Maaike Kooijman
30 juli 2026, 10:36

Wet die reparatie makkelijk én betaalbaar moet maken gaat in: dit moet je weten

Stofzuiger kapot? Bij het afval ermee. Geen afvalstroom groeit zo snel als e-waste. Een nieuwe wet moet ervoor zorgen dat producten langer meegaan door reparatie te stimuleren. Hoe effectief is dat?

getty-images-L_fsSkeIDZQ-unsplash (1) | Credits: Getty Images

‘E-waste is het gevolg van een industrie die de wereld enorm vooruit heeft geholpen. Maar dan gaan de apparaten kapot, worden ze afval en vinden we ineens dat iemand anders het maar moet oplossen’, aldus Joost de Kluijver. Hij is oprichter van Closing the loop, een van de vele bedrijven die de berg e-waste willen bestrijden.

Voor elk product dat klanten van Closing the loop nieuw kopen, bijvoorbeeld een telefoon of laptop, haalt het bedrijf een afvalproduct van de markt en transporteert dat naar de dichtstbijzijnde recyclefabriek. Op die manier heeft het bedrijf al meer dan 8 miljoen apparaten van de (schadelijke) verbranding gered.

Maar er is ook een andere manier om de enorme hoeveelheid e-waste te verkleinen: door simpelweg te voorkomen dat nog werkende apparaten worden afgedankt. Dat is waar het Europese recht op reparatie (right to repair) op is gericht. Die nieuwe richtlijn is in 2024 ingevoerd en moet uiterlijk morgen door de EU-lidstaten worden geïmplementeerd.

Wat houdt het recht op reparatie in?

Gaat er een huishoudelijk apparaat stuk, dan kun je dat nu vaak beter vervangen dan laten repareren. Dat is sneller, gemakkelijker en soms nog goedkoper ook. Hoewel er steeds meer repaircafés zijn waar je spullen gratis kunt laten repareren, loop je bij fabrikanten aan tegen lange wachttijden en onderdelen die niet meer besteld kunnen worden. Zelf repareren is nagenoeg onmogelijk.

Het recht op reparatie wil dat tegengaan door fabrikanten in Europa te verplichten om hun producten te repareren binnen een redelijke termijn en voor een redelijke prijs, óók als de garantietermijn al is verstreken. Doel is dat consumenten dan vaker kiezen voor reparatie en er op die manier minder nieuwe grondstoffen nodig zijn.

Daar horen ook enkele andere verplichtingen bij. Zo worden producenten verplicht toegankelijke informatie te bieden over reparatie, reserveonderdelen beschikbaar te stellen en de garantieperiode te verlengen na een reparatie. Gedurende de reparatie moet de fabrikant bovendien een vergelijkbaar product te leen aanbieden.

Daarnaast komt er een Europees online platform dat reparateurs zichtbaarder moet maken voor nieuwe klanten.

Voor wie geldt het?

De Europese Commissie erkent dat het recht op reparatie ‘op alle goederen van toepassing moet zijn om volledig nut te halen uit deze richtlijn’. Officieel geldt de richtlijn echter alleen voor producten waarvoor officiële Europese repareerbaarheidsvereisten zijn vastgelegd. Dat zijn met name (elektronische) huishoudelijke apparaten: wasmachines, vaatwassers en stofzuigers, maar ook mobiele telefoons en bepaalde soorten gereedschap.

De reparatieverplichting geldt voor alle fabrikanten die producten op de markt brengen in Europa. Als de fabrikant niet Europees is, moet de importeur of distributeur de verplichting nakomen. Er wordt alleen een uitzondering gemaakt voor reparaties die ‘feitelijk of juridisch onmogelijk’ zijn.

Is dit de oplossing voor een circulaire economie?

Reparatie staat redelijk hoog op de zogenoemde R-ladder voor een circulaire economie. Iets laten repareren kost een stuk minder grondstoffen, en daarmee CO2-uitstoot, dan het vervangen of zelfs recyclen. Bovendien heeft deze richtlijn niet alleen gevolgen voor het levenseinde van producten, maar ook voor het productieproces. Producten moeten immers zo ontworpen en geproduceerd worden dat ze repareerbaar zijn, bijvoorbeeld door ze demontabel te maken.

Toch is een positief effect niet gegarandeerd. De werking van de richtlijn is bijvoorbeeld deels afhankelijk van de bekendheid ervan. En 54 procent van de Nederlanders heeft nog nooit van het recht op reparatie gehoord, blijkt uit onderzoek van online marktplaats Refurbed.

Daarbij wijzen experts op ‘mazen in de wet’. Zo vindt TU Delft-onderzoeker Benjamin Sprecher de richtlijn te vrijblijvend, met veel ruimte voor interpretatie. ‘Vanuit het verleden weten we dat zoiets niet werkt, omdat je uiteindelijk bedrijven stimuleert om zich wel aan de letter, maar niet aan de geest van de wet te houden’, zei hij eerder tegen Change Inc.

Bovendien kent de wet flink wat uitzonderingen. Zo is die niet van toepassing op de reserveonderdelen voor smartphones die worden genoemd in de Ecodesignverordening voor smartphones. In die richtlijnen voor ecodesign staat dat smartphone-onderdelen niet vervangen hoeven te worden ‘mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan’, waaronder voorwaarden voor het resterende vermogen van batterijen na honderden of duizenden laadcycli.

Fabrikanten kunnen met dit soort bepalingen voldoen aan de regels door vooral te sturen op batterijprestaties, zonder dat apparaten daadwerkelijk makkelijker repareerbaar worden, zegt Martine Hardeveld Kleuver, marketingdirecteur van iPhone-refurbisher Swappie in de Benelux.

Wat is er (nog meer) nodig om reparatie gangbaar te maken?

Om van reparatie de norm te maken, is een belangrijke rol weggelegd voor overheden. EU-lidstaten moeten volgens de richtlijn dan ook ‘ten minste één maatregel ter bevordering van reparatie nemen’, bijvoorbeeld een voorlichtingscampagne. Hoewel die maatregel niet financieel hoeft te zijn, wordt financiële ondersteuning wel als nuttig gezien.

In Frankrijk is er bijvoorbeeld een repair bonus. Franse reparatievouchers worden deels betaald van subsidies, wat de rekening niet slechts bij consument of verkoper neerlegt. De richtlijn zelf oppert ook een verlaagd btw-tarief voor ‘de verrichting van hersteldiensten’.

Onderzoeker Benjamin Sprecher denkt aan een heel andere maatregel die kan werken: langere garantietermijnen. ‘Dus niet twee of vijf jaar garantie, maar gewoon garantie tot wat redelijkerwijs de technische levensduur zou moeten zijn. Dat kan zo oplopen tot twaalf of vijftien jaar, afhankelijk van de productcategorie. Als je dan meeneemt dat bedrijven bij langere garantietermijnen de keuze hebben om een gerepareerd product of een refurbished alternatief aan te bieden, dwing je automatisch af dat ze anders gaan nadenken over design en repareerbaarheid. Linksom of rechtsom moeten ze dan sterker gaan sturen op kwaliteit en een langere levensduur.’

Er moeten dan natuurlijk wel ook genoeg mensen zijn die producten kunnen repareren. ‘In Nederland missen jonge mensen de vaardigheden van reparatie’, aldus Thami Schweichler van United Repair Centre. En of robots dat kunnen overnemen, is nog maar de vraag.

Lees ook:

Nieuwsupdate: Merendeel verkochte auto's volgend jaar elektrisch en Vinted voorlopig nog niet naar de beurs

Merendeel verkochte auto's wordt elektrisch Volgend jaar is meer dan de helft van de verkochte auto's volledig elektrisch. Dat voorspellen onderzoekers van ING Research. Ze verwachten dat het grootste deel van de werkgevers in 2027 overstapt op een volledig elektrisch beleid voor nieuwe leaseauto’s wegens de zogenoemde pseudo-eindheffing. En (lease)bedrijven hebben een relatief groot aandeel van het aantal elektrische auto's in handen.De pseudo-eindheffing is een jaarlijkse heffing voor nieuwe, niet-elektrische zakelijke auto’s. Vanaf 1 januari 2027 betalen bedrijven extra belasting op zakelijke auto’s die niet helemaal uitstootvrij zijn. Een leaseauto die op benzine of diesel rijdt, gaat werkgevers dus extra geld kosten. Ook hybride auto’s vallen hieronder.Lees ook: Als EU gas geeft met adoptie elektrisch rijden, scheelt dat miljarden aan cheques voor oliegrootmachten Enexis leent honderden miljoenen voor uitbreiding stroomnet Netbeheerder Enexis ontvangt een lening van 500 miljoen euro van de Europese Investeringsbank (EIB). Met dat geld moet het stroomnet in enkele Nederlandse provincies worden verzwaard en uitgebreid. Zo moet er dit jaar 2.800 kilometer aan nieuwe middenspanningskabels komen, en 1.800 kilometer aan laagspanningskabels.Enexis-klanten lopen, net als een groot deel van Nederland, tegen het volle stroomnet aan als zij een nieuwe of grotere aansluiting op het net willen. Onder andere in de Brabantse steden Den Bosch, Eindhoven, Tilburg, Uden, Helmond en Oss is het elektriciteitsnet zo goed als vol. Sinds 1 juli komen niet alleen bedrijven, maar ook huishoudens en bedrijven met een kleinverbruikaansluiting op een wachtlijst als zij een nieuwe of zwaardere stroomaansluiting aanvragen.Lees ook: Eddy Grid groeit razendsnel met oplossing voor netcongestie: 'Ik wil dat we alles op stroom gaan doen' Vinted voorlopig nog niet naar de beurs Tweedehandsplatform Vinted wil succesvol worden in de VS vóór het naar de beurs gaat. Dat zegt ceo Thomas Plantenga in een interview met Bloomberg. 'Als je midden in een uitbreiding naar de VS zit, ga je niet naar de beurs.' Vinted is sinds kort actief in de VS, al zit het bedrijf er nog in een testfase. Plantenga zegt wel 'aangemoedigd' te zijn door de eerste resultaten daarvan.De markt voor tweedehands kleding zit flink in de lift. De huidige waardering van Vinted wordt geschat op 8 miljard euro, tegenover 5 miljard vorig jaar. Toch weet Plantenga niet zeker of het concept de concurrentie met onder meer het Amerikaanse Depop aankan. 'Of we in staat zullen zijn om te concurreren en te winnen op die markt, is een grote vraag.'Lees ook: Dankzij Thomas Plantenga is Vinted nu 5 miljard waard: ‘Hij kijkt heel ver vooruit’ Vattenfall onderzoekt gedeelde parkeerplekken bij laadpalen Vattenfall InCharge start een pilot in Noord-Brabant en Limburg waarbij openbare laadplekken ook mogen worden gebruikt door niet-elektrische auto's. Op 150 geselecteerde locaties mogen automobilisten zonder stekkerauto naast een laadpaal parkeren zonder risico op een boete. Dat kan volgens Vattenfall een manier zijn om meer laadpalen te plaatsen; die gaan dan immers niet meer ten koste van vaak toch al schaarse parkeerplaatsen.De pilot is ook een onderzoek naar hoe het 'delen' van parkeerplaatsen uitpakt. Hoe (lang) gebruiken fossiele rijders hun 'nieuwe parkeerplaats', en maken ze plaats voor een buurtgenoot met een lege accu? De plaatsing van de laadpalen vindt plaats tot januari 2027, daarna worden de parkeerplekken enkele maanden gemonitord.Lees ook: Met snellaadpalen in de binnenstad mikt GOase op een heel nieuwe doelgroep: 'Laadtijd wordt shoptijd' Meeste landen hebben subsidies die biodiversiteit schaden nog niet in kaart Slechts 21 landen hebben voldaan aan hun belofte om vóór 2026 al hun subsidies die de biodiversiteit kunnen schaden in kaart te brengen. Dat blijkt uit een analyse van Carbon Brief. De belofte was onderdeel van een set doelen in het VN Biodiversiteitsverdrag. Bijna alle landen hebben daar in 2022 mee ingestemd. Doel was om de subsidies in 2025 te identificeren, om die tot 2030 te kunnen uitfasen of hervormen.Nederland heeft al wel gekeken naar zijn subsidies. Ons land verstrekt voor zo’n 10 miljard euro subsidies die de biodiversiteit schaden, bleek eerder dit jaar uit onderzoek in opdracht van landbouwminister Jaimi van Essen. Het gaat onder meer om subsidies of fiscale voordelen die intensieve landbouw ondersteunen. Ook de internationale belastingvrijstelling op kerosine stimuleert de uitstoot van broeikasgassen en is schadelijk voor de biodiversiteit, net als de lage energiebelasting op aardgas voor de industrie.Lees ook: Nieuwbouw wordt steeds groener, maar juist in bestaande wijken valt veel winst te behalen voor biodiversiteit Ook in de media:Grootste olie- en gasbedrijven maken 17 miljoen dollar winst per uur (RTL Nieuws) Rechter corrigeert minister: voor 2027 besluit over vergunning Lelystad Airport (Nu.nl) Droogte duwt agrariërs richting forse financiële problemen (BNR) Kabinet negeert datum in klimaatzaak Bonaire: 'Blamage voor Nederland' (NOS) Elektrische rijders ontvangen vergoeding voor ontlasten stroomnet in Gelderland (Liander) Ondernemers Twente eisen compensatie om sluiting Twentekanaal (RTL Nieuws) Voor het eerst meer wind en zon dan fossiel in Duitsland (Carbon Brief) Auto opladen via VvE betekent dubbele btw, kost tot 190 euro per jaar (BNR)