Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 10 september 2019, 12:01

Studio Wae biedt duurzame verbindingen

Startup Studio Wae maakt circulaire tapijttegels uit productieafval en sierbestrating uit sloopafval. De impact? Het beton bestaat voor 76 procent uit gerecyclede grondstoffen. De tapijttegels zijn zelfs 100 procent circulair. Door het inzetten van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt heeft Studio Wae ook sociale impact.

Studio wae sierbestrating

Auteur: Huub Sweerts

Studio Wae gebruikt materiaal dat voor leveranciers Interface en Desso weinig waarde meer heeft. De grondstof voor de circulaire tapijttegels is productieafval met weeffoutjes. Door dit direct als grondstof te gebruiken, in plaats van het als afval te recyclen, wordt CO2-uitstoot bespaard. Chantel van de Kuil, Opportunity Stock Manager bij leverancier Interface: “Studio Wae neemt gemiddeld tussen de vier en twaalf pallets per maand van ons af.” Voor de toepassing van Studio Wae zijn de onvolkomenheden juist een pluspunt. De weeffoutjes geven, samen met de op Esscher gebaseerde geometrische vormen Boomerang en Cityscapes, elke vloer zijn unieke karakter.

Ook de grondstoffen voor de sierbestrating krijgen bij Studio Wae een langere levensduur. Materialenleverancier New Horizon Urban Mining levert het beton uit sloopafval. In het eerste half jaar van 2019 hergebruikte Studio Wae hiermee al voor 800 ton sloopbeton. Daarmee is onder andere een vierkante kilometer aan circulaire bestrating bij Yotel in Amsterdam op de Asterweg gelegd. Eind september levert Studio Wae het eerste circulaire perron voor Prorail met een oppervlakte van 900 vierkante meter.

Duurzame leveranciers

Dat de leveranciers al circulair bezig zijn, past goed bij het businessmodel van Studio Wae. Leverancier Desso is één van de pioniers in de circulaire economie en al sinds 2010 Cradle to Cradle gecertificeerd. Bij leverancier Interface zit het circulaire element in het ontwerp met garen van afgeschreven vissersnetten en een gerecyclede onderlaag. Chantel van de Kuil: "Interface heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan en zal altijd proberen om afvalstromen te voorkomen."

Sociale impact

In de sociale werkplaats van Studio Wae hebben drie asielzoekers een stageplek. Ze sorteren het tapijtafval op kleur, bewerken de tegels en maken er met mallen vervolgens de geometrische vormen van. Daarnaast krijgen ze werkethiek mee. Werknemers die niet in de bus durven stappen, te laat komen of gelijk de telefoon pakken als een klusje klaar is, bezorgen eigenaresse Tynke van den Heuvel frustratie en kosten veel energie. Daarom heeft Studio Wae sinds maart een betaalde kracht die de stagiairs begeleidt. Deze aanpak resulteerde vorige maand in het aannemen van een Syrische vluchteling.

Grote afnemers

De leveranciers en afnemers van Studio Wae zijn zelf niet ingericht op een sociale werkplaats. Door het partnerschap met deze startup werken ze er wel indirect aan mee. De startup profiteert weer van de schaalgrootte van partners. Grote dealers als Gispen en Cantor geven een afnamegarantie zodat Studio Wae geen werknemers naar huis hoeft te sturen.

Tynke van den Heuvel: “We hebben de ambitie om in te zetten op grote afvalstromen en grondstoffenbehoud. Grote bedrijven hebben de lange armen zodat Wae impact kan maken in volume.” Recent schafte Van den Heuvel een snijplotter aan, waarmee ze zelf alle karpetten kan snijden. Daardoor heeft ze kortere levertijden en kan ze opschalen. Op dit moment kan ze circa 800 vierkante meter kleden per maand produceren. Het is nu aan de architecten om het product in te tekenen en om naamsbekendheid te genereren.

Circulair ondernemen

Vroege werkervaring met circulair ondernemen deed Tynke van den Heuvel op in het metaal en recyclingbedrijf van haar vader. Naast laden, lossen en uitsorteren van metalen ging ze langs bij autoslopers. Zij kenden, in het tijdperk voor internet, de prijs van autokatalysatoren niet en persten deze gewoon door het oud ijzer. Tynke zaagde de katalysatoren onder de auto’s weg en kocht ze voor een knaak. Omdat ze zelf wist dat ze het dertigvoudige waard waren, was dit een spannend cowboybestaan; handel halen op plekken waar de politie niet durfde te komen.

Auteur: Huub Sweerts | Afbeelding: Studio Wae

Gasunie ontwikkelt transportleiding voor restwarmte Rotterdam

Door de restwarmte uit de Rotterdamse haven te gebruiken hoeven tuinders minder fossiele brandstoffen in te zetten om hun kassen te verwarmen en kunnen ook huizen duurzaam verwarmd worden. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat verwacht dat met het warmtenet een besparing van 2 à 3 megaton CO2 per jaar gehaald wordt. Volgens het Havenbedrijf Rotterdam is in de haven voldoende warmte beschikbaar om 500.000 huishoudens van warmte te voorzien.RestwarmteDe leiding, ‘Leiding door het Midden’ genaamd, loopt van Rotterdam naar Den Haag en krijgt bij Delft een aftakking richting het Westland. In de Rotterdamse haven wordt een nieuwe transportleiding aangelegd om de warmte aan te voeren vanaf de bedrijven. Bij verschillende bedrijven komt bij industriële processen warmte vrij, die gebruikt kan worden voor het verwarmen van woningen of gebouwen.Lees ook: Energietransitie: 5 keer duurzaam met restwarmteAmbitie”De aanwijzing als onafhankelijke transportnetbeheerder sluit aan bij het publieke belang om met onze infrastructurele kunde en ervaring bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen. Het past naadloos bij onze ambitie om ons verder te ontwikkelen naar een breed open access energie-infrastructuurbedrijf”, zegt Ulco Vermeulen, directeur Participations & Business Development bij Gasunie.De ontwikkeling van de transportleiding loopt al een aantal jaren. Energieleverancier Eneco nam het initiatief om de Leiding door het Midden te ontwikkelen. De energieleverancier gaat zich nu focussen op het leveren van de warmte aan bedrijven en huishoudens en draagt het beheer over aan Gasunie. In 2020 nemen de betrokken partijen een definitief investeringsbesluit voor de transportleiding.Ook de Rijksoverheid is betrokken bij de ontwikkeling van 'Leiding door het Midden'. De overheid steunde het project nog dit jaar met € 15 miljoen voor de realisatie van de hoofdinfrastructuur en trekt voor de periode 2020-2030 nog eens € 75 miljoen uit.Kansen voor restwarmteHet inzetten van restwarmte voor de verwarming van huizen of gebouwen gebeurt op meerdere plaatsen. Zo worden in Rotterdam 16.000 huishoudens verwarmd met overgebleven warmte uit een raffinaderij van Shell. De techniek biedt ook veel kansen; onderzoeksbureau Berenschot concludeerde in 2018 al dat 114 grote datacenters in Nederland gezamenlijk 255.000 woningen duurzaam kunnen verwarmen.Bronnen: Gasunie, Port of Rotterdam | Afbeelding: Adobe Stock