Teun Schröder
22 november 2022, 10:00

Ode aan de Hollandse wol: "We ontdekken nog steeds nieuwe toepassingen”

Alle schapen in Nederland produceren jaarlijks anderhalf miljoen kilo wol. Het merendeel daarvan wordt verscheept naar China of ligt bij de boer in de stal te wachten op betere tijden. Hartstikke zonde, want wol is een veelzijdig biobased materiaal met unieke eigenschappen. Het heeft alleen wat tijd en liefde nodig voordat het gebruikt kan worden.

Hollandswolcollectief Lana Mesic1 Rechts Mirthe Snoek, links Janne de Hoop: “Velen hebben wel iets met wol. Iedereen wordt er enthousiast van.” | Credits: Hollands Wol Collectief

“Jaarlijks anderhalf miljoen kilo dus”, zegt Janne de Hoop, één van de oprichters van het Hollands Wol Collectief. “Als je dat in gewicht voorstelt is het al veel. Eigenlijk zouden we eens moeten visualiseren hoeveel vrachtwagens vol zo’n hoeveelheid betekent.”

Zo’n anderhalf jaar geleden startte De Hoop samen met compagnon Mirthe Snoek, beiden opgeleid als productontwerpers aan de TU Delft, het Hollands Wol Collectief. Het doel: op grote schaal wol inkopen van Nederlandse schapenhouders en dit verwerken tot halffabricaten waar creatieve ontwerpers en ontwikkelaars mee aan de slag kunnen.

Kennis en kunde verzamelen

“De provincie Zuid-Holland had een wedstrijd uitgezet waarin mensen hun ideeën voor het stimuleren van het gebruik van wol konden pitchen”, zegt De Hoop. “Daar kwamen verschillende ideeën op af. Wij concludeerden eigenlijk dat de kern van de oplossing aan de gehele tafel zat. Voor een wolketen heb je schaalgrootte nodig en alle kennis van verwerking en toepassingen die je maar kunt vinden. Toen hebben we het wedstrijdelement van tafel gegooid en is Hollands Wol Collectief ontstaan.”

Lees ook: ’s Werelds eerste duurzame gin komt van Utrechtse bodem en is gemaakt van 2.500 kilo restfruit

Veelzijdige eigenschappen

Nederlandse wol is van nature wat stug en kriebelig, waardoor de voorkeur van de consument uitgaat naar het zachte Merino-wol uit landen als Nieuw-Zeeland en Australië. “Maar wol uit Nederland is een prachtig product”, zegt De Hoop. “De wol wordt gewassen in Europa; er zijn nog maar een paar fabrieken over die dit doen. Vervolgens maken we van de gewassen wol in Nederland vilt. Vilt is de basis voor tal van producten, zoals wandafwerking, meubilair en akoestische panelen. In de toekomst willen we daar nog veel meer wolproducten aan toevoegen. Het interessante is dat we nog steeds aan het ontdekken zijn wat alle toepassingen kunnen zijn.”

“Vervolgens maken we van de gewassen wol in Nederland vilt.” | Credit: Hollands Wol Collectief

Wolwarenhuis

Volgens De Hoop zijn we enigszins verleerd wat we allemaal met wol kunnen doen en wat er voor nodig is om het goed te verwerken. Maar daar komt wat haar betreft snel verandering in. Recent verwerkte het collectief de eerste 10.000 kilo wol en zijn de eerste batches halffabricaten verkocht. “Het mooiste zou zijn als we een eigen wolwarenhuis met verwerkingsfabriek in Nederland kunnen opzetten. Dat is wel iets waar we volgend jaar naar willen kijken.”

Lees ook: Suikerbieten, aardappelen en cichorei: de veelzijdige krachtpatsers in de biobased economie

Iedere wol is anders

Ondertussen mag de consument wat Hollands Wol Collectief betreft ook wat meer wennen aan wol. De Hoop: “We garanderen dat we alle wol die we inkopen ook gebruiken. Dit heeft als gevolg dat er kleurverschil zit in de batches vilt die we maken. Of er kan soms nog een stukje stro inzitten. Iedere rol is daardoor anders. Wij hopen dat de consument ook went aan dat idee. Gelukkig krijgen we terug van interieurontwerpers dat ze dat juist hartstikke mooi vinden.”

Op de Dutch Design Week werd er in ieder geval enthousiast op de stand van Hollands Wol Collectief gereageerd. De Hoop: “Velen hebben wel iets met wol. Mensen houden schapen of hebben familieleden die breien. Iedereen wordt er enthousiast van.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Veel windenergie op zee overbodig zonder elektrificatie industrie

Dat stellen experts van kennisinstituut TNO na een onderzoek en een webinar over de winstgevendheid van offshore windparken in de toekomst. Om zijn klimaatdoelen te halen wil Nederland zijn huidige capaciteit aan windenergie verzevenvoudigen: van 3 gigawatt dit jaar naar 21,5 gigawatt in 2030. Windparken kunnen dan bijna de helft van alle benodigde stroom leveren. In 2040 moet de capaciteit van windenergie alweer ruim verdubbeld zijn tot 50 gigawatt en in 2050 gegroeid tot 70 gigawatt om het hele Nederlandse energiesysteem CO2-vrij te krijgen. “Windenergie is de hoeksteen van de energietransitie”, stelt Iratxe Gonzalez Aparicio, Consultant Sustainable Industrial Transformation bij TNO en een van de auteurs van het onderzoek. Lees hier meer over windenergie in Nederland Twee scenario’s De vraag is echter of al die stroom wel wordt afgenomen door bedrijven en stroomleveranciers. Ook wordt de markt door wisselende prijzen, netcongestie en groeiende opwek van andere groene stroom steeds wisselvalliger. Dus is het de vraag of al die windparken op zee wel economisch rendabel zijn. Dat heeft TNO onderzocht. Het antwoord is tweeledig. Er zijn namelijk twee scenario’s mogelijk. Verliesgevend In het huidige scenario heeft de Nederlandse overheid wel klimaatdoelen gesteld, maar geen doelen of eisen aan de industrie gesteld over de elektrificering van processen. Dan gaat het bijvoorbeeld over de vervanging van gas en grijze waterstof die de chemische industrie gebruikt om nafta voor plastic te maken, de steenkool die Tata gebruikt om staal te maken of de fossiele brandstoffen voor de raffinage van ruwe olie door Shell of ExxonMobil in de Botlek. Dat stoot veel CO2 uit. De hele industrie stoot nu nog 32 procent van alle CO2 uit in Nederland. Die moet volgens de Klimaat- en Energieverkenning 2022 (KEV) fors naar beneden in 2030. Daarvoor is meer groene stroom nodig. “Maar terwijl die doelen aan de aanbodzijde gehaald worden, is er aan de vraagzijde geen expliciet doel gesteld”, aldus Gonzalez Aparicio. In dit scenario kunnen windparken op zee alleen rendabel of winstgevend worden als ze rechtstreekse contracten (PPA’s) afsluiten met grote bedrijven die de stroom gebruiken voor verhitting (power to heat) of om groene waterstof te maken (power to hydrogen). Lees hier meer over de groene waterstoffabriek op de Tweede Maasvlakte Winstgevend In het andere scenario volgt TNO de afspraken op Europees niveau. Daar zijn wel duidelijke doelen gesteld voor de elektrificatie van de industrie. In dat scenario is wind op zee 80 procent van de tijd rendabel. Gecombineerd met directe contracten met bedrijven om via elektrolyse-fabrieken op land of op zee groene waterstof te maken, neemt die winstgevendheid verder toe. “Dit scenario betekent meer werk voor nationale overheden, maar hierin heeft windenergie een solide businesscase, omdat de industrie geëlektrificeerd wordt”, zegt Gonzalez Aparicio. Lees hier meer over het gebruik van groene waterstof door Tata Steel Subsidie nodig Om dat te bereiken is nieuw beleid nodig, concluderen de experts van TNO. “Dit onderzoek laat zien dat we aanvullende stappen moeten zetten aan de vraagzijde van de markt”, zegt Sebastiaan Hers, Senior Research Scientist bij TNO. De industrie wordt daarin te weinig gestimuleerd. Subsidies zijn nodig om de onrendabele top van benodigde investeringen in elektrische boilers of elektrolyse-fabrieken af te halen. Hers: “Om snelheid te maken is het nodig om weer te subsidiëren. Dat deden we in vorige jaren ook.”Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.