Teun Schröder
08 augustus 2021, 10:22

Schone en veilige binnenstad door slimme afvalinzameling en digitale innovatie

Vanaf 2025 moeten de eerste dertig grote steden emissievrije zones hebben. Dit brengt de nodige uitdagingen mee voor vervoerders die veel in deze zones komen. Zo ook voor afvalinzamelaars en recyclingbedrijven. Maar met de ontwikkeling van nieuwe inzamelmodellen en digitale technologieën komt de schone binnenstad steeds dichterbij.

Adobestock 226712799 smart city stad De Haagse Hub is een initiatief waarbij emissievrije busjes van PostNL, na het bezorgen van pakketten, kleine hoeveelheden gescheiden afval naar de rand van de stad brengen. | Beeld: Unsplash

Smart collection, noemt grondstoffenverwerker PreZero Nederland het. Het betekent dat het bedrijf op een nieuwe manier kijkt naar de afvalinzameling in grote steden. Hierbij staan nieuwe businessmodellen centraal, ondersteund door slimme technologische snufjes. “De komende jaren gaan we steeds meer inzetten op deze ontwikkelingen”, vertelt Iwan te Winkel in een digitaal interview. Hij is director collection & operations, verantwoordelijk voor de toeleveringsketen van zowel bedrijfs- als huishoudelijk afval van PreZero Nederland. “We zien dat de markt verandert”, gaat Te Winkel verder. “Enerzijds is er steeds meer druk van lokale overheden om de verkeersdichtheid in binnensteden te verminderen. Tegelijkertijd zie je zowel landelijk als regionaal dat bedrijven zich steeds bewuster worden van hun afvalstromen. De vooruitstrevende partijen nemen afvalscheiding serieus, omdat de wil om circulair te worden groeit.”

Maar deze trends zorgen voor een logistiek vraagstuk. Want meer gescheiden afval betekent meer verschillende stromen die opgehaald en verwerkt moeten worden. “Waar we eerst vooral restafval, papier en gft ophaalden, krijgen we straks bijvoorbeeld een lijn voor sinaasappelschillen, koffiedik en folie”, vertelt Te Winkel. “Smart collection houdt zich bezig met het vraagstuk hoe we op een efficiënte en duurzame manier afval bij de bron gescheiden kunnen inzamelen, zonder dat de binnenstedelijke omgeving dichtslibt met vrachtwagens.”

Green Collective

Eén van de oplossingen die PreZero Nederland samen met Renewi heeft geïntroduceerd is het initiatief Green Collective. Hierbij rijden verschillende afvalinzamelaars met gezamenlijke wagens om bedrijfsafval in gemeenten op te halen. “In plaats dat meerdere concurrenten met ieder een eigen wagen een stad inrijden om bij verschillende klanten restafval op te halen, sturen we nu één gezamenlijke wagen langs al onze klanten”, zegt Te Winkel. “Bulkstromen, zoals restafval en papier/karton lenen zich hier goed voor. Deze aanpak leidt tot aanzienlijk minder rijbewegingen, een CO2-reductie tot wel 50 procent en minder verkeersdrukte in de stad. En omdat we dit in een joint venture met anderen doen is de investeringsdrempel lager om de stap naar zero emissie voertuigen te maken.”

Tekort aan zeldzame metalen dreigt. Wat kunnen Nederland en Europa doen om leveringsrisico’s te beperken?

Retourlogistiek

Naast Green Collective introduceerde PreZero Nederland samen met PostNL nog een businessmodel: retourlogistiek. “Dagelijks rijden er in grote steden tientallen bestelbussen rond die postpakketten afleveren”, gaat Te Winkel verder. “Deze rijden over het algemeen leeg weer terug naar depots net buiten steden. Dus dachten wij: als je toch terugrijdt, kun je net zo goed bepaalde afvalstromen meenemen.” Zo ontstond in Den Haag de Haagse Hub. Op een centraal punt aan de rand van de stad brengen de emissievrije busjes en bakfietsen van PostNL kleine hoeveelheden, gescheiden afvalstromen binnen zoals pbd-afval (red. plastic, blik en drinkpakken), koffiebekers en citrusschillen. Te Winkel: “Vervolgens halen wij het afval hier weer op en ontfermen we ons over de verdere verwerkingsroute. Met deze aanpak hoeven we dus helemaal niet de stad in te rijden met onze wagens. Er is geen schoner rijden, dan niet rijden.”

Een uitdaging waar Te Winkel en zijn team tegenaan liepen bij retourlogistiek is dat externe partijen soms huiverig zijn om ‘vies’ afval mee te nemen. “Daarom zijn studenten industrieel ontwerp van de TU/Delft aan de slag gegaan met de ontwikkeling van een verpakking die dit probleem tackelt”, vertelt Te Winkel. “De ontwikkelingen zijn nog volop bezig, maar we zijn goed op weg naar de verpakking die a; gebruiksvriendelijk is voor de klant, b; aan alle duurzaamheidseisen voldoet en c; zorgt dat de vervoerder bereid is om het afval retour mee te nemen.”

De gemeente Apeldoorn zet stappen in de circulaire economie. Het maakt een database gekoppeld aan een marktplaats voor materiaal in de openbare ruimte.

Platform en sensoren

PreZero ontwikkelt niet alleen nieuwe inzamelmodellen, ook kijkt het bedrijf naar nieuwe technologieën. Een belangrijk vraagstuk hierbij is hoe het bedrijf de capaciteit van zijn vrachtwagens optimaal kan benutten. Daarom is Te Winkel bezig met de ontwikkeling van een smart collection platform. “Hier zijn straks alle wagens die voor ons rijden op aangesloten, zodat we in real time met ze kunnen communiceren. Daardoor weten we precies waar ze naartoe rijden en waar ze al zijn geweest. Ook zien we met wat voor lading ze rijden en hoeveel ruimte een wagen heeft.” Dit biedt PreZero een schat aan informatie. Want hoe meer data het platform vergaart, hoe inzichtelijker het wordt om routes en ladingen te optimaliseren en ‘leeg’ rijden te beperken.

Ook werkt PreZero op sommige plekken al met containers voorzien van sensoren. Deze sensoren sturen een signaal wanneer de bak bijna vol is, zodat het bedrijf weet dat het de container kan ophalen. Dit voorkomt dat wagens uitrukken om een halflege container op te halen, iets wat onvoorzien kan gebeuren in bijvoorbeeld vakantieperiodes. In Arnhem zijn de eerste resultaten positief en is de hoeveelheid gereden kilometers fors verlaagd. 

Schoon wagenpark met waterstof en elektrisch

Bij een emissievrije binnenstad hoort uiteraard ook schoon vervoer. “Met de doelstellingen van 2025 in het verschiet, kun je eigenlijk niet meer investeren in fossiele voertuigen”, zegt Te Winkel. “Daarom proberen we op zoveel mogelijk fronten onze vloot te verduurzamen. We rijden met twee waterstofwagens in Helmond, gebruiken een elektrische hefauto in Rotterdam en schaffen elektrische kraanauto’s aan in Arnhem. Ook zetten we in op hybride modellen die emissievrij kunnen rijden in binnensteden.

Oude batterijen van elektrische auto’s kan je nog goed gebruiken als energieopslag. Rotterdam krijgt straks zijn eigen accurecyclingfabriek.

PreZero opent deuren

Voor de officiële overname door het Duitse familieconcern Schwarz Gruppe in juni behoorde PreZero Nederland nog tot het Franse SUEZ. Volgens Te Winkel openen de recente ontwikkelingen nieuwe deuren voor het bedrijf. “Schwarz Gruppe is eigenaar van Europaas grootste retailketens Lidl en Kaufland”, vertelt hij. “Ik zie absoluut mogelijkheden om elkaar te versterken. Het afval dat vrijkomt bij de productie- en retailbedrijven kunnen wij goed verwerken en gerecycled weer dezelfde keten in brengen. Tegelijkertijd kunnen we een hoop leren van de distributiekanalen naar alle supermarkten. Wie weet kunnen we, overeenkomstig met de retourlogistiek van PostNL, deze rijbewegingen benutten om supermarktafval naar centrale punten te retourneren. Zo kunnen we nog meer vorm geven aan circulariteit.”

In de toekomst hoopt Te Winkel dat PreZero steeds meer in staat is om een coördinerende rol te spelen in de optimale infrastructuur voor afvalinzameling. “Voor een deel gaan we dit met onze eigen infrastructuur doen, en voor een deel zullen we een beroep doen op de infrastructuur van partners en concurrenten. “We blijven doen waar we goed in zijn, terwijl we de specialistische kennis en niche routes van anderen goed kunnen gebruiken. Het zou fantastisch zijn als het lukt om logistieke stromen met afvalstromen bij elkaar te brengen. Ik geloof heilig dat dit het toekomstbeeld is.”

Hoe maak je een historisch eiland klimaatneutraal en zelfvoorzienend?

Na een druiligere meimaand mag Change Inc. op de eerste zonovergoten dag van het seizoen mee op de boot naar Forteiland Pampus, een eiland in het IJmeer zo’n vier kilometer van vertrekplaats Muiden. In de 17e eeuw lagen volgeladen schepen uit Nederlands-Indië soms dagenlang in de ondiepe vaargeul in de Zuiderzee, voordat ze Amsterdam konden binnenvaren. Gelukkig varen wij wel; met de eerste veerboot sinds de lockdown. De boot is dit keer niet gevuld met bezoekers, maar met vrijwilligers in het kader van NL Doet van het Oranjefonds. Gewapend met zeemlappen, bezems en schoffels maken zij straks het eiland schoon dat sinds 5 juni weer bezoekers verwelkomt. Eenmaal varend doemen de twee voormalige geschutskoepels van Pampus langzaam voor ons op. Door de strakblauwe hemel zien we links in de verte duidelijk de opmars van IJburg. Vlak achter het forteiland kijken we aan tegen het Paard van Marken, terwijl rechts daarvan de windmolens van de polder zichtbaar worden.Onafhankelijk en zelfvoorzienend“Van oudsher was Pampus alleen met een telegraaflijn verbonden aan het vaste land”, begint de geschiedenisles van Van Nouhuys, terwijl hij ons rondleidt. “Verder werd het eiland door schepen met voedsel en kolen bevoorraad en dachten ze na over slimme opslagmethodes. Energie en drinkwater werden op het eiland zelf geproduceerd. Allemaal zodat de mensen op het eiland er voor lange tijd konden verblijven. Want hoe onafhankelijker het eiland, hoe beter het dienst deed als veilige uitkijkpost.” En eigenlijk is die missie van onafhankelijkheid 125 jaar later nauwelijks veranderd. Want in 2023 wil Forteiland Pampus klimaatneutraal en zelfvoorzienend zijn.Mix van energie“Voor onze energievoorziening zoeken we naar de ideale mix van zonnepanelen, windmolens en biovergisting”, vertelt Van Nouhuys. Dat gaat verder dan de aanleg van dit soort systemen: ook slim en zuinig omgaan met de opgewekte stroom hoort hierbij. Daarom is isolatie belangrijk. "Ook moet rekening worden gehouden met energieopslag in het geval dat er geen zon of wind is. Het wordt een enorme puzzel om alle onderdelen op elkaar aan te laten sluiten.” De biovergister werkt inmiddels. Van de 30 kilo gft-afval dat Pampus op een bezoekersdag produceert wordt negen kuub biogas gemaakt; genoeg om een dag op te koken. Bovendien levert de biovergister plantenvoeding om de nabijgelegen 300 vierkante meter grote moestuin te kunnen bemesten.Ook het energiesysteem aan land moet op de schop. Onlangs liet netbeheerder Tennet zien hoe het stroomnet van de toekomst eruit ziet.Eigen drinkwater“Daarnaast gaan we net als vroeger ons eigen drinkwater maken, rechtstreeks uit het IJmeer”, gaat Van Nouhuys verder. Van oudsher gebeurde dit overigens met regenwater dat vanaf het dak werd opgevangen en gezuiverd. Dit is een uitdagend project om meerdere redenen. “Niet alleen vraagt dit om een energie-efficiënte oplossing. Ook zijn we in Nederland helemaal niet gewend aan het inrichten van decentrale drinkwatervoorzieningen, omdat onze drinkwaterbedrijven het aan wal zo goed voor elkaar hebben. Alleen hebben wij daar op Pampus niets aan.”Verder staat op de to-do lijst: een oplossing verzinnen voor het reinigen van afvalwater, het duurzaam renoveren van een toiletgebouw van het fort (‘in de stijl van vroeger’), het verduurzamen van de vloot die nu nog op diesel vaart en de bouw van een groter nieuw entreegebouw. Dit deels onder de grond gelegen gebouw, ontworpen door Paul de Ruiter Architects, moet opgaan in het landschap van het eiland. “Een groot voordeel van een entreegebouw onder de grond is dat het door isolatie energiezuinig is. Tegelijkertijd ontkom je er bijna niet aan om beton te storten, wat niet bepaald duurzaam is”, vertelt Van Nouhuys. “Daarom onderzoeken we nu of het gebouw zonder een betonnen bak kan worden geconstrueerd met slimme technieken uit bijvoorbeeld de weg- en waterbouw. Zo besparen we ook weer bouwmateriaal en verlagen we onze voetafdruk.”Partnerschappen en ondernemerschapPampus is voortdurend opzoek naar partners die met elkaar willen werken aan alle onderdelen die het eiland zelfvoorzienend en toekomstbestendig maken. “Het is een flinke uitdaging om de juiste voorwaarden te scheppen voor goede partnerschappen”, zegt Van Nouhuys. “Het gaat hier altijd om de balans tussen techniek, geld, timing en regelgeving. Aan de andere kant merken we dat partijen deze plek heel interessant vinden om te experimenteren en als podium te gebruiken voor hun eigen medewerkers en klanten.”Het is een unieke casus, denkt Van Nouhuys. “In het ene partnerschap proberen we de energievoorzieningen-puzzel te leggen, terwijl we in een andere samenwerking kijken hoe we de bouwmaterialen die nu aanwezig zijn op het eiland kunnen gebruiken voor het nieuwe gebouw. We worden geholpen met een project waarin op het eiland ons eigen voedsel gaan verbouwen en werken met andere bedrijven aan een drinkwateroplossing en de reiniging van ons afvalwater.” En daarbij moet het financiële plaatje ook kloppen. “We zijn als UNESCO Werelderfgoed-locatie zelf in staat om de exploitatie van Pampus te bekostigen en dat is best bijzonder”, zegt Van Nouhuys. En ook tijdens alle geplande ontwikkelingen wil Van Nouhuys Pampus open houden. “Juist omdat we willen laten zien wat er allemaal mogelijk is. Op Pampus zijn we op zoek naar een systeemoplossing. Het biedt ons, en onze partners de gelegenheid om te laten zien dat off-grid oplossingen een enorme bijdrage kunnen leveren in de versnelling naar een duurzame maatschappij.”In Denemarken zijn ze bezig met een heel ander soort eiland. Dit kunstmatige eiland wordt volledig gebruikt om windenergie op te wekken voor de productie van groene waterstof. Lessen om mee naar huis te nemenVoor Van Nouhuys is de voorbeeldrol die Pampus kan hebben cruciaal. Het liefst ziet hij dan ook dat bezoekers geïnspireerd raken door de mogelijkheden op het forteiland. “Daarom willen we veel aandacht besteden aan educatie”, legt Van Nouhuys uit. “Ik hoop dat de kennis en ervaring die we hier opdoen zich als rimpelingen in het water uitspreiden over de rest van het land. Duurzaamheid en de energietransitie zijn toch nog vaak abstracte onderwerpen. Door het hier tastbaar te maken, zou ik het mooi vinden als mensen na een bezoek zeggen: ‘Hé, wat ze daar doen, daar kan ik ook iets mee’.”Balans tussen nieuw en oudIn de ontwerpideeën van Van Nouhuys komt telkens de afweging naar voren hoe het nieuwe met het oude verenigd kan worden. Pampus wacht een enorme uitdaging om alle plannen binnen drie jaar af te ronden, maar Van Nouhuys is optimistisch. “Ja, het is een ambitieuze planning, maar ik denk dat we heel grote stappen kunnen zetten de komende tijd.”Ook tijdens dit interview, in de zon op het terras van het paviljoen, gebeurt er van alles om ons heen. Op de ene hoek van het eiland graven vrijwilligers een vervallen loods uit de grond, met de kok van het eiland die de graafmachine bedient. Aan de andere kant wordt onkruid uit de moestuin gewied en het historische mistklokhuis (ooit gebouwd om de scheepvaart te kunnen waarschuwen bij mist) geverfd. De bedrijvigheid op Pampus werkt aanstekelijk. Maar dat wist Van Nouhuys al lang. Met het forteiland in onze rug varen we terug naar Muiden. Een gevoel van nieuwsgierigheid overheerst: hoe zal Pampus eruitzien als we weer terugkomen?