Redactie Change Inc. 22 december 2022, 09:00

6 belangrijke stappen richting een circulaire economie

Volgens Annita Westenbroek, programmadirecteur bij het Institute for Sustainable Process Technology, loopt onze huidige, lineaire economie op haar laatste benen. De grondstofprijzen lopen op, er is een gevecht gaande rondom kritieke grondstoffen en aan het einde van de cyclus laten we een enorme berg afval achter. We moeten een ruk aan het stuur geven om onze rechtlijnige manier van produceren en consumeren om te buigen, anders hebben we geen aardse reserves meer. Hoe kunnen we de verandering inzetten?

Adobe Stock 299126281 We moeten een ruk aan het stuur geven om onze rechtlijnige manier van produceren en consumeren om te buigen, zegt Westenbroek. | Credits: Thomas via Adobe Stock

Westenbroek is programmadirecteur bij (ISPT) voor onder andere het nieuwe ‘Building blocks from waste’. Dit programma focust zich op het omzetten van afval in grondstoffen en energiedragers zoals waterstof. Welke trends ziet zij die de transitie naar een circulaire economie in gang kunnen zetten?

Wie is Annita Westenbroek?

Annita Westenbroek is ISPT-programmadirecteur voor programma’s in de papierindustrie, industriële warmteprocessen en het converteren van afval in waarde. Ze heeft een achtergrond in Chemical Engineering en is gespecialiseerd in biobased industrieën. Haar drijfveer is een blijvende duurzame verandering in de wereld bewerkstelligen. Naast haar werk voor ISPT leidt ze nationale en Europese innovatieprojecten voor de papier- en kartonindustrie, als innovatiemanager bij de Vereniging van de Nederlandse Papier- en Kartonindustrie (Koninklijke VNP) en de Vereniging van de Europese pulp- en papierindustrieën (CEPI).

1. Van produceren naar servicen

“Het is eigenlijk absurd dat reparatie in veel gevallen duurder is dan de aanschaf van een geheel nieuw product. Het heeft alles te maken met gangbare verdienmodellen gebaseerd op steeds hogere productiecijfers. Hoe het anders kan? Een lichtend voorbeeld vind je op Schiphol. Philips verkoopt er licht en geen lampen en dat is een wezenlijk verschil. Het ‘rond-denken’ zit hier in het principe dat de fabrikant geen producten maar een service verkoopt. Philips is er daardoor bij gebaat dat hun lampen zo lang en duurzaam mogelijk branden. Het wordt daarmee consument van zijn eigen producten. Producent en consument in één: de cirkel is rond.”

2. Van gemengde naar zuivere afvalstromen

“Nu grondstoffen duurder worden, bewijst recycling meer dan ooit zijn waarde. Hier komt het aan op de schone kunst van het afval scheiden. In de papierindustrie verstaan ze die kunst al jaren; maar liefst 68 zorgvuldig gescheiden stromen vinden een tweede leven. Zo wordt in Nederland 85 procent van alle papierafval gerecycled. Voor de meeste andere reststromen, moeten we die stappen nog zetten. En snel, omdat er een run op afgedankte kunststoffen en biomassa zal ontstaan. De crux is om reststromen zo in te zetten dat ze de hoogst mogelijke economische waarde opleveren, volgens de aloude Ladder van Lansink: geen biomassa gaan verbranden als je er ook bio-ethanol of bioplastics van kunt maken.”

3. Van ondoorzichtige naar transparante afvalmarkt

“Aan afval kun je geld verdienen. Dat is al jaren zo. Bedrijven en instellingen willen niet met het afval blijven zitten en betalen grif aan afvalhandelaren om het te laten verwijderen. De handelaren fungeren als intermediairs tussen aanbieders en verwerkers van afval. Dat is op zich prima, maar in de praktijk leidt dit wel tot een ondoorzichtige markt. Het is voor bedrijven heel lastig om zelf een circulaire keten voor hun afval op te zetten. Maar het kan wel. Met bijvoorbeeld ‘open over afval’ als missie wil het platform Ortessa klanten direct helpen om meer uit hun afvalstromen te halen.“

4. Van tegenwerkende naar stimulerende regelgeving

“Den Haag en Brussel richten hun pijlen op duurzame energie. Hoe belangrijk dit ook is, het staat de circulariteit soms ook in de weg. Neem de bijmengverplichting met biobrandstoffen. Daar waar je van biomassa nieuwe producten kunt maken, zullen brandstofleveranciers de reststromen opkopen om hun benzine en diesels aan de nieuwe normen te laten voldoen. Daarmee gaan circulaire kansen in rook op. Zonde. Laten we wet- en regelgeving zo inrichten dat producenten en consumenten gestimuleerd worden tot hergebruik en recycling. De uitbreiding van het statiegeldsysteem voor plastic drinkflessen bewijst recent nog wat dit oplevert: 70 procent minder flesjes in het zwerfafval.”

5. Van consumeren naar consuminderen en consudelen

“De weg naar een circulaire economie raakt ons allemaal. Producenten én consumenten. Wij allen moeten rond-denken om kringlopen te sluiten. Dit houdt kleine en grotere gedragsveranderingen in. Wat minder vaak nieuwe kleren kopen en vaker rondstruinen in de vele vintagezaakjes. Er komen ook steeds meer platforms en apps voor het hergebruiken en het delen van producten. Delen is sociaal en leuk – in mijn buurt delen we van alles. Waarom zou elk gezin een hogedrukspuit of een accuboormachine in huis moeten hebben? En in de deeleconomie is zeker geld te verdienen. Kijk naar het succes van de deelmobiliteit. Een belangrijke voorwaarde is wel een goede en gemakkelijke service. Want in een circulaire economie willen consumenten niet inleveren op comfort.”

6. Circulair denken en doen

“De grondstofprijzen stijgen, de druk om te verduurzamen neemt toe. Het momentum is hier om circulair te denken én te doen. Aanbieders en verwerkers van reststromen moeten samen een kring vormen om nieuwe waardeketens te sluiten. De kansen zijn volop aanwezig. Bij ISPT laten we dat zien door met het programma Building from waste verschillende partijen bij elkaar te brengen. Alleen al door matchmaking;in dit groeiende platform ontstaan nieuwe kansen om van een afvalberg een goudmijn te maken. De stap van denken naar doen is praten met elkaar.”

Lees ook: Een circulaire en CO2-neutrale procesindustrie in 2050, hoe krijgen we dat voor elkaar?

Over ISPT

Het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT) is een open innovatieplatform voor verduurzaming van de procesindustrie. Samen met industrie, kennisinstellingen en overheid werkt het instituut in projectvorm aan de transitie naar een CO2-neutrale, circulaire economie in 2050. ISPT verbindt stakeholders om innovatie te versnellen en een aanjager te zijn voor de duurzaamheidstransitie.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Hoe kunnen boeren helpen om de huidige problemen op te lossen?

“Als boeren zijn we eeuwen goed voor de voedselvoorzieningen en nu lijkt het of er niets meer van deugt. Dat beeld wordt wel een beetje geschetst”, zegt melkveehouder Elmer Kramer. “Hoewel we juist eerlijke producten willen neerzetten in de vorm van melk, lijkt het wel of alles op dit moment slecht is.” Met zijn boerderij in het Noord-Hollandse Assendelft maakt Kramer melk voor de productie van kaas. De kaas wordt in de schappen verkocht onder het merk de Beemster kaas. Hoewel kaas heel veel voedingsstoffen zoals eiwitten en vitamines bevat, laat het een flinke CO2-voetafdruk achter. En het grootste deel van de uitstoot vindt plaats op het erf. Hoe drainage voor minder broeikasgassen zorgt “We zitten met onze boerderij op de grondsoort veen”, legt Kramer uit. “Als veen droogvalt, zoals in droge zomers, dan komt er zuurstof bij. Wanneer dat gebeurt, vindt er een verbranding plaats waar heel veel CO2, methaan en andere broeikasgassen vrijkomen.” Kramer heeft daar een oplossing voor bedacht. Hij legde een systeem aan van drainageslangen in het perceel. “Normaal wordt drainage gebruikt om water af te voeren. Maar in dit geval gebruiken we het om water het perceel in te voeren.” De buizen worden aangesloten op een put. “In droge periodes pompen we de put vol met water waardoor we een bepaalde druk opbouwen. Daarmee houden we kunstmatig de grondwaterstand omhoog.” De melkveehouder streeft ernaar om de grondwaterstand 20 tot 30 centimeter onder het maaiveld te krijgen. “Dan is het land namelijk gewoon nog bewerkbaar, kunnen de koeien het land op en kunnen wij het gras maaien. Met deze techniek verminderen we de uitstoot van broeikasgassen met zo’n 75 procent.” In 2030 klimaatpositief De maatregel die Kramer neemt kan alleen worden gedaan in veenweide gebieden. Van de ruim 400 aangesloten boeren bij Cono Kaasmakers zit slechts een kwart op veenweide grond. Daarom moet er ook naar andere initiatieven worden gekeken. “Iedere boer heeft een andere bedrijfsvoering”, weet Wim Betten, directeur van Cono Kaasmakers. “En iedere boer heeft zijn eigen grond. Geen grond is gelijk en daarom komen leden zelf met ideeën om bij te dragen aan ons gezamenlijke doel.” Cono Kaasmakers wil in 2030 klimaatpositief zijn en daar moeten alle aangesloten boeren aan bijdragen. Wil je weten hoe ze daar komen? Luister dan naar de podcast.Meer lezen? Wat is waterschaarste en wat kunnen we ertegen doen?Wat is methaan en hoe kunnen we de uitstoot ervan beperken?Nu in de supermarkt: Gehakt met minder methaanNASA spoort ruim 50 ‘super-uitstoters’ van methaan opSchrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.