Hannah van der Korput
25 januari 2024, 10:20

Van box tot kinderkleding: deeleconomie voor de allerkleinsten

Het oude principe van meer delen en minder privébezit wint aan populariteit. Deze Nederlandse start-ups bouwen er een businessmodel omheen én richten zich op de nieuwe generatie. Jong geleerd is immers oud gedaan.

Getty Images 1125351432 Ook ondernemer Julie Munneke kwam tot het inzicht dat ze als nieuwe ouder wel érg veel nieuwe spullen nodig had. | Credits: Getty Images

De
deeleconomie is terug van weggeweest. De verschuiving van bezit naar gebruik
zorgt ervoor dat we veel minder spullen hoeven aan te schaffen. Dit bespaart geld
én de nodige ruimte in huis. Daarnaast is het ook duurzamer: in plaats van iets een korte tijd te gebruiken en vervolgens weg te gooien, kunnen door te delen veel
meer mensen van hetzelfde product genieten. De volgende bedrijven brengen het deelprincipe
in de praktijk. Hun doelgroep: de allerkleinsten.

Kinderkleding

Kleintjes
groeien als kool, vooral de eerste jaren. Dat betekent dat ze kleding vaak maar
een korte tijd kunnen dragen. Puck Middelkoop vond het allesbehalve duurzaam
om een rompertje al na een paar keer dragen weg te doen, maar had ook geen ruimte
om alles thuis te bewaren. In 2017 startte ze met Hulaaloop. Het is een
abonnement op kinderkleding tot en met maatje 92. Als het seizoen wisselt of
het kindje toe is aan een grotere maat, kunnen de setjes worden omgewisseld.

Het
concept slaat aan, ziet ook Wehkamp Retail Group. De Nederlandse e-commerce-specialist gaat een samenwerking aan met de start-up. Het mes snijdt aan twee
kanten: Hulaaloop kan meer kleding aanbieden en opschalen. Wehkamp kan het
duurzame initiatief ondersteunen en leren van de ervaringen van een start-up.

Middelkoop: “Dankzij de
samenwerking met Wehkamp kunnen we meer merken bij ouders thuis brengen,
waardoor we meer gevarieerde kledingpakketten kunnen samenstellen en aanbieden.
Ook kunnen we betere bezorgopties bieden, wat het gemak voor klanten vergroot.
Dankzij Wehkamp kan onze duurzame startup verder groeien en kunnen meer ouders
gebruik maken van Hulaaloop.”

Kinderfietsen

Wat
voor kleding geldt, geldt ook voor fietsen: kinderen groeien er snel uit.
BikeFlip bedacht er een oplossing voor. Het bedrijf levert kinderfietsen op
abonnementsbasis. Kinderfietsen zijn er in negen maten, vertelde oprichter Casparis Beyer in een eerder interview. “Ga je elke maat af,
dan wil dat zeggen dat een kind negen fietsen verslijt voordat hij of zij op
een volwassen fiets past. Dat maakt een abonnement geschikt. We leveren een
goede fiets voor een vast bedrag per maand. Wanneer een kind uit de fiets
groeit, komen we langs met een grotere maat. We flippen de fiets.”

Die fietsen zijn
allemaal geüpcycled. Oude kinderfietsen worden ingezameld vanuit schuurtjes en
depots. In de werkplaats worden de barrels weer opgeknapt. De kinderfietsen
worden helemaal uit elkaar gehaald. Alle bruikbare onderdelen gaan nog een
rondje mee. Vervolgens worden de fietsen met zowel oude als nieuwe onderdelen
weer in elkaar gezet. Inmiddels heeft BikeFlip al meer dan vijfduizend
fietsen geüpcycled.

Speelgoed

Bakken
en kasten vol speelgoed waar na verloop van tijd niet meer mee gespeeld wordt?
KIDDOS Toys Club maakt er korte metten mee. Het speelgoedverhuurbedrijf is gestart
om de enorme berg speelgoed te verkleinen. Wanneer een abonnement wordt
afgesloten, ontvangt het kind een tas gevuld met speelgoed. Na twee maanden
speelplezier wordt de tas opgehaald en een tas met ander speelgoed bezorgd. Al
het speelgoed wordt professioneel gereinigd om vervolgens weer door te kunnen geven.
Zo kunnen kinderen eindeloos blijven spelen zonder dat ouders steeds nieuwe spullen
aan hoeven te schaffen.

Babyspullen

Ook
ondernemer Julie Munneke kwam tot het inzicht dat ze als nieuwe ouder wel érg
veel nieuwe spullen nodig had. Ook ervaarde ze dat ze alles maar kort
gebruikte. Sinds 2019 runt ze Tiny Library: een webshop waar zwangere vrouwen
en jonge ouders terechtkunnen om spullen te huren. Dit kan van alles zijn: van
autostoeltjes tot boxen en van draagdoeken tot badjes. Volgens Munneke
is het concept veel duurzamer dan de huidige gang van zaken. “Spullen voor zwangere vrouwen, baby’s en kinderen hebben nu vaak maar
één leven. Soms worden ze nog een keer uitgeleend of verkocht, maar dat is het
wel. De spullen die door ons worden verhuurd gaan véél langer mee. Daardoor
hoeven er uiteindelijk minder te worden geproduceerd en worden er minder
grondstoffen aangesproken.
Ook al laten we onze spullen chemisch reinigen, dan nog is
deze manier van consumeren véél duurzamer”, zei ze eerder tegen Change Inc.

Lees
ook:

Wordt paling uit de zee binnenkort vervangen door paling uit het lab?

De paling is geproduceerd door het Israëlische bedrijf Forsea Foods. Daarvoor gebruikte het cellen van de zoetwaterpaling. Volgens CEO Roee Nir is het prototype veelbelovend en zal het nog verder worden verbeterd. “Het heeft een zeer unieke smaak en textuur – het is heel mals en vet, maar heeft ook een unieke umami-smaak en we werken eraan om dit vast te leggen.” Palingpopulatie daalt Overbevissing en vervuiling hebben ertoe geleid dat de wereldwijde palingpopulatie is ingestort. Van de diersoort is nog maar 10 procent over. Het is lastig om aan de vis te komen, wat leidt tot enorm hoge prijzen. Is kweekpaling het antwoord? Misschien kan gecultiveerde paling de honger naar de vis stillen. Forsea Foods kweekte zijn paling uit het lab met behulp van organoïden. De kleine bundeltjes weefsel zijn gemaakt van stamcellen uit bevruchte palingeitjes. Naarmate ze groeien kunnen de organoïden zich ontwikkelen tot elk soort weefsel en de structuur van wilde vis nabootsen. Het bedrijf hoopt de kweekvis over twee jaar op de markt te brengen. Omdat wilde paling zo schaars is, verwacht Forsea Foods dat de prijs van de gekweekte variant gelijk zal zijn aan die van de in het wild gevangen paling. Hij kan wel goedkoper worden naarmate de productiemethoden worden geoptimaliseerd en er schaalvoordelen optreden. Viskweek in het water Naast vis kweken in het lab wordt ook groots ingezet op vis kweken in het water, denk aan zalm en forel. Maar viskwekerijen met een klein oppervlak waar honderdduizenden vissen in zwemmen, kunnen ook schade toebrengen aan het milieu. Door de ontlasting van de vissen kan het water vervuild raken. Ook wordt gevreesd dat het dierenwelzijn in het gedrang komt. De intensieve viskweek kent namelijk problemen die deels vergelijkbaar zijn met de intensieve veehouderij. Denk aan weinig ruimte en stressvolle situaties voor de dieren en veel geneesmiddelengebruik. Aan het kweken van vissen in het water zitten dus haken en ogen. Wat is duurzamer? Is vis uit het lab dan duurzamer? Het staat vast dat de zeeën en oceanen een spilfunctie vervullen voor de instandhouding van de biodiversiteit op aarde. Het onderwaterleven wordt echter verstoord door overbevissing, visnetten die de zeebodem vervuilen en de CO2-uitstoot van vissersvloten. Het kweken van vis lost deze problemen ook op, maar geeft nog geen antwoord op het dierenleed en de ontlasting die in het water terechtkomt. Bovendien kan vis uit het lab continu geoptimaliseerd worden. Het groeiproces en de voedingswaarde kunnen steeds worden verbeterd. Bij viskweek in het water is dit een lastiger verhaal. Daartegenover staat dat vis uit het lab om de nodige energie vraagt. Wat onderaan de streep duurzamer is, is dus lastig te zeggen. De twee methodes zijn compleet anders en daardoor lastig met elkaar te vergelijken. Bovendien geldt: het valt of staat met het productieproces. Lees ook: Nog een land staat kweekvlees toe: wanneer is Europa aan de beurt?Proef! Heel veel vis!Biljoenen aan visserij-opbrengsten in gevaar, vermogensbeheerders komen nauwelijks in actie