Roy op het Veld
Roy op het Veld
03 maart 2021, 16:07

Vier redenen waarom we alsnog Parijs gaan halen

Wereldwijd hadden politici het afgelopen jaar de mond vol van ‘the great reset’. De invloedrijke organisator Klaus Schwab van het jaarlijkse World Economic Forum in Davos, is een van de vele pleitbezorgers. Maar, helaas helaas, van een groen herstel is vooralsnog helemaal geen sprake. Regeringen steken wereldwijd miljarden in het behoud van bestaande banen in plaats van in nieuwe, duurzame bedrijvigheid. Alle mooie woorden ten spijt, is het daardoor onzeker of we het klimaatakkoord van Parijs kunnen waarmaken. En toch gaat dat wel gebeuren. Dankzij het bedrijfsleven.

Beeld nieuwe website roy op het veld

De meeste mensen zijn het er over eens: het neoliberalisme is doorgeslagen en heeft een hyperkapitalisme voortgebracht. De winsten van de globalisering zijn terechtgekomen bij een relatief kleine elite, de inkomensverschillen zijn gevaarlijk groot geworden. Deze tweedeling in de maatschappij veroorzaakt een extreme polarisatie en een hijgerig politiek discours waarin weinig of geen ruimte meer is voor grote visies en langetermijnbeleid.

Mensen worden er somber en cynisch van. Persoonlijk blijf ik optimistisch. Want hoewel corona geen versneller blijkt te zijn, en vooralsnog niet voor een groen herstel zorgt, zijn er duidelijk ontwikkelingen gaande die voor structurele verbeteringen zullen zorgen.

Klimaatafspraken zijn niet vrijblijvend

In de eerste plaats gaan het klimaatakkoord van Parijs en de Europese Green Deal voor een aardverschuiving zorgen. Wereldwijd is afgesproken in 2050 klimaatneutraal en circulair te zijn. Het gaat niet meer om vrijblijvende internationale afspraken, maar in toenemende mate om ambities die middels regulering en wetgeving zullen worden afgedwongen. Kortgezegd: als landen of bedrijven daar niet aan voldoen, komen ze in de juridische problemen. De Urgenda- en stikstof-rechtszaak in Nederland zijn een waarschuwing voor iedereen die denkt dat “business as usual” goed genoeg is.

Naast deze druk uit de juridische hoek, zijn ook de financiële markten zich steeds meer aan het roeren. Aandeelhouders zien bedrijven zónder een overtuigende duurzame strategie als een risico. De EU-taxonomie gaat beleggers dwingen een groter deel van hun kapitaal in duurzame bedrijven te investeren. Het wordt voor niet-duurzame bedrijven dus moeilijker en duurder om hun activiteiten te financieren.

Jong talent wil de wereld verbeteren 

Ook op de arbeidsmarkt merken bedrijven dat er een andere wind waait. Het jonge talent dat nu van de universiteit, het HBO of het MBO komt, wil werken voor een bedrijf dat de wereld beter wil maken, niet meer voor een oliemaatschappij die verantwoordelijk is voor milieuvervuiling en in opspraak komt voor mensenrechtenschendingen.

Het zijn deze externe factoren – wetgeving, toegang tot financiering en aantrekkelijkheid op de arbeidsmarkt – die bedrijven de komende jaren zullen aanzetten tot een duurzaam en circulair beleid.

Intrinsieke motivatie om te verduurzamen

Maar de belangrijkste drijfveer zal uiteindelijk iets anders blijken te zijn, tenminste dat hoop ik. Externe druk kan helpen om topbestuurders met de neus op de feiten te drukken, maar een verandering doorvoeren werkt natuurlijk het beste als die is gebaseerd op een eigen overtuiging in plaats van op externe dwang. Corona heeft voor reflectie gezorgd, en het besef dat ‘het zo niet verder kan’. Er is een consensus aan het ontstaan dat de scherpe kantjes van het kapitalisme moeten worden afgeschaafd, dat bedrijven naast financiële prestaties ook maatschappelijke betekenis moeten hebben.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW wijst de weg nadat het half februari bekendmaakte te gaan inzetten op ‘brede welvaart’ in plaats van alleen ‘economische groei’. Dat betekent dat steeds meer Nederlandse bedrijven een duurzame en toekomstbestendige koers gaan varen. Dat we toegaan naar een resultaatverplichting in plaats van een inspanningsverplichting. ‘The great reset’ zit niet in woorden maar in daden. En vooral zit het in de hoofden van de bestuurders. Zie daar de belangrijke rol van onze Changemakers. Gaan we het akkoord van Parijs tóch nog halen.

Bos in plaats van weiland: er komen steeds meer voedselbossen in Nederland

Een voedselbos is een bos waarin verschillende planten en bomen groeien. Veel van deze gewassen produceren eten: denk aan noten en kastanjes, fruit van bomen en struiken en andere gewassen zoals komkommer en hop. Zo’n voedselbos is een belangrijk onderdeel van de Bossenstrategie van de Nederlandse regering, omdat het een combinatie is van landbouw en bosbouw. Bossen zijn onmisbaar voor een duurzame toekomst, omdat ze tijdens het groeien CO2 uit de lucht halen.Lees ook: Bomen planten om miljoenen tonnen CO2 uit de lucht te halenOogsten na een paar jaarDe Stichting Voedselbosbouw zoekt sinds 2019 naar gebruikers van landbouwgrond. Dat kunnen boeren zijn, maar ook drinkwaterbedrijven die rond hun installaties landbouwgrond hebben en particulieren die lappen grond pachten. Voor boeren is het voedselbos een andere manier van werken. Op een deel van hun grond groeien geen eenjarige gewassen meer, maar planten die er jaren over doen voor ze vruchten dragen. Voor de overbruggingstijd zijn subsidies beschikbaar, net als voor de aanleg.Stichting Voedselbosbouw helpt de boeren bij het aanleggen en traint ze hoe je om moet gaan met een bos. “Het is heel anders dan een akker; het vereist praktisch geen werk”, vertelt Marc Buiter, coördinator Programma Duurzame Doorbraak Voedselbosbouw. “Terwijl we in Nederland gewend zijn dat voedsel verbouwen hard werken is. Maar los van het oogsten vraagt het bos nauwelijks onderhoud.” Dat laatste maakt het ook een aantrekkelijke optie voor boeren: ze hebben geen arbeidskosten voor het bos.Voorlopen op de planningVolgens de Bossenstrategie moet er in 2030 1.000 hectare voedselbos zijn. Op dit moment is er 75 hectare vastgelegd in Nederland. “Maar het kan nog wel vier jaar duren voor het bos er dan daadwerkelijk is, en daarna duurt het vijf tot zes jaar voor je kan oogsten”, zegt Buiter. “En een bos is pas na decennia volwassen.” Het is dus een langetermijnproject. Toch denkt Buiter dat het tussentijdse doel voor 2023, 150 hectare, dit jaar al gehaald kan worden. “Er is genoeg interesse in voedselbossen.”Dat is een verrassend lichtpuntje in de duurzaamheidsplannen van de regering. Waar duurzame stroom en andere initiatieven achterlopen, loopt het bosplan juist voor. Toch denkt Buiter niet dat het doel voor 2030 nu hoger moet worden. “Het is in de praktijk vaak nog best ingewikkeld om het bos aan te leggen. Dat komt bijvoorbeeld door de regels in bestemmingsplannen. Die beschermen ‘open cultuurlandschap’ (weilanden en akkers, red), waardoor er geen bos mag komen. We overleggen daarover, en vaak weten we een oplossing te vinden, maar het maakt het proces wel ingewikkelder. We hopen dan ook dat er nieuwe wetgeving komt om de aanleg van bossen makkelijker te maken.”Lees ook: Zorgen bomen op een akker voor duurzame landbouw?