Bas Joosse 26 oktober 2018, 11:59

Natuurmonumenten gebruikt gras als innovatieve grondstof voor isolatiematten

Om isolatiematten te maken, wordt nu vooral glas- of steenwol gebruikt. Natuurmonumenten isoleert nu een gebouw met duurzaam geproduceerde matten die gemaakt zijn van het gras dat overblijft na het maaien van natuurgebieden.

Grasmaaien

Het maaien van gras levert maaisel op; dat kan weer gebruikt worden voor andere toepassingen. Natuurmonumenten en NewFoss ontwikkelden samen met het Zwitserse bedrijf Gramitherm in het project GrasGoed isolatiematten op basis van het gras.

Gras uit natuurgebieden

Het gras is afkomstig van het natuurbeheer dat Natuurmonumenten uitvoert in de natuurgebieden in Nederland. Op jaarbasis levert het natuurbeheer enkele tonnen aan maaisel op per jaar. Het afvoeren van dat maaisel kost geld, daarbij gaan ook grondstoffen verloren.

Circulair productieproces

Het productieproces van de isolatiematten is volgens de partijen energieneutraal. De fabriek van NewFoss wordt voorzien van energie die uit mineralen, aminozuren en suikers in het maaisel gehaald wordt.

Van gras naar mat

NewFoss wast de onzuiverheden uit het kuilgras, snijdt het in kleine stukjes en scheidt het vervolgens, waarna er vezels overblijven. Deze vezels worden gebruikt voor de isolatiematten, die geproduceerd worden door Zwitserse producent Gramitherm. “Deze isolatiematten zijn een heel mooi alternatief voor glas- of steenwol”, stelt Rob Kwinten van NewFoss. Natuurmonumenten past de matten direct toe in één van de nieuwe kantoren.

Papierafval als grondstof

Het produceren van circulaire isolatiematerialen gebeurt al wel langer. Zo gebruikt de Friese fabrikant EverUse sinds 2017 papierafval als grondstof. Isolatiematten worden nu veelal gemaakt van glas- of steenwol; producten die niet duurzaam zijn. De biobased-varianten beslaan een klein deel van de markt. Britse onderzoekers concludeerden in 2015 al dat biobased isolatie de toekomst heeft.

Bron: GrasGoed | Foto: Adobe Stock

VDL levert 103 hybride bussen Rotterdams OV

Naast de hybride bussen bestelt het vervoersbedrijf nog veertig dieselbussen bij VDL. In juli koos de RET VDL al voor de levering van 55 elektrische bussen. Het grootste deel van die nieuwe bussen gaat rijden vanaf eind 2019; op dat moment start de nieuwe vervoersconcessie voor de regio.Lees ook: RET bestelt 55 elektrische bussen bij VDLDe hybride bussen maken geen gebruik van de laadapparatuur van de 55 elektrische bussen; een generator in de motor wekt de benodigde energie op.De provincies, Rijksoverheid en de vervoersregio’s hebben afgesproken dat er vanaf 2025 geen nieuwe dieselbussen meer aangeschaft mogen worden. In 2030 moeten alle dieselbussen uit het straatbeeld verdwenen zijn.   StapjesRET maakt de busvloot in stapjes emissievrij. Dat gebeurt volgens de vervoerder bewust. “Omdat we steeds gebruik willen maken van de nieuwste technologieën voor elektrische bussen, spreiden we onze investeringen binnen de concessieperiode”, stelt Maurice Unck, algemeen directeur van de Rotterdamse vervoerder.Tien jaarIn een tijdsbestek van tien jaar moeten 265 emissievrije bussen in gebruik genomen worden. De eerste 55 bussen moeten in 2019 de weg op, de volgende 50 in 2021. In 2024 gaat het om nog eens 50 bussen; de laatste 110 bussen volgen in 2029.President-directeur Willem van der Leegte van VDL Groep is enthousiast over de levering van de nieuwe bussen. “We zijn enorm trots dat VDL sinds lange tijd opnieuw bussen gaat leveren aan Rotterdam, een dynamische stad die bekendstaat als knooppunt voor transport en mobiliteit. Fantastisch om daar onderdeel van te zijn”, stelt hij.Verduurzaming busvervoerHet aantal elektrische bussen neemt de laatste jaren flink toe; veel vervoersregio’s nemen duurzaamheid als eis op bij nieuwe concessies. Onder andere rond Schiphol en Groningen rijden inmiddels elektrische bussen. De Amsterdamse vervoerder GVB maakt de komende jaren de vloot elektrisch.Bron en foto: RET