurzaamheid door te voeren?

“Businessmodellen opzetten waar duurzaamheid en winst hand in hand gaan.”

Wat is uw boodschap voor zowel mannen als vrouwen in het bedrijfsleven?

“Kom uit je stoel, ga iets doen! En plant bomen.”

Aan wie zou u het stokje willen overdragen om volgende week iets te vertellen?

“Werner Schouten van De Jonge Klimaatbeweging”

 

De kijk- of leestip van Ingrid Faber: 

“Kijk eens dit filmpje van de NASA uit 2006, een jaar uit het leven van de aarde en haar CO2. Daar zie je dat de jaarlijkse CO2 uitstoot steeds groter is dan wat bomen en planten kunnen opnemen. Hierdoor neemt de CO2 concentratie toe. Op dit filmpje hier, wordt het heel goed in beeld gebracht.”

Voor een van de onderzoeken over vrouwelijke CEO's en duurzaamheid, zie bijvoorbeeld hier en hier.

Hoe groen is de financiële sector? Binnenkort weten we het

De belangstelling voor groene en duurzame beleggingen neemt toe. Zo schreef het FD dat er tussen januari en oktober vorig jaar 151 miljard euro richting duurzame fondsen vloeide; bijna 80 procent meer dan dezelfde periode het jaar ervoor. De interesse van beleggers in groene fondsen leidt ertoe dat de deze als paddenstoelen uit de grond schieten. Dit werkt 'greenwashing' in de hand, want hoe groen zijn die fondsen eigenlijk? Die vraag bleef tot nu toe onbeantwoord, omdat fondsbeheerders niet verplicht waren daar transparant over te zijn. De Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) moet daar verandering inbrengen.Greenwashing tegengaan“De SFDR verplicht financiële marktdeelnemers om transparant te zijn over hoe zij duurzaamheid meenemen in hun beleggingsbeleid. Dan gaat het over zowel de impact op duurzaamheid als het meenemen van risico’s ten aanzien van duurzaamheid”, legt Raoul Köhler, senior beleidsadviseur bij de autoriteit financiële markten (AFM) uit.Zo lopen financiële instellingen bijvoorbeeld risico’s als zij investeren in autobedrijven die voornamelijk inzetten op fossiel-aangedreven voertuigen. Als landen (zoals Noorwegen) wetgeving instellen die alleen elektrische auto’s toelaat of oliebedrijven niet langer nieuwe olievelden mogen aanboren, dan heeft dat effect op de (fossiele) auto-industrie. Hoe een financiële instelling deze risico’s meeneemt in het beleid, is daarmee de ene kant van het verhaal. De andere kant gaat over de impact van het beleggingsbeleid van een financiële instelling op de wereld. Als een vermogensbeheerder veel in steenkool belegt, dan draagt deze instelling bijvoorbeeld bij aan de opwarming van de aarde.Köhler benadrukt dat deze wetgeving de sector niet verplicht om te verduurzamen. “De wetgeving schrijft niet voor dat je tot een bepaalde hoogte duurzaam moet zijn.” Het gaat vooral om transparantie, zodat beleggers op basis van goede informatie keuzes kunnen maken en financiële partijen geen fondsen en beleggingsdiensten als duurzaam in de markt zetten die dat eigenlijk niet zijn. “Het idee ervan is natuurlijk dat partijen met de billen bloot moeten. Dus dat greenwashing wordt tegengegaan.” De AFM gaat marktpartijen controleren op de naleving van de SFDR.Lichtgroen en donkergroenVolgens Köhler is de SFDR een zeer impactvolle verordening. “Vrijwel alle partijen die zich als financiële marktpartij op de financiële markten begeven moeten hier iets mee.” Financiële instellingen moeten namelijk ook aangeven welke fondsen niet duurzaam zijn. “Dus je moet er sowieso iets mee, zelfs als je niet actief duurzame producten aanbiedt. Dat alleen al maakt het enorm invloedrijk.”Het gaat onder meer om de vraag: is een fonds of beleggingsdienst, zoals vermogensbeheer en advies, gelabeld als duurzaam of niet. Is het antwoord ja, dan moet de instelling aangeven waarom het fonds duurzaam is. Dat kan enerzijds zijn, omdat zij duurzaamheidsrisico’s meenemen in hun beleggingsbeslissingen. Noem het lichtgroene beleggingen: beleggingen waarbij is nagedacht over de risico’s van klimaatverandering op de investeringen. Anderzijds zijn er fondsen die aangeven een positieve invloed te hebben op de wereld, bijvoorbeeld door actief te beleggen in bosbouwprojecten die CO2 uit de lucht halen. Zelfs als een dienstverlener geen groene producten aanbiedt, moet deze transparant zijn over duurzaamheidsfactoren. Zo moeten grote partijen verplicht rapporteren over hun negatieve impact op duurzaamheid.De SFDR als onderdeel van een breder actieplanDe SFDR maakt onderdeel uit van een breed Europees actieplan om de financiële sector te vergroenen. Een ander onderdeel vormt het classificatiesysteem waar de Europese Commissie nu de laatste hand aanlegt.“Die taxonomie werkt natuurlijk weer door op de SFDR, want die taxonomie schrijft voor wanneer een economische activiteit als groen zou kunnen worden aangemerkt. Die zal niet direct zaligmakend zijn, maar zal zeker grote stappen in de goede richting opleveren.”De taxonomie helpt beleggers om duurzame investeringen te identificeren. Het classificatiesysteem geeft van een lijst van economische activiteiten binnen verschillende sectoren aan wanneer zij bijdragen aan het halen van bepaalde milieudoelstellingen. In de taxonomie worden drempelwaarden gehanteerd. Zit je boven die drempelwaarde dan mag je zeggen dat het “groen” is, zit je eronder, dan niet. De taxonomie biedt een gemeenschappelijke taal die het makkelijker maakt om te bepalen wat duurzaam is of niet. Daarmee hoopt de Europese Unie duurzame investeringen te stimuleren.Lees ook: Duurzaamheidsmeetmethode die ten grondslag ligt aan de Green Deal "niet groen genoeg"Kip-ei-verhaalNiet iedereen is blij met de komst van de SFDR in maart. Zo heeft de lobbygroep voor Europese vermogensbeheerders, de European Fund and Asset Management Association, er bezwaar tegen dat de SFDR nu al in werking treedt. Zij vinden dat de volgorde andersom moest zijn: eerst de bedrijven verplichten, dan pas de financiële spelers.Ook Köhler vindt dat geen gekke gedachte. “De eerste schakel zijn toch echt de ondernemingen zelf, die aandelen of obligaties uitgeven. En zolang die niet duidelijk op een gestandaardiseerde manier rapporteren over hun duurzaamheidsimpact en duurzaamheidsrisico’s, is het natuurlijk moeilijk voor financiële marktdeelnemers om op een goede manier transparant te kunnen zijn. Het is een enorme uitdaging, dat herkennen wij zeker.”Tegelijkertijd vindt hij dat partijen niet op elkaar moeten wachten. Daarom snapt hij dat de Europese Commissie doorzet. Bovendien zullen financiële instellingen voldoende tijd krijgen zich aan te passen aan de nieuwe regels. Köhler refereert aan een eerdere uitspraak van de voorzitter van de AFM. “We gaan niet gelijk de hakbijl hanteren in ons toezicht, maar we zullen natuurlijk met de loop der tijd strenger worden wanneer voor iedereen duidelijk is waaraan voldaan moet worden. Maar of we streng moeten zijn of niet, hangt natuurlijk ook af van hoe goed de markt omgaat met de regelgeving.”Klaar voor 10 maartABP, Nederlands grootste pensioenfonds, en BNP Paribas Asset Management, de vermogensbeheerafdeling van één van Europa’s grootste banken, reageren schriftelijk dat zij voorbereid zijn op 10 maart. Zo analyseerde ABP samen met APG, de partij die het beleggingsbeleid voor ABP uitvoert, in hoeverre al wordt voldaan aan de wettelijke vereisten en bracht het in kaart welke maatregelen nog nodig waren. De pensioenregeling van ABP valt onder artikel 8 van de SFDR: dat betekent dat het duurzaamheidskenmerken bevat. Bijvoorbeeld dat bepaalde sectoren worden uitgesloten, zoals de tabaksindustrie. BNP Paribas Asset Management heeft daarnaast ook producten die onder de donkergroene variant vallen (artikel 9). Dat zijn producten waarmee zij een positieve bijdrage aan de wereld nastreven, bijvoorbeeld een fonds dat zich specifiek richt op de energietransitie. Om zich voor te bereiden op 10 maart, organiseerde de vermogensbeheerder onder andere trainingen voor medewerkers. Ook de informatiematerialen voor klanten liggen al klaar.Een groenere financiële sectorDe financiële sector verduurzamen is niet het directe doel van de SFDR, maar misschien versnelt het de verduurzaming van de sector wel indirect. Zo zou de vrees voor reputatie-risico’s ervoor kunnen zorgen dat financiële instellingen andere keuzes gaan maken. Wel is duidelijk dat de SFDR een belangrijke eerste stap is. Transparantie maakt verandering mogelijk. Köhler beaamt dat het nu nagenoeg onmogelijk is om te bepalen hoe groen de financiële sector is. “En dat is juist waar men nu transparanter over moet zijn. Dus het inzicht in hoe groen de sector is, hopen we te gaan krijgen dankzij de SFDR.”Lees meer over (het tegengaan van) greenwashing:- Europese Commissie: bedrijven doen op grote schaal aan greenwashing- Leidraad ACM om greenwashing tegen te gaan is veelbelovend, maar voor verbetering vatbaar - Greenwashing verleden tijd door baanbrekend nieuw Europees instrument?