Teun Schröder
25 november 2022, 10:30

Koop-verkoop is ouderwets en schaadt het klimaat: hoe ziet het verdienmodel van de toekomst eruit?

Kopen, consumeren, weggooien; dat is de standaard route die veel van onze spullen afleggen. Tegelijkertijd raken onze grondstoffen op en blijft onze afvalberg groeien. Dat moet anders. Hoog tijd dat de verdienmodellen van maakbedrijven zich aanpassen naar een wereld waar circulariteit en minimale milieu-impact de boventoon voeren.

DSC 1485 HDR De keuken van Chainable is modulair opgebouwd, zodat onderdelen gemakkelijk vervangen kunnen worden | Credits: Chainable

“De laatste jaren experimenteren steeds meer grote bedrijven met nieuwe verdienmodellen”, ziet Nancy Bocken, professor sustainable business aan de Universiteit van Maastricht. “Grote namen als Ikea en H&M richten zich op inkomstenstromen uit huur en tweedehands. Weer andere bedrijven bieden producten aan met levenslange garantie of kiezen voor een concept waarbij ze verantwoordelijk blijven voor het onderhoud.” Het zijn modellen die in ieder geval gedeeltelijk tegen het zakelijk instinct ingaan. De basisregel is immers dat je zoveel mogelijk van iets wilt verkopen. Reparatie of levenslange garantie staat dat principe in de weg.

Toch merkt Bocken dat de markt verschuift naar meer service-gerichte verkoopmodellen. “Tien jaar geleden introduceerde Philips al light-as-a-service. Dat begon zeker ook vanuit een commerciële gedachte. Een ledlamp die tientallen jaren meegaat is natuurlijk een slecht verdienmodel. Maar door bij de verkoop onderhoud aan te bieden, werd het levensvatbaar.”

Minder afval

In de ideale situatie stimuleert een servicemodel ook een zuinigere omgang met grondstoffen. Blijf je onderhouden, dan heb je minder grondstoffen nodig om nieuwe producten te maken. Bovendien gooi je als het goed is ook minder weg. “Maar met een duurzame ambitie alleen red je het niet”, vindt Bocken. “Het moet samenkomen met een model dat ook rendabel is.”

Lees ook: Ode aan de Hollandse wol: “We ontdekken nog steeds nieuwe toepassingen”

Keuken-as-a-service

Voor Cees van Nispen begon het ontstaan van een nieuw businessidee in ieder geval wel bij een duurzame gedachte. Decennialang verkocht de inmiddels 75-jarige Van Nispen keukens aan samenwonende stellen. Tegelijkertijd zag hij hoeveel afval de sector genereerde. Van Nispen: “Daarom besloot ik me te richten op een nieuwe missie: hoe kun je een keuken nu zo ontwerpen dat ie nooit meer afval wordt?”

Al snel kwam Van Nispen erachter dat hij “jonge honden” nodig had om zijn idee verder uit te werken. Tijdens een presentatie bij ABN Amro kwam hij in contact met Simon Rombouts, die op dat moment bij de bank afstudeert op het thema service-modellen. “Tijdens mijn presentatie stelde Simon de kritische vragen”, zegt Van Nispen. “Die moest ik dus hebben. Een jaar later heb ik samen met Simon en de zoon van een leverancier van natuurstenen keukenbladen Chainable opgericht: keukens-as-a-service.”

V.l.n.r. Cees van Nispen, Jordy van Osch en Simon Rombouts: oprichters Chainable | Credit: Chainable

Keukens op de afvalhoop

“Bij een verhuizing naar een nieuw huis moeten de keuken en de badkamer het vaak als eerste ontgelden. Jaarlijks worden er in Nederland een half miljoen keukens vervangen. Daarvan komen 200.000 keukens van de zakelijke markt”, zegt Rombouts. “Het merendeel hiervan wordt verbrand. We zagen in deze markt dus voldoende potentie om verbetering aan te brengen. Daarom ontwikkelde we een model waarbij wij ‘eigenaar’ blijven van alle keukens die we verkopen en verhuren.”

Financiële prikkel

In de praktijk betekent dit dat Chainable keukens verkoopt en verhuurt met een terugkoopverklaring. Is een keuken aan vervanging toe, dan neemt Chainable de keuken in en knapt het bedrijf de materialen op. Daarna kan Chainable deze opnieuw inzetten in nieuwe keukens. Daarnaast verhuurt Chainable ook keukenapparatuur en verzorgen ze het onderhoud. Rombouts: “Het interessante is dat wij financieel geprikkeld worden om onze keukens zo te ontwerpen dat ze lang meegaan en makkelijk zijn in het onderhoud. Als wij hierin verzaken, worden onze kosten hoger.” Chainable koos daarom voor een modulair systeem. Het interne frame blijft hetzelfde, maar de panelen aan de buitenkant zijn eenvoudig vervangbaar. Wel zo handig met de almaar wisselende keukentrends.

Lees ook: ’s Werelds eerste duurzame gin komt van Utrechtse bodem en is gemaakt van 2.500 kilo restfruit

Abonnement voor alles

Volgens Bocken is met name de eerste fase ingewikkeld voor ondernemers die experimenteren met een as-a-service model. “Om van start te gaan, moet je namelijk behoorlijk kapitaalkrachtig zijn”, zegt ze. Zelf ervoer Bocken dit ook toen ze Homie oprichtte, een abonnementsconcept op huishoudelijke apparaten als drogers en wasmachines. Met een abonnement op Homie is het zelfs mogelijk om per was- of droogbeurt te betalen.

Voor Homie en Chainable kan het ook ingewikkeld zijn dat de bedrijven niet zelf de fabrikant zijn van de apparaten die het verhuurt. Bocken: “Je bent afnemer van de apparaten, maar staat vervolgens wel garant voor de service en garantie. Daarom is het belangrijk om goede onderhoudsmensen in dienst te hebben en uiteindelijk je eigen apparatuur aan te bieden, wat we nu ook doen.”

Kennis bij consumenten

Daarbij vragen service-gerichte verdienmodellen ook van consumenten een andere omgang met spullen. Bocken: “Mensen denken vaak dat recycling voldoende is. Maar hergebruik is veel beter. Het is belangrijk dat consumenten hiervan op de hoogte zijn. Met de juiste kennis kunnen mensen bewust de duurzame keuze maken. Consumenten moeten weten dat ze met hun aankoopgedrag daadwerkelijk iets kunnen bijdragen.” Volgens Bocken ligt daar ook een taak voor de overheid. “Nu is consumptie vooral goed voor de economie, maar niet per se voor de circulaire economie.”

Lees ook: Suikerbieten, aardappelen en cichorei: de veelzijdige krachtpatsers in de biobased economie

Materialen in beeld houden

Chainable richt zich vooralsnog voornamelijk op de zakelijke markt middels onder andere woningcorporaties, maar wil volgend jaar ook de particulierenmarkt bedienen. De grootste uitdaging is volgens Van Nispen en Rombouts om alle keukens ‘in beeld te houden’. Wat hierbij helpt is een materialenpaspoort; een registratie van alle materialen die gebruikt worden in een Chainable keuken. En wil je je materialen terughalen, dan moet je weten waar ze zich bevinden. Rombouts: “Daarom zijn we nu bezig om samen met het kadaster te kijken of we bij hun kunnen documenteren waar een circulaire keuken staat. Dit is vooral een juridisch vraagstuk. Maar je wilt natuurlijk vastleggen dat een verkochte Chainable-keuken ook na een verhuizing weer bij ons terugkomt – tenzij je de keuken mee wilt verhuizen natuurlijk. Dat behoort júist tot de mogelijkheden.”

Circulariteit niet heilig

Met het stijgende aantal opdrachten lijkt het verdienmodel van Chainable in ieder geval zijn vruchten af te werpen. Maar zowel Bocken als Rombouts benadrukken dat service-modellen en circulariteit niet zaligmakend zijn. Rombouts: “Er blijven altijd producten waarvoor het as-a-service model niet werkt, denk aan spullen die goedkoop zijn, weinig onderhoud nodig hebben of beperkt technologisch geavanceerd zijn.” Bocken: “Daarbij moet de duurzaamheidswinst van ‘circulair’ altijd kritisch bekeken worden. Het gaat niet alleen om hergebruik of recycling, maar ook hoe duurzaam iets gemaakt of gebruikt wordt.”

Lees ook: CEO Maurice Koopman (NN Schade & Inkomen): ‘Duurzaam schadeherstel is voor 2025 de norm’

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

CEO Maurice Koopman (NN Schade & Inkomen): ‘Duurzaam schadeherstel is voor 2025 de norm’

“Herstel klinkt als minder”, geeft Maurice Koopman toe. Alsof je jezelf tekortdoet. “Maar achteraf zijn klanten altijd heel enthousiast. Je zou eens moeten zien wat onze herstelmensen kunnen: of het nou keukenbladen of vloeren zijn. Het is echt magie."Wat is duurzaam schadeherstel? Repareren in plaats van iets nieuws kopen. Dat is de kern van duurzaam schadeherstel. Sommige verzekeraars noemen dat ‘herstel in natura’. Als er schade is ontstaan aan bijvoorbeeld een woning of auto zijn er verschillende manieren om dit op te lossen. Soms krijgen klanten een nieuw product, andere keren kiezen ze voor reparatie. Het schadeherstel kan door de verzekeraar geregeld worden of door de klant zelf. In het laatste geval krijgt de klant een geldbedrag. De CO2-impact verschilt nogal per keuze. Reparatie is eigenlijk altijd de meest duurzame optie, omdat er dan geen (of veel minder) nieuwe grondstoffen nodig zijn. Dit bespaart ook productiekosten en voorkomt afval.Koopman is sinds het begin van de coronatijd CEO Schade & Inkomen bij NN. Hij draait al jaren mee in de verzekeringswereld, maar komt uit een aannemersfamilie. Hij omschrijft zichzelf als de onhandigste van de familie. Alleen zegt dat niet veel als je omringd wordt door handige Harry’s. Zo kocht hij in de coronatijd een huis waarin hij veel kluswerk zelf oppakte. Dat materialen waarde hebben, kreeg Koopman van huis uit mee. "Bij ons thuis gooi je hout nooit weg. Hout gebruik je altijd opnieuw." Die houding staat in schril contrast met die van de consumptiemaatschappij.Spullen weggooien: een nationale sport “Spullen weggooien is een soort nationale sport geworden”, merkte Martine Postma tijdens de coronatijd. In 2009 bedacht zij het Repair Café om ervoor te zorgen dat mensen minder weggooien. De reparatiecafés waren tijdelijk dicht, maar nu de coronacrisis onder de duim is zijn ze net als alle andere cafés weer open. “Nu merken we weer dat er ontzettend veel belangstelling is.” In de cafés is het de bedoeling dat de eigenaar samen met de vrijwilliger het product repareert. Op die manier ervaren mensen letterlijk dat spullen te repareren zijn. “Het is belachelijk om een heel apparaat weg te doen als er een zekering moet worden vervangen”, vindt Postma. Toch is in de maatschappij waarin we leven weggooien vaak goedkoper en makkelijker dan repareren. Postma ziet de waterkoker als hét toonbeeld van de wegwerpmaatschappij. Voor 12 euro heb je zonder verzendkosten binnen 24 uur een waterkoker in huis. “Daar hoef je niet eens de deur voor uit. Terwijl dat een apparaat is waar arbeid, metalen, plastics en verbindingen in zitten die allemaal waarde hebben die in de prijs verrekend zouden moeten worden”, zegt Postma. Echte prijs Michel Scholte vindt dat er nog een ander prijskaartje aan zou moeten: die van de maatschappelijke kosten. “Het gaat over velen tientallen miljarden per jaar”, zegt de medeoprichter van True Price en Impact Institute over de maatschappelijke kosten van de wegwerpmaatschappij. Denk bij een nieuwe telefoon bijvoorbeeld aan de mensenrechtenschendingen bij het mijnen van de grondstoffen en de luchtvervuiling die ontstaat door de productie en het vervoer van het product. Hoeveel er precies op conto van verzekeraars komt voor de vervanging van beschadigde producten, weet Scholte niet. Maar zij zijn verweven met de productie- en consumptie-economie, benadrukt hij. “Elke Nederlander is wel verzekerd voor iets en het heeft vaak betrekking op een product. Maar denk ook aan bedrijfsverzekeringen, bijvoorbeeld olieplatforms op zee. Zonder verzekering gaan die fossiele projecten niet door.” Lees ook: Suikerbieten, aardappelen en cichorei: de veelzijdige krachtpatsers in de biobased economie Niet in nieuwe, maar in oude staat “Als er iets kapot is, dan krijg je een nieuw product of een bedrag om een nieuw product van te kopen. Dat is het dominante model en dat is ook wat mensen verwachten”, zegt Scholte. Zonde, vindt hij. “Want daardoor gaat heel veel materiaal de schroothoop op of de verbrandingsoven in en daar moet weer nieuw materiaal voor worden onttrokken en aangeleverd. Dat is natuurlijk heel ondermijnend en vervuilend.” Vanwege de focus op vervanging in verzekeringsland ziet Scholte verzekeraars als onderdeel van het probleem. “En dat probleem is gigantisch.” “Ik begrijp deze stevige opmerking wel”, reageert Koopman. De CEO Schade & Inkomen geeft toe dat de vergoedingen van verzekeraars tot meer consumptie leiden. “En natuurlijk willen we niet onderdeel van het probleem zijn, maar onderdeel van de oplossing.” Die oplossing ziet hij in duurzaam schadeherstel. “Repareren is de basis van verzekeren”, vindt hij. “Je verzekert je ervoor dat een product na een voorval in oude staat wordt hersteld. Dát is een verzekering. Dus niet in nieuwe staat, maar in oude staat.” Koopman merkt dat klanten al meer openstaan voor duurzaam schadeherstel. “Zeker in deze tijd van schaarste van bouwmaterialen en bouwcapaciteit.” Door die schaarste moeten mensen nu lang wachten als zij iets nieuw willen hebben terwijl reparatie wel al snel kan en Nationale-Nederlanden daarbij alles regelt. Volgens Koopman is duurzaam schadeherstel voor alles en iedereen de beste keus. Van de klant tot het klimaat. En ook voor NN zelf. “Omdat het vaak goedkoper is om te herstellen dan iets helemaal nieuw te vervangen.” Lees ook: Koop-verkoop is ouderwets en schaadt het klimaat: hoe ziet het verdienmodel van de toekomst eruit? Duurzaam schadeherstel Bij woningen wordt nu 25 procent van de schade “in natura” opgelost, weet Koopman. Bij autoschade komen de getallen een stuk hoger uit: 65 procent wordt hersteld in plaats van vervangen door iets nieuws. “Bij auto’s heb je natuurlijk al jaren een schadeherstelnetwerk. Dus als jij een deuk in je auto hebt, wordt die altijd uitgedeukt”, verklaart Koopman. Om ervoor te zorgen dat herstel ook vaker gebeurt bij schade aan en in huizen is het zaak om het herstelnetwerk uit te breiden. Daar is NN naar eigen zeggen druk mee bezig. Specialistische vaklui vinden die in staat zijn om schade goed te herstellen is volgens Koopman namelijk de bottleneck als het gaat om duurzaam herstel. “Je kan niet Jan en alleman langssturen. Je moet echt de juiste vakman hebben.” Postma ziet ook de noodzaak van professionelere reparateurs. “Je hebt nog autogarages en fietsenmakers (waar overigens ook steeds minder aan reparatie wordt gedaan en meer aan vervanging). Maar voor onze dagelijkse spulletjes is er eigenlijk geen reparateur in de winkelstraat beschikbaar. Dus dat moet weer terugkomen en dan ook voor een betaalbaar tarief, want ik snap ook wel dat mensen een waterkoker niet voor 40 euro laten repareren als een nieuwe 12 euro kost.” Lees ook dit interview met Michel Scholte: "De noodzakelijke voorwaarde voor bloei is eerlijk rekenen" De rol van verzekeraars Zowel Postma als Scholte denkt dat verzekeraars een rol kunnen spelen bij het optuigen van de reparatiemaatschappij. “Tussen de verzekeraar en de klant zit een gigantische hersteleconomie”, ziet Scholte. “Zij hebben een netwerk van leveranciers die bij huishoudens of zakelijke klanten de schade opnemen, inventariseren en herstellen.” Hij ziet verzekeraars als regisseurs van een hele keten. Vanuit die rol kunnen ze veel invloed uitoefenen. Niet alleen door vraag te creëren bij vaklui, maar ook door klanten ervan bewust te maken dat repareren veel logischer is en vaak net zo mooi als vervanging. Volgens Koopman willen verzekeraars die rol pakken. “Ik verwacht dat duurzaam herstel voor 2025 wel de norm wordt.” Voor verzekeraars is duurzaam schadeherstel uiteindelijk voordeliger. Het levert dus niet alleen een voordeel op voor het milieu, maar ook voor de portemonnee. Daarom is de keuze snel gemaakt. Koopman blijft erbij dat de bottleneck in het aantal professionele reparateurs ligt. Klanten wil hij over de streep trekken met lagere premies en snellere doorlooptijden. Maar wat als de markt verandert en nieuw weer sneller wordt? Dan is het belangrijk dat klanten bewust voor reparatie (blijven) kiezen. Niet omdat het goedkoper is, maar omdat het de betere keuze is voor het milieu. Zodra er voldoende reparateurs zijn, verwacht Koopman dat de herstelcijfers door sturing van verzekeraars al snel op 50 procent uitkomen. “En ik verwacht dat dat vrij snel toeneemt tot 75 à 80 procent. Er zal altijd wel een bepaald percentage nieuw overblijven, maar het merendeel zal gewoon herstel zijn.” Lees meer: Bij schade een complete vloer vervangen is niet meer van deze tijdSchrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.