André Oerlemans
29 februari 2024, 15:30

Kabinet wil noodlijdende plastic recyclingbedrijven helpen, maar gaat het ook subsidie geven?

Het kabinet wil noodlijdende plastic recyclingbedrijven helpen, maar weet nog niet hoe. De strengere regels voor het bijmengen van gerecycled plastic in 2025 in plaats van in 2027 laten ingaan kan niet, blijkt uit antwoorden op Kamervragen. Om te voorkomen dat na het faillissement van plasticrecycler Umincorp nog meer bedrijven over de kop gaan, pleiten recyclebedrijven voor een subsidieprogramma.

Umincorp Eind 2022 opende Umincorp zijn geavanceerde recyclingfabriek in Rotterdam.

Op 18 januari werd recyclebedrijf Umincorp
failliet verklaard. De expert in duurzame plasticrecycling haalde onder meer het plastic uit het huisvuil van de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht en maakte daar kleine granulaatkorrels van. Dat gebruiken producenten als grondstof voor nieuw plastic.

Ongelijke concurrentie

Door goedkoop plastic uit landen als China en de VS, gemaakt met goedkope olie, daalden de marktprijzen van fossiel plastic ten opzichte van gerecycled plastic. Dat maakt het voor recyclingbedrijven onmogelijk om te concurreren. De branche verwacht dan ook een golf van faillissementen. Dat zou desastreus zijn voor de doelen die Nederland heeft om in 2050 volledig circulair te zijn en al het plasticafval te recyclen. Nu al is er een tekort aan recyclecapaciteit. Verontruste Tweede Kamerleden van D66 en Partij voor de Dieren stelden daar eind januari vragen over.

Zeer onwenselijke situatie

Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat spreekt van een ‘zeer onwenselijke situatie’. In haar antwoord aan de Tweede Kamer schrijft Heijnen: “De inzet van het kabinet is om de toepassing van recyclaat te stimuleren, omdat dat een lagere milieudruk heeft dan primair fossiel plastic. Ik ben met mijn collega’s van Economische Zaken en Klimaat in gesprek welke mogelijkheden we hebben om hier zowel op de korte als lange termijn iets aan te doen. Hierbij betrek ik ook het Afvalfonds Verpakkingen om te bekijken welke rol zij hier kunnen spelen. Datzelfde geldt voor InvestNL.” Het Afvalfonds Verpakkingen
zou volgens experts veel hogere tarieven moeten opleggen aan producenten van fossiel plastic voor het inzamelen en recyclen van hun producten. Dat geld gaat naar de recyclingbedrijven.

Ongelijke concurrentie

Volgens Heijnen is fossiel plastic nu zo goedkoop omdat de milieukosten zoals CO2-uitstoot niet in de prijs worden meegerekend en er in China en de VS veel goedkope olie beschikbaar is. Dat soort fossiele plastics zwaarder belasten met een extra heffing wil het kabinet niet, al is hier wel naar gekeken. “De weglekeffecten van een dergelijke nationale maatregel werden door het kabinet als niet positief beoordeeld”, stelt Heijnen. Ze verwacht dat de vraag naar olie toeneemt en dat daardoor de prijzen van fossiel plastic weer zullen stijgen. Tegelijkertijd zullen allerlei landelijke en EU-regels ervoor zorgen dat de prijs van recyclaat zal dalen.

Bijmengverplichting

Het kabinet wil de productie van fossiel plastic ontmoedigen en het gebruik van gerecycled plastic en de productie van plastic met natuurlijke (biobased) grondstoffen stimuleren. Zo gaf ze via het Nationaal Groeifonds 338 miljoen euro aan het project BioBased Circular en kreeg Circular Plastics NL (CPNL) in 2022 al een subsidie van 220 miljoen euro uit dat fonds.

Een andere belangrijke maatregel is de invoering van de nationale circulaire plastic norm. Dat is een bijmengverplichting, die producenten verplicht vanaf 2027 minimaal 15 procent recyclaat te gebruiken in nieuw plastic. In 2030 moet dat oplopen naar 25 tot 30 procent.

Volgens Heijnen zal hier door de vraag naar gerecycled plastic stijgen. De vraag is of die maatregel niet te laat komt. Zowel D66 als PvdD willen daarom dat die regel al in 2025 ingaat. Dat is volgens de staatssecretaris onmogelijk. Wel blijft het kabinet bedrijven die plastic producten inkopen, zoals shampoo-flesjes, oproepen om producten in te kopen die recyclaat bevatten.

Andere aanpak nodig

Volgens afval- en (plastic) recyclingbedrijf Veolia gaat dit allemaal niet ver genoeg en moet het kabinet samen met de EU op korte termijn strengere maatregelen nemen. “Een andere aanpak is nodig, en de tijd dringt”, zegt CEO Jan Lenstra van Veolia Nederland. “De eerder vrijblijvende oproepen aan bedrijven om meer recyclaat te gebruiken blijken niet effectief.” Dat blijkt ook uit de laatste Monitor van het Plastic Pact, een vrijwillig samenwerkingsverband van bedrijven, ngo’s, kennisinstellingen en het ministerie van IenW. Het percentage verbrand plastic is in het laatst gerapporteerde jaar 2022 met 13 procent opgelopen naar 52 procent. In 2025 moet 70 procent van al het plastic gerecycled worden, maar dat was slechts 46 procent. Per 1 januari dit jaar is het Plastic Pact dan ook gestopt omdat het niet functioneerde.

Subsidieprogramma

Om de recyclingbranche te redden pleit Veolia voor een andere steun in de rug: een subsidieprogramma, mogelijk uitgevoerd door RVO. Dat kan de prijs van recyclaat verlagen tot het niveau van fossiel plastic, of zelfs lager dan dat. Lenstra: “Dit stimuleert de vraag en leidt niet alleen de Nederlandse, maar ook de Europese industrie naar een duurzamere toekomst. We roepen de staatssecretaris en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat op om snel in actie te komen.”

Doorstart mogelijk

Ondertussen gloort er nog steeds een doorstart voor het failliete Umincorp. Verschillende geïnteresseerde partijen hebben zich gemeld bij curator Martijn Jansen en een bod uitgebracht. Sommigen willen alleen de machines of de patenten overnemen, anderen het hele bedrijf. “Momenteel worden de biedingen beoordeeld en vinden nadere gesprekken plaats. Ik verwacht dat zeer binnenkort een beslissing wordt genomen over het vervolgtraject”, zegt hij.

Lees ook:

’s Werelds efficiëntste waterstofauto uit Delft wordt klaargestoomd voor openbare weg

Vorig jaar reed de Eco-Runner XIII ruim 71 uur non-stop rondjes op het Duitse circuit. De Delftse studenten verpulverden daarmee het record voor een auto aangedreven door waterstof. Op een kilo waterstof reed hun wagen een afstand van 2.488,5 kilometer. Elfstedentocht op waterstof Het studententeam van dit jaar gaat nu een nieuwe uitdaging aan. Hun volgende waterstofauto, de Eco-Runner XIV, moet ook daadwerkelijk als auto geclassificeerd gaan worden, zodat het is toegestaan om ermee op de openbare weg te rijden. En omdat het team niet veel op efficiëntie wil inboeten, gaat dit model later dit jaar de Elfstedentocht rijden. Het rijdt dit rondje maar liefst tien keer, goed voor een afstand van 2.056 kilometer. En dat allemaal op iets minder dan 1,5 kilo waterstof. Geen CO2-uitstoot Een auto die wordt aangedreven door waterstof heeft geen verbrandingsmotor, maar een fuel cell. In deze fuel cell wordt waterstof omgezet in elektriciteit en water. Waterstof wordt gemaakt via elektrolyse waar water wordt opgesplitst in waterstof en zuurstof aan de hand van elektriciteit. Idealiter wordt deze elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare bronnen als zon en wind, zodat er geen CO2-uitstoot bij dit proces gemoeid is. Veiligheid Voordat de waterstofauto op de openbare weg mag rijden, moeten er een hoop vinkjes worden afgestreept. Zo’n 1.301 vinkjes om precies te zijn, aangezien dat het aantal eisen is dat de RDW aan auto’s stelt. Logischerwijs zijn deze eisen met name gericht op veiligheid. Dat betekent dat er veel aandacht uitgaat naar onderdelen als spiegels, verlichting, grotere ramen en natuurlijk het nummerbord. Om aan al deze eisen te voldoen, gaat er waarschijnlijk flink veel meer getest worden dan voorgaande jaren. Klimaatverandering Dat het Eco-Runner Team voor de Elfstedentocht als openbare weg kiest is niet toevallig. De tocht der tochten staat symbool voor de gevolgen van klimaatverandering en de opwarming van de aarde. De Elfstedentocht is al 27 jaar niet meer geschaatst. Auto’s op waterstof, waarbij enkel water en waterdamp worden uitgestoten, hebben de potentie om de transportsector te vergroenen. Op 8 mei wordt de Eco-Runner XIV gepresenteerd. Daarna kan het testen beginnen en moet blijken of de studenten groen licht krijgen om op de weg te rijden. Lees ook: Brandstofauto’s ombouwen naar elektrisch; dit Nederlandse bedrijf bewijst dat het kanNederlands stel rijdt rondje Afrika met elektrische auto en eigen zonnepanelenNetcongestie en de elektrische auto: is bidirectioneel laden de oplossing?