Teun Schröder
11 april 2021, 10:05

Samenwerken voor het ultieme doel: een volledig recyclebare vrachtwagen

Zero waste. SUEZ gelooft in een toekomst waar alle afval waarde heeft. Waar afval niets minder is dan een grondstof voor nieuwe producten. En dat weten ze bij Scania als geen ander. In een snel veranderende wereld is ook de transportsector onderhevig aan een duurzame transitie. Tijd voor een kijkje in de keuken van een langlopende samenwerking.

Lng wagen bas 9776 Beeld: SUEZ

Wat doe je als fabrikant van brandstofefficiënte en schone voertuigen als je je afvalmanagement efficiënter wilt inrichten? Dan ga je samenwerken met een specialist. Zo begon de samenwerking tussen grondstoffenbedrijf SUEZ en vrachtwagenbouwer Scania pakweg veertig jaar geleden. Sindsdien zijn er grote stappen gemaakt. “Al het afval dat vrijkomt wordt zoveel mogelijk gescheiden en ingezet voor recycling of hergebruik”, vertelt Johan Brinkman, werkzaam bij SUEZ Nederland, maar als sitemanager gesitueerd in de Scania assemblagefabriek in Zwolle. “SUEZ zorgt ervoor dat de afstromen van Scania weer een tweede leven krijgen.”

De geschiedenis van de Zweedse voertuigfabrikant Scania begon al ruim 130 jaar geleden met de productie van spoorwagons. Inmiddels produceert het bedrijf jaarlijks 90.000 vrachtwagens en bussen. De assemblagefabriek in Zwolle is het epicentrum van Scania’s bedrijfsactiviteiten in Europa. Hier worden alle vrachtauto’s op klantspecificatie gemaakt en gedistribueerd naar afnemers in ruim zestig verschillende landen.

Lees ook: CO2-heffing voor afvalsector helpt Nederland niet om circulair te worden

De elektrische vrachtwagen van Scania

Eerder dit jaar kondigde de truckbouwer aan steeds meer focus te willen leggen op elektrificatie. “Niet alleen is dit een vereiste voor het groeiende aantal emissievrije zones in veel steden, ook zien we dat dit steeds vaker een wens is van onze klanten die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan”, vertelt Wim de Weger, manager facility engineering bij Scania Production Zwolle.

Waar veel autofabrikanten elektrische trucks aan het ontwikkelen zijn, heeft Scania al meerdere  modellen op de weg rijden. Met een keuze uit twee verschillende accupakketten hebben de trucks een bereik tussen de 165kWh en 300kWh (130 en 250 kilometer); ruim voldoende voor het gros van de stedelijke trips. Ook is elke Euro 6 Scaniamotor goedgekeurd om tot 100 procent HVO (hydrotreated vegetable oil) te draaien, wat de impact op het milieu en het brandstofverbruik vermindert, zonder afbreuk te doen aan de prestaties.  

Ambitieuze klimaatdoelstellingen

Scania wil koploper zijn in de transitie naar een duurzame toekomst. In eerste instantie beoogde de truckfabrikant in 2025 een CO2-reductie van 50 procent te behalen ten opzichte van 2015. Recent is dit doel bijgesteld naar 75 procent. “Om deze target te halen willen we 33 procent minder energie verbruiken per geproduceerd voertuig”, vertelt De Weger. Zo ontwikkelde Scania in 2018, met maar liefst 22.000 zonnepanelen, het grootste zonnedak van Nederland. Hieruit haalt de assemblagefabriek in Zwolle 60 tot 70 procent van de benodigde energie. “Daarnaast streven we per vrachtwagen naar 25 procent minder niet-recyclebaar afval.” Brinkman vult aan: “Natuurlijk kunnen we afval verbranden om energie op te wekken. Maar we willen echt verder kijken dan dat. Hoe kunnen we het afval als duurzaam materiaal weer de keten in krijgen?”

“Natuurlijk kunnen we afval verbranden om energie op te wekken. Maar we willen echt verder kijken dan dat."

Lees ook: Circulaire economie is nog lang geen realiteit in Nederland

Afvalwerking SUEZ bij Scania

De samenwerking tussen Scania en SUEZ begon ooit met het ophalen en elders verwerken van productie- en bedrijfsafval, maar in 2003 zijn beide partijen om tafel gegaan om afvalstromen op de assemblagelocatie zelf te verwerken. “We zijn heel basaal begonnen met het scheiden van ijzer, hout en papier”, vertelt Brinkman die zelf al bijna 20 jaar bij de samenwerking betrokken is. “Nu zijn we in staat om nog veel meer te scheiden, zoals kunststoffen, folie, en alle soorten gevaarlijk afval. Inmiddels kunnen we al 67 procent van al het afval recyclen of nuttig hergebruiken.”

“In het begin kan het best even wennen zijn om een externe partij zo intensief te betrekken bij de bedrijfsactiviteiten in een fabriekshal”, zegt De Weger. “Maar uiteindelijk is SUEZ echt verweven met het productieproces. Je moet ook respecteren dat dit hun specialisme is. Wij weten alles van het bouwen van vrachtwagens, en zij hebben de kennis en kunde voor efficiënte afvalverwerking. Daarnaast zijn ze ook verantwoordelijk voor industriële schoonmaak, rioolbeheer en de palletsorteerafdeling.”

"Wij weten alles van het bouwen van vrachtwagens, en zij hebben de kennis en kunde voor efficiënte afvalverwerking."

Pallethout al circulair

Met een speciale afvalscan monitort SUEZ nauwkeurig welke stromen er door het productieproces lopen. “Vervolgens bepalen we elk jaar wat de recyclingdoelen voor komend jaar zijn”, aldus Brinkman. “Op die manier houden we onszelf scherp en zien we snel waar en wanneer we moeten bijsturen.” De meest recente innovatie van SUEZ is een nieuw circulair proces rond de afbraak van pallets. Vrachtwagenonderdelen komen per houten pallet aan op locatie. "Na gebruik worden deze pallets automatisch gesorteerd op een nieuwe gerobotiseerde sorteerlijn, waarna ze hergebruikt kunnen worden", vertelt Brinkman. “Met de nieuwe sorteerlijn schroeven we de capaciteit op naar 500 palletsorteringen per uur; zo’n 300 meer dan met de huidige handmatige sortering.”

Zo’n afvalreductiedoel van 25 procent kan soms lastig zijn, weet De Weger. “Temeer omdat we met Scania in Nederland al goed bezig zijn. Toch stimuleert het ons steeds weer om samen met SUEZ na te denken over het verminderen van afval. Je moet echt creatief zijn.”

Lees ook: Een ecosysteem van innovatie rond je organisatie: kennis delen, opzoeken en aantrekken

Volledig recyclebaar en uitstootvrij

Uiteindelijk wil Scania dan ook naar een truck die volledig uitstootvrij en recyclebaar is. “Voor het overgrote deel kunnen we onze trucks al recyclen”, vertelt De Weger. “De accu, het plastic binnenwerk en zelfs het rubber van de banden kunnen we opnieuw gebruiken. De techniek is er om onderdelen hoogwaardig te recyclen en circulair te maken. Het enige wat je dan nog nodig hebt, is een directie die ook daadwerkelijk deze duurzame route in wil gaan. En die hebben we gelukkig.”

De Weger herinnert zich dat vroeger vrachtwagenleveranciers zich onderscheidden door luxe en de hoeveelheid chroom en Pk’s. Nu ziet hij dat duurzaamheid ook bij afnemers steeds belangrijker wordt. “Hoe zuinig is de truck? Wat is de CO2-uitstoot per gereden kilometer? Wat voor duurzame brandstoffen kan ik gebruiken? De markt is toe aan duurzame mobiliteitsoplossingen en bij Scania bieden we steeds meer mogelijkheden om dit te realiseren.”

Jaap Wassink van Coca-Cola: "Duurzaamheid integraal onderdeel van Coca-Cola"

Coca-Cola is een grote multinational en wordt door menig consument met argusogen bekeken vanwege de hoeveelheid plastic verpakkingsmateriaal die het in omloop brengt, maar ook om de gezondheidseffecten van het suikergehalte van de frisdranken. “Hoewel het soms pijnlijk kan zijn, proberen we ons echt open te stellen voor mensen die ons kritisch volgen”, zegt Jaap Wassink van Coca-Cola European Partners Nederland. Open houding  “Die open houding brengt ons veel, omdat we structureel in gesprek zijn met wetenschappers, politici en bezorgde burgers, die oprecht en met veel verstand van zaken bezig zijn met thema’s rond duurzaamheid en gezondheid. Zelf heb ik als persoon ook een mening over die onderwerpen. Wat de maatschappij van ons verwacht, en wat wij als bedrijf willen bereiken komt steeds dichter bij elkaar.”  Wassink merkt dat maatschappelijke onderwerpen intern ook naar boven komen. “Als mensen hier solliciteren dan stellen ze het bijna als randvoorwaarde dat we ideeën, plannen en doelstellingen hebben als het gaat over duurzaamheid en gezondheid. De meest kritische vragen krijg ik van onze jongere medewerkers. Het ongeduld van de jonge generatie vind ik terecht. Ze zien dat Coca-Cola er veel aan doet, en ze krijgen de mogelijkheid eraan bij te dragen. Ik besteed inmiddels de helft van mijn tijd aan onze brede duurzaamheidsagenda.” Die open houding staat volgens Wassink niet op gespannen voet met de commerciële missie van Coca-Cola. “Wij willen in eerste instantie voor consumenten de lekkerste frisdranken maken. En ja, we hebben ook rekening te houden met de belangen van aandeelhouders. Maar we willen ook waarde creëren voor mensen, die vragen stellen bij CO2, plastic en suiker. Dat is een integraal onderdeel geworden van de manier waarop wij over waardecreatie denken.” Als het gaat om duurzaamheid zijn verpakkingen, gezondheid, en diversiteit en inclusiviteit speerpunten voor Coca-Cola. “Op die aspecten willen we net zo goed worden als op de commerciële zaken als kwaliteit en smaak.”  Frisdrank met weinig calorieën  Voor alle speerpunten zijn doelstellingen geformuleerd, en daar zitten volgens Wassink weer hele concrete initiatieven achter. “We willen bijvoorbeeld dat minstens de helft van ons verkoopvolume afkomstig is van dranken met weinig of zonder calorieën. Driekwart van het marketingbudget besteden we aan light of zero frisdranken. Op dit moment is ongeveer 44 procent van ons verkoopvolume suikervrij of laag in calorieën.”  Het Nationaal Preventieakkoord, dat staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2018 sloot met zo’n zeventig maatschappelijke organisaties en bedrijven, kon niet iedereen overtuigen, omdat het niet effectief zou zijn. “We zijn in de jaren ’80 al begonnen met de introductie van een drank zonder calorieën, namelijk Coca-Cola light. De calorieënreductie in Nederland gaat eigenlijk best snel. En die zal ook verder doorzetten. We weten dat er meer moet gebeuren om overgewicht terug te dringen. Het is een complex probleem en daarom is samenwerking cruciaal.” Grote inspanningen op verpakkingsgebied  Grote inspanningen levert Coca-Cola op het gebied van verpakkingen. Hier volgt het bedrijf een meersporenbeleid. “In de eerste plaats willen we minder plastic gebruiken. Zo is de anderhalve literfles de laatste jaren 20 tot 25 procent lichter geworden. Dat heeft enorme impact op het plasticverbruik”, aldus Wassink. “Verder zit Sprite tegenwoordig niet meer in een groene, maar in een transparante fles. Daardoor zijn die flessen veel makkelijker recyclebaar.” Het tweede speerpunt betreft de ambitie om in 2021 volledig over te stappen op PET-flessen gemaakt van 100 procent gerecycled plastic. “Dat betekent dat we voor 350 miljoen plastic flessen geen nieuwe fossiele grondstoffen meer gebruiken. Dat levert ook nog een reductie op van 21 procent op de CO2-uitstoot.” Ook wordt voor de verpakking van multipacks geen plastic krimpfolie meer gebruikt, maar een ‘minimalistische kartonnen’ verpakking. Wassink: “Dat scheelt heel veel plastic.”  Verder zet Coca-Cola de kracht van zijn marketingmachine in om het gedrag van consumenten te beïnvloeden. “Wij verkopen 350 miljoen plastic flessen per jaar in Nederland. “Daar zijn we trots op, maar niet als die flessen in de zee of in de berm terechtkomen. Vorig jaar hebben we de boodschap van recycling krachtig proberen over te brengen met de slogan ‘Don’t buy Coca-Cola, if you don’t help us recycle’. Dat is geen silver bullet, maar het geeft wel aan hoe vastberaden we zijn op dit dossier.”   rPET Tot slot, het vierde speerpunt als het gaat om het verduurzamen van verpakkingen, investeert Coca-Cola in startups en innovatieve technologieën. Zo maakte het concern in juli bekend te investeren in de Nederlandse startup Cure, die moeilijk te recyclen plastic toch weet om te zetten naar hoge kwaliteit rPET (gerecycled PET). In een proeffabriek in Emmen worden de polymeren zo ver afgebroken dat de onzuiverheden er uitgefilterd kunnen worden. Van de grondstof die overblijft kunnen dan bijvoorbeeld ook weer nieuwe zuivere PET-flessen gemaakt worden. “Daar verwachten we veel van”, zegt Wassink. “Nederland kent een hoog niveau van recycling, en dat zie je ook terug in de nieuwe technologieën die hier ontwikkeld worden.” Coca-Cola zet de trend naar gerecycled plastic flessen door, ondanks het feit dat het vanwege de lage olieprijs goedkoper is om PET-flessen te maken van nieuwe fossiele grondstoffen. Wassink is niet bij voorbaat enthousiast over het idee dat overheden een bepaald percentage aan recycling moet afdwingen, bijvoorbeeld via fiscale maatregelen. “Als het niet anders kan is een belastingmaatregel altijd een optie, maar andere drijfveren zijn vaak veel sterker. Een fiscale heffing heeft als nadeel dat bedrijven kunnen denken dat ze klaar zijn als ze belasting hebben betaald. Bedrijven die intrinsiek gemotiveerd zijn om te recyclen of te verduurzamen, zoeken permanent naar verbeteringen.”