Teun Schröder
03 mei 2024, 13:52

Opmerkelijk: plastic dat zichzelf kan opeten

Soms stuit je als redactie op nieuws waarbij een wenkbrauw omhoog schiet. Die ene vreemde innovatie, een onverwacht effect van klimaatverandering of een staaltje menselijke onhandigheid. Opmerkelijk dus. Deze week: plastic dat zichzelf opeet.

Getty Images 1387503282 Wetenschappers ontwikkelden een plastic dat zichzelf kan opeten. | Credits: Getty Images

Wetenschappers van de Universiteit van Californië, San Diego hebben een plastic ontwikkeld dat zichzelf kan vernietigen. Dat hebben ze gedaan door plastic-etende bacteriën toe te voegen aan de bouwstenen waaruit het plastic bestaat. Deze bacteriën ‘slapen’ zolang het plastic zijn dienst moet doen, maar worden wakker zodra ze in aanraking komen met bepaalde nutriënten uit compost. Als kers op de taart zorgen de toegevoegde bacteriën er ook nog eens voor dat het plastic steviger wordt.

Robuuster plastic

De wetenschappers presenteerden hun resultaten in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications. “Ons proces maakt het materiaal robuuster, waardoor de levensduur ervan verlengd wordt”, zegt
Jon Pokorski, een van de onderzoekers, tegen BBC News. “En als zijn taak erop zit, kunnen we het plastic uit het milieu verwijderen, ongeacht hoe het wordt afgevoerd.”

De bacterie die de onderzoekers gebruikten, heet Bacillus subtilis en staat bekend om zijn plastic-etende eigenschappen. Ook komt deze veel terug in de voedingsindustrie en in vitaminepillen. De bacterie werd op zo’n manier aangepast dat die resistent werd tegen de hitte die nodig is om plastic te maken.

Schadelijke stoffen

Een strook plastic voorzien van deze bacterie werd voor vijf maanden in een soort compost gelegd. Doordat het plastic in aanraking kwam met nutriënten in het compost, begon het zichzelf langzaam op te eten. Na de periode van vijf maanden bleek nog maar 93 procent van de massa over te zijn. De wetenschappers willen nog onderzoeken welke stoffen precies over bleven en of deze schadelijk zijn voor het milieu. Hun hypothese is dat dit niet zo is, omdat Bacillus subtilis geregeld voorkomt in ons eten. Of het plastic na een langere periode dan vijf maanden volledig verdwijnt, is niet bekend.

Plasticvervuiling

Vooralsnog bestaat dit zelf-etende plastic alleen nog in het laboratorium, maar volgens Pokorski kan dit nieuwe type ‘binnen enkele jaren’ de markt op als een producent bereid is de techniek op te schalen.

Overigens betekenen dit soort innovaties niet dat het einde van het huidige plasticprobleem in het verschiet ligt. Het zal nog wel even duren voordat dit zelf-etende plastic op grote schaal gebruikt wordt. En verreweg het grootste deel van alle plasticvervuiling in oceanen, steden en natuurgebieden zal niet zomaar uit het niets degraderen.

Lees ook:

Als er dan toch een distributiecentrum komt, dan zo duurzaam mogelijk

Logistieke panden zijn niet bepaald duurzaam te noemen. In 2023 was slechts 5,5 procent voorzien van een BREEAM-NL certificaat, het keurmerk dat de duurzaamheidsprestaties van bedrijfspanden aanduidt. Panattoni-directeur Jeroen Gerritsen vindt dat zorgelijk. “Hoewel de vraag naar logistiek vastgoed stijgt, blijft de beschikbaarheid van duurzaam gecertificeerd vastgoed achter. Daardoor houden we een niet-duurzame voorraad bedrijfsgebouwen in stand die bijvoorbeeld nog afhankelijk zijn van aardgas. Nieuwe en duurzamere bedrijfspanden zijn het alternatief.” Natuurinclusief bouwen Het project op bedrijvenpark Eeserwold in Steenwijk is daar een voorbeeld van. Daar wordt een logistiek complex van 34.000 vierkante meter gebouwd. Op een natuurinclusieve manier, zegt Melanie Moolman van Panattoni. “Het is een unieke locatie. Een omgeving met veel groen, vlak bij het Eesermeer dat ruim vier hectare beslaat. We wisten meteen dat we de natuur wilden betrekken bij de bouw. Anders zou het ontzettend zonde zijn van de omgeving.” Aan landschapsarchitect Amina Mnif de taak om het distributiecentrum zo goed mogelijk in te passen in het gebied. “Dat gaat veel verder dan wat groen aanleggen rondom het pand. We hebben in kaart gebracht welke planten er al zijn en vervolgens gekeken wat we kunnen toevoegen. We kiezen voor inheemse soorten, want die dienen als voedsel voor bestuivers, insecten en vlinders. Het ontwerp bestaat uit planten die snel groeien en bomen die de ruimte hebben om groot te worden. De natuur mag hier zijn gang gaan en gerust een beetje verwilderen. Graag zelfs, want op die beschutte plekken kunnen vogels zich nestelen. Er komen nestkastjes en rondom het meer worden diervriendelijke oevers aangelegd met veel planten. Zo willen we de biodiversiteit in het gebied vergroten.” Verdozing van het landschap Van verdozing van het landschap is volgens Moolman geen sprake. “Dat we dit project realiseren met de natuur in gedachten, doet veel voor het oog. Het hekwerk op het terrein versieren we met klimplanten. Het parkeerterrein bij het pand bestaat niet uit asfalt, maar voor een groot deel uit gras. Zo kan het regenwater worden opgenomen door de grond.” Groene stroom Het distributiecentrum krijgt een dak met zonnepanelen, waardoor het deels kan voorzien in de eigen energiebehoefte. Ook onderzoekt Panattoni of het mogelijk is om zonne-energie te leveren voor de productie van groene waterstof op het bedrijventerrein. Eesermeer als warmtewisselaar Het nabijgelegen Eesermeer kan dienst doen als natuurlijke warmtewisselaar. “Dat betekent dat koud water uit het meer kan worden getransporteerd naar het gebouw. Dit zorgt voor natuurlijke koeling en maakt dure, energieverslindende koelmachines overbodig. Dit is extra interessant voor bedrijven met gekoelde opslag, denk aan voedsel, bloemen en medicijnen”, aldus Moolman. De plantvlakken en grasoppervlakten die worden aangelegd bij het complex beslaan zo'n 16.500 vierkante meter.Rol voor de natuur Mnif ziet dat de natuur nu vaker wordt meegenomen in bouwprocessen dan een paar jaar geleden. Een goede ontwikkeling, vindt ze. “Het project in Steenwijk is groot. Er komen honderden bomen, struiken en meterslange hagen bij. De plantvlakken en grasoppervlakten die worden aangelegd bij het complex beslaan zo'n 16.500 vierkante meter. In andere projecten is daar lang niet altijd plek voor. Toch is er met beperkte ruimte veel mogelijk. Denk aan verticale beplanting zoals hagen en klimplanten. Bedrijventerreinen kunnen veel natuurinclusiever worden ingericht. Alle beetjes helpen.” Helemaal niet bouwen? Zou het voor de natuur niet nog beter zijn wanneer er helemaal niet wordt gebouwd? Algemeen directeur Gerritsen wijst erop dat 80 procent van het portfolio van Panattoni bestaat uit projecten op voormalig bebouwde locaties. “Hier stonden dus al industriële gebouwen. Deze vervangen we door nieuwe, aardgasvrije en duurzaam gecertificeerde gebouwen. Dat is belangrijk, want de vastgoedsector veroorzaakt veel CO2-uitstoot door energieverbruik. Het is daarom essentieel om het energiegebruik in gebouwen substantieel te verminderen en de opwekking van hernieuwbare energiebronnen waar mogelijk te verhogen. Bovendien zijn bestaande terreinen, waarop deze verouderde gebouwen gevestigd zijn, over het algemeen vervuild, niet natuurinclusief ontworpen en tijdens de aanleg is geen rekening gehouden met klimaatadaptatie. Daarom blijven we investeren in duurzame vastgoedontwikkeling.” Lees ook: Changemaker Marjet Rutten wil de bouw sneller verduurzamen: 'Wie vandaag al iets goeds wil doen, hoeft echt niet te wachten op de overheid'Hoe je de natuur kunt redden door er een prijskaartje aan te hangenDeze ondernemers maken keukens, kasten en hele gebouwen van landbouwafval