Sebastian Maks
04 oktober 2024, 10:00

Opmerkelijk: nieuwe verpakkingen van gerecycled frituurvet

Soms stuit je als redactie op nieuws waarbij een wenkbrauw omhoog schiet. Die ene vreemde innovatie, een onverwacht effect van klimaatverandering of een staaltje menselijke onhandigheid. Opmerkelijk dus. Deze week: verpakkingen gemaakt van afgedankt frituurvet.

LW 240910 New Packaging Lamb Weston JB 4 De nieuwe, biobased verpakking van Lamb Weston. | Credits: Lamb Weston

Iedereen kent de tragische beelden van zeeleven dat vast is komen te zitten in afgedankt verpakkingsafval. Bijvoorbeeld een schildpad die rondzwemt met een bierverpakking om zijn middel of een vis die verwikkeld geraakt is in een netje. Ook de hoeveelheid plastic die in rivieren en zeeën drijft, geeft aan dat we kampen met een hardnekkig afvalprobleem. Daarom wordt er steeds meer ingezet op het inzamelen en hergebruiken van oude verpakkingen, zodat er minder nieuw afval wordt gegenereerd. Onder meer het statiegeld op PET-flessen en blikjes, en de aparte gemeente-inzameling van plasticafval spelen daarbij een cruciale rol.

Biobased verpakking

Ook Lamb Weston, een van ’s werelds grootste frietproducenten, heeft aangekondigd voor zijn producten een gerecyclede verpakking te gaan gebruiken. Maar dan een wel heel opmerkelijke: een verpakking die gemaakt is van oud frituurvet. Dat deed Lamb Weston in samenwerking met chemiebedrijf SABIC en verpakkingsbedrijf OPACKGROUP. Samen ontwikkelden ze een verpakking die bij de productie 30 procent minder CO2 uitstoot dan Lamb Westons gebruikelijke Europese verpakking. De nieuwe emballage bestaat voor 60 procent uit biobased plastic – gemaakt met gerecycled frituurvet dus – en is 20 procent dunner. Een belangrijke stap, vindt duurzaamheidsmanager Jolanda Dings. “Gebruikte frituurolie werd voorheen gebruikt als biodiesel en nu dus ook als grondstof voor bio-circulair plastic. Voor ons is dit soort duurzame innovaties belangrijk. De nieuwe verpakking toont onze inzet op het gebied van verduurzaming.”

Diesel van frituurvet

De biodiesel gemaakt van frituurvet waar Dings naar verwijst, heeft zich inderdaad al op meerdere plaatsen ter wereld bewezen. Verschillende transportbedrijven – waaronder ook vliegtuigmaatschappijen – hebben aangegeven hun voertuigen erdoor te laten aandrijven. Dicht bij huis liet de Nederlandse spoorvervoerder Arriva vorig jaar weten in Groningen en Friesland al zijn treinen op frituurvet-diesel te laten rijden.

Voedselverspilling halveren

Maar het gebruik van frituurvet om verpakkingen mee te maken, is een minder bekende toepassing. Lamb Weston is er in ieder geval trots op. “Het succes van de nieuwe verpakking sluit aan bij ons streven om onze voedselverspilling te halveren, onze CO2-uitstoot te verkleinen, minder en betere verpakking te gebruiken en te werken aan een meer circulaire productie per 2030”, vertelt Dings.

Ook opmerkelijk:

Ieder kwartier andere energietarieven: ‘Bedrijven die niet meebewegen, betalen de prijs’

De dynamische energiemarkt is het gevolg van een groeiend aantal zon- en windparken. Die wekken groene stroom op, maar alleen op de momenten dat de zon schijnt of de wind waait. Dat maakt het aanbod van elektriciteit grillig. Tegelijkertijd stijgt de vraag naar groene stroom. Veel bedrijven willen af van fossiele brandstoffen en hun processen elektrificeren. Daarnaast komen er steeds meer elektrische auto’s, e-boilers en warmtepompen bij. Netcongestie Die ontwikkelingen leiden tot problemen. Het stroomnet zit op piekmomenten overvol en de kaarten van Netbeheer Nederland kleuren rood. Er zijn twee soorten congestie: opwekcongestie en afnamecongestie. Bij opwekcongestie wordt er op piekmomenten met veel zon en wind zoveel groene stroom geproduceerd, dat het net het qua capaciteit niet aankan. Er ontstaat een overschot, waardoor wind- en zonneparken tijdelijk worden uitgezet. Zo vernietigen we in feite kostbare, groene stroom. Bij afnamecongestie vragen bedrijven en consumenten meer stroom dan het net op dat moment kan leveren. Daardoor kunnen nieuwe bedrijventerreinen, nieuwbouwwijken en zonneparken niet meer worden aangesloten op het net. Bestaande aansluitingen kunnen niet worden vergroot. Dat staat elektrificatie van bedrijven en huishoudens in de weg. Slim sturen als oplossing De komende jaren gaan netbeheerders het elektriciteitsnet flink uitbreiden. Maar bedrijven kunnen nu al wat doen, meent Feuth. Namelijk: slim sturen. “Dat betekent dat windparken, zonnepanelen, laadpalen en batterijen met elkaar samenwerken achter de meter”, licht hij toe. “Bij Eneco werken we met een virtual power plant (VPP). Je kan het zien als een energiesysteem waarop we onder andere zon- en windparken, batterijen en laadpalen van diverse partijen aansluiten. Dit systeem sturen we bij Eneco, op basis van de energiemarkten, aan. Op momenten dat diverse zonneparken veel stroom opwekken, kunnen we laadpalen voor elektrische auto’s harder laten laden. Of we sturen de overtollige zonnestroom naar batterijen, zodat er een buffer ontstaat. Is er een stroomtekort op het net, dan ontladen we de batterijen weer. Zo kan de opgewekte energie optimaal worden benut.” Concurrentievoordeel “Dit slimme sturen heeft effect op het verbruik van een bedrijf”, vervolgt hij. “Je gaat namelijk stroom verbruiken op de momenten dat het goedkoop is en juist niet op de momenten dat het duur is. Er ontstaat een totaal ander verbruiksprofiel. De piek neemt af, waardoor er bijvoorbeeld geen extra aansluitingscapaciteit nodig is om toch te kunnen elektrificeren. Als individueel bedrijf heb je normaal gesproken geen toegang tot de energiemarkten. Dit kan wel via ons energiesturingssysteem (VPP). Energie wordt voor bedrijven een strategisch middel: als je er slim mee omgaat, kun je concurrentievoordeel behalen. Andersom geldt dat bedrijven die niet meebewegen, daar de prijs voor betalen.” Van 0 naar 200 elektrische trucks Dat heeft transportbedrijf Oegema goed begrepen. Het bedrijf uit Overijssel wil zijn wagenpark elektrificeren. In 2022 beschikte het over 0 elektrische trucks. In 2050 moeten dit 200 e-trucks zijn. Dat heeft een groot effect op de stroomvraag, die tot 16 keer zo groot kan gaan worden dan nu. Van minder dan 1 GWh per jaar naar wel 16 GWh per jaar. Om in die vraag te voorzien, realiseerden Zonnegilde en Eneco een integraal energiesysteem. “De wens was om de e-trucks zoveel mogelijk lokaal te laden”, zegt Gertjan Boer van Zonnegilde. “Dat is logisch, want de kosten van elektrisch rijden bepalen deels de concurrentiepositie van de onderneming. Daar wil Oegema dus zelf de controle over hebben.” De locatie beschikt over een dak met zonnepanelen, een laadplein met 9 snelladers en een batterij. Boer: “We sturen met hulp van Eneco de zonnepanelen, de laadpalen en het batterijsysteem aan op basis van het eigen verbruik én de diverse energiemarkten. Daar zit overigens wel een grens aan, want de transporteur heeft contracten om goederen op gezette tijden te leveren.” Het is de kunst om binnen de gestelde kaders het hoogste rendement te behalen. “Enerzijds gebeurt dat door de stroom bij Eneco scherp in te kopen en slim te laten sturen door alle assets bij Oegema aan te sluiten op de VPP van Eneco. Anderzijds is de laad-, opwek- en opslagoplossing onderdeel van een VPP. Het systeem bij Oegema wordt dus via een collectief ingezet bij het balanceren van het landelijke net. Daar kan geld mee worden verdiend.” Flexibel Zo’n VPP wordt overigens steeds flexibeler, benadrukt Feuth. “Dat aanbieden van batterijen of laadpalen in een poule gaat nu nog voor een aantal balanceringsmarkten in tijdsblokken van 24 uur. Straks wordt dat teruggebracht naar blokken van vier uur. Wij kunnen op dit moment al zorgen dat een batterij via onze VPP als onderdeel van een portefeuille bijvoorbeeld maar één uur per dag wordt ingezet. Dat biedt veel meer flexibiliteit voor degene die de batterij in bezit heeft. Indien gewenst, is deze 23 uur per dag beschikbaar voor eigen gebruik.” Meer groene stroom Slim sturen kan naast energiekosten ook CO2 besparen. “Hoe meer groene stroom je gebruikt van eigen dak, hoe minder je hoeft af te nemen van het net. Aangezien de helft van de stroom op het elektriciteitsnet afkomstig is van fossiele bronnen, vergroen je in die zin het bedrijf. Bovendien kan je met de batterij stroom van het net gaan afnemen op het moment dat er grote windenergieoverschotten en dus lage energieprijzen gelden. Dit reduceert de CO2 uitstoot van je bedrijf nog verder”, aldus Feuth. Om hoeveel reductie het dan gaat, verschilt per project. “Het is lastig om daar een percentage op los te laten, want het is erg afhankelijk van het energieverbruik van een bedrijf, de hoeveelheid groene stroom die wordt opgewekt, de capaciteit van een batterij en de capaciteit van de netaansluiting. Maar je kunt denken aan een extra CO2-reductie van zo’n 10, 15 procent. Voor onze klanten kunnen we het exact berekenen. Dat is maatwerk en doen we samen met het bedrijf in kwestie.” Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Eneco. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.Lees ook:Over een jaar kan dit Nederlandse windmolentje bij iedereen tegen het dak of in de tuin staanNetcongestie in Groningen? Novar bouwt gewoon zijn eigen elektriciteitsnetBroers achter Planetpod leveren hun eerste thuisbatterij: ‘Waarom moesten ze zo lelijk zijn?’