Romy de Weert 16 februari 2022, 11:30

Wieken van windmolens recyclen in de Groningse Eemshaven

Wat gebeurt er met de enorme windmolenwieken die het einde van hun levensduur hebben bereikt? Tot nu toe nog vrij weinig, maar dat willen partijen in de Groningse Eemshaven veranderen. Ze tekenden een convenant om windmolenwieken te recyclen in een fabriek in de haven.

BUSS Decom North 4 kl Het westelijk deel van de Eemshaven voor offshore wind gaat ook een rol spelen in windmolenrecycling. | Credits: Decom

Het recyclen van windmolenwieken is een lastig verhaal. Ze zijn gemaakt van een combinatie van lichtgewichte materialen zoals kunststof, glasvezel en hars. Daardoor zijn de wieken sterk en flexibel, maar het nadeel is alleen dat het composiet moeilijk te scheiden is van de andere materialen. Daardoor liggen er soms wel duizenden windmolenwieken ergens op een stortplaats, zoals hier te zien is.

Windmolenwieken recyclen

Daar moet verandering in komen. Dus wil het consortium Decom North, een samenwerkingsverband van meerdere bedrijven in de Eemshaven, windmolenwieken recyclen. Allereerst worden de afgeschreven windmolens ontmanteld en de rotorbladen vervoerd naar de recyclingfabriek die in de Eemshaven komt te staan. Daar worden de wieken in stappen verkleind tot er uiteindelijk korrels overblijven. Die korrels vormen een grondstof voor nieuwe producten.

Lees ook: Siemens Gamesa bouwt een windmolenwiek die helemaal recyclebaar is

Consortium Decom North

HorYzon en Hogeschool Windesheim stelden de businesscase op, waarin Chemport Europe, Groningen Seaports en het Offshore Wind Innovation Centre een belangrijke rol spelen, net als de bedrijven Buss Terminal, Mammoet, Lubbers Transport, DHSS Eemshaven, Bek & Verburg, Nehlsen metaalrecycling, CRC Industries, SCS Logistics/Shipco Transport en Nedcam Solutions.

Decom verwacht over een aantal jaar de honderden windmolens die op de Noordzee staan, onderdeel te kunnen maken van het recyclingsysteem. Maar totdat het zover is focust het consortium zich op het bedrijf Neocomp in Bremen. Dat bedrijf verwerkt de glasvezels en kunsthars uit windmolenwieken in cement.

Fabriek in Eemshaven

De fabriek in de Eemshaven moet een plek worden voor alle windmolens op zee. Bovendien moet de fabriek ook geschikt zijn om windmolens te repareren. Wanneer de fabriek er precies komt te staan, is nog niet bekend.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Groot waterstofproject voor Zeebrugge in België

Het Belgische John Cockerill gaat de waterstoffabriek bouwen samen met BESIX. Het idee voor de fabriek komt van gasbedrijf Fluxys en van Virya Energy, dat zich vooral met windenergie bezighoudt. Het project is sinds 2018 in de maak maar lijkt nu in een stroomversnelling te komen. De haalbaarheidsstudie is af, de plannen liggen op tafel. Zonder subsidie geen waterstof Of het project definitief doorgaat moet voor het einde van het jaar duidelijk worden. Dat zal voor een belangrijk deel afhangen van de beschikbare subsidies, zowel uit België als de Europese Unie. Alleen met subsidie kunnen projecten voor groene waterstof rendabel zijn. Nu is de prijs van de groene waterstof namelijk nog te hoog in vergelijking met waterstof gemaakt met gas. De markt zal dus niet zomaar overstappen op groene brandstof. Eerder gaf de overheid al 8 miljoen euro aan dit project. Nu staat er nog 23 miljoen op de planning, maar die steun moet goedgekeurd worden door de Europese Unie. Het project zal aanvankelijk 25 megawatt aan stroom gebruiken. Waar die elektriciteit vandaan moet komen is nog niet helemaal duidelijk, hoewel Virya hier ongetwijfeld een rol speelt. Het bedrijf heeft nu al meer dan een gigawatt (1000 megawatt) aan groene stroom onder zijn beheer. Uiteindelijk kan de fabriek nog vier keer zo groot worden en 100 megawatt aan stroom gebruiken, om 40.000 kilo waterstof per dag te maken. België heeft minder ambitieuze waterstofplannen dan buurlanden zoals Nederland en Duitsland. België wil ‘slechts’ een paar honderd megawatt aan waterstoffabrieken, waar Nederland minstens een gigawatt neer wil zetten. 2022 Maar de projecten die op de rol staan bij onze Zuiderburen zijn wel concreter en verder gevorderd dan veel Nederlandse projecten. Dat is ook hier te zien; een investeringsbeslissing in 2022 is relatief snel, gezien dat het project pas in 2018 begon. In Nederland lijkt de aanlooptijd langer, hoewel ook hier dit jaar een paar grote investeringsbeslissingen genomen worden. Lees ook: Wordt 2022 het jaar van waterstof?