Sebastian Maks
12 augustus 2024, 14:09

Op het onderdeel ‘duurzaamheidsplannen’ veroveren maar zeven Olympische federaties een gouden medaille

De 33ste editie van de Olympische Zomerspelen is ten einde. Het moest de meest duurzame editie ooit worden. Maar hoe gaat het eigenlijk met de groene ambities van internationale sportfederaties? Recent Brits onderzoek wijst uit dat slechts zeven van 34 internationale sportfederaties een gouden plak verdienen als het gaat om hun duurzaamheidsstrategieën.

Getty Images 1707016466 Twaalf federaties kregen een onvoldoende, waaronder tennis, basketbal, zwemsporten en badminton. | Credits: Getty Images

Met vijftien gouden medailles en een zesde plek in de ranglijst waren het de succesvolste Zomerspelen voor Nederland ooit. Volgens de Olympische organisatie moest Parijs 2024 ook de meest duurzame editie ooit worden, onder meer door het gebruik van hernieuwbare energie, bestaande Olympische faciliteiten en duurzame mobiliteit. Of het streven uiteindelijk is gehaald, is nog niet bekend. Naar verwachting zal die kwestie de komende tijd nog worden onderzocht, al blijken veel maatregelen moeilijk te controleren.

Goud, zilver en brons

Wel valt er al iets te zeggen over de duurzaamheidsambities van olympische sportfederaties, zo blijkt uit recent onderzoek. Wetenschappers aan de University of Birmingham’s Centre for Responsible Business hebben namelijk de duurzaamheidsstrategieën van 34 internationale sportfederaties onder de loep genomen. Samen zijn zij verantwoordelijk voor alle huidige Olympische zomer- en wintersporten. Geheel in Olympische stijl kenden ze aan de openbare strategieën medailles toe: goud, zilver of brons. Sportfederaties die nog een flink tandje bij te zetten hebben, kregen een ‘DNF’, ofwel Did Not Finish. Er werd onder meer gekeken naar de aanwezigheid van een concreet uitgewerkte strategie, meetbare doelen en het bijhouden van resultaten.

Sportfamilie

Van de 34 federaties kregen er zeven een gouden plak: atletiek, biatlon, hockey, rugby, zeilen, schaatsen en skiën/snowboarden. De wetenschappers toonden aan dat die federaties niet alleen concrete strategieën hebben ontwikkeld om hun eigen bedrijfsactiviteiten en de evenementen die ze organiseren te verduurzamen, maar begrijpen ze ook dat hun gedrag doorwerkt op de wereldwijde ‘familie’ van amateursporters en toeschouwers. In een eerder interview met Change Inc. vertelde Twan van Schie (van de wielerploeg BEAT Cycling Club) dat sporters en federaties een voorbeeldfunctie hebben: “Onze eigen CO2-besparing is misschien relatief beperkt, maar als we andere mensen inspireren om het ook te doen, wordt die impact veel groter.”

De duurzaamheids-medaillespiegel van (een deel van) de internationale sportfederaties. | Credit: The Conversation

Twaalf federaties kregen een DNF, waaronder tennis, basketbal, zwemsporten (bijvoorbeeld zwemmen, waterpolo en schoonspringen) en badminton. Volgens de onderzoekers leveren die federaties ‘verwaarloosbaar weinig publiek bewijs van hun betrokkenheid bij duurzaamheid’. Ook geven ze aan dat sommige van die federaties wel bezig zijn met het organiseren van kleinschalige acties, zoals het aansporen van kantoorpersoneel om minder papier te gebruiken, maar dat een grootschalige ambitie mist. Een gemiste kans, stellen de wetenschappers.

LA 2028

Het was inmiddels de derde keer dat de Olympische Zomerspelen in Parijs plaatsvonden. Daardoor kon er gebruik gemaakt worden van bestaande faciliteiten, hetgeen dus een CO2-winst zou opleveren ten opzichte van een locatie waar alles nieuw aangelegd moet worden. De volgende Zomerspelen (in 2028) worden gehouden in Los Angeles. Ook daar heeft het evenement drie keer plaatsgevonden. Volgens de organisatie moet de editie als eerste ‘energiepositief’ worden, wat wil zeggen dat er met hernieuwbare bronnen meer energie wordt opgewekt dan er gebruikt wordt voor de sportevenementen.

Lees ook:

Schiphol test met aggregaat op waterstof en heeft de wereldprimeur

GPU’s zijn aggregaten die de vliegtuigen van stroom voorzien wanneer ze op de grond staan. Die stroom is nodig om de verlichting en de systemen aan boord draaiende te houden. Waar deze aggregaten van oorsprong op diesel draaien, worden deze langzaam maar zeker vervangen door elektrische varianten, de e-GPU’s. Op die manier worden veel stilstaande vliegtuigen aan de gates op Schiphol elektrisch van stroom voorzien. Maar nog niet allemaal. Capaciteit De e-GPU’s zijn enkel geschikt voor kleinere toestellen, denk aan het formaat van de Cityhopper. Voor grotere toestellen heeft de e-GPU te weinig capaciteit. De vliegtuigen van formaat kunnen gebruikmaken van walstroom dankzij een Fixed Power Unit. Maar als zo’n toestel bij een gate staat waar nog geen Fixed Power Unit is, wordt alsnog aanspraak gemaakt op vervuilende dieselgeneratoren. Waterstof Sinds deze maand wordt op Schiphol getest met Ground Power Unit op waterstof. De H2-GPU is ontwikkeld door Zepp.solutions uit Delft en het Oostenrijkse Dynell en kan ter plaatse worden bijgetankt. Dat scheelt veel tijd en voertuigbewegingen. De pilot richt zich op de gebruiksduur van de H2-GPU en het gebruikersgemak. “Ik ben enorm trots dat we op Schiphol deze innovatie als eerste luchthaven wereldwijd kunnen testen. De op waterstof aangedreven GPU past binnen onze ambitie om in 2030 uitstootvrij te willen zijn met onze eigen activiteiten op de grond”, zegt Sybren Hahn, Executive Director Infrastructure bij de Schiphol Group. Partners De proef loopt tot 2025 en wordt gesubsidieerd door de EU. Er zijn diverse partners bij betrokken, waaronder KLM. Maarten Koopmans, directeur van KLM Cityhopper, ziet de noodzaak van de pilot. “Het is belangrijk dat we waterstof aangedreven apparatuur ontwikkelen om een emissievrije grondoperatie te realiseren. De batterijoplossingen van nu voldoen namelijk niet altijd aan de operationele eisen. Bij KLM Cityhopper werken we samen met onze partners hard aan technologische oplossingen die we uiteindelijk standaard kunnen gebruiken in onze operatie.” Ook TULIPS, een Europees samenwerkingsverband met 29 luchtvaartpartijen en kennisinstituten, is betrokken en kijkt met belangstelling naar de resultaten. Wanneer de proef succesvol blijkt, kunnen andere luchthavens ook aggregaten op waterstof overwegen. Dit is voor luchthavens interessant, omdat die hun grondoperaties willen verduurzamen. En voor diverse luchthavens zijn e-GPU’s niet de oplossing omdat de elektrische infrastructuur in hun start- en landingsterrein tekortschiet. Lees ook: Deze container met windmolen, zonnepanelen en batterij vervangt de vervuilende dieselgenerator VSParticle uit Delft richt zich met groeigeld op innovatieve elektrolysersWeggegooide groene stroom kan groene waterstof goedkoper maken dan grijze